3 minuten

De Grens

Column Andrée van Es

Als je er eenmaal op gaat letten, zie je ze overal: grenzen. In de intermenselijke relaties speelt de grens een hoofdrol. Over iemands grenzen gaan (‘tot hier en niet verder’), of juist andermans grenzen respecteren; je eigen grenzen kennen of de grens opzoeken: het komt allemaal voor.

Interstatelijk is de grens minstens zo belangrijk. ‘Over de grens gaan’ staat sinds mensenheugenis gelijk aan een oorlogsverklaring, en grensbewaking is één van de belangrijkste taken van iedere overheid. Gaat het goed in een regio, dan verzacht de grens tot een gevoelsmatige, zoals Nederlanders ervaren wanneer zij in Duitsland arriveren. De aandachttrekkers zijn de harde grenzen, de grenzen die letterlijk bevochten worden. De Muur van Trump tussen de VS en Mexico, de Groene Lijn (ook steeds vaker een Muur) tussen Israël en de Palestijnse gebieden, ooit de Berlijnse Muur en het IJzeren gordijn in de Koude oorlog, de grens tussen Noord- en Zuid-Korea.

Ook de grens tussen Noord-Ierland en Ierland is zo’n grens. Ik zou graag zeggen: was zo’n grens. Deze grens is minder zichtbaar dan hij was in de tijden van de Troubles, maar hij staat op iedere kaart en zit in ieders hoofd. Niet voor niets is de grens cruciaal in de Brexit-onderhandelingen. ‘Troubles’ was de verhullende term voor de gewelddadige jaren in Noord-Ierland. Ik was er in 1989. In Belfast was de dreiging voelbaar op ieder uur van de dag. De tuintjes van op het oog gewone huizen waren beschermd met een overkapping van kippengaas: zo konden er geen stenen, brandbommen of andere vijandige objecten naar binnen worden gegooid. Er liep een muur, een grens, tussen katholieke en protestantse wijken.

Na de uitslag van het Brexit-referendum dacht ik: hoe moet dat met de Iers-Noordierse grens? Die grens, die na eindeloze vredesonderhandelingen stukje bij beetje geopend werd, waar gewapende grensbewaking plaats kon maken voor vriendelijke bordjes en waarvan de grensbewoners zich niet meer kunnen voorstellen dat die grens gesloten zal worden. Het is spelen met vuur, het zinspelen op het sluiten van die grens.

‘Grenzen stellen’ staat ook wel voor verstandig handelen. Je kunt niet iedereen uit de hele wereld toelaten bijvoorbeeld, er zijn grenzen aan de opvangcapaciteit van landen. Je kunt niet alles goedvinden, er zijn grenzen aan de tolerantie van gemeenschappen. Daarom moeten de buitengrenzen van Europa bewaakt worden tot ver in de Sahara. Ik weet nu beter dan toen ik jong was dat de wereldburger die overal welkom is, tot de utopie gerekend moet worden. Maar het stukje bij beetje verzachten van de grenzen, dat vind ik nog altijd vooruitgang. Het Europese ideaal - nooit meer oorlog, met bijbehorende bewegingsvrijheid en solidariteit - is niet iets om cynisch over te doen. Grenzen moet je opzoeken, oprekken, verzachten. Nooit verheerlijken die grens, hoe veilig zij ook lijkt.

Dit artikel staat in het lentenummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen