17 minuten

Ambient Intelligence

De toekomst volgens de Europese Unie

Technologische mogelijkheden hebben altijd geleid tot toekomstdromen. De droom die de Europese Unie dichterbij wil brengen is ontwikkeld door Philips en heet: Ambient Intelligence. Over de ontwikkeling van een concept.

In de jaren tachtig zat ik als kind wekelijks aan de buis gekluisterd voor de televisieserie TROS Wondere Wereld, waarin de – inderdaad – wondere wereld van de moderne techniek aan het publiek werd geopenbaard door de licht verstofte, maar daardoor des te intrigerendere astronoom Chriet Titulaer. Titulaer toonde, onder andere vanuit zijn Huis van de Toekomst in Rosmalen, een grenzeloze hoeveelheid aan slimme apparaten: slimme koelkasten, slimme fornuizen en magnetrons, slimme stofzuigers, slimme (en draadloze!) telefoons, apparaten die op stemherkenning en bewegingssensoren werkten, of op zonne- en windenergie. En dat alles begeleid door Titulaer’s onderkoelde, doch optimistische verhaal: kijk eens, wat een geweldige toekomst we tegemoet gaan! Twee jaar geleden was ik in Living Tomorrow in Amsterdam, het huis van de toekomst van het nieuwe millennium. Chriet Titulaer was er helaas niet, maar tot mijn lichte vermaak trof ik er veel van dezelfde toekomstdromen aan: slimme koelkasten, slimme fornuizen en magnetrons, slimme (en natuurlijk draadloze) telefoons, apparaten die op stemherkenning en bewegingssensoren werkten, of op zonne- en windenergie... Niets nieuws onder de zon, zou je denken. Onze technologische toekomstdromen zijn in twee decennia, zo blijkt, niet of nauwelijks veranderd, ondanks de enorme technologische ontwikkelingen die er juist in deze periode hebben plaatsgevonden. Kennelijk spreken slimme koelkasten en slimme stofzuigers nog altijd tot de verbeelding van ontwerpers en publiek – maar nu ook weer niet zodanig dat ze intussen grootschalig commercieel vermarkt worden.

Maar het is te gemakkelijk om Living Tomorrow terzijde te schuiven als niet terzake doend, als het bewijs van een eeuwig durende techno-optimistische fantasie waar niemand op zit te wachten. Al te vaak belanden discussies over technologie van de toekomst in een van de volgende karikaturen: òf zij worden als onrealistisch, onwenselijk en letterlijk angstaanjagend weggewuifd ('de wereld gaat ten onder door de technologie'), òf zij worden met overdreven enthousiasme omarmd als dè remedie voor al onze problemen ('de wereld wordt gered door de technologie'). Beide perspectieven doen geen recht aan de complexiteit van de werkelijkheid en die van technologische ontwikkelingen. Bovendien belemmert een vooringenomenheid jegens ‘de Technologie’ (met een hoofdletter) ons erin realistisch en zorgvuldig te doordenken wat de consequenties zijn van allerhande technologische ontwikkelingen voor onze samenleving, en voor (en in) ons alledaagse leven. En juist dat is in een tijd van razendsnelle, allesdoordringende technologische ontwikkeling van het allergrootste belang.

Daarnaast is er nog een andere reden om Living Tomorrow serieus te nemen. In dit huis presenteerde Philips samen met een aantal partners een reeks prototypes die de belichaming vormden voor haar technologische visie op de nabije toekomst: Ambient Intelligence. Philips ontwikkelde deze visie aan het einde van de jaren negentig. Al vrij snel na haar lancering vond zij haar weg naar Brussel, naar de beleids- en strategische documenten van de Europese Commissie. In het afgelopen decennium is Ambient Intelligence uitgegroeid tot één van de pijlers van het technologiebeleid van Europa – zowel in het Zesde als het Zevende Kaderprogramma van de EU neemt zij een prominente plaats in. De technologische wereld van morgen wordt een wereld van Ambient Intelligence, zo lijkt Europa ons te willen vertellen. Als dat zo is, dan hebben we reden genoeg om deze visie serieus te nemen. Maar wat is Ambient Intelligence eigenlijk? Hoe zal de technologische wereld van morgen er uit gaan zien als deze visie gerealiseerd wordt? En op welke manier houdt de Europese Commissie zich bezig met onze technologische toekomst?

