10 minuten

De alomvattende macht

Empire en het verzet

De VS zijn een grootmacht maar zullen het onderspit delven tegen een alomvattende systeem dat beheerst wordt door mondiale kapitaal- en informatiestromen. De tijd van staten is voorbij, de tijd van Empire breekt aan. Het boek van Negri en Hardt is nu in het Nederlands vertaald. 

In wiens naam wordt de oorlog tegen Irak eigenlijk gevoerd? Is het de bedoeling van de Verenigde Staten om enkel haar nationale belangen te verdedigen of is dit een nieuw soort oorlog gemotiveerd uit ‘hogere’ motieven van mensenrechten en vrede? Het eerste is het geval, zo meent het schrijversduo Michael Hardt en Antonio Negri, auteurs van het veelbesproken boek Empire. “De VS zijn hard op weg een imperialistische grootmacht te worden naar oud Europees model, maar nu op een werkelijk wereldomspannende schaal”, aldus Hardt eind vorig jaar in de Groene Amsterdammer. Daarmee dreigt Amerika zich te isoleren van internationale organisaties als de VN, die vanuit motieven van vrede, veiligheid en rechtvaardigheid zeggen te handelen. Ook dreigen ze tegen de belangen van de internationale financiële wereld in te gaan. Volgens Negri en Hardt zullen de globale geldstromen en het beeld dat in de media wordt geschetst van wat vrede en veiligheid horen te zijn op den duur Amerika als imperialistische grootmacht ten val brengen.

Daarmee belanden we echter van de regen in de drup. Iedereen zal onderworpen worden aan de heerschappij van een globaal kapitalistisch systeem zonder etnisch of nationaal gezicht: Empire. Hoewel deze nieuwe boven-nationale macht vrede en veiligheid belooft, is Empire voor Hardt en Negri geen aantrekkelijk alternatief. Hoe Empire door de geschiedenis ontstaat en op welke manier er verzet mogelijk is tegen deze nieuwe wereldorde bespreken zij in soms lyrische, soms wollige, soms lucide, maar altijd strijdvaardige bewoordingen in hun boek Empire, dat in kringen van andersglobalisten enthousiast onthaald is en onlangs verscheen in een Nederlandse vertaling.

Het concept ‘Empire’ lijkt veel op wat men in de jaren zeventig het ‘Systeem’ noemde. Analyses in termen van een allesbepalend systeem hebben echter de tijdgeest van de jaren tachtig en negentig niet overleefd. Immers, de Muur viel, het neo-liberalisme kwam op, en de wereld bleek minder coherent te zijn dan gedacht. Totaalanalyse’s werden in het defensief gedrongen, vooral wanneer ze besmet waren van rode zijde. Dat lijkt nu veranderd. In Empire is het oude begrip ‘Systeem’ weer opgepoetst, van een nieuw label voorzien, en van zijn grimmigheid en fatalisme ontdaan. Hardt en Negri schromen niet zichzelf vrolijk én communistisch te noemen: “In de postmoderniteit vonden we onszelf terug in de situatie van Franciscus van Assisi: we plaatsen tegenover de ellende van de macht de vreugde van het zijn”, zo besluiten ze hun boek. Antonio Negri is een Italiaanse politiek filosoof, die vanwege vermeende steun aan de Rode Brigades in een gevangenis in Rome verblijft, en de Amerikaan Michael Hardt is een literatuurwetenschapper. Voor hun boek putten ze uit het werk van de illustere Franse filosoof Gilles Deleuze, maar ook uit onder andere Spinoza en Marx.

Nieuwe kleren

Empire verwijst naar de hypermoderne wereld van de 21ste eeuw, waarin de logica van de markt al ons denken en handelen uitmaakt. Er is geen werkgever meer nodig die ons door beloning en straf in het gareel moet houden, dat doen we zelf wel met het geïnternaliseerde arbeidsethos. Ook is er geen oorspronkelijke creativiteit of diversiteit in waarden en levensvormen meer denkbaar buiten Empire. Deze zijn al lang opgenomen in een Imperial management van verschillen en levensstijlen. Hoewel Empire is ontstaan in bepaalde regio’s, namelijk de Verenigde Staten en Europa, is het in tegenstelling tot eerdere grootmachten niet langer verbonden met een territorium. Empire heeft geen geografisch machtscentrum, en er is geen bestuur, laat staan een keizer die de macht heeft. Over de kleur en vorm van de nieuwe kleren van de keizer worden we dag in dag uit voorgelicht in de media, maar achter deze kleren schuilt niet langer een lijfelijke macht.

In Empire kunnen we drie met elkaar verweven lagen onderscheiden: militair, financieel, en informationeel. Hoewel het er de schijn van heeft dat de Verenigde Staten de machtigste natie zijn vanwege hun militaire kracht, is deze alleen inzetbaar wanneer ze de belangen van de supranationale financiële kapitaalstromen niet schaadt. Op zijn beurt drijft de internationale financiële wereld op de bevestiging en voortzetting van de sociale en culturele wereld zoals deze wordt voorgespiegeld in globale netwerken, met name in de media. Dit geheel van militaire macht, financiële sturing, en culturele beïnvloeding bepaalt wie wij zijn, wat we ervaren, en waar we naar streven.

