11 minuten

De bevrijdende blik

Over bimbo's & feministen

Het is een opeens een issue geworden waar je niet omheen kunt, vrouwelijke seksualiteit. Minister Ab Klink (CDA) van Volksgezondheid hield onlangs een wervingscampagne voor donoren tegen, omdat deze 'te bloot' zou zijn. Bijna gelijktijdig protesteerde fractieleidster Mirjam Bikkers van de Utrechtse ChristenUnie tegen een billboard in de stad met 200 vierkante meter 'gouden bikini' met als argument dat de vrouw werd neergezet als 'lustobject'.

CDA en CU kregen verrassend veel bijval van linkse politici: onder andere PvdA-er Jeroen Dijsselbloem en GroenLinksers Evelien Tonkens en Jos van der Lans sloten zich bij hen aan. In dezelfde periode werd een documentaire van Sunny Bergman vertoond, getiteld 'Beperkt Houdbaar”, waarin zij liet zien hoe een steeds krachtiger 'schoonheidsideaal' vrouwen noopte zich om te bouwen naar de geretoucheerde pornosterren uit de Playboy. Samen met ondermeer filosofe Stine Jensen publiceerde zij het inmiddels al ruim 5000 keer ondertekende manifest Sex moet weer haute couture worden. Tegelijk verscheen de Nederlandse vertaling van het boek Female Chauvinist Pigs van Ariël Levy, die de voortgaande pornoficatie van de samenleving aanklaagt. En intussen publiceerden Marlies Dekkers en Heleen van Royen hun boek Stout, waarmee zij zich presenteerden als sexy überfeministen. Er is dus iets aan de hand rondom vrouwelijke seksualiteit en de verbeelding daarvan - en er lijkt ook sprake van enige verwarring over wat nu precies feminisme is. Moet je, om feministisch te zijn, tegen het afbeelden van seksualiteit in de publieke ruimte zijn? En andersom, is het tegengaan van afbeeldingen van bloot in de publieke ruimte automatisch feministisch?

In het begin van Bergmans documentaire zien wij haar samen met haar moeder en diens collega,  feministische documentairemaaksters, één van hun oude documentaires uit de jaren zeventig terugkijken. Daarin werd het schoonheidsideaal onder de loep genomen: het verplichte gebruik van make-up, de manier waarop vrouwen werden afgebeeld in reclame. De vrouwen concluderen eensgezind: dit punt hebben we als vrouwenbeweging volstrekt verloren. De druk om te voldoen aan het gangbare schoonheidsideaal is alleen maar sterker geworden, het schoonheidsideaal steeds moeilijker te bereiken.

Maar het meest verbijsterende lijkt wel dat schoonheid niet meer wordt afgemeten aan lichamen van andere, echt bestaande vrouwen maar aan geretoucheerde en gefotoshopte plaatjes uit de Playboy, waar de vagina eruit ziet als die van een meisje van tien. Waren eerder de strijd tegen pornografie en die tegen het onmogelijke schoonheidsideaal twee min of meer gescheiden zaken, in wat wel de allerergste feministische nachtmerrie moet zijn, wordt het nieuwe schoonheidsideaal verbeeld door de verveeld kijkende porno-ster. Het meest verneukeratieve -om in terminologie te blijven- is nog wel dat dit alles gebeurt onder het mom van feminisme en bevrijding. Hoe is het toch zo ver gekomen? En wat doen we eraan?

Female Chauvinist Pigs

Ariël Levy legt in haar boek de schuld voor een niet onbelangrijk deel bij vrouwen zelf. Bepáálde vrouwen wel te verstaan: degenen die het op een gegeven moment niet meer op konden brengen om de druk van mode-, schoonheids- en porno-industrie te weerstaan, maar juist gingen meedoen. Levy noemt ze in haar boek Female Chauvinist Pigs (FCP’s). Het zijn de vrouwen die instrumenteel zijn in het creëren en voortzetten van het 'schoonheidsideaal': de organisatrices van seksfeesten, de vrouwelijke producers en excuus-truus-gasten van televisieprogramma's, de vrouwelijke directeur van de Playboy.

