11 minuten

De energieverhalen van GroenLinks

Dilemma's en verschuivingen

GroenLinks pleit van oudsher voor duurzaamheid en zuinig energieverbruik. De argumenten zijn in de loop der tijd wel verschoven, net als de discussie in de partij. Een kritische analyse van het energieverhaal van GroenLinks.

Uit het 21minuten-onderzoek van 2009, ‘het grootste online opinieonderzoek van Nederland’, bleek dat 36 procent van de Nederlandse bevolking denkt dat klimaatverandering een volledig natuurlijk verschijnsel is waar de mensheid geen invloed op heeft. Het onderzoek wijst ook uit dat de gemiddelde Nederlander zich niet zo veel zorgen maakt over klimaat en milieu en vindt dat zij al milieubewust genoeg leeft. Werk aan de winkel dus voor GroenLinks. Maar overtuigt het energieverhaal van de partij wel? En is er binnen de partij consensus over de inhoud en de standpunten? Een van de belangrijkste vragen voor GroenLinks blijft of de verantwoordelijkheid voor een overgang naar duurzame energie primair ligt bij de politiek, de overheid of bij de burger. Wat verwachten we van het individu en wat moet de staat regelen?

Al sinds het eerste verkiezingsprogramma van GroenLinks Verder kijken uit 1989, pleit de partij voor energiezuinigheid en duurzame energie. Dat heette toen ‘energiebesparingsprogramma’s nieuw leven in blazen’ en ‘promotie van gebruik van niet-fossiele energiebronnen met kracht ter hand nemen’. In de uitgangspunten van 1991 wordt onomwonden gesteld dat een radicaal milieubeleid in het Westen de materiële consumptiemogelijkheden zal beperken. In die tijd worden de standpunten van de partij ten aanzien van milieu en energie veel sterker dan nu gekoppeld aan de noodzaak tot economische krimp (‘de huidige economische groei bedreigt de aarde en het menselijk bestaan’). Tegenwoordig pleit de partij voor duurzame consumptie. In 2008 vraagt GroenLinks in haar vernieuwde uitgangspunten om ‘eens kritisch naar je eigen consumptiepatroon te kijken’ en wil ze ‘wind- en zonne-energie stimuleren tot groei-industrieën’.

In tegenstelling tot in 1989 gebruikt GroenLinks anno 2009 ook geopolitieke argumenten ter ondersteuning van haar energiestandpunten. In het Europees verkiezingsprogramma van 2009 staat dat Nederland en Europa voor hun energievraag niet afhankelijk moeten zijn van onvoorspelbare energieleveranciers zoals Rusland. De argumenten van de partij voor duurzaamheid zijn hiermee niet langer exclusief ingegeven door milieuoverwegingen, maar ook door de zorg over energiezekerheid. Energie uit hernieuwbare bronnen is nu het antwoord op zowel het vraagstuk van energiezekerheid als de klimaatcrisis. De kreten ‘klimaatcrisis’ en ‘klimaatverandering’ lagen in de jaren tachtig en negentig overigens nog niet op ieders lippen. Toen heette klimaatverandering broeikaseffect en maakt iedereen zich zorgen over zure regen.

Ondanks deze kleine verschillen in argumentatie en terminologie zijn de concrete maatregelen die de partij voorstelt om te komen tot een duurzame energievoorziening door de jaren heen vrijwel constant. Zo wordt al twintig jaar gepleit voor een milieubelasting, ook wel bekend als ecotax of groene belasting, naar het principe ‘de vervuiler betaalt’. Het is een financiële prikkel die ervoor moet zorgen dat consumenten en producenten minder energie verbruiken. Ook het isoleren van woningen, met name de sociale huurwoningen, komt telkens terug. Met deze maatregel zou het energieverbruik van huishoudens moeten dalen, waarmee de door de milieubelasting gestegen kosten van energie worden gecompenseerd. Mensen worden zo minder hard in hun portemonnee geraakt, dat is vooral van belang voor de lagere inkomensgroepen, maar ook belangrijk om voldoende draagvlak onder burgers voor een ecotax te creëren.

Sommige voorstellen van GroenLinks zijn intussen overgenomen door de politiek. Tegenwoordig moeten nieuwe woningen aan hoge energie-eisen voldoen en tegen 2020 mogen er, zoals GroenLinks al langer wil, alleen nog klimaatneutrale woningen worden gebouwd. Een ander vast nummer in de GroenLinks programma’s blijft actueel: meer investeren in onderzoek naar duurzame energie. Door technologische ontwikkelingen kan bijvoorbeeld het rendement van zonnecellen nog een stuk omhoog, waardoor zonne-energie goedkoper wordt. Daarvoor zijn investeringen in onderzoek broodnodig. Het openbaar vervoer is een andere prioriteit voor GroenLinks. Snelle en frequente trams, bussen, treinen, trolleybussen, zorgen ervoor dat het aantrekkelijker wordt voor mensen om de auto te laten staan. En niet alleen in Nederland moet meer worden geïnvesteerd in goed en snel openbaar vervoer. Met flitsende internationale treinverbindingen hebben we een reëel alternatief voor vluchten binnen Europa.

Donkergroen

Deze punten komen steeds weer terug in de verkiezings-, beginsel- en uitgangspuntenprogramma’s van GroenLinks. De meeste zijn ook nog steeds relevant en actueel. Maar op sommige punten wringt het. Wat vinden we van nieuwe technieken zoals CO2-opslag? Moeten we niet beter op de hoogte blijven van de technologische ontwikkelingen omtrent kernenergie? Zijn duurzame keuzes niet alleen weggelegd voor de rijken? En wie moet in beweging komen om een duurzame energievoorziening mogelijk te maken?

In het najaar van 2007 organiseerde GroenLinks een campagne tegen de bouw van nieuwe kolencentrales in Nederland: ‘Kappen met Kolen!’ Maar op het partijcongres van 7 maart 2009 zette een aantal partijleden vraagtekens bij dit standpunt. Moet GroenLinks zich fel verzetten tegen kolencentrales wanneer CO2 kan worden opgeslagen? Bas Eickhout, onderzoeker duurzame ontwikkeling en inmiddels Europarlementariër voor GroenLinks, pleit voor meer onderzoek naar veilige en duurzame CO2-opslag en voor pilots om deze techniek verder te ontwikkelen. Wel vindt hij dat de kosten daarvan moeten worden gedragen door de energiebedrijven zelf. Daarmee blijft hij netjes binnen de lijntjes van het officiële standpunt van GroenLinks: geen grootschalige overheidssubsidies voor proeven met het afvangen en opslaan van CO2. Binnen GroenLinks zijn er ook mensen die veel verder gaan dan dat en CO2-opslag afwijzen als inherent niet-duurzaam of veel te onzeker en dus onveilig.

De discussie laat zien dat GroenLinksers onderling sterk kunnen verschillen in de mate van vertrouwen in technologische toepassingen, zoals CO2-opslag. De GroenLinksers vanuit de ‘donkergroene’ ecologische stroming staan zeer sceptisch tegenover de beloftes van technologie. Op drie oktober jl., op een milieuconferentie georganiseerd door het milieunetwerk van GroenLinks, werd dit geïllustreerd door een discussie tussen Jan Juffermans, actief GroenLinkser en werkzaam bij De Kleine Aarde (landelijk centrum voor een duurzame leefstijl) en Kees Vendrik, Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Vendrik hield een pleidooi voor de elektrische auto, terwijl Juffermans betoogde dat mensen de auto simpelweg moeten laten staan, elektrisch of niet. Dat is pas echt duurzaam.

De discussie raakt daarmee ook de vraag wat telt als duurzame energie. Wanneer is iets duurzaam? Leveren gascentrales die CO2 opslaan duurzame energie? En kan kernenergie niet een deel van de oplossing zijn voor de klimaatcrisis? Tijdens het eerdergenoemde GroenLinks-congres in maart 2009 werd ook gestemd over het Europees verkiezingsprogramma. De groep Kritisch GroenLinks wilde niet dat de EU nog langer zou investeren in onderzoek naar kernenergie. De groep diende een amendement in om alle Europese gelden voor energieonderzoek te besteden aan onderzoek naar duurzame energie en energiebesparing. Het amendement werd aangenomen, maar niet zonder protest. Student milieukunde en bestuurslid van Dwars Amsterdam, Socrates Schouten, schrijft op zijn blog: Atoomenergie? Nee bedankt! Onderzoek naar kernenergie? Ja!

Het is geen toeval dat juist een jong partijlid voor onderzoek naar kernenergie is. GroenLinks-jongeren organiseerden dit jaar een manifestatie tegen een tweede kerncentrale in Borssele. Maar veel jongere GroenLinksers sluiten kernenergie niet meer per definitie uit, zoals de moederpartij dat op dit moment wel doet. Dat merken we aan de discussies hierover binnen bijvoorbeeld Dwars en de GroenLinks-leergang Jong & Actief. Vanwege de klimaatscrisis en nieuwe technologische ontwikkelingen zou het goed zijn wanneer de partij in ieder geval haar argumenten voor en tegen kernenergie zou actualiseren en vervolgens eventueel opnieuw haar standpunt zou bepalen.      

Rechtvaardig

In februari 2008 maakten GroenLinks-wethouder Marijke Vos en PvdA-wethouder Tjeerd Herrema bekend dat vanaf eind 2009 dieselauto’s zonder roetfilter en benzine- of LPG-auto’s van voor 1992 de ring Amsterdam niet meer in mochten. De maatregel was bedoeld om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren, maar kwam zwaar onder vuur te liggen. Twijfels aan de effectiviteit van het plan leidde tot beschuldigingen van symboolpolitiek. Maar het meest pijnlijk voor GroenLinks was de reactie van de SP die het voorstel onrechtvaardig vond. Arme mensen met een oud autootje zouden er de dupe van worden. Intussen is het plan uitgesteld en het is de vraag of het er überhaupt nog van komt, nu onlangs bekend werd dat Marijke Vos, de stuwende kracht achter de ‘milieuzone’, na maart 2010 niet doorgaat als wethouder.

Linkse politiek en milieumaatregelen; het wringt nogal eens. Natuurlijk streeft GroenLinks vanuit haar linkse idealen naar een rechtvaardigere inkomensverdeling, zodat duurzame keuzes voor iedereen toegankelijk worden. Maar het Amsterdamse voorbeeld laat zien dat de verwezenlijking van groene en linkse idealen niet altijd synchroon lopen. Groenlinks zou willen dat de kosten voor het milieu worden doorberekend in de prijs van alle producten en diensten, zodat dure milieuvriendelijke producten relatief goedkoper worden. In het geval van groene stroom kost de duurzame optie, dankzij overheidssubsidie, de consument haast niet meer dan grijze stroom. Maar doorgaans zijn groene en duurzame producten duurder dan de niet-duurzame varianten.

Wat niet helpt is dat de waarden groen en duurzaam, veel meer dan twintig jaar geleden toen GroenLinks werd opgericht, worden geassocieerd met een leefstijl die hip, trendy en bewust is, maar ook duur. Een voorbeeld is het groene glossy tijdschrift Green.2, dat volgens de uitgever Yves Gijrath (tevens het brein achter de miljonairsbeurs) symbool staat voor de tweede groene golf. De eerste groene revolutie was volgens Gijrath van de linkse politieke partijen, de geitenwollensokken. In de tweede golf moet groen ‘gewoon’ worden, maar zonder dat we daarbij onze huidige gemakken hoeven op te geven en zonder dat opgeheven vingertje. Groen moet sexy zijn.

Een ander voorbeeld is de Prius-hype in Hollywood, door de Amerikaanse website www.thedailygreen.com gekozen als één van de vijf irritantste groene trends in Hollywood. Sterren als Leonardo DiCaprio en Cameron Diaz waren er als de kippen bij om hun imago een boost te geven met een hybride milieuvriendelijke auto. Het is hoopgevend dat groen en milieuvriendelijk zo’n aantrekkingskracht hebben op beroemdheden. Maar een duurzame leefstijl gaat uiteraard niet alleen maar over groen consumeren. Het gaat ook over het zuinig omgaan met energie, de auto laten staan als je kunt fietsen en het recyclen van producten. Dat zijn keuzes die ook mensen zonder een Hollywoodsalaris kunnen maken. GroenLinks probeert terecht mee te liften op de groene hype, bijvoorbeeld met Femke Halsema in een hybride auto voor een verkiezingsspotje, maar we kunnen er niet omheen dat duurzaamheid ook gaat over het maken van andere keuzes als burger, naast de politiek die moet inzetten op een duurzame energievoorziening.

Vingertje

Dankzij nieuwe technologieën kunnen we duurzame energie opwekken en producten te maken die lang meegaan en recyclebaar zijn. Maar veel mensen willen eigenlijk nog steeds het liefst de nieuwste mobiele telefoon en breedbeeldtelevisie hebben, ook al heeft de oude nog een lange levensduur. Het energieverbruik van huishoudens stijgt nog steeds ieder jaar.

