15 minuten

De politiek als strijdtoneel

Chantal Mouffe roept op tot een links populisme

De Belgische politiek filosoof Chantal Mouffe pleit voor een nieuw links populisme, dat ontstaat op het strijdtoneel dat de politiek volgens haar in essentie zou moeten zijn. Op dit strijdtoneel wint dit linkse populisme – dat groepen uit alle lagen van de bevolking verenigt en waarden als gelijkheid en inclusiviteit verdedigt – uiteindelijk van het neoliberalisme. Maar zónder die laatste stroming te vernietigen. “Het conflict moet gekoesterd worden: mensen moeten iets te kiezen hebben.”

“It’s an embarrassment.” De man kijkt me indringend aan, haalt zijn schouders op en neemt nog maar een slok. We hebben een kort gesprekje aan een statafel in een Londense koffietent. Over politiek. Waarover anders, nu de kranten opnieuw openen met het onvermogen van Britse politici om een oplossing te vinden voor de manier waarop het Verenigd Koninkrijk de EU moet verlaten. De loopgraven waarin Tories en Labour zich ingroeven zijn diep, de afstand is klein genoeg voor venijnige beschietingen maar te groot voor een handreiking. “Ze maken er een puinhoop van, ze luisteren alleen nog naar zichzelf”, zegt de man. Schaamte, dat lijkt de overheersende emotie van de Londenaren die ik spreek. Schaamte over hun politici, zeker, maar ook schaamte over zichzelf. Hoe hebben ze het zo ver kunnen laten komen?

Ik ben in Londen om Chantal Mouffe te spreken. De van oorsprong Belgische politiek filosofe maakte naam met haar boek Hegemony and Socialist Strategy, dat ze samen met haar man en vakgenoot Ernesto Laclau in 1985 publiceerde. De strekking van dat boek werkt ze sindsdien uit. Politiek, zegt Mouffe, is een strijdtoneel. Het gaat erom de tegenstellingen op te zoeken. Het zoeken naar consensus in het centrum is de dood in de pot. Politiek die dat doet, vervreemdt mensen van zich en leidt uiteindelijk tot extremisme. Om dat te voorkomen, moet het conflict gekoesterd worden. Mensen moeten iets te kiezen hebben. Om vervolgens binnen de grenzen van de liberale democratie te accepteren dat je soms wint en soms verliest. Maar nooit voor al te lange tijd, want de winnaar wordt steeds weer uitgedaagd door de verliezer. Mouffe muntte er een term voor: agonistisch pluralisme.

In haar werk neemt Mouffe - vanzelfsprekend voor iemand die pleit voor het conflict in de politiek - geen neutrale positie in. Zoals al uit de titel van haar standaardwerk uit 1985 blijkt, pleit ze voor een linkse strategie om de dominante hegemonie, die van het neoliberalisme, uit te dagen. Om deze hegemonie omver te werpen, is een brede volksbeweging nodig, een beweging die de eisen van uiteenlopende groepen verenigt. De vorming van zo’n beweging, die door Mouffe wordt aangeduid als een chain of equivalence (een keten van gelijkwaardigheid), is de belangrijkste opdracht voor links. Ze geldt dan ook als de Godmother van verschillende linkse brede volksbewegingen, zoals Podemos in Spanje, La France Insoumise in Frankrijk en Labour in het Verenigd Koninkrijk. Het is geen geheim dat Mouffe Jeremy Corbyn, de leider van Brits links, regelmatig influistert over diens strategie om Labour te verbinden met maatschappelijke bewegingen en een ruk naar links te maken.

Agonisme

Mouffe ontvangt me in haar statige huis in Noord-London, waar ze de onderste verdiepingen bewoont. De muren behangen met trofeeën van verre reizen. Overwegend uit Latijns-Amerika, waar ze direct na haar studie in Leuven naartoe trok om filosofie te doceren in Bogotà. In haar vrije tijd bestudeerde ze de verschillende linkse volksbewegingen daar. Na een periode met aanstellingen aan de universiteiten van Harvard, Berkeley en Princeton werd Mouffe directeur van het Parijse Collège International de Philosophie. Daarna vertrok ze naar Londen om hoogleraar politieke theorie aan de universiteit van Westminster te worden.

Mouffe is net terug van een lezing in Canada. Ze pakt haar koffer nauwelijks uit: over een paar dagen wacht een lezingenserie in Parijs. Mouffe is op haar 76ste nog altijd druk, zeker sinds haar meest recente boek, For a left populism, van de persen rolde.

