11 minuten

Biodiversiteit

Wat provincies kunnen doen voor meer natuur

Met steeds meer alarmerende onderzoeken over de afname van het aantal insecten en natuurgebieden, oftewel de biodiversiteit, wordt de roep om ingrijpen en herstel groter. De nieuw gekozen Provinciale Staten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. De kunst wordt om andere (politieke) partijen bewust te maken van de omvang van het verlies van biodiversiteit. Dat zeggen GroenLinks-Kamerlid Laura Bromet en Statenleden Hagar Roijackers en Harrie Miedema tijdens een gesprek over de rol van provincies bij biodiversiteitsherstel. Ook geven ze aan dat het niet gemakkelijk zal zijn om iedereen te overtuigen van de juiste oplossing: een ander landbouwsysteem extra geld voor meer natuur.

Nu de Statenverkiezingen achter de rug zijn, wordt in alle provincies onderhandeld over nieuwe bestuursakkoorden. Doel van het gesprek tussen de drie GroenLinks- politici is het opstellen van een ‘biodiversiteitparagraaf’ die als voorbeeld kan dienen voor de onderhandelaars.
Ondanks de duidelijke verschillen tussen de provincies zijn Laura Bromet (Kamerlid GroenLinks en oud-wethouder gemeente Waterland), Harrie Miedema (Statenlid Groningen) en Hagar Roijackers (Statenlid Noord-Brabant) het over één ding roerend eens: de landbouw moet op de schop, en snel.

In 2017 bleek uit grootschalig onderzoek dat in Duitse natuurgebieden ruim 75 procent minder insecten rondvliegen dan 27 jaar geleden. Hoe heeft dit onderzoek het maatschappelijke en politieke debat over biodiversiteit beïnvloed? Bromet: “Is dat nieuws al een jaar oud? Het valt me op dat bijna wekelijks onderzoeken verschijnen waaruit blijkt dat de biodiversiteit ontzettend achteruitgaat. In Den Haag wachten we nog steeds op het toegezegde plenaire debat over insectensterfte, en in de tussentijd wordt er niet echt over gesproken.”
Miedema: “Ik denk niet dat dat Duitse onderzoek directe invloed heeft gehad, maar het voegt wel informatie toe aan discussies die al langer lopen, zoals over het afnemend aantal weidevogels en de problemen in het agrarisch gebied.”Roijackers: “Als ik terugdenk aan een jaar geleden vind ik dat deze studie toch wel veel heeft losgemaakt. Het was zelfs voorpaginanieuws in The Guardian. Dat is uitzonderlijk voor een natuuronderwerp. Rond die tijd gebeurde hetzelfde met het onderwerp landschapspijn, nu grote delen van het platteland doods en monotoon geworden zijn. Er was toen ineens ‘momentum’ om de groene onderwerpen politiek geagendeerd te krijgen, ook bij ons in de Staten. Jammer genoeg heeft het niet geleid tot een beleidswijziging in het voordeel van de biodiversiteit. Nóg niet.”
Bromet: “In discussies met boeren en anderen merk ik dat de achteruitgang van de biodiversiteit en de problemen die deze met zich meebrengt, zeker niet tot in de haarvaten van de samenleving zijn doorgedrongen. Ook niet bij degenen die het eigenlijk zouden moeten helpen herstellen. Dat is natuurlijk wel een levensgroot probleem.”
Roijackers: “Ons referentiekader is inderdaad niet hét referentiekader dat iedereen deelt. We moeten zoeken naar gedeelde belangen, anders lukt het niet.”
Bromet: “Ja, en het allergrootste probleem is dat je het leeuwendeel van alle organismen, genetische variaties en ecosystemen die samen de biodiversiteit van een gebied bepalen, niet kunt zien. Biodiversiteit is iets abstracts.”