GroenLinks zou graag zien dat mensen zich anders gaan gedragen, meer lokale producten kopen, minder vlees eten en minder vaak en ver reizen (overigens zijn GroenLinksers echte globetrotters), maar wil mensen daar niet toe dwingen. Ze moeten het zelf willen. Maar zolang mensen dit zien als versobering van hun leven, er de nut en noodzaak niet van inzien of er domweg geen zin in hebben, zullen zij hun gedrag niet aanpassen. Sinds Femke Halsema in 2004 duidelijk koos voor een vrijzinnig linkse koers, is binnen GroenLinks het opgeheven vingertje taboe. GroenLinks wil niet de partij zijn van ‘je mag niet vliegen’ en ‘je moet kort douchen’. In plaats daarvan wil GroenLinks mensen verleiden hun gedrag te veranderen en milieuvriendelijker te leven. Maar laten mensen zich wel verleiden? Het is een emancipatiedilemma bij uitstek: hoe ver kunnen we gaan in het dwingen van mensen om datgene te doen wat volgens ons goed voor ze is? Halsema kiest in haar boek ‘Geluk’ (2008) in feite voor de bekende linkse uitweg uit dit dilemma. Volgens haar worden onze voorkeuren als consumenten in sterke mate bepaald door de culturele, economische en politieke context. Met andere woorden, onze ‘verkeerde’ keuzes zijn niet (alleen) ons eigen probleem, maar een maatschappelijk probleem dat vraagt om een collectieve aanpak. De politiek, oftewel de overheid, zou de voorwaarden moeten scheppen waarin mensen makkelijker duurzame keuzes kunnen maken.

En soms moet de overheid burgers misschien een keuze ontnemen. Het afschaffen van de gloeilamp is hiervan een voorbeeld. Kunnen kiezen tussen een gloeilamp of een spaarlamp is iets anders dan een vrij mens zijn. Een grotere keuzevrijheid draagt niet noodzakelijkerwijs bij aan de verwezenlijking van individuele vrijheid. Bovendien weten we steeds beter wat de negatieve gevolgen zijn van onze niet-duurzame keuzes voor het milieu en het klimaat, maar blijkbaar is dit niet genoeg om ons te bewegen tot duurzaam gedrag (zie wederom de reislustige GroenLinksers). We beperken daardoor de kansen van toekomstige generaties op een goed leven. Vanuit deze overweging is het optreden van een democratisch gekozen regering tegen vervuilende productiemethodes van bedrijven en het sturen van de keuzes van consumenten via bijvoorbeeld een milieubelasting, rechtvaardig en legitiem.

Helaas zit GroenLinks niet in de regering. Tot nog toe heeft de partij hierdoor beperkt de mogelijkheid gehad om via de politieke weg energiebesparing en duurzame energie af te dwingen. Met campagnes zoals ‘de warme truiendag’ en de ‘dag-zonder-vlees’, die door Minister Verburg van Landbouw werd weggezet als te ‘betuttelend’, heeft GroenLinks zich daarom ook altijd gericht op een gedragsverandering van individuele burgers. Een beter milieu begint bij jezelf. Maar de bescheidenheid van deze voorstellen strookt niet met de enormiteit en urgentie van de klimaatcrisis. Het gevaar is dat de fatalistische houding ten aanzien van het klimaatprobleem van een deel van de bevolking hierdoor wordt versterkt.

Zolang ruim een derde van de mensen in Nederland gelooft dat klimaatverandering een speling der natuur is, is meer voorlichting over klimaatverandering en het energievraagstuk geen overbodige luxe. Dit kan samen met campagnes die individuen concrete alternatieve handelingsperspectieven bieden, bijdragen aan een sociaal-culturele context waar duurzaamheid de norm is. Tegelijkertijd moet GroenLinks blijven hameren op de ingrijpende politieke en economische keuzes die moeten worden gemaakt, zoals ten aanzien van emissiehandel, CO2-reductie en investeringen in duurzame energie. Niet alleen vanwege de dreigende gevolgen van klimaatverandering, maar ook, zoals Niels van den Berge en Titia van Leeuwen elders in deze Helling betogen, omdat het energievraagstuk een mondiaal verdelingsvraagstuk is dat gaat over internationale rechtvaardigheid.

Bronnen
-
www.21minuten.nl.
- Verder kijken, verkiezingsprogramma GroenLinks 1989.
- Uitgangspunten GroenLinks 1991.
- Kees de Vree, ‘GREEN.2 is sexy, maar groen?’, Trouw 25-6-2008.

Gerelateerde artikelen