3 minuten

Column: Allemaal Amsterdammers

Dat het zou uitdraaien op een lofzang op Amsterdam hadden we niet kunnen voorspellen toen we in licht beschonken toestand zaten na te tafelen en bedachten dat iedereen een bevrijdingsverhaal moest vertellen.

Onze Zuid-Afrikaanse vriendin vertelde over haar eerste buitenlandse reis. Samen met een schoolvriendin had ze de trein naar Mozambique genomen om aan een leven zonder apartheid te ruiken. Het weekje in de Portugese kolonie had haar destijds goed gedaan, maar voor haar was de echte vrijheid pas gekomen toen ze zich in Amsterdam had gevestigd en onderdeel was geworden van een etnisch gemengde vriendinnenclub.

Even zaten we allemaal met haar mee te voelen, maar al snel gingen we door naar het volgende verhaal. De Chileen in ons gezelschap vertelde over zijn eerste avond in de hoofdstad van het land dat hij voordien slechts kende van de kazen en tulpen, en van Rembrandt. “Precies op de tijd dat in Santiago altijd de avondklok inging, ben ik de stad ingegaan om te dansen. Het werd een prachtige nacht met allemaal aardige mensen die op een leuke manier nieuwsgierig naar mij waren.” In verschillende variaties werd zijn verhaal gedeeld door de andere tafelgenoten die uit een warm land kwamen. De Marokkanen, de Portugezen, de Israeliër en de Zuid-Afrikaanse: allemaal hadden ze zoete herinneringen aan hun eerste kennismaking met Amsterdam en de Amsterdammers.

Aan die avond wordt nog vaak gerefereerd als we weer eens bijeen zijn met de aanwezigen van toen die nog onder ons zijn. Dan worden er herinneringen opgehaald aan de tijd dat wij als linkse types van overal vandaan, bevangen waren door het idee dat Amsterdam een stad zou worden waar je ongeacht je afkomst de kans zou krijgen met je talenten te woekeren en waar alle kinderen die er opgroeien zich op hun gemak zouden voelen. Die avond ligt nu ver achter ons. Geen van ons kan enig cynisme onderdrukken als we terugblikken op ons optimisme van de jaren zeventig.

In de loop der tijd heb ik gezien hoe mijn vrienden werden geallochtoniseerd. Of ze nou in het welzijnswerk, de wetenschap, de culturele sector, de politiek of het bedrijfsleven terechtkwamen: ze werden geparkeerd in een migrantenhoekje of er werd van ze verwacht dat ze zich in niets meer onderscheidden van hun inheemse collega’s. Gaandeweg maakte het gevoel van Amsterdam als plek van vrijheid en belofte plaats voor een zekere berusting in het idee dat je als migrant altijd een buitenstaander zal blijven. Een vorm van berusting die steeds vaker werd afgewisseld door vlagen van bitterheid over de soms vriendelijke maar in toenemende mate vijandelijke neerbuigendheid waarmee zij als ‘allochtonen’ worden benaderd door hun stadgenoten. Eens hebben ze Amsterdam ervaren als een tolerante enclave in een verder nogal stijf en truttig land, inmiddels is het onderscheid tussen Amsterdam en de rest van Nederland weggevallen.

Sinds de opkomst van het Nederlandse populisme, waarin je een achterlijke migrant blijft tot het tegendeel is bewezen, dreigt mijn Amsterdamse vriendenkring te verdwijnen als sneeuw voor de zon. De een keert terug naar het geboorteland, de ander trekt weg naar een land waar het beter toeven is met bruine ogen, een getinte huid en een accent. De een voor zichzelf, de ander onder druk van inmiddels hoogopgeleide kinderen die thuis een gevoel van wereldburgerschap meekregen dat op den duur niet viel te rijmen met het stempel ‘allochtoon’ dat ze daarbuiten kregen toegediend.

“Waarom ben jij eigenlijk altijd in Amsterdam gebleven”, vroeg een Afrikaanse vriend mij een tijdje geleden. “Tja, dat weet ik niet precies”, antwoordde ik. “Voornamelijk omdat ik nogal gehecht ben aan de mensen met wie ik het leven deel. En die wonen bijna allemaal in Amsterdam.” Omdat ik nooit ben weggetrokken, heb ik nooit serieus hoeven nadenken over wat mij bindt aan deze plek. Maar wat moet ik nu als straks de een na de ander mij ontvalt omdat ze het hier niet uithouden? Maar wat als straks mijn stad is verdwenen?

Gerelateerde artikelen