4 minuten

Column: Angry young muslims

Maart 2004, Abou Jahjah op bezoek. Hij neemt deel aan een debat in Rotterdam over de doorwerking van het Israëlisch-Palestijnse conflict in Nederland. Vier brede bodyguards houden Zaal de Unie met een ijzeren gezicht in de gaten. Het is druk, Marokkaanse meisjes en veel jongens. Ze zijn blij met Jahjah, ook al zijn ze lang niet allemaal voorstanders van de AEL. Het is voor hen een opluchting om in de stad waar de Pim Fortuyn Partij aan de macht is eindelijk weer eens een dissident geluid te horen. Vooral omdat dat geluid uit de mond komt van één van hen, een moslim. Althans, dat zijn de verhalen die ik hoor in het café na afloop van het debat.

Vooral de jonge mannen onder hen hebben een latent militante houding richting Nederlandse politici en de media. Op zijn zachtst gezegd voelen zij zich omsingeld door een vijandige sfeer. En dat is begrijpelijk. Ze worden voortdurend met retoriek over ‘beschavingsoffensief’ en ‘achterlijkheid’ om de oren geslagen. In deze stad voelen wethouders en gemeenteraadsleden zich vrij om moslimmannen af te schilderen als vrouwonvriendelijk, niet ingeburgerd en sociaal zwak.

Jong, moslim, man en immigrant: het is een opsomming die deze dagen in de oren van vele Europeanen klinkt als een explosieve cocktail. De eerste associatie bij dit rijtje is Abou Jahjah’s thuisbasis: de Antwerpse wijk Borgerhout. De confrontatie tussen de Belgische politie en jongeren, na de racistische moord op een jeugdige tweede generatie Marokkaan, gevolgd door de arrestatie en vrijlating van de leider van de jongeren, Abou Jahjah, heeft veel aandacht gekregen. Natuurlijk, Antwerpen staat niet model voor grootstedelijk West-Europa. Iedere stad en ieder land kent een eigen historische, politieke, economische en sociologische context. Maar overeenkomsten zijn er wel degelijk tussen Antwerpen, Kopenhagen, Parijs, Berlijn, Brussel, Amsterdam, Lyon, (het extreemrechts gezinde) Marseille, Rotterdam, Londen, Bradford en Oldham. Sommige van die steden zijn Antwerpen voorgegaan met uitbarstingen, zoals Parijs in 1999, Brussel in 2000, Bradford en Oldham in 2001. De andere steden, zoals mijn stad Rotterdam, vormen een goed potentieel voor dergelijke incidenten. Hier tikt een tijdbom die elders al af gegaan is.

Wie het West-Europese gevoelslandschap onder een vergrootglas beziet, vindt wel degelijk belangrijke overeenkomsten tussen deze steden. Het gaat om hoe de angry young muslims hun eigen positie waarnemen en hoe de ‘ontvangende’ samenleving hen beoordeelt. Jongeren zien zichzelf als uitgesloten van de autochtone omgeving en omgekeerd ziet deze omgeving hen als agressieve indringers.

Om nog eens aan de Antwerpse situatie te refereren: je ziet een nauwkeurige vertaling van deze botsende percepties terug in de politieke keuze van de Antwerpenaren: wit kiest voor het extreem-rechtse Vlaamse Blok en zwart kiest voor de op etnische (Arabische) identiteit gerichte AEL. Ook in dit opzicht staat Antwerpen niet alleen. In Bradford en Oldham hebben de rassenrellen meer Britten naar extreem-rechts getrokken en op zijn beurt heeft het moslimfundamentalisme aan de rellen een grote aanhang overgehouden. Als je dit doortrekt naar Rotterdam zal het antwoord op de massale keuze van de autochtone bevolking voor Leefbaar Rotterdam een enorme toeloop zijn op de AEL of op een vergelijkbare scherp op allochtonen gerichte partij.

We kunnen vaststellen dat het gevoel van uitsluiting van de angry young muslims en de gelijkopgaande angst van de autochtone omgeving een West-Europees verschijnsel is. Het ligt voor de hand om dit fenomeen dan ook als zodanig te benaderen. Maar het tegendeel is het geval. In Nederland richten de opiniemakers zich vooral op hoe het hier fout is gegaan. Nederland wordt afgeschilderd als het zwakste jongetje van de EU die zijn nieuwe burgers geen waarden en normen en beschaving weet bij te brengen. Velen pleiten voor het Franse model: meer assimilatie en natievorming, met als doel van de immigrant een ‘echte Fransman’ te maken. Maar wie de toestanden in de buitenwijken van Parijs onderzoekt, weet dat dit geen voorbeeld kan zijn. Volgens deskundigen is de situatie in Frankrijk explosief, mede omdat de niet-Franse identiteit van de angry young muslims consequent genegeerd is door de Franse beleidsmakers. Zie de nieuwe maatregel die meisjes en vrouwen weerhoudt van het dragen van een sluier op school. Niemand kan toch werkelijk menen dat dat de betrokkenheid van jonge moslims met de Franse samenleving vergroot?

Nee, het Franse model biedt geen soelaas voor de onrust in de Lage Landen. Het maakt wel duidelijk dat ondanks verschillen de clash met jongeren in West-Europa nagenoeg identiek is. In het post-11-september-tijdperk wil het heersende vertoog dit graag aangrijpen als een bewijs van de botsing der beschavingen. Dat is te makkelijk. Want waarom kent een land als Canada – liberaler kun je het niet verzinnen – geen problemen met de eigen jongeren? Het wordt tijd dat Europa beseft dat dit oude continent meer gemeenschappelijk heeft dan men meestal onder ogen wil zien. Ook wat betreft haar kwalen. De moeizame verhouding tot de eigen nieuwe burgers is beslist een van deze kwalen. Tijd voor een Europese enquêtecommissie over het aanpassingsvermogen van de Europeanen?

Gerelateerde artikelen