Slim en persoonlijk

De Ambient Intelligence visie voorspelt een wereld waarin draadloze, in netwerken met elkaar verbonden technologieën continu met elkaar communiceren om ons als gebruikers op een zo ‘natuurlijk’ en onopvallend mogelijke manier van informatie en entertainment te voorzien. Een belangrijk kenmerk van de technologie in de Ambient Intelligence visie is, dat zij is weggewerkt in de achtergrond –zij wordt aan ons zicht onttrokken en ingebouwd in muren, meubels, auto’s en kleding. Deze weggewerkte technologie bevindt zich niet alleen in onze privéruimtes (huis, kantoor), maar kan ook in de publieke ruimte aanwezig zijn. Denk dan bijvoorbeeld aan een bushokje met interactieve panelen die op uw persoon toegesneden route-informatie geven, of aan billboards waarbij men met een druk op de knop van de mobiele telefoon direct kaarten kan bestellen voor het concert waarvoor geadverteerd wordt, of aan etalageruiten die, wanneer u er langsloopt, plots reclame maken voor het nieuwste boek van uw favoriete auteur.

Om toegang te krijgen tot de technologische netwerken die in privéomgevingen en in de publieke ruimte aanwezig zijn, gebruiken mensen in een wereld van Ambient Intelligence een mobiele telefoon of een ander draagbaar apparaat – in de Ambient Intelligence visie wordt een dergelijk apparaat de ‘toegangssleutel’ (‘access key’) genoemd. In dit apparaat worden de persoonlijke gegevens en voorkeuren (‘profielen’) van gebruikers bewaard. Deze profielen vormen een van de belangrijkste aspecten van de Ambient Intelligence visie. In de toekomst, zo stelt deze visie, moeten informatie-, communicatie- en entertainmentdiensten worden afgestemd op de persoonlijke voorkeuren van individuele gebruikers. Geen twee technologiegebruikers zijn hetzelfde, en aangezien we in een wereld leven die steeds verder en steeds ingrijpender van technologie doordrongen raakt, wordt het des te belangrijker dat technologieën hun gedrag kunnen aanpassen aan de specifieke wensen van individuele gebruikers. Technologie van de toekomst zal moeten kunnen anticiperen op de voorkeuren van ieder afzonderlijk individu – ze moet ‘gepersonaliseerd’ zijn. Wie prijs stelt op veel input van zijn ‘access key’ zal vaak informatie- en entertainmentsuggesties krijgen; wie een hekel heeft aan onderbrekingen zal door deze ‘persoonlijke assistent’ beschermd worden tegen informatie-overload, en zo veel mogelijk met rust gelaten worden. Om te kunnen anticiperen op de wensen en behoeften van individuele gebruikers, maakt de technologie gebruik van de ‘profielen’ die in de ‘access key’ zijn opgeslagen – deze bevatten bijvoorbeeld informatie over in het verleden gemaakte keuzes en behoeften in vergelijkbare situaties.

Om de wensen en voorkeuren van een gebruiker zo goed mogelijk te beantwoorden, moeten Ambient Intelligence technologieën gebruikers door te tijd heen ‘leren kennen’, en moeten ze hun eigen gedrag leren aanpassen aan de wensen en behoeften van die gebruiker. Ambient Intelligence technologieën moeten daarom ‘adaptief’ zijn. Bovendien moeten ze contextgevoelig zijn. Dat wil zeggen dat de technologie herkent in welke omgeving en in welk type situatie een gebruiker zich bevindt, en vervolgens in staat is haar eigen gedrag aan te passen aan die situatie. Wanneer een gebruiker in zijn eigen huis is, zal hij behoefte hebben aan andersoortige informatie en entertainmentdiensten dan wanneer hij in de openbare ruimte is. Veel gebruikers zullen het bijvoorbeeld niet fijn vinden als zeer persoonlijke informatie in een publieke ruimte ten overstaan van vreemden zichtbaar wordt gemaakt – privé e-mails zichtbaar maken op de stoeptegels bij een bushalte zullen de meeste gebruikers niet waarderen. De technologie moet dus kunnen ‘begrijpen’ waar een gebruiker is en welke diensten hij of zij in de huidige omgeving aangeboden zou willen krijgen.

