4 minuten

Column: Rookworst

Menno Hurenkamp vanuit Moskou

Steeds meer kiezers kiezen steeds vaker voor steeds wisselende partijen, heet het. Meer wisselvalligheid, wispelturigheid en onvoorspelbaarheid van de politiek is het gevolg. Telkens nieuwe partijen, telkens andere partijen die populair zijn. Maar het landschap versnippert niet, het verrechtst.

We laten de dieren en overtuigde christenen voor wat ze zijn. Wat we zien zijn twee van zelfvertrouwen blakende rechtse partijen, VVD en PVV. Dan twee zwalkende middenpartijen, CDA en PvdA. En dan nog wat partijtjes met een zeteltje of acht of tien, min of meer aan de linkerkant. SP, D66 en Groenlinks. Niet zo vreemd dat in deze omstandigheden werd nagedacht over een nieuwe progressieve beweging.

We vergeten het regelmatig, maar partijen komen en gaan. De levensduur van een politieke partij is een jaar of veertig. Niet alleen aan D66 maar ook aan SP en Groenlinks kleeft een bezadigd imago - lekker de stad meebesturen, af en toe een burgemeester scoren en verder hopen op regeringsdeelname. Maar alle mensen die denken dat Nederland beter verdient dan de PVV zijn daar niet echt mee geholpen. Mogelijk wel met serieuze beweging op links. Met een nieuw program (een punt of vier, vijf), met nieuwe logo’s en ook wat nieuwe mensen zou zo’n partij voor flink wat ruimte om te ademen kunnen zorgen.

Omdat er baantjes, reputaties en erfenissen op het spel staan, is het een lastig onderwerp. Vergaderen in de luwte is de logische koers. Het was dan ook wonderlijk om te zien dat tot twee keer toe Groenlinks dusdanig krachtige schoten voor de boeg loste, dat de andere betrokkenen kopschuw werden. Eerst stelde Femke Halsema dat de PvdA moest kiezen tussen conservatief (‘de SP’) en progressief (‘Groenlinks’), later stelde Dick Pels dat D66 niet durfde. Jeetje, wat gek. Daarna wilde niemand meer.

If you break it you own it. In het Nederlands: de vervuiler betaalt. De last rust op Groenlinkse schouders om de luchtverfrisser door het progressieve nest te blazen. Te weinig macht om in de regering te raken, maar net genoeg invloed om vernieuwing bij links tegen te houden, dat is geen ontspannen profiel.

Los van de carrièreplannen van actieve politici is er één hindernis voor een tamelijk brede progressieve volkspartij in Nederland. Dat is niet het onderscheid tussen progressief-conservatief. Het debat binnen links over vernieuwing van de verzorgingsstaat bestaat uit verschillen die door de liberaler georiënteerde partijen (GroenLinks, D66) in de media uitvergroot werden om hun ‘modernere’ profiel te onderstrepen. Nu Pechtold en Sap de cheerleaders van Rutte dreigen te worden, zullen ze hun liberale knopen wel weer eens natellen.

De cruciale hindernis is het onderscheid tussen pak en trui. De in the closet corpsballen van D66 vermoeden bij sommige Groenlinksers nog dat ze een das kunnen strikken. Maar van de rare accenten van SP’ers worden ze nerveus. En dat geldt vice versa voor de SP, waar men één goudgerand brilletje nog wel verdraagt, maar dan alsjeblieft geen Van Bommels eronder. Het is een cultureel wantrouwen, dat minder met opleiding of sociaal-economische oriëntatie te maken heeft dan met nestgeur. Maar dit is een pathetisch onderscheid. De tegenstellingen binnen het Amerikaanse Democratische kamp of binnen het Britse Labour, zijn beduidend groter dan het getut over toilet versus wc. Omdat er in Nederland veel partijen bestaan, worden er veel opdrachten tot kiezersonderzoek gegeven, en daar komen dan veel verschillende ‘profielen’ uit, van allerlei groepen met totaal uit elkaar liggende ‘wereldbeelden’ en ‘leefstijlen’. Alsof je niet in een halve dag van Baarn naar Oss fietst.

De kern is dat de tijdgeest en de demografie tegen links zijn. Rechtse politici lijken een persoonlijk offer te brengen, linkse politici lijken vooral op voordelen te vlassen. En er komen steeds meer oudere mensen die eerder wat te verliezen dan te winnen hebben. Er blijven genoeg groepen mensen die nog vooruit willen. De opgave is om die jongeren, vrouwen, migranten, verlichte bestuurders, maatschappijcritici en doorsnee werknemers in de marktsector, tot één coalitie te smeden. De bal ligt nu bij Groenlinks om dat op een bescheiden manier aan het uiteenlopende kader uit te leggen. Wanneer ze de spagaat tussen een met gezichtsringen doortimmerde veganistische achterban en een dossiervretende partijtop kan volhouden, moet Jolande Sap toch ook wel een rookworst in het pochet van Rinnooy Kan kunnen schuiven?

Doorsukkelen is een leuk alternatief. Want wie weet word je zelf nog eens burgemeester. En ik geef het meteen toe: mij lijkt het ook wel wat, een beetje zwaaien naar de burgers en handen schudden.

Gerelateerde artikelen