4 minuten

Column: Op het eilandje Nederland

Jaren geleden, als puberende Rotterdamse, kwam ik wekelijks in de Centrale Bibliotheek: een enorme academie van het volk met honderdduizenden boeken, de trots van de stad. Daar bracht ik vele uren door in allerlei hoekjes met stapels boeken om me heen, net als honderden andere Rotterdammers. Maar nergens trof ik toen al zoveel ezelsoren, onderstrepingen, commentaren, gebroken ruggen en beduimelde kaften aan als bij de boeken over de islam. Deze boeken werden niet gelezen, nee, ze werden beleefd. Alle vragen, frustraties en twijfels werden erin uitgeleefd, dit was geen gewone nieuwsgierigheid - dit was een kwestie van nood.

Nog steeds zijn moslimjongeren op zoek naar hèt antwoord op wie ze zijn, naar kennis over ‘hun’ islam. Want ooit waren ze misschien nog gewoon gastarbeiderskinderen Ali of Soumaya, nu zijn ze vooral ‘moslims’. Internationale polarisatie - de Golfoorlogen, de Intifada, Tsjetjenië - èn het nationale islamdebat kwamen samen. Als een soort islamitische mannenbroeders verlangen sommigen onder hen niets dan ‘de waarheid’. Lezen de Koran, surfen op de vele islamsites en verslinden de eendimensionale boeken waarin een ‘zuiver’ Saoedisch wahabitisch islamalternatief gepredikt wordt. Een zogenaamde ‘reborn islam’ die soms sterk politiek gekleurd is.

Religie en politiek verzet zijn echter niet voor het eerst nauw verbonden. Zo was de hoofddoek in Egypte ten tijde van het koloniale bewind niet alleen een symbool van religie en traditie, maar verwerd het dragen ervan tot een politiek manifest tegen de Britse overheersing. Ook nu dragen sommige jonge vrouwen de hoofddoek als een stil teken van protest tegen Westerse hypocrisie in Palestina en Irak, maar ook als geuzenteken voor ‘hun islam’. De hoofddoek als hanenkam.
Wanneer islamcritici stellen dat er geen Nederlandse islam mogelijk is, zeg ik: ‘wakker worden, die is er al’. Veel moslims leven hun leven hier en daar ontwikkelt zich een andere, nieuwe islam bij, en voor de meesten is dat geen gewelddadige. Toch leeft de angst dat Europa en islam onverenigbaar zijn. Dat heeft zeker te maken met de beelden van moslims, geweld en terreur wereldwijd. Maar die angst is ook te herleiden tot een algemeen onbehagen met religie en islam in het bijzonder. Voor velen is Nederland gidsland in de ontkerkelijking en de terugkeer van religie spreekt hun vooruitgangsgeloof tegen. Wie wil er nu terug naar die ‘collectieve gekte’? Sommige Nederlanders kunnen zich gewoonweg niet voorstellen dat er mensen zijn die uit vrije wil geloven. De ironie wil dat men zich in grote delen van de wereld juist niet kan voorstellen dat je niet gelooft en toch gelukkig kan zijn. In de VS, het Midden-Oosten, Afrika, Oost-Europa en Zuidoost-Azië is religie booming. Seculier Nederland lijkt een eilandje in een steeds woeliger religieuze oceaan.

De angst ‘overvallen’ te raken is invoelbaar. Er is een spanning tussen geloofsvrijheid en hoe vrij men zich voelt met het gebruik van deze vrijheid. Een honderdtal vrouwen in niqaab, imams die geen hand geven, de recente boerkinihype - terecht pleiten we voor enige relativering en verdraagzaamheid. Ook voor orthodoxie is ruimte in de polder. Maar daar zijn wel grenzen aan. Want ook als gelovige verzet ik me tegen geloofsdwang. Zeker waar het kinderen en jongeren betreft. Waarom dragen meisjes van vijf een hoofddoekje? Waarom kunnen meisjes en jongens niet samen sporten? Waarom kunnen niet zowel kerst als suikerfeest gevierd worden op school? Te vaak worden dit soort vragen met de mantel der godsdienstvrijheid bedekt. Brutalen hebben de halve wereld, en te vaak wordt het pleit beslecht door de schreeuwerigste gelovigen. En dat geldt ook voor moslims. Betweters bepalen wat het ‘juiste geloof’ is voor de rest. Maar noblesse oblige, vrijheid van geloof verplicht ons ook tot het kritiseren van onvrijheid in het geloof.

Wij moeten ons als linkse progressieven wel verhouden tot religie. We moeten ons realiseren dat een ‘Nederlandse islam’ zo sterk is als haar wortels diep reiken. Deze wortels versterken we niet door alleen te wijzen op de sociaal-economische uitsluiting van islamitische burgers, of door moslims het recht te geven op een eigen zuiltje en vervolgens weg te kijken. Dat doen we door fel te strijden tegen islamofobie en voor acceptatie - en niet tolerantie - van islamitische burgers in Nederland. Door de discussie serieus te voeren, kritisch maar niet slechts gericht op het ter verantwoording roepen. Maar vooral door te beseffen dat Ali en Soumaya ook zoon en dochter zijn, beveiligingsmedewerker op Schiphol of HBO-student, enorm consciëntieus of juist een flierefluiter, startende koper in Almere of huurder in Rotterdam-Zuid, net taakstraf achter de rug of net getrouwd in vijf jurken. Moslims zijn meer dan moslims.

Gerelateerde artikelen