“Ah, Brexit, je wilt het over de Brexit hebben”,  zegt ze met een nog altijd geprononceerd Frans accent. Ik vertel haar over de gesprekken die ik met Londenaren over politiek voerde. Over hun verbijstering  over de politiek en hun  leiders. Is dit waar haar agonisme toe leidt, twee partijen die elkaar naar het leven staan en onmachtig zijn tot een oplossing te komen? Is ze tevreden over haar pupil Jeremy Corbyn?

“Natuurlijk spreek je mensen die ontevreden zijn over de Brexitkoers. Labour en de Tories staan lijnrecht tegenover elkaar. Ze zijn elkaars vijanden en gunnen elkaar geen overwinning. Daarmee is een politieke oplossing uitgesloten. Ik pleit in al mijn werk voor iets anders. Als partijen elkaar als vijand gaan zien, dan is er geen politieke oplossing mogelijk. Ik noem dat antagonistische politiek. Antagonisme betekent dat de ander de vijand is en vernietigd moet worden. Als we dat model accepteren, accepteren we dat we uiteindelijk in een burgeroorlog belanden. Daarom verdedig ik het agonistiche model waarin de ander geen vijand is, maar een tegenstrever. Die hoeft niet vernietigd, maar moet bestreden worden binnen de grenzen van de pluralistische democratie. Met de tegenstrever ga je een eerlijke strijd aan. Beide partijen weten dat er geen definitieve consensus mogelijk is, ze accepteren een oplossing die een van de partijen tijdelijk de winst geeft.”

Wat moet links, in dit geval Labour, dan doen om te winnen?
“Links zit in een zeer moeilijke positie. Labour is bezig een links-populistische strategie in de praktijk te brengen. Dat is goed en belangrijk, maar het kost tijd. Corbyn wil een brede volksbeweging tot stand brengen. Vanaf zijn verkiezing trekt hij op met Momentum, een maatschappelijke organisatie die opkomt voor de belangen van de lagere middenklasse. Intern is Labour daarover verdeeld. Dat zie je goed in het Brexitdebat.

Een deel van de achterban bestaat uit arbeiders uit het Noorden die de Brexit steunen, een ander deel bestaat uit mensen uit de middenklasse en jongeren die voor remain stemden. Corbyn moet een verbond smeden tussen die groepen. Niet op basis van een kleurloos compromis, maar door een positie te creëren waarin alle groepen zich gehoord voelen.”

U spreekt van een links-populistische strategie. Waarom is een populistische aanpak nodig?
“Omdat de traditioneel linkse partijen nu binnen het neoliberale systeem blijven opereren, wat duidelijk een verkeerde keuze is. Kijk, toen ik in de jaren ’80 naar het Verenigd Koninkrijk kwam, was ik getuige van de geboorte van de neoliberale hegemonie. Thatcher was aan de leiding in het Verenigd Koninkrijk, in de VS was Reagan president. Zij zorgden voor een omwenteling. En links begreep niet wat er gebeurde. In het begin was links arrogant. Sociaaldemocraten zeiden: het neoliberale economische programma gaat tot veel meer werkloosheid leiden en dan komt de bevolking in opstand. Dan nemen wij het weer over. Maar zo ging het niet.

Want de neoliberale leiders verenigden verschillende groepen in de samenleving en gaven hun een gevoel van vertegenwoordiging. Niet alleen de welgestelden werden aangesproken, maar ook de middenklasse - het geprivilegieerde deel van de arbeidersklasse - werd aan het neoliberale programma gebonden. Thatcher zei tegen arbeiders: “Ik begrijp jullie zorgen, jullie werk moet beschermd worden. Banen worden ingepikt door feministen en immigranten, daar moeten we wat aan doen.” Dat werd een succes. Neoliberale leiders creëerden antagonisten, groepen die de schuld kregen en uitgesloten moesten worden. Dat werkte. En wat deed links? Links trok naar het centrum en koos voor de Derde Weg.’

Post-politiek

De Derde Weg  is al jaren een van Mouffe’s stokpaardjes: de grootste fout van links noemt ze het. Ze richt daarbij haar pijlen op de geestelijk vaders van deze politiek. Vooral Anthony Giddens’ boeken Beyond left and right en The third way moeten het ontgelden. De Derde Weg werd in het Verenigd Koninkrijk door Tony Blair en in de VS door Bill Clinton omarmd – en niet veel later bekeerde ook toenmalig PvdA-leider Wim Kok zich, die in 1995 in een befaamde lezing pleitte voor het afschudden van de ideologische veren. Volgens de Derde Weg zou de geglobaliseerde individualistische samenleving een nieuwe sociaaldemocratische beweging nodig hebben, die voorbij links-rechts tegenstellingen gaat. Deze nieuwe sociaaldemocratie moest zich in het centrum nestelen, waar de belangen van uiteenlopende groepen verenigd zijn. In de wereld van de Derde Weg zijn we de traditionele ideologische tegenstellingen voorbij en lossen we met rationele dialoog de problemen op. Daarmee werd de ‘oude’ strijd van links tegen het kapitalisme ingeruild voor een model dat geen echte tegenstander meer had. Een gruwel, vindt Mouffe.

“Lange tijd heb ik gehoopt dat links, de sociaaldemocraten, terug zou komen van deze dwaling. Het is niet gebeurd. Toen ze voor de Derde Weg kozen, gaven de sociaaldemocraten zich in feite gewonnen. Ze gingen politiek bedrijven die aansloot bij het neoliberale model. Alle ruimte voor het bedrijfsleven en de markt, een kleine overheid: de sociaaldemocraten accepteerden de neoliberale dogma’s. Dat systeem, die politiek, was niet langer de te bevechten hegemonie. In feite kozen de sociaaldemocraten voor een ‘post-politiek’. De noodzakelijke elementen van politiek - de strijd tussen tegenstellingen, de partijdigheid - werden afgezworen.
Het is zowel cynisch als interessant dat, toen aan Margaret Thatcher gevraagd werd wat ze als haar grootste politieke verdienste zag, zij antwoordde: het ontstaan van New Labour en de Derde Weg. Daarmee gaf ze aan: New Labour is mijn neoliberale politieke programma gaan uitvoeren.”

Het populisme dat u bepleit, wordt over het algemeen gezien als een strategie die een vermeend volk tegenover een veronderstelde elite zet. En suggereert dat een sterke leider dat conflict kan oplossen door de elite te verslaan en het volk alles te geven wat het hoopt.
“Ik bedoel iets anders met populisme. De Derde Weg heeft de sociaaldemocratische partijen vrijwel overal in West-Europa tot een onbetekenende factor gereduceerd. Tegelijkertijd is er de sterke groei van rechts-populistische bewegingen. Na de crisis van 2008 wordt bovendien het neoliberale model steeds vaker ter discussie gesteld. Al die ontwikkelingen hebben mij de overtuiging gegeven dat er een nieuwe linkse politiek nodig is. Die politiek is links, omdat het de liberaal-democratische waarden van gelijkheid voor allen en inclusiviteit hoog houdt. En het is populistisch in die zin dat het niet langer opkomt voor één enkele sociologische klasse, zoals vroeger de arbeidersklasse, maar voor een breed scala aan groepen die uit verschillende lagen van de bevolking kunnen komen.

Leiderschap speelt hier inderdaad een rol bij. Daar is niks mis mee, zolang het maar geen autoritair leiderschap is zoals je dat bij rechts-populisme ziet. Dat is een vorm van verticaal leiderschap. Dat hoeft het niet te zijn, leiderschap kan ook heel goed horizontaal zijn. Links-populisme heeft leiders nodig die zich als gelijken opstellen en die tegelijkertijd bevolkingsgroepen aan zich binden. Ik zie zo’n soort leiderschap niet als een probleem, ik ken geen succesvolle politieke bewegingen zonder leiders.”

Gele hesjes

“Toen de sociaaldemocraten naar het centrum trokken, hebben ze het rechts-populisme gecreëerd. Ze negeerden de groepen waar ze traditioneel voor opkwamen,  de verliezers van de globalisering. Rechts-populisten kwamen wél voor hen op. Zij zeiden: ‘Wij zien jullie, wij zijn er voor jullie, kom maar bij ons.’

Nu moet links opnieuw hun stem gaan vertolken, de stem van de achterblijvers, van de uitgeslotenen. Bezorgd zijn om hun eisen. De wereld is alleen wel veranderd. De traditionele as van links, die van arbeiders tegenover kapitaal, die voldoet niet meer. Het zijn niet alleen meer de arbeiders: die klasse heeft concurrentie gekregen van andere groepen met gerechtvaardigde sociale eisen, zoals de vrouwenbeweging, anti-racismegroepen en de ecologische beweging. Groepen die niet in een sociale klasse zijn onder te brengen. Links-populisme moet al die eisen samenbrengen.”

