4 minuten

Column: Geen dialoog maar dialectiek

Leren omgaan met cultuurverschillen, dat is de uitdaging van onze tijd. We hebben te maken met een explosieve diversiteit, als burgers van de dezelfde staat en als bewoners van dezelfde straat. Het is niet meer vanzelfsprekend dat we onze gewoontes en gebruiken delen met onze buren. Het is ook geen gegeven meer dat onze kinderen opgroeien met dezelfde heldenverhalen. We koesteren geen warme gevoelens meer voor dezelfde herinneringen en of een gedeelde geschiedenis. Historische gebeurtenissen dienen steeds minder als moreel ijkpunt voor het begrenzen van goed en kwaad.

Zijn we verheugd over deze nieuwe multiculturele en kosmopolitische conditie? En over wie we daarin allemaal ontmoeten? Nee, diversiteit schept verwarring. Zij verstoort de orde en de rust in onze straat en in onze leefwereld. Zij schept chaos in het dagelijks leven, vooral in onze hoofden. Onze eerste reactie op deze nieuwe menselijke conditie is afkeer en afwending. Maar afwenden is nauwelijks een optie in een dynamische wereld waarin iedereen van elkaar afhankelijk is geworden langs allerlei ingewikkelde lijnen. En als vermijden niet kan, dan zoeken we de botsing op.
Dat is ook wat werkelijk gebeurd in Europa. Het is aan de orde van de dag in de Deense provinciesteden, de voorsteden van Parijs en de straten van Amsterdam. De openbaring van de multiculturele conditie – in het bijzonder het zichtbaar worden van de moslimminderheid in het Europese publieke domein dankzij de opkomst van de assertieve tweede en derde generatie – heeft tot nu toe vooral botsingen opgeleverd. Niets wijst nog op het multiculturele walhalla dat ons in de jaren negentig in beleidsstukken was beloofd.

Wat te doen? Een tijdje geleden deed het toverwoord ‘dialoog’ zijn intrede in het jargon van de waakhonden van staatsgelden voor kunst en cultuur, de ambtenaren in Den Haag. Aangezien in dit land vrijwel alle kunst, cultuur en intellectuele activiteiten afhankelijk zijn van subsidie is het geen wonder dat sindsdien iedereen bezig is de dialoog te bevorderen. ‘Als wij maar met elkaar in gesprek blijven en open en eerlijke onze angsten, vragen en verlangens uitspreken, dan komt het wel goed met de nieuwe wereld van verschillen.’ Dat is in een notendop de blijde boodschap die ons uit de put van het multiculturele drama moet halen.

Ik vind deze roep om dialoog een soft en slecht recept. We hebben geen gebrek aan conversatie en debat. We worden juist overladen door gesprekken, argumenten en tegenargumenten. Wat we missen is het vermogen om ons een voorstelling te maken van de Ander en van een samenleving die ware coëxistentie met de Ander op zou kunnen leveren. We missen beelden in ons hoofd.
We willen weten hoe we moeten leven met verschillen maar kunnen ons daar geen voorstelling van maken. Hoe is het om een moslim te zijn in het gedemystificeerde westen? Hoe is het om de laatste Hollander te zijn in een oude stadswijk die Klein Marokko is geworden?
We willen weten waarom het mooie buurmeisje met haar krullen zich opeens gaat bedekken met een lange sluier maar kunnen ons moeilijk inleven in haar motieven. We willen homoseksualiteit respecteren maar durven het niet aan om het ons in te beelden.
Daar kom je niet achter door gesprekken te voeren, daarvoor moet je in de huid van de Ander kruipen, de Ander worden, transformeren in haar of zijn emotionele gedaante. Dan ontstaat er iets. Omdat we de Ander in ons dragen, veranderen we zelf ook. Dat is een proces dat vele malen verder gaat dan een dialoog. Dat is dialectiek.

Dit vraagt om verbeelding en om lieden die zo’n verbeelding kunnen aandragen: beeldhouwers, verhalenvertellers, tekenaars en musici die de vreemde gezichten om ons heen en de verwarrende menselijke conditie waarin we ons bevinden een gezicht en een stem kunnen geven; theatermakers die ons grootstedelijke leven met al z’n verschillen in vertraagd of juist versneld tempo voor onze ogen kunnen afspelen en de dramatische, esthetische en troostende elementen daarvan aan de orde kunnen stellen. Wij willen zien, horen, voelen. De zingeving aan ons nieuwe leven dient gevoed te worden. Meer dan ooit zijn we opzoek naar intelligentsia, kunstenaars en intellectuelen met het vermogen om ons te verleiden, mee te slepen naar het leven in de nieuwe menselijke conditie waar we ons al in bevinden maar die we nog niet aankunnen.

Gerelateerde artikelen