3 minuten

Column: De symbolische Verdonk

Dat ik na de brand bij Schiphol niet meteen reageerde op de uitnodiging van Marion Bloem om aangifte te doen tegen Rita Verdonk en Piet Hein Donner wegens dood door nalatigheid was iets waar ik zelf ook even over moest nadenken.

Argumenten vóór waren er genoeg. Het wás onder verantwoordelijkheid van beide ministers dat uitgeprocedeerde asielzoekers in brandgevaarlijke cellen waren opgesloten. Het wás een gevolg van die slordigheid dat elf mensen levend zijn gecremeerd. De vlammen waarin zij omkwamen kún je zien als een angstaanjagend symbool voor de hedendaagse omgang met niet-Europeanen die hier wettelijk niet mogen zijn. Het ís belangrijk zo nu en dan iets te ondernemen tegen de navrante vorm van apartheid die is ontstaan tussen mensen met en zonder persoonsbewijs dat recht geeft op verblijf in onze verzorgingsstaat. En het duo Verdonk/Donner gééft leiding aan de uitvoering van het meest cynische vreemdelingbeleid van Europa, waarvan de brand een indirect gevolg was. Waarom zat ik dan toch te aarzelen over het idee naar de rechter te stappen om die twee met regeringsmacht omklede deportatiefunctionarissen aan de schandpaal te nagelen?
Ik geloof dat mijn twijfel werd ingegeven door een gevoel van onbehagen met het gemak waarmee door critici van het asielbeleid telkens weer wordt prijs geschoten op de persoon van de toevallig zittende minister of staatssecretaris van Vreemdelingenzaken. Het debat over de harde manier waarop er in Nederland wordt omgegaan met niet-Europeanen die hier een goed heenkomen dachten te vinden, concentreert zich steeds vaker op de vraag of de zittende bewindspersoon al dan niet in het bezit is van een warm kloppend hart. Actievoerders die zich vandaag de dag ontfermen over ‘illegalen’ wekken voortdurend de indruk dat er geen vaders, moeders en kinderen uitgezet zouden worden als Rita Verdonk geen minister was geweest.
Hoewel Verdonk haar best doet de geschiedenis in te gaan als de meest botte bewindspersoon van Vreemdelingenzaken aller tijden, is het onwaarschijnlijk dat een andere minister op haar post iets wezenlijk anders zou doen. Op zichzelf doet ze niet veel meer of minder dan vlijtig uitvoeren wat onder haar voorganger Job Cohen in gang is gezet met het aannemen van de huidige vreemdelingenwet. Overigens deed ook Job Cohen wat bijna elke minister of staatssecretaris zou hebben gedaan: zich schikken naar het kabinetsbeleid en de wensen van het parlement (dat zich weer beroept op de wil van Het Volk). Was hij vanwege gewetensbezwaren afgetreden dan was er wel iemand anders gekomen die zijn of haar handtekening onder die wet had gezet. Had Verdonk laten weten dat zij er niet voor in was mannen, vrouwen en kinderen zonder verblijfsrecht op te sluiten en af te voeren dan was er wel een andere Verdonk geïnstalleerd.
De meeste Nederlanders stemmen in met het idee dat de komst van mensen uit warme landen moet worden tegengaan. Weliswaar worden velen van hen bevangen door medelijden als ze op tv zien dat ook heel erg lieve en goed geïntegreerde kinderen worden teruggestuurd naar nare landen, maar dat zijn slechts sentimentele oprispingen. Het gros is ervan overtuigd dat niet-Europese migranten beter kunnen gaan dan komen, en leeft in de illusie dat illegale migratie kan worden bestreden met een robuust uitzettingsbeleid.
Het is trouwens precies daarom dat ik de aangifte tegen Verdonk en Donner wél heb ondertekend. Die gruwelijke brand in dat cellencomplex bij Schiphol is niet veroorzaakt door de inborst van die twee ministers, maar het gevolg van de haast waarmee zij gehoor wilden geven aan de anti-migranten-stemming in dit land. Pas als die stemming omslaat, komt er ruimte voor een nieuwe vreemdelingenwet. Wie weet zal de juridische procedure die gaat volgen daartoe bijdragen.

Gerelateerde artikelen