Van Philips naar de Europese Unie

Waarom heeft de Europese Unie interesse in de Ambient Intelligence visie? En wat zijn de redenen waarom de Europese Commissie deze visie tot speerpunt in het Europese technologiebeleid heeft gemaakt? De Europese Commissie heeft een aantal verschillende advies- en beleidsontwikkelingorganen. Op het gebied van technologie zijn de belangrijkste twee de Information Society Technologies Advisory Group (ISTAG), een adviesgroep van wetenschappers en beleidsmakers uit verschillende disciplines die de Europese Commissie adviseert op het gebied van de ontwikkeling en totstandkoming van de informatiesamenleving, en IPTS, het Institute for Prospective Technological Studies, een onderdeel van het Joint Research Centre dat in opdracht van de Europese Commissie beleidsvoorstellen ontwikkelt in relatie tot centrale Europese thema’s zoals bijvoorbeeld gezondheidszorg, energievoorziening, en technologieontwikkeling.

Zoals gezegd is de Ambient Intelligence visie oorspronkelijk ontwikkeld door Philips in Eindhoven. Zowel IPTS en ISTAG raakten eind jaren negentig al snel onder de indruk van de plannen die Philips presenteerde, en zo werden zij een belangrijke pijler in de technologietactiek van de Europese Commissie. Men zou dat opmerkelijk kunnen noemen – de Europese Commissie heeft een visie die door een commercieel bedrijf is ontwikkeld vrijwel naadloos overgenomen en een plaats gegeven in het centrum van haar eigen plannen. Hiervoor is een politiek-economische verklaring. Al sinds de jaren tachtig is de Europese Unie naarstig op zoek naar manieren om zowel op het gebied van media als van technologieontwikkeling een wereldspeler te worden die op gelijke voet mee kan doen met de andere grote spelers: de Verenigde Staten en Japan. Het hebben van een eigen, Europese technologievisie paste uitstekend in dit streven. Bovendien zou een eigen technologieparadigma kunnen bijdragen aan het in Europa zo gemiste gevoel van eenheid, van samen aan één toekomstig doel werken – en misschien zelfs bijdragen aan de versterking van het gevoel van een Europese identiteit. Daarbij komt natuurlijk – ook niet onbelangrijk – dat het uitrollen en ontwikkelen van een dergelijke Europese technologievisie betekent dat er grote investeringen gedaan worden, dat de Europese economie een flinke injectie krijgt, en dat er werkgelegenheid ontstaat. De Ambient Intelligence visie van Philips kan beschouwd worden als het antwoord op een vraag die Europa al sinds de jaren tachtig bezighield.

Maar er zijn ook nog andere, meer inhoudelijke redenen waarom de Europese Commissie de Ambient Intelligence visie omarmde. Europa worstelt met een aantal sociaal-economische en politieke kwesties, en Ambient Intelligence technologieën worden gezien als mogelijke bijdragen aan de oplossing ervan. Eén van de belangrijkste thema’s van de komende decennia is dat van de grote verschuiving in de bevolkingsopbouw van de gehele westerse wereld. Ook in Europa staat het thema van de ‘vergrijzende samenleving’ hoog op de agenda. Vragen over het in stand houden van het sociale zekerheidssysteem en de stijgende kosten van de gezondheidszorg staan centraal in de discussie over Europa’s nabije toekomst. Ambient Intelligence zou een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van deze problemen, zo stelt Europa. Een deel van de Ambient Intelligence visie richt zich specifiek op het ontwikkelen van toepassingen voor de gezondheidszorg en het ontwikkelen van slimme oplossingen voor de thuisomgeving waarmee ouderen langer zelfstandig zouden kunnen blijven wonen. Als ouderen in hun eigen woning omringd zouden zijn door technologieën die hun welzijn monitoren, hen in de huishoudelijke taken ondersteunen en hen in staat stellen via verschillende kanalen met anderen te communiceren, dan zou deze groep mensen langer zelfstandig kunnen blijven, en minder aanspraak hoeven te maken op de zorg, zo verwacht men.

