6 minuten

Andere wegen dan euthanasie

Lijden aan het leven raakt aan de vraag naar de zin van het leven. Dat is niet het terrein van de arts maar van predikanten of humanistisch raadslieden. Het probleem wordt wel degelijk onderkend maar er wordt voor andere wegen gekozen dan euthanasie.

Paulus Lips schreef een weloverwogen en door compassie gedreven pleidooi om levensbeëindigend handelen van artsen in het geval van existentieel lijden te legaliseren. Lips heeft het moment goed gekozen: de politieke partijen zijn hun standpunten aan het vormen ten behoeve van de kabinetsformatie 2007. Als je iets wilt veranderen, is dit het moment om je fundamenteel op de kwestie te bezinnen. Lips onderzoekt daartoe nauwgezet de argumenten die tot de huidige situatie hebben geleid. Dat is verstandig, want het laatste wat je moet doen als je een nieuw politiek compromis over euthanasie wilt sluiten is andersdenkenden stigmatiseren. Lips’ centrale argument luidt dat uitzichtloos en ondraaglijk lijden vele oorzaken heeft, dat artsen ook van de niet-medische oorzaken wel degelijk verstand hebben en dat de wetgever en de Hoge Raad daaraan geen recht doen.

Het menselijk leven kent inderdaad vele aspecten: lichamelijke, psychische, emotionele, sociale, religieuze, economische, juridische, morele, esthetische enzovoorts. Voor elk van deze aspecten is een academische discipline ontwikkeld, die zijn eigen deskundigen aflevert. Bij deze deskundigheden ligt het accent zeer zwaar op het eigen vak, andere aspecten komen meestal alleen als bijvakken aan de orde. Ook Lips’ opleiding tot huisarts betrof vooral biochemie en anatomie. De vele mogelijke oorzaken van lijden kwamen pas in zijn praktijkervaring aan het licht. De verschillende aspecten van het leven zijn in de werkelijkheid met elkaar verweven. Het argument van Lips dat er aan lijden meerdere oorzaken ten grondslag liggen, valt daarom te begrijpen, al is het te categorisch: veel lijden beweegt zich voldoende binnen één aspect om daar oplosbaar te kunnen zijn. Voor een deel heeft lijden echter ongetwijfeld meerdere oorzaken. Lips noemt als voorbeeld: een lichamelijke aandoening, een bepaalde persoonlijkheid, het al of niet beschikbaar zijn van sociale steun, het functioneren van thuiszorg etc.

Doet de Hoge Raad geen recht aan deze mogelijke multi-causaliteit van lijden? De Hoge Raad oordeelde in het geval Brongersma dat er sprake was van lijden, ook al had dat geen lichamelijke of psychische oorzaken. Dat betekent dat de Hoge Raad wel degelijk multi-causaliteit van lijden onderkent. De kwestie is vooral dat zij artsen niet voldoende deskundig acht (wat niet hetzelfde is als ondeskundig) om op basis van hun diagnose van de niet-medische oorzaken tot de onomkeerbare beslissing van levensbeëindiging over te mogen gaan. Lips stelt daartegenover dat artsen voldoende kennis opdoen via praktijkervaring om zo’n beslissing wel te kunnen nemen. Is dat zo?

De zin van het leven

Existentieel lijden, zegt Lips, heeft te maken met Mieke Telkamps begrafenishit “Waarheen, waarvoor?”. Het heeft dus te maken met de zin van het leven. Dat is een vraag naar levensbeschouwing. Een levensbeschouwing integreert de verschillende aspecten van het leven tot een geheel. Daarin vind je een opvatting van goed leven die ook lijden een plaats geeft. Veel mensen lijken daar niet aan te ‘doen’, maar je staat er versteld van hoeveel levensbeschouwing veel mensen ook na de secularisatie en de individualisering zelf ontwikkeld en onderhouden hebben. Er zijn veel kleine verhalen. Ziekenhuispastors kunnen daarover meepraten. Het is bekend dat de euthanasievraag drastisch afneemt als mensen in goede verzorgings- en verpleeghuizen met een inspirerende identiteit (welke dan ook) worden opgenomen. Ik ben er ook niet zo zeker van dat het altijd goed is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen, zoals het huidige beleid luidt. Veel mensen kwakkelen weg en kunnen het leven niet meer zo goed aan, ook al krijgen ze nog geen indicatie voor opname.

Het verzoek aan de huisarts ligt dan voor de hand. Kan een arts op basis van zijn in de praktijk verworven deskundigheid een diagnose van de zin van het leven van de cliënt stellen die tot levensbeëindiging mag leiden? Me dunkt dat hij bescheidener moet zijn. Er zijn om te beginnen andere deskundigen opgeleid voor existentievragen, zoals geestelijken en humanistisch raadslieden. Met name het counselen van de levensbeschouwelijke kant van het leven van de cliënt, dat tot hun beroepsvaardigheden behoort, ontbreekt bij artsen. Ik vind het niet vreemd dat de wetgever zo’n zware beslissing niet neerlegt bij een arts, die – hoe wijs ook – toch een ander beroep uitoefent.

Fiat

Tegelijk heeft de wetgever de beslissing tot euthanasie aan artsen voorbehouden. Leidt deze pad-afhankelijkheid ertoe dat de wetgever en de Hoge Raad geen recht doen aan existentieel lijden? Is ziekte daardoor ten onrechte het substituut-criterium geworden voor uitzichtloos lijden? Zou het recht op euthanasieverlening niet ook moeten worden toegekend aan andere deskundigen, zoals predikanten en humanistische raadslieden, dan wel zou de arts vrijuit moeten gaan als deze deskundigen hun fiat hebben gegeven? Dat zou dan het geval moeten worden als zij zulk ondraaglijk en uitzichtloos lijden van niet-medische aard constateren dat levensbeëindigend handelen door derden aanvaardbaar wordt. Ik ben bereid die conclusie te trekken.

Maar dan moeten we ook consequent zijn in de hantering van het criterium. Wat de door Lips geciteerde filosofen ook mogen beweren, een consequentialistische afweging door de cliënt zelf is daarvoor niet genoeg. Ook Lips vindt dat er aanvullende rechtvaardiging nodig is. Zijn eigen voorbeelden zouden dus moeten uitwijzen dat existentieel lijden tot euthanasie noopt. Zij overtuigen me echter niet. Is het juist om de zin van een leven geheel afhankelijk te stellen van het hebben van kinderen? Me dunkt dat dit een belediging van ongewild kinderlozen zou zijn. Verliest het leven zijn zin bij verlies van je kinderen? Hoe bijna onnavoelbaar ingrijpend de gebeurtenis ook is, dat valt in het algemeen niet vol te houden. Is verlies van je familie en vrienden voldoende reden voor euthanasie? Of moet ook meewegen wat je zelf voor anderen kunt betekenen?

Levensmoe

Is slechtziendheid, als lezen je hobby was, een reden om van dusdanig existentieel lijden te spreken, dat levensbeëindiging gerechtvaardigd is? Of neem je een abonnement op de blindenbibliotheek (vergeef me de trivialiteit, maar zij wordt opgeroepen door het voorbeeld dat Lips aandraagt)? Is mishandeling door je man een reden voor euthanasie? De vraag stellen is haar beantwoorden. Zijn deze oorzaken dan afzonderlijk misschien niet voldoende, maar in combinatie wel? Of ligt het voor de hand de oorzaken afzonderlijk aan te pakken en daarmee de combinatie te reduceren tot een draagbaar lot? Het laatste lijkt me het geval. Ik word door deze voorbeelden van existentieel lijden dus niet overtuigd dat er een situatie aan de orde is die vergeleken kan worden met de overmachtsituatie waar een arts voor gesteld wordt in het geval van de medische indicatie voor euthanasie. Gaat het echt om uitzichtloos en ondraaglijk lijden dat euthanasie onvermijdelijk maakt? Of om levensmoeheid? Ik denk het laatste, maar levensmoeheid lijkt mij van een andere orde dan lijden volgens de criteria van de euthanasiewetgeving.

Doen de Hoge Raad en de wetgever geen recht aan existentieel lijden? Rechtvaardigt de situatie dat Lips in zijn slotzin zegt dat ‘we niet moeten voorwenden dat het probleem niet bestaat en het terzijde schuiven’? Ik ben het in beide gevallen niet met hem eens. Het probleem wordt wel degelijk onderkend. Er wordt alleen een ander gewicht aan toegekend en er worden andere wegen dan euthanasie gekozen om ermee om te gaan.

Gerelateerde artikelen