9 minuten

Bruto Nationaal Geluk

Zelfstandig naar een ontspannen samenleving

Alles tegelijk moeten: de vloek van menig werkende ouder. Is het zelfstandige bestaan de sleutel naar een ontspannen samenleving?

Met ambitie rende ik in 2005 tegen een betonnen muur. Niet meer in staat de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden, vergat ik mijn kind op het schoolplein en bleek zo overspannen als een deur. Musturbation, constateerde de arbo-arts grappend. Ik had net als veel andere ambitieuze jonge ouders van deze tijd last van overmatig moeten. Ik moést alles en van niemand anders dan mijzelf. Eerst moest ik maar eens leren me te ontspannen. “Ga maar eens twee maanden met je blote voeten in de zandbak naar je kinderen zitten kijken.” Zogezegd om te ont-moeten.

Daar, overspannen in de zandbak met een kleuter en een pasgeboren baby, begon mijn zoektocht. Welke steek had ik laten vallen? Had ik minder moeten werken, zodat ik mij meer op mijn kinderen had kunnen richten? Of had ik juist méér moeten werken, zodat ik genoeg geld zou verdienen om mijn kinderen en het huishouden volledig uit te besteden? En was ik de enige die de combinatie niet vol had weten te houden? Vanuit de zandbak observeerde ik andere ouders. Ik luisterde naar de gesprekken en kwam gaandeweg tot de conclusie dat zij allemaal tegen min of meer dezelfde hindernissen aanliepen als ik.

Even was ik opgelucht: het lag dus niet alleen aan mij. Maar de opluchting was van korte duur, want toen kwamen de vragen. Heel veel vragen. Waarom stond de verhouding tussen werk en kinderen voor de meeste ouders zo onder spanning? Dat was toch niet altijd zo geweest? Waren de verhoudingen met de tijd scheef gegroeid?       

Vertrouwen

Ik dacht aan de tijd van mijn grootouders, waarin de rollen en verantwoordelijkheden overzichtelijk verdeeld waren. Niet dat die tijd een zegen was; ook zij waren ongelukkig met hun strikte rolverdeling. Maar duidelijk was het wél. Oma zorgde voor het huishouden en de kinderen, en opa voor de kost. Op dat moment realiseerde ik me dat ik de ambities van mijn oma en mijn opa had proberen te combineren. Ik wilde het allebei. Niet omdat ik verwend was maar uit angst. De angst om een huisvrouw te worden, achterop te raken, kansen te missen, vrijheid te laten schieten. Dit was dus de prijs van de vrijheid die de generatie van mijn ouders had bevochten: kiezen is verliezen, maar niet kiezen is onmogelijk. Zoals mijn oma voor de kinderen en het huishouden had gezorgd terwijl opa de kost verdiende, zo moest ik van mijzelf al die dingen tegelijk. Thuis wilde ik niet onderdoen voor mijn oma, op het werk wilde ik niet onderdoen voor mijn opa. Ik had geprobeerd twee levens in de tijd van één te leiden. En daar had ik gefaald.

Eenmaal uit de zandbak begon ik het heel vreemd te vinden dat vrijwel niemand protesteert tegen de groeiende takenpakketten, de dwingende eisen van het moderne bestaan. Waarom geven mannen en vrouwen niet aan dat zij niet in beiden grootouders tegelijk kunnen veranderen? Niet fulltime althans. Waarom zouden vrouwen niet ambitieus zijn als ze het beste van beide willen combineren, en waarom zouden mannen wel ambitieus zijn als zij dat níet willen? Is volledige deelname van mannen en vrouwen aan de arbeidsmarkt dan het einddoel van de emancipatie? En de kinderen dan? Ik besloot niet langer in stilte toe te kijken, ik ging protesteren!

In november 2008 resulteerde deze zoektocht in het boek Fuck! ik ben een feminist, waarin ik oproep om tot een nieuwe vorm van emancipatie te komen: niet tégen maar mét mannen. Tijd dus voor het femanisme, zoals ik het noemde.

In mijn nieuwe boek Carrièrebitches en Papadagen ben ik op zoek gegaan naar meer praktische oplossingen. Nu het egostrelende stofje, dat door de media-aandacht naar mijn kop was gestegen, langzaam weer naar de bodem van mijn bewustzijn is gedwarreld, merk ik dat ik geen stap verder ben gekomen in de discussies die mijn eerste boek heeft opgeleverd. Een discussie die vooral stilstaat bij de vraag of vrouwen wel naar de top willen en mannen wel echt meer voor de kinderen willen zorgen. Wat doet het ertoe of vrouwen wel naar de top willen en of mannen echt meer zorgtaken op zich willen nemen? Het gaat er toch om dat zij die dat wíllen dat ook kúnnen? Emancipatie staat toch voor de keuzevrijheid om van de norm af te kunnen wijken? Wordt deze discussie niet ingezet als bliksemafleider zodat alles ondertussen gewoon bij het oude blijft? Om daar niet langer aan mee te werken ga ik op zoek naar manieren om werkelijk bij te dragen aan emancipatie in de praktijk. Hoe kunnen mannen en vrouwen ál hun talenten benutten zonder dat kinderen in moderne hinderen veranderen?

Toen ik aan de zoektocht begon hoe het bruto nationaal geluk te verhogen, dacht ik dat dit ten koste zou gaan van het verhogen van de arbeidsparticipatie en het verbeteren van de internationale concurrentiepositie. Maar, zo ontdekte ik, als je de juiste vernieuwing doorvoert en elkaar wat meer ruimte en vertrouwen geeft, dan versterkt dat elkaar juist. Natuurlijk is het geven en nemen. Maar, zo weet zelfs een kind, verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkel je alleen door mensen ook verantwoordelijkheden te geven. Niet door ze te wantrouwen en als achterlijke zolen weg te zetten. Door mensen meer flexibiliteit te bieden en ze te behandelen als professionals, zowel de schoonmakers als de consultants, neemt de loyaliteit, de productiviteit, de vindingrijkheid en het werkplezier toe, terwijl het ziekteverzuim en de stress aan de randen van de dag afneemt.

Kennelijk ben ik niet de enige die tot deze conclusie kwam. Elf jaar geleden stelde het ministerie van Sociale Zaken de Commissie Dagindeling in. Die moest bevorderen dat we los kwamen van het idee dat er alleen tussen negen en vijf gewerkt kan worden. Ook wilden ze duidelijk maken dat er naast het kostwinnersmodel nog wel andere, meer flexibele mogelijkheden zijn om je leven in te richten. Maar, zo concludeert het Sociaal Cultureel Planbureau anno november 2010, mensen krijgen nog veel te weinig zeggenschap over hun werktijden. Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zei daarop dit serieus wel te nemen en kondigde aan alle regels over arbeidstijden en werkomstandigheden door te lichten en belemmeringen voor flexibel werken weg te willen nemen. Daarop riep regeringspartij CDA de sociale partners op afspraken te maken over flexibele werktijden en al zijn ze er mee bezig, het gaat mij lang niet snel genoeg.

Land vol gekken

Is er al die jaren dan niets essentieels veranderd? Zeker wel: de Nederlandse arbeidsmarkt. Die verandering wijs ik alleen niet toe aan het ‘polderbeleid’ maar aan de keuze van individuele mensen om gewoon anders te gaan werken en leven. Ondernemende individuen zijn die persoonlijke voorkeuren over werk en vrije tijd steeds vaker zelf gaan invullen en als individuele ondernemer aan de slag gegaan. Ze zijn gaan werken los van nauw omschreven functieprofielen en van toezicht en controle. En steeds meer mensen gaan hiertoe over. Niet omdat zij te onaangepast zijn om hun draai binnen een bedrijf te vinden, zoals een medewerken van de Algemene Werkgevers Vereniging Nederland ooit gekscherend tegen mij zei, maar omdat ze goed zijn in hun vak. Omdat deze werkenden hun werk met passie willen verrichten op de plek en in de tijd die daar het meest geschikt voor is. En omdat veel werkgevers te onaangepast zijn om daar op in te spelen. De realiteit is dat inmiddels een op de twaalf werkenden in Nederland op die manier werkt. De early adaptors en de zzp’ers zijn er al succesvol mee. En de groep ‘onaangepasten’ groeit zo snel dat we wel een land vol gekken lijken. Het wordt dan ook de hoogste tijd dat het bedrijfsleven, de overheid en verenigingen beseffen dat zij de onaangepasten zijn omdat deze manier van werken de toekomst heeft.

Al is het initiatief van de minister heus bemoedigend, met het invoeren van flexibele werktijden en de uitzend-CAO zijn we er niet. Het is tijd dat het overheidsbeleid inspeelt op de dynamiek die er al op de arbeidsmarkt is en dat de valkuilen van oude verhoudingen en patstellingen worden vermeden. Nu is het overheidsbeleid nog te versnipperd en zijn de arbeidsverhoudingen en sociale zekerheid niet meer in overeenstemming met de praktijk.

Maar ook bedrijven moeten komen tot de juiste balans tussen de doelstellingen van de organisatie aan de ene kant en de menselijke maat, de inrichting van het werk en de technische voorzieningen aan de andere kant. Mensen zijn geen machines, geen auto’s, geen dingen die steunkousen als op een lopende band aangemeten willen krijgen. Het gaat erom dat mensen weer centraal komen te staan en dat zaken als de locatie, ICT-ondersteuning en het management daaraan bijdragen. Dat vraagt om medewerkers die hun eigen verantwoordelijkheid nemen en om werkgevers en beleid die dat ondersteunen.

Binnen nu en vijf jaar stroomt een grote groep werknemers uit. Willen we de verzorgingsstaat zoveel mogelijk in stand houden en kunnen investeren in de volgende generatie, dan zullen we de productiviteit op z’n minst gelijk moeten houden met minder mensen. Over één ding zijn namelijk alle deskundigen het eens: de arbeidsmarktkrapte van 2008 keert in korte tijd in alle hevigheid terug. Eén op de vijf werknemers stroomt tussen 2010 en 2015 uit. De beperkte flexibiliteit die Nederlandse werkgevers nu doorgaans bieden ten aanzien van werktijden en thuiswerken, staat de verhoging van de arbeidsparticipatie en de doorstroom van vrouwen, ouderen, zorgvaders en allochtonen echter nog te vaak in de weg. Daarom is het van doorslaggevend belang dat bedrijven en overheid inspelen op deze behoefte. Doen zij dat niet dan zullen zij deze werknemers verliezen en daarmee de concurrentiepositie.

Een steeds groter deel van ons nationale inkomen is toe te schrijven aan de kenniseconomie. Het structureel en substantieel verbeteren van de productiviteit van de kenniswerker is de ultieme uitdaging van de eenentwintigste eeuw. Maar het kenniswerk van vandaag wordt meestal ingericht en bestuurd volgens oude, industriële principes en denkbeelden. Daarmee is een doorbraak in productiviteitsverbetering nauwelijks mogelijk.

Willen we onze samenleving financieel gezond houden en ons een serieuze plek op die wereldmarkt verwerven met behoud van ons Bruto Nationaal Geluk, dan is het van groot belang dat we loskomen van de starre ouderwetse (arbeids-)verhoudingen. Dan moeten we echt aan het werk om de bureaucratische moeraslagen, de ‘regels om de regels’ en de ‘controle om de controle’ terug te brengen tot een minimum en de mensen weer de ruimte te geven om dat te doen waar ze goed in zijn. Dan moeten we investeren in onze jongeren en hen niet weg zetten als kostenpost maar als het meest kostbare bezit dat we hebben. Investeer in kinderopvang in onderwijs. Voorkomen dat kinderen in moderne hinderen veranderen, zorg er juist voor dat zij met zorg en aandacht opgeleid en opgevoed worden.

Geef mensen de ruimte en het vertrouwen om allemaal op hun best te kunnen zijn, zowel thuis in het onderwijs als op de werkvloer. Want daar zijn zowel werkgevers, carrièrebitches, deeltijdfeministen, watjes met papadagen, verwende prinsesjes en hun eventuele kinderen bij gebaat.

Roos Wouters, Carrièrebitches en Papadagen; hoogste tijd voor Het Nieuwe Werken, Uitgeverij Nieuw Amsterdam. 

Meer info op www.HetNieuweWerkenWerkt.nl.

Gerelateerde artikelen