4 minuten

Column: Liever feest dan politiek

De tijden dat je de jeugd met politiek in opwinding kon brengen, lijken voorgoed voorbij, ook in Iran, en ik weet niet zo goed of ik het moet betreuren of toejuichen.

“Omdat jíj zo graag de hele wereld wil verbeteren worden míjn tekenfilm en dvd’s in beslag genomen!” Alireza Alawitabar (45 jaar) krijgt telkens op zijn kop van zijn jongste dochter van 9 jaar als de geheime dienst weer eens hun huis overhoop heeft gehaald. Alawitabar is een alom bewonderde denker, oorlogsveteraan en hervormingsgezinde politicus.   Een liberaal én een vrome moslim tegelijkertijd. Gevreesd door de bazen van de Islamitische Republiek vanwege zijn opzwepende redevoeringen en bewonderd door het publiek voor zijn moed en idealisme. “Mijn kinderen zijn me een beetje zat”, zegt hij met een ironische ondertoon. “Ik kan ze geen ongelijk geven: altijd voorzichtig aan telefoon omdat we worden afgeluisterd; nooit naar een feestje - een arrestatie door de zedenpolitie kan tegen papa gebruikt kunnen worden; om de zoveel weken in de vroege ochtend wakker schrikken door gebonk van de geheime dienst aan de deur, die dan weer eens het hele huis door elkaar schudt; en ja inderdaad de dvd’s en gameboys die “voor nadere onderzoek” mee worden genomen.”

Ik spreek hem in het restaurant van mijn hotel, een grote, zacht verlichte kelder met hier en daar een huilende zigeunerjongen aan de muur. Niet de meest inspirerende plek in Teheran, maar het eten is goed. De schaarse gasten zijn zakenmannen uit de provincie, ze werken in stilte hun avondmaaltijd naar binnen, in ijverige concentratie op hun bord. De ober bedient ons routinematig in tempo doeloe. Dan kruist zijn blik even die van Alawitabar: “Ah! mijnheer Alawitabar!” Hij leeft op. “Ik heb gisteren u toespraak in de krant gelezen, mooie foto erbij.” Hij buigt naar ons toe om te lispelen: “We staan honderd procent achter u, onze steun heb je!”

”Zoals u ziet”, zegt Alawitabar met een schaterlach, “de hervormers hebben een grote aanhang, het probleem is alleen dat het een fluisterende aanhang is.” Zijn vrouw, de grote liefde uit zijn studententijd, is zijn beste adviseur en trouwste achterban. Maar de kinderen… “Ach we hebben hen autonomie en respect voor individuele keuzes meegegeven. Dat vinden ze vanzelfsprekend, ook al leven ze in een land waar dat helemaal niet vanzelfsprekend is.” Ze zijn het met zijn pleidooi voor politieke vrijheid eens, maar ze begrijpen weinig van zijn revolutionaire drang. Voor Leila, Nazi en Farhad is gitaarspelen of websites leren ontwikkelen, of voor de jongste een Disney-dvd kijken, veel interessanter dan al dat politieke gedoe.

De generatie van Alawitabar moest met veel strijd het individu uitvinden, heeft zich bevrijd van de traditie van de ouders en van de eigen ideologische dogma’s en taboes. Alles met veel vallen en opstaan. Zijn kinderen zijn die individuen gewoon, zonder zichzelf of anderen te hoeven overwinnen of te overtuigen. “Ze geven me vaak een donderpreek: ‘Kijk eens Pa, dit regime maakt het jong-zijn formeel onmogelijk, dansen, daten of gewoon eigenwijs doen, mag niet in publiek. Maar jíj, jij zorgt er voor dat we zelfs niet stiekem kunnen genieten. Omdat mijnheer beroepsrevolutionair wil blijven, worden wíj continu in de gaten gehouden’.” Alawitabar geeft ze altijd gelijk, hij legt zijn rechterhand op zijn hart en maakt demonstratief een buiging met zijn hoofd. Maar hij gaat altijd de deur uit met die ene zin: “Vergeet niet kinderen, als jullie vader niet zo’n eigenwijze vent was dan waren jullie nooit zo bijdehand geworden.”

Geld, genot en persoonlijke ontwikkeling, daar draait het leven voor deze jongeren in Teheran om. Het gaat om het afleggen van een eigen weg, niet om het opzetten van een politieke beweging. Natuurlijk, het strenge islamitische regime maakt die weg moeilijk. Jong zijn in Iran vraagt wel om de nodige creativiteit en souplesse. Maar als je een baan krijgt in de private sector heb je minder met de streng ideologische overheid te maken. Als je redelijk wat geld verdient hoef je niet de streng gecontroleerde straat op te gaan, dan haal je de wereld gewoon in huis: satelliet-tv, internet, dvd, feestjes, drugs, alcohol, seks. Aan genotmiddelen ontbreekt het niet in Iran, het is alleen smokkelwaar en ze moeten stiekem geconsumeerd worden.

De jeugd van Alawitabar zag er heel anders uit. Het stond in het teken van het in beweging brengen van de Islamitische Revolutie, van oppositie en acht jaar vrijwillig dienen in de oorlog tegen Saddam Hussein. Dat waren de roerige jaren 1979 en de jaren tachtig. Dat lijkt ver weg als je naar de jongeren van nu kijkt. Alawitabar: “Ik vind dat de jonge generatie apolitiek. Maar: zij geloven in het leven, terwijl wij in de dood, het martelaarschap, geloofden. Dat is een ontwikkeling in dit land die mij als politicus én als vader erg gelukkig maakt.”

Gerelateerde artikelen