Welke oorzaken zien jullie voor de achteruitgang van de biodiversiteit, en wat moet prioriteit hebben bij de aanpak?
romet: “Twee belangrijke oorzaken zijn de uitbreiding van het stedelijk gebied, dus vooral woning- en wegenbouw, en de intensivering van de landbouw.”
Miedema: “In het agrarisch gebied gaat de biodiversiteit inderdaad het snelst achteruit.”
Roijackers: “De natuur verandert mee met onze menselijke keuzes. Als wij kiezen voor grote strakke kavels, het weghalen van landschapselementen, voor Vinex-wijken en het doorsnijden van landschappen, dan werken wij de diversiteit tegen en maken wij onze omgeving steeds eenvormiger. Het landschap raakt op die manier haar robuustheid kwijt: hoe minder variatie in gewassen en soorten, hoe kwetsbaarder deze zijn voor ziektes. Ik kan mij voorstellen dat dit gedeelde inzicht in gesprek met agrariërs kan helpen.”
Bromet: “Ik zou nog wel iets willen toevoegen over de verhouding tussen landbouw en natuur. De natuur zoals wij die in Nederland kennen, is voor een groot gedeelte echt landbouwnatuur. De ‘oernatuur’ heeft in het verleden plaats moeten maken voor akkers en weiden en daar heeft zich een nieuwe agrarische natuur ontwikkeld. Dus welk referentiekader neem je? Ik gebruik in discussies ook wel eens het voorbeeld van het gebied waar ik vandaan kom, Waterland ten noorden van Amsterdam. De dorpjes Zuiderwoude en Katwoude waren ooit moerasbossen. De ontginning van deze veenwildernis voor de landbouw, dat was de ecologische ramp van de middeleeuwen. We hebben er de veenweiden met sloten en weidevogels aan overgehouden, een cultuurlandschap dat door velen gewaardeerd wordt als typisch Nederlandse natuur. Dus waar willen we naar terug?”
Miedema: “Het aantal insecten is alleen al sinds 1990 met 60 procent verminderd. Je hoeft dus helemaal niet zo ver terug te kijken, dat is ook veel te ingewikkeld. Die achteruitgang komt door de voortgaande intensivering en schaalvergroting van de landbouw. Op een gegeven moment is er voor natuur gewoon geen ruimte meer in dat agrarische gebied. ”

Gaat het om de intensivering van het grondgebruik, van het ruimtegebruik, van gewasbeschermingsmiddelen of van (kunst)mest?
Miedema: “Alles. Er is een systeemverandering nodig in de landbouw. De landbouw kampt met zowel een economische crisis - veel boeren kunnen hun hoofd nét boven water houden - als een ecologische crisis.”
Bromet: “Je hebt gelijk. Ik denk dat het wel goed is om de landbouwvisie van minister Schouten even aan te roeren. De belangrijkste zin stelt dat de huidige landbouw niet houdbaar is. Dat gaat dus over een systeemverandering. De vraag is, in welk tempo gaan we die voor elkaar krijgen?”
Roijackers: “Ik ben wat kritischer op Schouten. Ik heb wel waardering voor haar empathie voor de boeren en ook de door Laura genoemde belangrijke zin in haar visie, maar ik vind dat dat Schouten, die ook onze minister van Natuur is, nog weinig doet om concreet te worden.”
Bromet: “Ze heeft aangekondigd dat ze in het voorjaar met concrete maatregelen komt.”
Roijackers: “Eerst zien dan geloven, is de houding bij ons in het zuiden des lands. Wij zoeken de boeren op, omdat wij ons niet alleen verantwoordelijk voelen voor de problemen maar ook voor de oplossing. Je hoort vaak dat boeren aan milieuregels kapotgaan, maar het door ‘rechts’ gestimuleerde exportgerichte landbouwsysteem is de aanjager van opschaling en industrialisering. Daar moet je oog en oor voor hebben.”
Miedema: “Je kunt inderdaad zeggen dat het huidige systeem, met dank aan CDA en VVD, tot al die problemen heeft geleid.”
Roijackers: “Agrarische adviseurs, voerleveranciers, de supermarkten: allemaal richten zij zich op optimalisatie en efficiency”.
Bromet: “Ja, en de rol van banken is natuurlijk ook heel kwalijk. Banken hebben jarenlang de intensivering van de veehouderij aangemoedigd, door maar al te graag financiering te verlenen aan het vergroten van de stallen en het aantal dieren.”
Miedema: “Ik loop al wat langer mee en ik zie dat er op dit moment wel kansen zijn voor een transitie, terwijl die er tien of twintig jaar geleden nauwelijks waren. Toen waren de effecten van onze landbouw op de natuur voor de meesten niet duidelijk zichtbaar. Wat mij betreft zetten we in Groningen volop in op natuurinclusieve landbouw. Dat is prioriteit nummer één. Dit betekent dat er door de provincie alleen nog maar geld wordt besteed aan biologische en natuurinclusieve landbouw. Vanuit de provincie kun je misschien niet zo heel veel doen, maar wát je doet kun je wel in de goede richting sturen. Het landelijk en Europees beleid moet dan natuurlijk dezelfde doelstellingen hebben, want Europa heeft ongelooflijk veel invloed op de landbouw.”