De traditionele achterban van links vindt nu onderdak bij rechts-populisten, zegt u. In het boek Retour à Reims beschrijft de socioloog Didier Eribon dat proces, hoe zijn linkse ouders zich bekeerden tot de partij van Marine Le Pen. Hoe wint links hen terug?
“Voor linkse politici is dat een heel belangrijk boek. Het beschrijft precies wat ik bedoel. Kijk, er zijn twee posities. Sommigen vinden dat de stemmers op rechtse populisten verloren zijn voor links, ze zouden nationalistisch en racistisch zijn. Maar ik vind iets anders. Er zitten kiezers bij die het linkse progressieve verhaal willen horen, maar verweesd zijn geraakt en bij gebrek aan beter bij rechts populisten uitkomen.
Ik verwijt links dat het morele tegenstellingen creëert in plaats van politieke. De Derde Weg ontkende de grens tussen rechts en links. Maar in werkelijkheid stelden ze een grens tussen zichzelf, degenen die moderniseerden, en de traditionalisten, degenen die achterblijven. Dat is een morele grens, waarbij de een zich superieur voelt ten opzichte van de ander, en de andere groep diskwalificeert en uitsluit. Ik ben niet tegen moraliteit in de politiek, maar wel tegen het formuleren van tegenstellingen in termen van Moralität zoals Kant dat definieerde. En dat is wel wat links deed. Ik ben meer een Hegeliaan.”

Mouffe verwijst hier naar de moraliteitsleer van Immanuel Kant. De Duitse filosoof ontwikkelde de ‘categorische imperatief’, die stelt dat iedere individuele handeling tot een algemeen geldende wet gemaakt moet kunnen worden. Oftewel: er zijn morele wetten die universeel gelden.
Hegel dacht eerder in tegenstellingen: iedere these wordt gevolgd door een antithese. De synthese die daaruit ontstaat, is opnieuw onderwerp van antithese. Het agonisme van Mouffe leunt op de denkstroming die de mensheid in tegenstellingen definieert. Kant past in een andere traditie: die van de mensheid als universeel en inherent verbonden. Links, zo vindt Mouffe, staat teveel aan de zijde van Kant. Ze pretendeert te weten wat moreel juist is, en vindt dat iedereen daaraan moet voldoen.

Mouffe vervolgt: “Macron doet dat nu in Frankrijk. Hij zegt: ‘Ik ben niet links of rechts’. Maar zijn grens loopt tussen progressieven en conservatieven. Progressief is goed, conservatief fout. Kosmopolieten tegenover nationalisten, progressief tegenover conservatief. Mijn punt is: links moet tegenstellingen in politieke zin formuleren, een ‘wij’ en ‘zij’ gebaseerd op sociaaleconomische machtsrelaties. De partij van Jean-Luc Mélenchon doet dat beter. Die partij is in Frankrijk bekritiseerd omdat ze de rechtse stemmen terug wilde winnen. Toen de gilets jaunes opkwamen, wilde Marine Le Pen met haar Rassemblement National zich met hen verbinden. Maar ook Mélenchon zocht het contact, om hun eisen in een progressieve richting te bewegen. Veel linkse mensen bekritiseerden hem daarom. Daar ben ik het helemaal mee oneens. Die mensen hebben een rechtvaardige eis en daar moet je naar luisteren.

Ze eisen meer gelijkheid en betere representatie. Die kunnen zowel op een rechtse als een linkse manier worden vertegenwoordigd. Als linkse politici in gesprek gaan met de stemmers op rechtspopulisten valt er veel te winnen. In gesprek kun je deze groep met argumenten laten zien dat hun problemen niet allemaal het gevolg zijn van immigratie. Veel problemen zijn juist veroorzaakt door het neoliberalisme, de macht van grote bedrijven en de ongelijkheid die daarmee gecreëerd is. In zo’n gesprek kun je mensen overtuigen en een linkse, progressieve richting aanbieden. Vervolgens moet links de eisen van de arbeiders verbinden met de eisen van immigranten, vrouwen, de homobeweging. En zo het discours van rechtspopulisten doorbreken.”

U noemt zo’n verbinding van eisen van verschillende groepen een chain of equivalence. Wilt u dat wat verder toelichten?
“In een chain of equivalence worden heterogene groepen samengebracht die een gezamenlijke eis formuleren. Die eis mag de afzonderlijke eisen van de groepen niet blokkeren. Daarin wijkt links- populisme af van rechts populisme. Rechtspopulisten vertegenwoordigen de achtergebleven groepen, maar stellen die tegenover de legitieme eisen van andere groepen, zoals immigranten. Daarmee sluiten ze groepen uit.”