Aan zo’n alomvattend concept ‘Empire’ kleven nadelen die ook aan het ‘Systeem’ hingen. Als er geen extern standpunt meer is buiten Empire, hoe kan Empire dan toch worden herkend en geanalyseerd? Als we ons zouden willen bevrijden van Empire, waar vinden we dan de kracht en de middelen? Negri en Hardt doen hun best uitwegen in te bouwen. Empire is namelijk wel monsterlijk groot, maar zijn bestaan komt niet voort uit een intrinsieke menselijke natuur of een ijzeren historische wet. Wij zijn het zelf die Empire hebben gemaakt en daarom zijn wij het ook zelf die Empire kunnen breken. Negri en Hardt beschrijven uitgebreid de ontstaansgeschiedenis. Op de vele (om)wegen naar het ontstaan van de globale wereldorde tonen zij hoe verlangens naar het goede leven, creativiteit en humaniteit opborrelden en hoe deze onschadelijk werden gemaakt en in de logica van Empire opgenomen. Het aardige van het boek is dat zulke momenten niet enkel worden gememoreerd, maar worden beschreven als inspirerende voorbeelden. In de bloeitijd van het kapitalisme ontstond het verzet van het proletariaat, dat model staat voor wat Negri en Hardt als de tegenpool van Empire zien: de multitude. Echter, de vitaliteit van het proletariaat werd bedwongen en ingepast in de verzorgingsstaat. Hetzelfde gebeurde met de culturele revolutie van de jaren zestig. Langzamerhand zijn de tentakels van kapitaal en markt doorgedrongen tot diep in de samenleving: de omgang met voeding, het wonen, de lichamelijke zorg en de onderlinge communicatie. Inmiddels zitten we in een systeem waarin het bestaan van verschillen en het bestaan van verzet juist de motor is waarop Empire draait. Het zoeken naar authenticiteit bijvoorbeeld is niet langer een activiteit die buiten het systeem plaatsvindt, laat staan dat wat gevonden wordt tegengesteld zou kunnen zijn aan de belangen van Empire. Integendeel, etniciteit, differentie en creativiteit hebben marktwaarde gekregen en zijn de pijlers van de economie. De postmoderne maatschappijkritiek tegen hiërarchisch en dualistisch denken is ook achterhaald, volgens Negri en Hardt. Onderdrukking wordt niet meer bevolen vanuit éen machtscentrum, maar is eerder een vorm van collateral damage van gedecentraliseerde postmoderne netwerken.

Levenslust

Ook het rechtsstelsel is grenzeloos geworden in Empire en raakt steeds verder los van nationale wetgeving. Negri en Hardt beschrijven hoe een rechtsorde tussen naties tot stand kwam na de dertigjarige oorlog in de 17de eeuw. Tegenwoordig hebben we echter universeel recht, dat niet langer de relaties tussen staten regelt, maar ook de interne aangelegenheden binnen staten reguleert. Dergelijk recht bepaalt het toekomstig wetboek van Empire. Deze wet eist orde, vrede en veiligheid. Conflicten en strijd worden niet meer gezien als conflicten tussen staten maar als overtredingen van het universeel recht. Daartegen zijn politionele acties gepast, en ‘echte’ oorlog wordt een anachronisme. Inderdaad is er sinds de tweede wereldoorlog en met name na de val van de Muur een tendens om zowel oorlogen tussen staten als geweld binnen staten vanuit universele rechtvaardigheid te beschouwen, en niet vanuit de afspraken die internationale betrekkingen reguleren. De oorlog tegen Irak echter is in deze terminologie een achterhaalde oorlog uit nationaal belang, en tegen het belang van Empire. In deze ontwikkeling naar universeel recht passen ook de activiteiten van NGO’s zoals Amnesty International om een universele standaard van mensenrechten af te dwingen. Negri en Hardt zijn hier kritisch over: NGO’s zouden de stoottroepen zijn van Empire, zoals de Jezuïeten ooit de stoottroepen waren van de macht van kerk en koninkrijk. Dat is echter nog maar de vraag, en hier stuiten we op de eerdergenoemde essentiële zwakte in het betoog van Negri en Hardt.

Zij schrijven met bewondering over de standvastigheid en het optimisme van de vroege christenen als broeinest van verzet in het Romeinse rijk. Zoals die vroege christenen niet konden weten dat ze voorlopers waren van een nieuwe dageraad en dat het Romeinse Rijk ooit zou vallen, zo kunnen wij ons niet voorstellen dat Empire ooit voorbij zal gaan. Nu, waarom zou de strijd van Amnesty juist met die van de Jezuïeten vergeleken moeten worden en niet met die van de vroege christenen? Oftewel, hoe weet je of datgene dat je doet een uiting is van verzet of dat het een product en bevestiging is van Empire zelf? Met andere woorden, waar ging het mis in de geschiedenis van Jezus tot Jezuïeten? Negri en Hardt kunnen dit niet oplossen, zoals niemand dat kan. Het is echter wel een belangrijk vraagstuk dat zij negeren. Zo was er ook vlak voor de Eerste Wereldoorlog in Europa een beweging vol levenslust, die zich net als Negri en Hardt tegen de vermolmde corrupte structuren van het kapitalistische burgerdom richtte. Het élan vitale van Bergson werd met futuristische energie tegen het materialisme en liberalisme ingezet. En met hetzelfde élan vitale stortten honderdduizenden zich in de loopgraven, om het 25 jaar later nog eens dunnetjes over te doen met hernieuwde bevlogenheid. Meer eigentijds gesproken: hoe weet ik of Emile Ratelband niet de moderne Fransiscus van Assisi is, en inspirator van de multitude? Ten slotte, zelfs indien NGO’s als Amnesty International een internationale Empire-orde zouden bevorderen, wat dan nog? Is dat Empire wel altijd zo erg? De kritiek van Negri en Hardt dat kleinschalige verbeteringen de macht van Empire alleen maar zouden versterken lijkt een nieuwe versie van de Verelendungstheorie: ‘het moet eerst veel slechter worden eer het beter worden kan, dus laat het maar slechter worden’.

Piercing

Wat voor activiteiten om Empire omver te werpen zien Negri en Hardt dan wel? Daar zijn ze minder duidelijk in. Behalve algemene aanbevelingen zoals ‘het terugveroveren van de productiemiddelen’ noemen ze de antropologische exodus als mogelijkheid. Te denken valt daarbij aan piercen, maar liever nog aan verdergaande lichamelijke transformaties. Verder bejubelen ze bewegingen en migraties die buiten de controle van Empire vallen; dat wil zeggen, de nomadische bewegingen van illegalen, maar niet de voorgeprogrammeerde toeristenreizen. Ook een basisinkomen voor de hele wereldbevolking zien ze als nastrevenswaardig. Het lastige van ieder concreet voorbeeld is dat deze evengoed kan worden gezien als een element van Empire zelf. Bovendien vermijden Negri en Hardt het ontwerpen van scenario’s en blauwdrukken van ideale samenlevingen. Ze vertrouwen op een bijna-religieuze inspiratie van waaruit vanzelf het hele Empire in duigen zou moeten vallen. Een dergelijk optimisme zonder toekomstvisie en zonder concreet actieplan is inderdaad te vergelijken met het vroege christendom. De Romeinen incorporeerden alle goden die ze bij hun veroveringen ontmoetten in hun eigen pantheon, maar doordat de christenen dit verwierpen vormden ze een bedreiging voor het Romeinse Rijk, ondanks dat ze – net als Negri en Hardt – wat betreft hun toekomstvisie niet veel verder kwamen dan gestamel over innerlijk licht en het koninkrijk Gods dat moest komen.

Empire is vergeleken met het Communistisch Manifest en heeft ook wel wat trekjes van de Bijbel. Maar het lijkt misschien nog meer op een science fiction film als de Matrix. In deze film is er ook een collectieve droom, of waan – de Matrix, hier: Empire – waar iedereen in gelooft. Deze waan wordt door machine’s in de hersenen van mensen afgespeeld, terwijl ondertussen dezelfde machine’s hun levensenergieën aftappen. Het leven zou veel mooier kunnen zijn wanneer men uit de waan stapt. In deze film is er ook het probleem van verzet: hoe weet je dat je uit de droom bent ontwaakt, en hoe kan je verzet plegen dat niet onderdeel is van de droom? In de Matrix is het voldoende om er simpelweg niet meer in te geloven. Er komt een jongetje in voor dat door de schijn van de Matrix weet heen te schouwen en dat door zijn mentale kracht lepels op afstand kan ombuigen. Zodra je niet meer in de Matrix gelooft is alles mogelijk. Waar dat heen leidt kunnen we in Matrix 2 zien. Hoe verzet tegen Empire kan worden uitgebouwd blijft lastiger te beantwoorden – het vervolg op Empire moeten we zelf creëren.

Het boek is een aanrader voor iedereen die zijn kritisch vermogen wil aanscherpen en analyse’s wil zien van de machten in onze maatschappij. Concrete oplossingen geeft het boek zoals gezegd zelden, maar door de aanstekelijke gedrevenheid en het zelfvertrouwen stimuleert het om zelf naar oplossingen te zoeken. We hebben het immers zelf in de hand (p. 80): “Terwijl Machiavelli bijvoorbeeld voorstelt dat het project om van onderaf een nieuwe maatschappij te construeren ‘wapens’ en ‘geld’ vraagt en erop aandringt dat we die buiten zoeken, antwoordt Spinoza: hebben we die niet reeds? Zetelen de noodzakelijke wapens niet precies in de creatieve en profetische macht van de massa?”

Literatuur:

- Michael Hardt en Antonio Negri, Empire; Van Gennep, Amsterdam, €29,50.

Gerelateerde artikelen