In haar documentaire laat Bergman zien hoe één en ander in zijn werk gaat. In één scène bezoekt ze de redactie van het modeblad Jackie. En passant komt aan de orde dat de ganse redactie, gesponsord door Robert Schumacher, plastische chirurgie heeft laten doen en daar vervolgens een wervende special  over heeft gemaakt. Bergman kaart bij de redactie aan hoezeer de afbeeldingen en artikelen in het blad haarzelf onzeker maken– iets waar de schoonheidsindustrie op aanstuurt en gebruik van maakt. Het antwoord van de diverse redactieleden is een Catch-22: dan ben je ofwel niet op je gemak met jezelf, ofwel gewoon lelijk en daar moet je dan wat aan doen. De dames oordelen mild. Bergman is gewoon een beetje onzeker want lelijk is ze niet.

Hoe breien de FCP's het recht in hun hoofd dat je om laten bouwen tot porno-ster en een paaldansact opvoeren, bevrijdend is? Welnu, met een half appèl op psychoanalyse, een plukje postmodernistisch deconstrueren en een toefje coolness. De notie dat je je pas 'echt' bevrijd hebt van iets als je je niets meer aantrekt van onderdrukkende mechanismen, maar 'ermee speelt', komt uit de psychoanalyse. Dat hedendaagse vrouwen die beelden zo eventjes 'deconstrueren', is regelrecht te danken aan het postmodernisme. En dan is het niet moeilijk meer om de bal in te schieten: het is niet cool om je te verzetten tegen bepaalde beelden van sexualiteit, het is juist cool om te doen alsof je ze beheerst. Daarmee word je 'one of the guys'.

Porno als cultuurtekst

Dat je pas kunt bevrijden van onderdrukkende mechanismen als je een keur aan alternatieven hebt, wordt niet vermeld en de alternatieven schitteren helaas door afwezigheid. En dat je beeldvorming briljant kunt deconstrueren, betekent beslist niet dat ze haar effect verliest of dat achterliggende machtsstructuren opeens verdwijnen. Porno en reclame werken wat dat betreft op dezelfde manier: reclamemakers die spots maken voor speelgoed en snoep, bijvoorbeeld, mogen dan modieus betogen dat 'die kinderen tegenwoordig dwars door beeldvorming heenkijken', ouders weten wel beter. Wellicht kunnen kinderen desgevraagd best benoemen wat niet klopt aan reclames, maar ze gaan wel degelijk om de producten zeuren. Het effect van reclame gaat diep: het gaat om het oproepen van een sterk affect ten behoeve van het product en dat ontsnapt juist vaak aan de ratio.

Hoe functioneert de werking van porno (en reclame) dan precies? Het pornografie-debat gaat van oudsher over de verhouding representatie-werkelijkheid. Het liberale (en postmoderne) standpunt is dat porno fantasie is en daarmee gescheiden van de werkelijkheid. Dat weet iedereen. Porno fungeert hooguit als uitlaatklep. Radicaal-feministen stelden daarentegen dat 'porno de theorie is, en verkrachting de praktijk'. Met andere woorden, dat pornografie wel degelijk gedrag modelleert. Dat is natuurlijk niet houdbaar: na het lezen of bekijken van pornografie rent niemand de straat op om het geziene meteen in praktijk te brengen.

In haar boek In Tekst Gevat verklaart hoogleraar Genderstudies Maaike Meijer het een stuk subtieler: porno, maar ook de beelden in reclames, zijn slechts een representatie maar daarmee zijn ze zeker niet zonder effect. Het effect moet echter niet gedacht worden op het niveau van de enkelvoudige representatie, het ene beeld of de enkele tekst, maar op het niveau van wat zij noemt de cultuurtekst: een conglomeraat van geaccepteerde, steeds weer terugkerende motieven en wijzen van representatie rondom een thema. Pas door de eindeloze herhaling van de representatie, waarin een bepaald patroon zit, wordt het desbetreffende patroon 'normaal' en 'natuurlijk', en krijgt het zijn kracht. Het effect van de representatie is dan niet langer zichtbaar, omdat het bijna onbewust gaat.