Door de wet Natuurbescherming, die als doel heeft Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten te beschermen, zijn heel veel taken vanuit Den Haag overgedragen aan de provinci­es. Hoe bevalt dit in de praktijk?
Roijackers: “Tot ons grote verdriet is het natuurbeleid in Noord-Brabant beleidsarm gedecentraliseerd. De provincie heeft haar nieuwe bevoegdheden dus niet benut om de natuur beter te beschermen. Wij hebben onze stinkende best gedaan om juist méér beleidsregels onderdeel te laten zijn van het Brabantse natuurbeleid. Je krijgt onder Statenleden van andere partijen heel moeilijk draagvlak voor ecologische initiatieven. Soms lukt het ons via de ecologiegedeputeerde een en ander voor elkaar te krijgen, bijvoorbeeld een maatregel ter bescherming van de bijen of de marters. Maar dat gaat nooit zo ver als een compleet provinciaal Deltaplan Biodiversiteitsherstel.”
Miedema: “Dit herken ik. Bij ons in de Staten is bovendien de ‘groene’ kennis verminderd. Er zijn minder Statenleden met verstand van natuur en biodiversiteit. Dat is echt een probleem. Daarnaast moet ik wel zeggen dat die wet Natuurbescherming niet zo heel veel mogelijkheden biedt. We krijgen ook nog minder geld van het Rijk, dus als je iets voor elkaar wilt krijgen, moet je dat als provincie zelf betalen.”

Hebben Statenleden voldoende bevoegdheden om de biodiversiteit in de provincies te helpen verbeteren?
Bromet: “Er wordt geen beleid meer gemaakt vanuit Den Haag op het gebied van natuur, dat is nu echt aan de provincies. Wij hebben alleen ‘systeemverantwoordelijkheid’, met andere woorden: de regering moet erop toezien dat  Nederland als geheel nog aan de internationale normen voor biodiversiteit voldoet. De verantwoordelijkheid voor beleidsmaatregelen ligt bij de provincies. Die moeten dus ook creatief zijn in hun bestedingen en het beleid dat ze maken.”
Roijackers: “Brabant heeft een fonds opgericht dat zich richt op het vergroten, verbinden en verbeteren van de natuur. Na de verkoop van haar aandelen in energiebedrijf Essent heeft de provincie een behoorlijk deel van dit geld ondergebracht in fondsen. Het grootste fonds – het Groen Ontwikkelfonds- is op afstand van de Staten gezet. Dat is een goede stap gebleken, want zo werd niet elke investering in natuur in de Statenzaal bediscussieerd.”
Bromet: “We hebben een ecologische hoofdstructuur, Natuurnetwerk Nederland, die was bedacht op Rijksniveau en verspreid over het land is uitgerold. Die is nog niet af. Er wordt nog gewerkt aan de uitvoering, maar wat is de volgende stap? Wat mij betreft gaan we het landelijk natuurnetwerk nog verder vergroten.”
Miedema: “Dan ga ik even terug naar 2011, toen CDA-staatssecretaris Bleker gewoon natuurbudget schrapte en besloot dat het geplande Natuurnetwerk Nederland kleiner moest worden. In Groningen is er een derde afgegaan.”

De vraag is dan of er wel voldoende middelen zijn om de biodiversiteit te herstellen.
Miedema: “Dan is eerst de vraag over wat voor soort middelen je het hebt. Voor het Natuurnetwerk en het agrarisch natuurbeheer zijn financiële middelen nodig. Maar de transitie in de landbouw is niet alleen een kwestie van geld.”
Bromet: “Maar zo’n transitie kost hoe dan ook geld. Dan zeg je dus eigenlijk  dat de boeren voor een deel zelf de transitie moeten betalen.”
Miedema: “Wat mij betreft ook de consumenten, maar de transitie van de landbouw kan ook heel goed met beleid gerealiseerd worden. Voor de realisatie van natuurgebieden is er wel veel extra geld nodig.”
Roijackers: “Als wij echt naar uitkoop en economische compensatie van agrarische ondernemers streven en vervolgens moeten werken aan natuurherstel, dan hebben we daar lang niet genoeg geld voor. Dat besef is bijvoorbeeld ook tot de Brabantse VVD doorgedrongen. Je ziet ook dat in Brabant voor het eerst grond onteigend wordt ten behoeve van natuurontwikkeling. Dat gebeurt nu op een paar plekken voor heel veel geld. Als je dat op alle locaties gaat doen waar het ecologisch nodig is, dan zouden wij daar - als ik een hele wilde gok doe – pakweg tien keer zoveel geld voor nodig hebben.”
Miedema: “Ja, maar dat kan niet alleen vanuit de overheid komen. Je moet nieuwe verdienmodellen organiseren, waardoor boeren andere producten gaan maken waarvoor de consument bereid is meer geld te betalen. Kwalitatief hoogstaande producten en producten die duidelijk zijn gemaakt in balans met de natuur.”

Hoe krijgt GroenLinks andere partijen mee in dit verhaal?
Miedema: “In Groningen wordt natuurinclusieve landbouw inmiddels door de hele Staten omarmd. Als je de discussie beperkt tot de noodzaak van herstel van de biodiversiteit dan is het lastiger om andere politieke partijen te overtuigen. Het raakt ze dan niet echt.”
Roijackers: “Als je echt iets wilt bereiken, moet je in staat zijn alle registers open te trekken. De VVD is een buitengewoon pragmatische partij, die erg gefocust is op wat we juridisch moeten van Brussel. De PVV is natuurlijk tegen alle Europese regels waar boeren over klagen, maar is wel ontvankelijk voor argumenten op het gebied van natuur en dierenwelzijn. Met het CDA kunnen we op het gebied van groen momenteel slecht zakendoen.”
Bromet: “Het helpt wel om je eigen verhaal te blijven herhalen. Ik heb acht jaar in de gemeenteraad gezeten en ben het eigenlijk altijd met het CDA oneens geweest. Ik heb altijd het landschap centraal gezet en fel geageerd tegen bedrijventerreinen en woonwijken, en na acht jaar merkte ik dat de hele gemeenteraad ontvankelijk werd voor de ‘groene’ boodschap van GroenLinks. Op een gegeven moment landt het wel. Dat is het moment dat je ook afspraken kan maken met bijvoorbeeld het CDA, met wie ik daarna vier jaar hartstikke fijn heb bestuurd. Toen ik wegging en er een nieuwe coalitie kwam, waren GroenLinks en het CDA de partijen die de coalitieonderhandelingen begonnen. We vonden het allebei belangrijk dat de boeren niet massaal de dupe worden van de landbouwtransitie. Daarin vonden we elkaar.

Voorbeeldparagraaf:
Biodiversiteitsagenda voor de provinciale coalitieakkoorden

Download de voorbeeldparagraaf

Deltaplan Biodiversiteitsherstel

Het in december vorig jaar gepresenteerde Deltaplan Biodiversiteitsherstel is een initiatief van natuur- en boerenorganisaties, ketenpartijen, wetenschappers en financiers. Zij hebben samen gewerkt aan een grootschalig plan om de natuur die de afgelopen decennia verloren is gegaan, te herstellen. Minister Schouten heeft aangegeven dat ze de uitwerking van haar landbouwvisie wil laten aansluiten bij dit deltaplan. Het plan is te lezen op
www.samenvoorbiodiversiteit.nl
 

Dit artikel staat in het lentenummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen