3 minuten

Beleid baant de paden, de politiek volgt

De Bomen en het Bos

Ineens mogen overheden weer schulden maken. Dat is allerminst vanzelfsprekend: tijdens de vorige financiële crisis haalde Nederland nog flink de broekriem aan. Economisch rechtse partijen zoals VVD en CDA riepen dat het beperken van het begrotingstekort overheidsprioriteit één, twee en drie moest zijn. Diezelfde partijen verdedigen nu een fors tekort op de begroting en zelfs een investeringsfonds waarmee de Nederlandse overheid met geleend geld de door corona getroffen economie wil stimuleren.  

Hoewel het lijkt alsof de bal naar links toe is gerold, is dat maar ten dele waar: Lodewijk Asscher bezuinigde mee in het kabinet Rutte II, GroenLinks gaf bij het Lenteakkoord van 2011 haar zegen aan flinke bezuinigingen. En zelfs de SP beweerde in 2006 nog dat ze haar wensen in het programma Een beter Nederland voor hetzelfde geld kon realiseren zonder grote schulden te maken. Van links tot rechts zijn de politieke partijen economisch gezien dus opgeschoven.  

Hoe komt zo’n omslag tot stand? Politicoloog Merijn Oudenampsen onderzoekt in een recent artikel de vorige grote economische paradigmawisseling: de opkomst van het neoliberalisme. In Nederland had de overheid jarenlang, met instemming van links, rechts en het midden, steeds meer taken op zich genomen. Begin jaren tachtig veranderde de politieke consensus hierover plots en sindsdien was het verminderen van de overheidsuitgaven veertig jaar lang een van de belangrijkste doelstellingen.

Het idee dat grote schulden zouden leiden tot lagere economische groei bleek gebaseerd op een basale rekenfout

Oudenampsen laat zien dat deze verandering in Nederland niet door politici is ingezet, maar door de economische wetenschap en ambtenaren op ministeries als Financiën en Economische Zaken, De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. Halverwege de jaren zeventig, onder het linkse kabinet-Den Uyl, kreeg een nieuwe generatie de leiding bij deze ambtelijke en adviesorganen. Zij waren kritisch over het Keynesiaanse perspectief dat de overheid centraal stelde, en zagen meer in de zogeheten supply-side economics en een terugtredende overheid.

Het Keynesiaanse rekenmodel waarop het CPB haar voorspellingen over de economie baseerde, werd ingeruild voor een nieuw model dat sterk leunde op deze nieuwe ideeën. Hieruit volgde dat bezuinigingen – gepresenteerd als ‘realistisch’, ‘pragmatisch’ en ‘no-nonsense’ - gezien werden als dé oplossing voor de economische problemen  

Ook nu staan ambtenaren, rekenmodellen en adviescolleges aan de basis van de politieke paradigmawisseling. Het idee dat grote schulden zouden leiden tot lagere economische groei bleek gebaseerd op een basale rekenfout. De afgelopen jaren verminderde de weerstand van adviesorganen zoals het CPB  tegen overheidsschulden al enigszins. Toen de coronacrisis de overheid vervolgens dwong tot forse hulppakketten, was het taboe over overheidsschulden al geslecht. Het werd ineens realistisch, pragmatisch en no-nonsense om meer uit te geven dan er binnenkwam. Ook nu geldt: de beleidsadviseurs baanden de paden, de politiek volgt.

Literatuur

  • Oudenampsen, M. (2020). Between conflict and consensus: The Dutch depoliticized paradigm shift of the 1980s. Comparative European Politics.
     

Dit artikel staat in het winternummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen