7 minuten

De groene oever

Plannen langs het IJ

“Amsterdam-Noord is door zijn aard, ligging en historie een onuitputtelijke bron voor het maken van plannen”, aldus de politicus die voorstelde een goed plan te maken voor het vele water en groen in de het stadsdeel, want dat is de reden waarom mensen er graag wonen. De geschiedenis van een succesvolle notie.

Het realiseren van een groene Noordelijke IJoever die toegankelijk is voor wandelaars en fietsers. Dat was de voornaamste boodschap van de notitie “De Groene Oever van het IJ” die planoloog Harkolien Meinsma in 2000 schreef samen met architect Marina Roosebeek. Van zo’n groene oever die toen misschien een utopie leek, worden nu de contouren langzaam zichtbaar. In Amsterdam-Noord blikt een opgetogen Meinsma terug: “Toen ik gevraagd werd om deze notitie te schrijven, gaven zowel de gemeente als het stadsdeel nog voorrang aan de ontwikkeling van het centrumgebied in Noord boven de oever”, vertelt ze in het Noord-Amsterdamse café De Pont. “De vraag van De Groenen was: wat moet je daar als algemene lijn tegenover zetten? Voor mij was dat een belangrijke vraag. Ik volgde de ontwikkeling van de IJoevers al jaren en was al lang van mening dat het van belang was om een goed beeld te schetsen van beide oevers. De noordoever is bovendien de zonzijde van het IJ, met een prachtig zicht op stad. Het water glinstert daar echt. Als je daar geen samenhangende plannen voor ontwikkelt, laat je kansen voorbij gaan. Dus het schrijven van de notitie was voor mij een eervolle en belangwekkende opdracht.”

Fractievoorzitter van De Groenen Bert Tiddens (stadsdeelraad Amsterdam-Noord) gaf Harkolien Meinsma destijds opdracht voor het schrijven van de notitie. De bevlogen politicus is helaas in 2008 overleden, maar in zijn voorwoord is Tiddens duidelijk over zijn motivatie om de notitie te laten maken: “Amsterdam-Noord is door zijn aard, ligging en historie een onuitputtelijke bron voor het maken van plannen. Gelukkig zijn er twee constante factoren die alle inwoners binden: uit onderzoek blijkt telkens weer dat men in Noord woont vanwege zowel het water als het groen. Het is van het grootste belang de synthese tussen het water en het groen veilig te stellen voordat ingrijpende veranderingen dat voorgoed onmogelijk maken.”

Harkolien Meinsma vroeg architect Marina Roosebeek om bij het schrijven van de notitie te helpen. In de boot van een vriendin uit Noord ‘snuffelden’ ze samen de hele oever af en van wat ze aantroffen werden ze niet bepaald vrolijk. “Bij Shell zagen we zelfs een manshoog hek, met daarachter een man die op een stoeltje zat te slapen met zijn gezicht naar het IJ. Een heel symbolisch beeld natuurlijk. Niet alleen was de oever op de meeste plaatsen niet toegankelijk, maar we zagen op sommige plekken zelfs geparkeerde vrachtwagens en opslag van kabelhaspels. Bovendien hadden veel bedrijven hun terrein uitgebreid, het IJ in. Wanneer je als overheid die ontwikkeling een halt toe wilt roepen, moet je er iets voor leggen: een openbare oever, desnoods in de vorm van een drijvende ‘boardwalk’.”

In de “Groene Oever aan het IJ” doen de auteurs in 2000 diverse suggesties voor invulling van de openbare, groene oever. Aan de oostkant stellen ze onder meer voor om de kade aan het IJplein her in te richten als fiets-wandelpad in een groene omgeving en het druk bevaren zijkanaal K te verrijken met een pontje. Ten westen van de Shelltoren moet volgens de notitie een boulevard komen, met lichtpotten in de grond. “Zo ontstaat ’s avonds een feeërieke sfeer die grote aantrekkingskracht heeft op passanten, ook aan de overkant van het IJ.” De auteurs realiseren zich dat de bestaande zijkanalen het doortrekken van de westelijke route bemoeilijken, maar bruggen of veren kunnen dat probleem verhelpen. Hun conclusie: “Talloze voordelen zijn genoemd van het plan om de noorder IJ-oever openbaar te maken en er een doorgaande langzaamverkeersroute aan te leggen. Het is van levensbelang voor het realiseren van deze route dat in alle plannen die voor de oever in ontwikkeling zijn met het aanleggen ervan rekening wordt gehouden.”

Politieke adoptie

Negen jaar later is duidelijk dat de verantwoordelijke plannenmakers de afgelopen jaren goed naar Meinsma en Roosebeek hebben geluisterd. Aan de westflank van de oever ligt bij het bruisende NDSM-terrein het bescheiden Keerkringpark, een toegang tot het IJ voor de inwoners van Tuindorp Oostzaan. Aan de oostflank komen openbare paden langs de weilanden van Schellingwoude en waarschijnlijk ook langs het Hamerstraatgebied. Meinsma: “Er staat al een stippellijntje ingetekend.” Langs de hele oever hebben de afgelopen jaren maar liefst vijf nieuwe restaurants hun deuren geopend, met grote en druk bezochte terrassen aan het water.