Radicale democratie

“We staan op een beslissend moment”, vervolgt Mouffe, en ze lijkt ieder woord van die zin uit te spugen. “Het neoliberale model is in crisis en er zijn twee mogelijkheden om daaruit te komen. Het kapitalistische systeem, de oligarchie, is op zoek naar manieren om zichzelf te reorganiseren, om zijn hegemonie te beschermen. Dat doet het door steeds meer autoritair en minder democratisch op te treden. Dat is de ene weg. Het alternatief is dat we de hegemonie doorbreken en kiezen voor een radicalisering van de democratie. Met een links-populistische strategie.”

Wat is dat dan, een radicale democratie?
“Het gaat om het herstellen van de democratische principes. Gelijkheid en vrijheid voor iedereen. Maar het gaat me er niet om de oude radicale linkse reflex om de representatieve democratie af te schaffen en die radicaal te vervangen voor directe democratie of nog een andere variant daarop. En het gaat zeker niet om het omverwerpen van het systeem en het ontketenen van de revolutie.
Met het radicaliseren van de democratie bedoel ik dat we binnen het systeem van de pluralistische liberale democratie een nieuwe hegemonie opbouwen, die meer recht doet aan de eisen van de mensen die achtergesteld worden. Aan de wil van het volk. Er moet een keuze zijn. Een alternatief voor de vrije markt, voor het ongebreidelde individualisme en de ongelijkheid. In de geest van Gramsci [de Italiaanse post-marxist die school maakte met de theorie dat de bourgeoisie haar hegemonie beschermde door te suggereren dat er geen alternatief voor het heersende systeem is, RB] gaat het om een radicale hervorming waarmee je binnen de ethisch-politieke grenzen van de liberale democratie de socio-economische verhoudingen omverwerpt.”
Het pleidooi van Mouffe en haar aanbevelingen voor linkse bewegingen zijn duidelijk. Maar is het ook realistisch? Want hoewel haar ideeën weerklank vinden bij tal van kleine linkse partijen en bewegingen in Europa, en hoewel Mouffe in de Green New Deal van Alexandria Ocasio-Cortez in de VS de uitvoering van haar programma herkent, is er nog geen land waar een linkse beweging à la Mouffe het voor het zeggen kreeg.

Bent u nog een beetje optimistisch? De links-populistische partijen in Europa doen het eigenlijk nergens erg goed.
“Ja, ja, ja, ik erken dat, het moment lijkt er nog niet te zijn. Maar de oplossing moet toch daarvandaan komen. Rechts-populisten dagen net als links het neoliberalisme uit. Ze groeien, en zolang zij het enige alternatief zijn voor mensen die zich niet vertegenwoordigd voelen, zullen ze blijven groeien. Daarom gaat de strijd tegen het systeem nu tussen rechts-populisme en links-populisme. Ik zie een paar linkse bewegingen in West-Europa die zich dat realiseren. Maar het is nog te weinig.
Ik houd me vast aan een uitspraak van Gramsci. Hij schreef: ‘Wat we nodig hebben is niet het pessimisme van de intelligentie, maar het optimisme van de wil’. Daar wil ik me op richten. Maar we moeten er voor blijven strijden. Ik zie geen alternatief. Mijn boek For a left populism is een politieke interventie. Het komt voort uit een sterk gevoel van urgentie.”

CV Chantal Mouffe

Geboren
Wanfercée-Baulet (België), 17 juni 1943

Opleiding
Filosofie in Leuven en Parijs, Politicologie in Essex.

Werk
Mouffe doceerde aan de universiteiten van Bogota, Harvard, Cornell, Berkely en Princeton en het Franse Centre national de la recherche scientifique. In 1985 werd ze programmadirecteur van het Parijse Collège International de Philosophie. In 1995 stapte ze over naar de Universiteit van Westminster, waar ze professor professor politieke theorie werd aan het Centre for the Study of Democracy. Sinds 2018 is Mouffe met emiritaat, maar nog altijd aan deze universiteit verbonden.

Boeken
1985: Hegemony and Socialist Strategy (met Ernesto Laclau)
1993: The Return of the Political
1994: Le politique et ses enjeux : pour une démocratie plurielle
1999: Challenge of Carl Schmitt
2000: The Democratic Paradox
2005: On the Political
2013: Agonistics. Thinking the world politically
2018: For a Left Populism

Dit artikel staat in het zomernummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen