3 minuten

Column: De eeuwig ontheemde

Na zeventien jaar afwezigheid leverde een vijf weken durend bezoek aan mijn moederland Iran vele inzichten op, vooral over mezelf. Heimwee bijvoorbeeld ken ik nu beter. Ik peins al zeventien jaar over wat heimwee is. Pas nu, na de wederontmoeting met de straten van Teheran snap ik het gevoel. Het gemis dat een eerste-generatie immigrant of een balling zoals ik voortdurend met zich meedraagt is een abstracte en tegelijkertijd directe en fysieke ervaring. Het gaat niet om het verlangen naar bepaalde beelden – op de vroege ochtend van mijn aankomst in Teheran stond ik voor mijn oude school maar het deed me niks. Het gemis had ook geen betrekking op de gesublimeerde Iraanse omgangsvormen die een kruising zijn tussen Chinese bescheidenheid en Arabische openhartige gastvrijheid. Het boeit me wel maar het raakt niet mijn hart. 

Nee, mijn heimwee was van een hele andere aard. Ik had heimwee naar de dynamiek, het ritme en het temperament van het urbane landschap van Teheran. Pas toen ik terug was in dat landschap besefte ik het. Als een bergbok die, na verdwaald te zijn geweest in een vlakke steppe, weer aan de helling van zijn bergketen staat. Er ging een hartstocht door mijn lijf die weinig van doen had met wat zich op dat moment in mijn hersenen afspeelde. Ik voelde me licht, energiek, blij. Zelfs wanneer het tegen zat, ja zelfs op momenten dat ik het helemaal had gehad met die drukke, vervuilde en hectische stad, zelfs dan voelde elk cel in mijn lijf hechting met deze plek. Mijn lijf was terug in haar natuurlijke omgeving. Pas nu snap ik de eerste generatie Turkse en Marokkaanse immigranten in Nederland die soms al 35 jaar lang, jaar in jaar uit met hun busjes en auto’s in de zomermaanden de ellenlange kilometers afleggen om hun land van herkomst te bereiken.

Niet alleen het begrip ‘heimwee’ kwam in een ander licht te staan. Ook was de reis een directe confrontatie met wat ik uit studieboeken geleerd had en ik op mijn beurt weer leerde aan studenten over ‘leven tussen twee culturen’. Als student had ik op Hollandse bodem verscheidene colleges gevolgd over het innerlijk no mans land waar de eerste generatie immigrant in belandt. Hij is met zijn gewoontes, houding en denken ver van het land van herkomst geraakt maar zal nooit werkelijk het land van aankomst bereiken. Dat nooit helemaal aankomen in de Nederlandse cultuur had ik ondervonden: noch nuchterheid noch geordendheid, spaarzaamheid en overmatige behoefte aan overleg zouden ooit voor de volle honderd procent in mijn psyche doordringen. Noch zou ik ooit wennen aan de eenzaamheid van het kerngezin als sublieme invulling van gezelligheid. Ook zou nooit de Hollandse obsessie met het kleinschalig inrichten van het leven, samengevat in het woord ‘knus’, in mijn oren als aangenaam klinken.

Maar de terugreis leerde dat hoe in het land van herkomst wordt gedacht en gedaan ook niet meer helemaal correspondeert met mijn intuïtie. Efficiëntie is een blinde vlek in Iran, de hang naar opereren in collectieven is verstikkend voor het individu en de overmaat aan ontzag voor het eigen culturele verleden houdt de ontwikkelingen in kunst en cultuur nog steeds in een wurggreep. Het waren observaties over Iran met mijn Hollandse blik. Nee, ook al voelde ik me fysiek thuis in Iran, mentaal thuiskomen was het niet.

Terug in Nederland zegt mijn meelevende Hollandse lief dat we misschien moeten gaan wonen in een culturele tussenplek, in Spanje bijvoorbeeld. Maar ik vrees dat er voor een eerste generatie immigrant geen tussenland bestaat, hij is veroordeeld tot én gezegend met een eeuwige distantie tot de cultuur van zijn verleden en die van zijn heden. Hij is de eeuwig ontheemde.

Gerelateerde artikelen