Representatie werkt dus heel indirect, maar wel op fundamenteel niveau. Het gaat bij porno dus ook niet direct om de (seksuele) handeling, maar om de wijze waarop het beeld of de tekst die handeling representeert. Het beeld, aldus Meijer, creëert de toeschouwer, 'richt de blik'.  En de meeste porno creëert een heterosexuele, witte, mannelijke toeschouwer, zelfs al is de toeschouwer vrouw. Dat komt onder meer doordat porno ertoe neigt de blik van de kijker 'voyeuristisch' en daarmee afstandelijk te richten. Daarnaast geeft porno vrouwen meestal als object weer en mannen als subject. De kijker of kijkster wordt gedwongen om zich met een imaginair mannelijk gezichtspunt te identificeren. Is het gek dat vrouwen uiteindelijk ook de neiging krijgen om zichzelf en hun eigen lichaam vanuit een imaginair mannelijk standpunt te bezien? 

Hiermee wordt duidelijk waarom het in feministische kritiek op pornografie niet persé gaat om de seksuele handeling die wordt afgebeeld, of om het feit dat een bloot (vrouwen)lichaam wordt afgebeeld, maar om de manier waarop we gestuurd worden het beeld te interpreteren en ons er al dan niet mee vereenzelvigen.

Genot

Laten we eens een voorbeeld nemen. Als één van zijn eerste beleidsdaden hield minister Klink een op stapel staande reclamecampagne voor orgaandonatie tegen, omdat de gebruikte foto volgens hem 'niet spoorde met het doel van de campagne'. Eén afbeelding uit de campagne toont een man die een in ondergoed gehulde vrouw van achteren omarmt. Een andere foto draait de rollen om: het meisje trekt de jongen langzaam zijn hemd uit. De jongen geniet er zichtbaar van.

Was dit nu een foto die niet kon? Esthetisch gezien was er niets mis mee. Er zat ook geen schokkend bloot in of overdreven gebotoxte en gelifte anorexia-lichamen. Er werd niemand in vernederd, beledigd of tot seks gedwongen - zo te zien eerder het tegendeel. De foto was zelfs in die zin vernieuwend, dat de jongen wordt afgebeeld als degene die overgave en genot beleeft, terwijl het meisje hem die gevoelens bezorgt – meestal is dat omgekeerd. De associatie tussen het afbeelden van een lichaam waaraan je zoveel plezier beleeft met donorschap lag bovendien voor de hand. De actie van minister Klink was dus -in elk geval vanuit feministisch perspectief- juist met deze foto niet op zijn plaats.

Eén van de belangrijkste strijdpunten van het feminisme in haar hoogtijdagen was  het bevorderen van seksueel genot voor vrouwen. Het boek Our Bodies Our Selves (Je Lichaam je Leven) is daar dé belichaming van. Dat een deel van de vrouwenbeweging vervolgens een coalitie sloot met conservatief rechts, dat vijandiger tegenover seksualiteit en vrouwenbevrijding staat, doet daar niets aan af. Ariël Levy sluit zich bij deze traditie aan waar zij niet alleen protesteert tegen de wijze van afbeelden van vrouwen, maar ook tegen het gegeven dat een hele generatie ertoe aangezet wordt om pornosterren als rolmodel te kiezen – mensen wiens werk nota bene is om seksuele opwinding te faken. Ook Levy is dus niet gekant tegen het afbeelden van bloot en seksualiteit an sich, ook niet in de publieke ruimte. De clou zit hem er  in dat seksappeal en gevoelens van seksuele opwinding en begeerte in veel representaties worden losgemaakt van seksualiteit zelf. In de christelijk-conservatieve Verenigde Staten, waar seksuele voorlichting jarenlang bewust is wegbezuinigd en onthouding wordt gepropageerd als anticonceptie, heeft dat destructieve gevolgen. Levy citeert Deborah Tolman die meisjes interviewden over seksualiteit en begeerte. Het trof Tolman hoe deze meiden bezig waren 'een seksualiteit te ontwikkelen die hun eigen seksualiteit uitbant'. Ze stonden onder grote druk om sexy te lijken maar ze hadden er grote moeite mee hun eigen seksuele begeerte te herkennen, iets dat toch, aldus Levy, een belangrijke voorwaarde is om je sexy te voelen. En daarnaast: je moet weten wat je wilt om te weten wat je níet wilt.

Abrikozenoffensief

Wat kan dan nog tegenwicht bieden tegen de macht van de representaties die dag in dag uit over ons worden uitgestort? In een artikel in het New York Magazine getiteld 'The Porn Myth’ stelt Naomi Wolf dat porno, in tegenstelling tot wat de eerste feministen dachten, mannen niet in oversekste beesten verandert, maar juist dodelijk is voor het libido. Jongens lijken niet meer in staat tot een erotische relatie met echte meiden. Wolf vergelijkt porno dan ook met junkfood: “If your appetite is stimulated and fed by poor-quality material, it takes more junk to fill you up”. Vervolgens komt Wolf met een anekdote over hoe één van haar vriendinnen, orthodox joods geworden en nu wonend in Jeruzalem, sinds haar huwelijk haar prachtige lange blonde haar alleen nog laat zien aan haar man. Ze beschrijft de slaapkamer van de twee: “(T)he sexual intensity in the air was overwhelming. It was private. It was a feeling of erotic intensity deeper than I have ever picked up between secular couples in the liberated west. And I thought: our husbands see naked women all day – in Times Square if not on the Net. Her husband never even sees another woman's hair. She must feel, I thought, so hot.”

Is dat dan de oplossing? Een verbod op het afbeelden van naaktheid en seksualiteit in de publieke ruimte, zoals recentelijk door bijvoorbeeld Pessers, Klink en Van der Lans bepleit werd? Gezien het niveau waarop representaties werkzaam zijn en het feit dat porno diep in onze samenleving is doorgedrongen, om nog maar te zwijgen van de reclames van de mode- en de schoonheidsindustrie, heeft dat niet veel zin. Een aanklacht als The People vs. The Beauty-industry daarentegen is een interessante optie, omdat daarbij alle methoden moeten worden blootgelegd waarmee de schoonheidsindustrie onzekerheid zaait.

Maar tegengas moet vooral gegeven worden op niveau van de representatie zelf. Het weghalen van elke verwijzing naar bloot en erotiek ontneemt jongeren óók de kans om hun eigen seksualiteit te herkennen. De actie van de website 'Beperkt Houdbaar' om reclame-posters van schoonheidsindustrie te beplakken, vestigt de aandacht op de wijze van representatie. Hetzelfde geldt voor Bergman's documentaire: één beeld zegt meer dan duizend woorden. Tegengas moet ook bestaan uit seksuele voorlichting, en uit bewust andere representaties van seks, bijvoorbeeld in kunst en cultuur.

Elke alternatieve, op de vrouw als subject in plaats van object gerichte representatie is al een daad van verzet. Tegenover de verbeelding van de vagina waaruit alle lust en opwinding is weggeretoucheerd, -gesneden en -gephotoshopt zijn beslist beelden mogelijk die dichter staat bij onze eigen beleving. Maar, om met Maaike Meijer te spreken: “De culturele representatie van de vrouwelijke seksuele opwinding (...) is nietig vergeleken met de culturele representatie van de mannelijke erectie. Ik pleit voor gelijkheid en die kan slechts bereikt worden door het strategisch en tijdelijk omkeren van de oppositie. Ik zou dus graag veel gepraat willen over het abrikoosje dat rijp is en roept pluk mij, het dikke vijgje, de sappige perzik (...). Of ga naar een andere winkel en neem de oester, klaar om te worden leeggeslurpt maar laat de palingen en de gerookte makrelen liggen.” Welnu, laat het Abrikozen-offensief beginnen.

Literatuur en websites:

- Ariel Levy, Female Chauvinist Pigs. De opkomst van de bimbo-cultuur,Amsterdam, 2007.
- Maaike Meijer, In tekst gevat. Inleiding tot een kritiek van de representatie, Amsterdam, 1996.
- Maaike Meijer, Leve de penisnijd. Mannelijkheidscomplexen bij lesbo's en andere mensen. Georg Mosse-lezing, 20 sept. 2006.
- Naomi Wolf, ‘The Porn Myth’. In: New York Magazine, 20.10.2003.

Gerelateerde artikelen