Veel groener is de oever de afgelopen jaren nog niet geworden. Als Harkolien Meinsma in café De Pont uit het raam kijkt, kan ze echter net achter de Shelltoren de voorbereidingen zien voor de voorlopige mijlpaal van de groene oever: het drie hectare grote oeverpark, ontworpen door stadsarchitect Ton Schaap. Vanaf eind 2009 bereikbaar via een pad dat vanaf het Buiksloterwegveer langs het toekomstige Filmmuseum zal lopen. Harkolien Meinsma gooide hoogstpersoonlijk een van de eerste scheppen zand in het water bij de start van de drooglegging van het parkterrein. “Schaap heeft dankbaar gebruik gemaakt van de ideeën in onze notitie. Ik vind het prachtig dat het park er komt, destijds had ik niet gedacht dat onze ideeën zo snel gerealiseerd zouden worden. Dat komt natuurlijk mede doordat Shell in 2002 een groot deel van zijn terrein aan het IJ verkocht aan de gemeente.”

Dat “De Groene Oever van het IJ” negen jaar later al geleid heeft tot concrete plannen, heeft alles te maken met de politieke adoptie van de notitie. Na het verschijnen van de notitie dienden De Groenen en Groenlinks onmiddellijk samen een raadsinitiatief in om “De Groene Oever van het IJ” voortaan te gebruiken als uitgangspunt voor het ontwikkelen van de oever. De stadsdeelraad stemde daar unaniem mee in, vertelt Ruud Repko (De Groenen), toen collega-raadslid en vorig jaar opvolger van Bert Tiddens. “Het was voor het eerst dat een raadsinitiatief van De Groenen werd aangenomen. Veel was daarbij te danken aan de overtuigingskracht van de persoon Bert Tiddens, maar natuurlijk ging het ook om de inhoud van de notitie. Ik moet zeggen dat ik zelf op voorhand enigszins sceptisch was, maar de notitie toonde duidelijk aan dat een openbare, groene oever haalbaar en technisch uitvoerbaar was.”

Als vervolg heeft de stadsdeelraad in 2005 het meerjarenprogramma Groene Route langs de Noordelijke IJoever vastgesteld.  Het meerjarenprogramma omvat de volgende voorstellen: aanleg van een fietsroute naar Overhoeks, aanleg van een schelpenpad bij de Oranjesluizen, het aanpakken van kades IJplein/Motorwal en omvorming van de TT Vasumweg tot recreatieboulevard. Hoewel vier jaar later nog niet alle projecten zijn uitgevoerd, is het wel duidelijk dat het stadsdeel “De groene oever van het IJ” serieus neemt.

Poot stijf

Ook Amsterdam-Noord Groene Stad Aan het Water (Angsaw) omarmde de notitie meteen. Deze vereniging maakt zich al sinds 1994 hard voor een groene oever en heeft als missie om de maatschappelijke discussie over een evenwichtige ontwikkeling van Amsterdam-Noord te bevorderen. Voorzitter Harry van de Berg: “Ruimtelijke ordening te belangrijk om alleen aan de politiek over te laten. Onze belangrijkste boodschap is dat Amsterdam-Noord weer aan het IJ moet komen te liggen. Met openbare en toegankelijke oevers en een menging van wonen en weken. ‘De Groene Oever van het IJ’ past daar naadloos in. Het aanleggen van een volledig openbare en groene oever is lastig, maar dat ligt niet aan de politiek of andere plannenmakers. Er zitten aan het IJ nog steeds een aantal grote bedrijven die hun poot stijf houden. Bij het Shellterrein komt straks een soort boardwalk met riet ervoor, maar niet alle bedrijven zijn daar happig op. Met name Albemarle is aan de oostkant een groot obstakel.”

Angsaw heeft drie deskundigen, onder wie opnieuw Harkolien Meinsma, de opdracht gegeven om een notitie te schrijven over juist die oostflank. In juni wordt de notitie gepresenteerd aan politici, bewoners en andere belanghebbenden. Van den Berg: “We proberen hiermee de politiek te beïnvloeden om bij het maken van plannen voor de oostflank de groene oever niet uit het oog te verliezen. Bij de uitwerking van het projectbesluit voor het Hamerstraatgebied staat de oever al op de agenda, hoewel we in de begeleidingscommissie nog een stevige discussie over voeren met de zittende bedrijven. Wij denken overigens dat die grote, industriële bedrijven daar niet voor de eeuwigheid zitten, dus in die zin is er sowieso perspectief.”

Harkolien Meinsma roept stadsdeel én gemeente op om de zonzijde van het IJ de komende jaren ook op andere punten goed in de gaten te blijven houden. Ze wijst naar de picknicktafels op het terras van café De Pont. “Eekhoorntjesmeubilair. Voor mij is dat typerend voor het gebrek aan allure en flair bij de inrichting van de oever. Laten we hopen dat dat bijvoorbeeld wel gebeurt bij het inrichten van het oeverpark en de kade van het IJplein. Daarnaast is het voor mij onbegrijpelijk dat de Sixhaven in eerste instantie geen metrostation krijgt, met het Filmmuseum en de Tolhuistuin wordt dit een cultuurcentrum! Een typisch voorbeeld van centralistisch denken. De overheid moet de oever nog veel serieuzer gaan nemen.”

Gerelateerde artikelen