Een ander sociaal thema waarmee Ambient Intelligence in verband wordt gebracht is dat van de overgang van de ‘massasamenleving’ naar de ‘netwerksamenleving’. In de loop van de afgelopen decennia is naast het traditionele kerngezin een steeds grotere diversiteit aan leefvormen en -stijlen ontstaan. Afwijkende levenskeuzes en levenspaden zijn aanzienlijk gebruikelijker dan een aantal decennia geleden en het creëren van een individuele levensstijl is zo ongeveer tot norm verheven. Josephine Green, die een belangrijke bijdrage leverde aan het ontwikkelen van de Ambient Intelligence visie binnen Philips, noemt deze trend ‘mozaïek leven’: een leven dat bestaat “uit een caleidoscoop van simultane of sequentiële relaties, carrières of leefstijlen.” Ze wijst erop dat traditionele vormen van verbondenheid, zoals lokale gemeenschappen, de kerk, het gezin, en de natiestaat minder belangrijk worden, wat betekent dat mensen op zoek gaan naar nieuwe vormen van verbondenheid. Informatie- en communicatietechnologieën, van de mobiele telefoon tot het internet, kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Ze stellen mensen in staat sociale relaties te onderhouden met mensen die zich niet (noodzakelijk) in hun fysieke omgeving bevinden en vervullen daarmee voor velen een rol in het creëren en onderhouden van nieuwe netwerken en nieuwe vormen van verbondenheid. Ambient Intelligence, met haar nadruk op personalisering, haar uitgebreide mogelijkheden voor virtuele communicatie en haar ‘altijd-aan’ karakter, kan op een vergelijkbare manier een belangrijk medium vormen voor het bouwen, behouden en verstevigen van sociale netwerken in een steeds meer individualistische en nomadische sociale werkelijkheid.

Een derde domein waarbinnen Ambient Intelligence door de Europese Commissie vaak naar voren wordt gebracht is dat van de openbare veiligheid. In het tijdperk na 9/11 zijn thema’s als surveillance en het opgeven van persoonlijke vrijheid ten behoeve van een (vermeende) verbeterde publieke veiligheid niet meer van de nationale en Europese beleidsagenda’s weg te denken. De terroristische aanvallen in Madrid en Londen hebben deze kwestie alleen maar meer urgentie verleend. Vaak worden Ambient Intelligence technologieën genoemd als belangrijke factor in het verkrijgen van grote hoeveelheden zeer gedetailleerde informatie – het soort informatie waarover zowel geheime diensten als de verschillende Europese en nationale handhavingorganisaties graag zouden beschikken. Ook sommige politici geloven dat ze met het verkrijgen van dit soort informatie echt greep zouden kunnen krijgen op de dreiging van internationaal terrorisme. Tegelijkertijd is dit ook een van de meest omstreden aspecten van de Ambient Intelligence visie. Op dit moment al wordt binnen de Unie stevig gediscussieerd over vraagstukken rondom privacy en security in relatie tot technologische ontwikkeling, en we mogen er van uitgaan dat de realisering van de Ambient Intelligence visie deze discussie alleen maar actueler zal maken.

Een laatste belangrijke sociaal-economische trend waarbinnen Ambient Intelligence technologieën volgens de Europese Commissie een rol zouden kunnen vervullen is de verwezenlijking van Europa’s aspiratie om de leidende kenniseconomie in de wereld te worden. In 2000 ondertekende Europa de Lissabon doelstellingen, die stellen dat Europa er naar moet streven om “de meest competitieve en dynamische kenniseconomie in de wereld” te worden, een kenniseconomie “die bijdraagt aan duurzame economische groei met meer en betere banen en grotere sociale cohesie”. Om deze doelstelling te kunnen bereiken, zo concludeerde ISTAG, moeten mensen van alle leeftijden binnen de Europese Unie kennis en vaardigheden ontwikkelen die hen in staat stellen om adequaat te kunnen omgaan met de dynamische en continu veranderende werkelijkheid van de nabije toekomst, zowel in hun privéleven als in hun werk. Informatie- en communicatietechnologieën kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Door ‘e-Learning’ kunnen mensen op een flexibele manier hun kennis en vaardigheden bijspijkeren, en wordt het bovendien veel gemakkelijker grote groepen mensen toegang te verlenen tot onderwijs. Bovendien zou de inzet van ICT in het onderwijs de mogelijkheden vergroten om mensen specifiek die kennis over te dragen die voor henzelf in hun eigen specifieke situatie het meest relevant is. Ambient Intelligence, met haar nadruk op personalisering, kan hierin een belangrijke rol spelen.

De omarming van de Ambient Intelligence visie door de Europese Unie moet dus begrepen worden tegen de achtergrond van een aantal sociaal-economische en politieke trends. Maar hoe staat het eigenlijk met de verwezenlijking van deze visie? Wat is op dit moment de praktische stand van zaken rondom deze visie? En welke rol speelt Europa daar op dit moment bij?

Uitknop

In de afgelopen jaren zijn er onder de vlag van Ambient Intelligence een aantal producten op de markt voor consumentenelektronica verschenen. De bekendste daarvan is Philips Ambilight (of Aurea) televisie. Wanneer je deze producten naast de toekomstvisie legt zoals die aan het begin van dit artikel beschreven werd, dan is het onmiddellijk duidelijk dat er tussen de visie van eind jaren negentig en de praktische verwezenlijking daarvan in elk geval op dit moment nog een groot gat zit. Nu is dat niet verwonderlijk – er zullen decennia van geleidelijke ontwikkeling over heengaan voordat de in de visie voorgestelde technologische wereld werkelijkheid is geworden. En er bestaat natuurlijk altijd een mogelijkheid dat de technologische ontwikkelingen in de praktijk een hele andere kant op gaan. Waar de Europese Unie dan ook terecht op inzet is het volgen en begeleiden van een aantal grote technologische trends, die, of dit nu onder de vlag van Ambient Intelligence gebeurt of niet, waarschijnlijk wel gerealiseerd zullen gaan worden. De personalisering van leef-, werk-, en publieke omgevingen door technologieën zal als trend vermoedelijk wel tot stand gaan komen in de komende decennia. Voor het verdwijnen van technologische netwerken en systemen in de achtergrond van alledaagse omgevingen geldt hetzelfde.

Europa zet op dit moment vooral in op twee strategieën: enerzijds ondersteunt zij actief de ontwikkeling en realisering van de Ambient Intelligence visie, door projecten van bedrijven, universiteiten en andere kennisinstellingen te financieren die bijdragen aan haar verwezenlijking – dit gaat van onderzoek naar technologische structuren en systemen tot de ontwikkeling van voor de hele Unie geldende technologische protocollen en standaarden en het ontwerpen van specifieke toepassingen en producten. (Overigens geldt daarbij gelukkig niet dat Philips, als bedenker van de visie, meer financiering zou krijgen dan andere bedrijven of instellingen.)

Anderzijds doordenken IPTS en ISTAG de sociale, politieke en economische consequenties van de realisering van Ambient Intelligence en ontwikkelt de Europese Commissie actief beleid om de leefsfeer van burgers, hun veiligheid, hun kansen en mogelijkheden te waarborgen en te optimaliseren. Zoals eerder al gezegd staan de bescherming van privacy en security van burgers hoog op de agenda. En zoals we gezien hebben is ook het scheppen van gelijke kansen binnen de totstandkoming van de kenniseconomie een belangrijk thema. In de afgelopen jaren heeft Europa zo laten zien dat het actief betrokken is bij zowel de technische realisatie als de sociaal-politieke inbedding van de technologische werkelijkheid van morgen.

Helaas zijn er ook een aantal thema’s die hun weg nog niet gevonden hebben naar de Europese beleidsagenda. Slechts een voorbeeld daarvan betreft het doordenken van de gevolgen van en grenzen aan het wegwerken van technologieën in de achtergrond. Daaraan zitten twee praktisch-ethische aspecten die om doordenking en wellicht om regulering vragen. In de eerste plaats is er de vraag naar de grenzen van ‘embedding’, zoals het verdwijnen van technologie in objecten en oppervlakken genoemd wordt. Als het in de nabije toekomst mogelijk wordt om technologieën te implanteren in letterlijk ieder object, zoals de Ambient Intelligence visie voorspelt, dan is de logische ‘final frontier’ daarvan het menselijk lichaam. Waarom zou men nog rondlopen met een draagbare ‘access key’ wanneer deze ook in het lichaam zelf zou kunnen worden weggewerkt? De eerste experimenten met het implanteren van computerchips en RFID-tags zijn in de afgelopen jaren al gedaan, en zelfs op de consumentenmarkt verschenen. Zo biedt de Baja Beach Club in Rotterdam sinds 2004 de ‘Baja VIP chip’ aan, een glazen chip die bij bezoekers geïmplanteerd wordt, en waarmee de toegang tot de club, de consumpties en de garderobe betaald kunnen worden. Aan interesse geen gebrek: ondanks de niet geringe kosten (€ 1000,-) waren de 70 door Baja beschikbaar gemaakte chips al snel uitverkocht.

