7 minuten

De hond en de hometrainer

Interview met Emile Aarts van Philips

Emile Aarts is lid van het managementteam van de Philips Research Labaratories en doceert aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij doet al vijfentwintig jaar onderzoek naar toepassingen van computertechnologie en is de stuwende kracht achter Ambient Intelligence. Hoe ziet hij de relatie tussen bedrijfsleven en politieke instituties als het gaat om technologische innovatie?

Staan we met de ontwikkeling van Ambient Intelligence op een technologisch keerpunt dat de samenleving ingrijpend zal veranderen?
“Dat geloof ik wel. Ik ben er zelf al tien jaar mee bezig en zie steeds meer toepassingen in de praktijk mogelijk worden. Het is een jaar of tien geleden ontstaan doordat we elektronica steeds kleiner konden maken, weg kunnen werken in de omgeving dus. Chips kunnen nu zo klein zijn dat je ze in verf, papier of plastic kunt verwerken. Als Philips zijn wij gestart met het idee dat de huiskamer van de toekomst enorm zal veranderen. Ambient intelligence was aanvankelijk vooral gericht op de entertainmentindustrie. Wij onderkenden pas later dat het ook op andere gebieden zoals de zorg grote impact kan hebben. Gezien de vergrijzing en personeelstekorten in de zorg is het aantrekkelijk dat mensen met behulp van Ambient Intelligence technologie steeds langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Denk bijvoorbeeld aan elektronica gericht op val- en instabiliteitsdetectie.

Ook doen we op dit moment experimenten met autistische kinderen en kleurcodes, we onderzoeken of de emotie van het kind via kleurverandering opgepakt kan worden. Verder experimenteren we met matrasjes voor vroeggeboren kinderen in couveuses. Nu is het zo dat een prematuur geboren kind aan slangetjes en draadjes in een kastje ligt, niemand mag eraan komen, lichamelijke affectie is niet mogelijk. Als zo'n matrasje als een huid kan aanvoelen en de warmte kan doorgeven die nodig is en die metingen kan overnemen van de elektrodes, dan verander je het leven van een vroeggeboren kind op een wezenlijke manier.”

Ambient Intelligence krijgt veel aandacht van de Europese Unie. Hoe lopen de contacten met de politiek?
De Europese Commissie heeft een technologische adviesgroep, genaamd ISTAG (zie het artikel van Bibi van den Berg, red.). Ook Philips neemt deel aan ISTAG, net als bedrijven als Nokia en Siemens. Binnen dat verband van ISTAG ontstaat een subtiel spel. Want hoewel wij als Philips als eerste het belang van Ambient Intelligence hebben onderkend, zien wij ook wel in dat wij de ontwikkeling van dergelijke technologieën niet alleen gerealiseerd krijgen. Philips heeft daarom een stap terug gedaan. Wij claimen Ambient Intelligence niet als strategie voor Philips, maar leggen onze visie op tafel om te zien wie het oppakt. Op die manier kunnen we het concept als gemeenschappelijke visie binnen ISTAG presenteren aan de Europese Commissie. Het bijzondere was dat het directoraat-generaal ook zelf behoefte had aan een centrale Europese visie. De Verenigde Staten gebruiken de Homeland Security Act (die in 2002 is ingesteld in het kader van terrorismebestrijding, red.) voor het bevorderen van onderzoek en het ontwikkelen van een centrale visie. Het nut van Europese programmering zit vooral in de vorming van onderzoeksconsortia. Het gemak waarmee wij nu onze collega's bij Nokia of Daimler Chrysler of Thomson weten te vinden om samen te op te trekken is hartverwarmend.  Zonder de gemeenschappelijke visie en zonder het geld van ISTAG, zou dat nooit tot stand zijn gekomen. Voor de integratie van Europese innovatie is dat een gouden greep geweest. De bedrijven participeren in de Europese visie ontwikkeling en kunnen de opgedane kennis ook deels al toepassen op hun eigen productontwikkeling.”

U spreekt over de talloze mogelijkheden en voordelen van Ambient Intelligence. Hoe ziet u het privacy-vraagstuk, welke nadelen ziet u verbonden aan deze technologie?
“Ik heb me pas in het vierde onderzoeksjaar gerealiseerd dat er ethische vragen verbonden zijn met de ontwikkeling van Ambient Intelligence. Ik werd uitgenodigd voor een lezing en dacht een standaardverhaal over Ambient Intelligence te houden. Na een kwartier zag ik de gezichten betrekken. Uiteindelijk ben ik maar gestopt met mijn verhaal en toen bleek dat ik een ondraaglijk luchtig verhaal hield terwijl de conferentiegangers daar al twee dagen praatten over de dark scenario's van Ambient Intelligence. Recent verscheen van een aantal onderzoekers het boek Safeguards in a World of Ambient Intelligence. Zij beschrijven in hun boek wat er allemaal fout kan gaan. Corien Prins, hoogleraar ICT en recht in Tilburg en Jeroen van den Hoven, hoogleraar Moral Philosopy in Delft, nemen vanuit Nederland deel aan deze discussie. Zij kijken bijvoorbeeld of er al wettechnisch geanticipeerd kan worden op onwenselijke effecten. Wij werken als bedrijf met hen samen om in heel vroeg stadium te zoeken naar oplossingen, maar we willen ons niet mengen in de meningsvorming. Je moet er wel voor zorgen dat je mensen hebt in je omgeving die ongezouten kritiek durven te geven. En daarna moet je bereid zijn om dat wat ze zeggen naar actie te vertalen. Zo kwamen we via discussies met dit soort onderzoekers er al vroeg achter dat we senioren niet op een betuttelende manier moeten willen activeren. Het klinkt voor de hand liggend, maar het gemak waarmee je dat soort fouten maakt is ongelooflijk. Als je niet uitkijkt ben je bezig met het ontwikkelen van dingen waar geen vraag naar is. Berucht is het geval van de Amerikaanse dame die te weinig bewoog. Ze kreeg thuis een hometrainer en nam ook een hond. Vervolgens trainde ze de hond op de hometrainer. Mensen zijn geraffineerd in het bedenken van oplossingen om van betutteling af te komen. Dus moet je concepten ontwikkelen waar senioren zich wel toe aangetrokken voelen en waarbij ze worden gestimuleerd om te participeren.”

Welke visie verwacht u vanuit de politiek op ICT en Ambient Intelligence?
“Van de overheid verwacht ik een kaderstellende visie. De overheid moet ervoor zorgen kennis in eigen huis te hebben. Wij bevelen politici aan om hardcore technologen aan te nemen in hun omgeving. Als Binnenlandse Zaken een informaticus met verstand van veiligheid in dienst had gehad, dan was die discussie over de OVjaarkaart anders verlopen. Maar de overheid moet ook benul ontwikkelen. Benul is dat je begrijpt welke impact een ontwikkeling kan hebben. Wij hebben juristen in ons bedrijf die kijken en beoordelen waar we staan als bedrijf en hoe we ons kunnen aansluiten bij de meningsvorming. Zij kijken naar hoe we in het politieke verkeer zitten en wat de mensen zeggen. Onlangs kwam de oud-burgemeester van Utrecht bij ons langs, zij wilde meer weten van persoonsgegevensbeveiliging. Wij delen met haar onze kennis, maar verwachten dan ook dat wij als eerste mogen horen met welke aanbevelingen zij gaat komen. 

De kracht van onze manier van werken is dat innovatieplatformen en kennisconsortia die bestaan uit bedrijven, instellingen en soms ook het midden- en kleinbedrijf, samen een strategische onderzoeksagenda opstellen met een gedeelde visie. Bedrijven schrijven vervolgens in op een deel van de agenda in een sfeer van vertrouwen. Er is sprake van collegiaal optreden. In de kennisconsortia zitten partijen die complementair zijn en niet concurrerend. Een modern voetbalteam heeft in de toekomst geen coryfeeën meer, omdat de posities overgenomen moeten kunnen worden. Het collectieve belang is groter dan het individuele belang. Geen enkel bedrijf kan zich hanengedrag permitteren. De minister van Economische Zaken is op de hoogte van wat wij aan het doen zijn. Ons contact met Maria van der Hoeven loopt goed omdat we nu nog niet over geld hoeven te praten. Wanneer dat dan later wel aan de orde is, gaat het veel gemakkelijker. We betrekken ook ambtenaren in een vroegtijdig stadium bij onze agenda; die weten daardoor beter wat het bedrijfsleven wil. Eigenlijk loopt het contact met de overheid nu heel soepel. Ik durf het haast niet te zeggen, maar Balkenende is slecht begrepen toen hij het had over VOC mentaliteit. Onze openheid is de basis van onze industrie. De overheid kan veel doen aan technologische innovatie: door de eerste toepassing van een ontwikkelde techniek te stimuleren, bijvoorbeeld door die zelf te gebruiken. Verder kan de overheid deelnemen aan de discussie over juridische en ethische vraagstukken die spelen op het terrein van Ambient Intelligence, met de bedoeling dingen eenvoudiger te maken en te regelen. De overheid kan er tot slot voor zorgen dat het grote publiek begrijpt waar we het over hebben, bijvoorbeeld via het onderwijs en in de zorg. Wij verwachten kortom van de overheid dat zij participeert en niet de criticus uithangt.”

Gerelateerde artikelen