4 minuten

Column: Passie

De donkere schaduw van het islamitische terrorisme die mij en andere ballingen uit het Midden Oosten al langer bekend is, hangt ook boven het Westen sinds de 11-9. En sinds de moord op Theo van Gogh vorig jaar is ook het leven Nederland verduisterd.

Je kunt duizend argumenten, historische feiten en stapels bewijzen aanvoeren waarom terrorisme niet met de islam te maken heeft, dat terrorisme ook andere voorkomens kent, dat de grote meerderheid van de moslims niks met politiek geweld te maken wil hebben. Maar feit blijft dat er een islamitische revival gaande is en dat die zichtbaar is op uiteenlopende manieren: van hoofddoekmeiden met strakke jeans tot en met Mohammed B. en alles wat er tussen zit. Al die vormen vallen niet samen, maar ze staan ook niet los van elkaar. Daarom kijkt Nederland deze dagen met een reusachtige vraagteken naar de toenemende islamisering onder de eigen immigrantenjongeren.

Afgelopen oktober was de Amerikaanse Jessica Stern, schrijfster van de bestseller Terreur in naam van God, hier in Nederland. Ze gaf een lezing in Rotterdam over de achtergrond van de religieuze revival en het religieuze terrorisme. Ze vertelde een spannend verhaal over haar gesprekken met terroristen van verschillende religieuze signatuur. Van christenfundi’s uit de Amerikaanse countryside, joodse militanten in Israël tot Pakistaanse jihadies. Deze verhalen zijn broodnodig in Nederland om tegenspel te bieden aan de dominante gedachte in de polder dat fanatisme enkel onder moslims voorkomt. Toch merkte ik bij mijzelf irritatie tijdens het aanhoren van haar verhaal.

In essentie stelde ze dat al de mannen die ze had gesproken, vernederd waren en dat daar het motief lag voor het terrorisme. De vernedering kon in de persoonlijke sfeer plaats hebben gevonden. Een van haar voorbeelden: een redneck christenfundi die op school nooit met andere jongens mee mocht spelen, omdat hij te dik en te traag was en door de juf werd doorverwezen naar de meidengymnastiek. In een ander geval was de vernedering een geërfde: een joodse vijftiger die door zijn ouders, beiden met een Auschwitz-verleden, ingeprent had gekregen dat de hele wereld joden als parasieten beschouwt. Een derde, een Pakistaanse moslimterrorist, die met zijn clan zij aan zij met de CIA tegen de Sovjetbezetting in Afghanistan had gevochten, voelde zich verraden door de Amerikanen die na de overwinning op het Sovjetleger Afghanistan in de steek hadden gelaten.

Vernedering dus als drijfveer voor politiek geweld en dat was juist nu precies wat mij niet beviel in haar verhaal. Politiek geweld was hiermee gereduceerd tot een frustratie-agressie model. Dát had ik al zo vaak gehoord. Bijna alle deskundigen en experts die dagelijks hun zegje moeten doen over hoe om te gaan met islamisme en islamitisch terrorisme gaan ervan uit dat het hier om een reactie gaat. Dat jongeren die vanwege hun geloof kiezen voor radicale uitingen, en in extreme gevallen voor geweld, dit doen omdat ze zich vernederd of bedreigd voelen of bang zijn voor veel te snelle veranderingen.

Verklaart dit ‘reactie-model’ de huidige revival van de islam? Niet per se en op zijn minst te weinig. Neem nu de opkomst van islamisme in Iran, waarmee het toch allemaal begonnen is. Is de frustratie-agressie verklaring verhelderend voor deze belangrijke gebeurtenis, die direct aan de basis staat van de opkomst van het islamisme wereldwijd? Nee, dunkt me.

De afgelopen twee jaar ben ik bezig geweest met een boek over de opkomst van het islamisme in Iran, dat in april 2006 zal verschijnen. De ex-islamisten met wie ik in Iran hun radicale jeugd probeerde te reconstrueren, gingen met risico voor eigen leven de straat op tegen het leger van de Sjah. En zij gingen naar het front om zich op te offeren in de oorlog tegen Saddam. Hun drijfveer was niet zozeer frustratie maar passie. Het was niet angst voor wat er komen zal – de voortdenderende moderniteit – die hun uitzinnig maakte. Het was het geloof dat zij geschiedenis konden schrijven en dat ze de werkelijkheid naar hun hand konden zetten. De oude Khomeini was populair onder jongeren, omdat hij hun bevestigde in hun gevoel dat zij meer uit hun leven konden halen, dat de samenleving maakbaar was en dat het goddelijke op aarde realiseerbaar was. Die jongeren geloofden in een utopie die getuigde van een overmaat aan zelfverzekerdheid – niet van angst en frustratie.

Ik denk dat we de passie die rondzingt in de hoofden en lichamen van reborn muslims niet moeten onderschatten. Een foute inschatting van de drijfveren van de islamitische revival kan tot een verkeerde houding, reacties en maatregelen leiden en dat heeft grote consequenties, ook voor de Nederlandse samenleving. Volgens mij heeft zowel het linkse, medelevende paternalisme als het rechtse, belerende beschavingsoffensief een averechts effect op de jonge assertieve moslimgeneratie die op komst is.

Gerelateerde artikelen