Men zou kunnen beweren dat het implanteren van dergelijke geminiaturiseerde technologie in het menselijk lichaam een zaak is van het individu – het betreft hier een kwestie aangaande de lichamelijke integriteit van individuele burgers, en daar heeft de overheid geen invloed op noch dient zij zich daarmee te bemoeien. Echter, wanneer dergelijke technologieën wijdverbreid en veelvuldig gebruikt raken (ieder bedrijf zijn eigen chip), dan kan men zich afvragen of de overheid een rol heeft in het begrenzen of wettelijk afkaderen van deze vorm van ‘technologisering’ van het menselijk lichaam, en zo ja, op welke manier dit dient te worden ingevuld. In Europa is dit thema tot op heden niet opgepakt als relevant vraagstuk voor de nabije toekomst.

Een andere, eveneens aan ‘embedding’ gelieerde kwestie, is dit: wanneer steeds meer technologie aan het oog onttrokken wordt, zowel in letterlijke zin door haar te verbergen in onze alledaagse leefomgevingen, maar ook in meer overdrachtelijke zin omdat de technologie voor ons ongemerkt haar werk doet, hoe zorgen we er dan voor dat burgers een gevoel van controle over de technologie behouden? Eén van de allereerste vragen die mensen vaak stellen wanneer ze over Ambient Intelligence horen is: waar zit de ‘uit’-knop? Hoe kan ik de technologie nog zelf beïnvloeden en bedienen, wanneer alles om mij heen ongemerkt en onzichtbaar voor mij geregeld wordt? En hoe weet ik nog wanneer de technologie mij registreert, en welke gegevens zij over mij bewaart? Op dit hele cluster van vragen zijn vele antwoorden mogelijk. Deels zullen die door de technologieontwikkelaars en producenten geformuleerd moeten worden, deels zal in de praktijk moeten blijken hoe gebruikers op de technologie reageren en welke zaken zij wel en niet accepteren. Maar het moge duidelijk zijn dat ook de overheid hier een belangrijke rol speelt. Zij dient zich bewust te zijn van de diepgravende manieren waarop Ambient Intelligence technologieën zullen gaan ingrijpen op de praktische, alledaagse leefomgevingen van burgers, en met de technologie-industrie moeten meedenken over de manier waarop een plaats krijgen in het leven van burgers. Het streven van de Ambient Intelligence visie om ook de publieke sfeer van technologische netwerken te voorzien, maakt deze kwestie natuurlijk alleen maar urgenter. Deze twee kwesties zijn slechts voorbeelden van een veel uitgebreider palet aan vragen die zich opdringen in relatie tot de impact van Ambient Intelligence – een impact waarop in de volle breedte geanticipeerd dient te worden door Europa.

In de afgelopen jaren heeft Europa laten zien dat het technologische ontwikkelingen niet alleen met interesse volgt, maar ook actief ondersteunt en actief begeleid in termen van beleidsontwikkeling. Dat is prijzenswaardig en van het grootste belang. Het is te hopen dat het deze betrokkenheid niet alleen vasthoudt, maar ook verder uitbouwt, opdat de verwezenlijking van de Ambient Intelligence visie voor Europa en haar burgers inderdaad zal bieden wat de Philips en de Unie ervan hopen.

Bibi van den Berg is in 2009 gepromoveerd op een proefschrift over Ambient Intelligence en identiteit, met de titel ‘The situated self: Identity in a world of Ambient Intelligence’.

Literatuur:

- E. Aarts, S. Marzano, S. The new everyday: Views on ambient intelligence, Rotterdam 2003.
- J.-C. Burgelman, Y. Punie, "Information, society and technology". In E.H.L. Aarts en J.L. Encarnação (red.), True visions. The emergence of ambient intelligence, Berlin/New York 2006,17-34.
- K. Ducatel, M. Bogdanowicz, F. Scapolo, J. Leijten, J.-C. Burgelman, ISTAG: Scenarios for Ambient Intelligence in 2010, Seville 2001.
- Y. Punie, "The future of Ambient Intelligence in Europe: The need for more everyday life", Communications & Strategies, Vol 5 (2005), 141-165.
- B. van den Berg, "Ik ga op reis en ik neem mee... Over de toekomst van het begrip ‘persoonlijke ruimte’". In: V. Frissen, J.de Mul (red.), De draagbare lichtheid van het bestaan. Het alledaagse gezicht van de informatiesamenleving, Kampen 2008, 45-63.

Gerelateerde artikelen