4 minuten

Column: Daders en slachtoffers

De jongens die ik wel vaker trof in het buurthuis zaten zich duidelijk ergens op te verheugen toen ik die avond binnenkwam. Een van hen nam meteen het woord. “Jouw vader is toch bakker, hè Marja?” Inderdaad was mijn vader bakker. Welnu, dan had hij een leuk raadseltje voor me. Proestend vroeg hij: “Wat is het verschil tussen een brood en een jood?” De stilte die ik liet vallen benutte hij door zijn beste makker aan te stoten met zo’n blik van: nou komt het. “Weet je het echt niet?” Nee, ik wist het echt niet. “Een brood huilt niet als het de oven in gaat.”

Dat was begin jaren zeventig. Pubers waren we. En vrijwel allemaal gewikkeld in een heftig generatieconflict met onze ouders. Zelf greep ik bijna elke gelegenheid aan om met mijn vader de degens te kruisen, maar ik hield vol hem ervan te overtuigen dat ik zijn kant koos ‘Als Het Erop Aan Kwam’. Trouw droeg ik het zilveren davidsterretje dat hij mij op mijn twaalfde verjaardag cadeau had gedaan. Volgens hem niet alleen een teken om aan te geven dat ik toch ook een beetje tot het oude volk behoorde, maar ook dé manier om antisemieten te traceren. Wie onwelwillend op het sieraad reageerde kon ik verder links laten liggen, of van me af slaan. Dat laatste deed ik na dat mopje over dat brood. Thuis heb ik over dat incident met geen woord gerept. Leek me niet goed voor de geestelijke gezondheid van mijn oude heer. Maar het mopje is me altijd bijgebleven. Toen ik vele jaren later in Sobibor mijn vergaste grootouders herdacht, klonk het nog na in mijn hoofd. Inderdaad, joden kunnen nogal overgevoelig zijn op dat punt.

Net zoals de Marokkaanse jongens die vandaag de dag lol trappen door dingen te roepen over joden en gas, waren mijn toenmalige buurtgenootjes geen doorgewinterde antisemieten. Misschien zijn ze inmiddels in de ban geraakt van het fortuynisme, maar ze hoorden zeker niet tot de aanhang van de weduwe Rost van Tonningen. Zo geloof ik ook niet dat de Marokkaanse Amsterdammertjes die in hun vrije tijd joden met keppeltjes belagen, zich daadwerkelijk zullen aansluiten bij de kleine groepjes extremistische moslims die dolgraag het werk van de nazi’s willen afmaken. Toch is er een verschil. In de antisemitische mopjes die ik in mijn tienertijd te horen kreeg klonk steevast door dat de grappenmakers joden voornamelijk zagen als gedweeë slachtoffers. Het idee dat joden door de eeuwen heen zijn vervolgd, zat er goed in bij de jonge Amsterdammers van die dagen. Dat beeld van joden als slachtoffers van heel erge discriminatie heeft inmiddels plaatsgemaakt voor het beeld van joden als ultieme onderdrukkers – en ik moet toegeven dat ze in Israël goed hun best doen het joodse slachtofferimago te doen verbleken. Dat die door organisaties zoals de AEL vermaledijde ‘zionistische entiteit’ gebouwd is op de smeulende resten van vermoorde joden is een historisch feit waar menige Marokkaanse puber niets over wil horen. In hun ogen zijn de joden de nieuwe nazi’s. Punt Uit. Een Marokkaanse vriend die wel eens kwam eten als mijn oude vader er ook was, maakte mij een keer duidelijk hoe diep dat zat. “Eigenlijk kan ik niet geloven dat jullie echte joden zijn,” zei hij. De echte joden waren in zijn ogen de Israëlische soldaten die Palestijnse kindertjes vermoorden. Toen ik opwierp dat die Israëlische soldaten vaak de kinderen en kleinkinderen zijn van joden die er niet gemoedelijker op zijn geworden nadat een groot deel van hun familie om zeep werd gebracht, bleef het even heel erg stil. Aan de blik in zijn ogen kon ik zien dat het veel te ingewikkeld voor hem was zich in te denken dat Auschwitz er iets mee te maken heeft dat ‘de zionisten’ zo hard van zich afslaan.

De joden zijn niet de enigen die eraan moeten wennen van rol te zijn verwisseld en opeens als daders worden beschouwd. Moslims zoals mijn Marokkaanse vriend kunnen erover meepraten. Werden ze in dit land jarenlang gezien als zielige zeehondjes die moesten worden opgevangen door welwillende welzijnswerkers, vandaag de dag vermoedt menig inheemse Nederlander achter elke moslim een angstaanjagende extremist. Dat meisjes van moslimhuize in reactie daarop ‘kiezen’ voor de hoofddoek begrijp ik wel. Zelf speel ik de laatste tijd wel eens met de gedachte mijn oude davidsterretje weer voor de dag te halen. Hopelijk is het niet alleen de leeftijd dat ik er geen heil meer in zie met dat soort symbolen het gevecht aan te gaan met simplisten die de wereld verdelen tussen goede en slechte volkeren, tussen slachtoffers en daders. 

Gerelateerde artikelen