14 minuten

De strijd om de herinnering

Oproep Memorial

De internationale organisatie Memorial roept om opnieuw te spreken over de vele, tegenstrijdige geschiedenissen van Oost- en Midden-Europa.

Met zijn revoluties, opstanden en wereldoorlogen die culmineerden in de onvoorstelbare gruwelen van de holocaust, heeft de twintigste eeuw diepe wonden geslagen in bijna alle landen van Oost- en Midden-Europa. Ook waren er veel plaatselijke conflicten en oorlogen, die meestal een nationalistisch karakter hadden, bijvoorbeeld in de Baltische staten, Polen, het westelijk deel van de Oekraïne en de Balkan.

We hebben een reeks dictators voorbij zien trekken die routinematig de mensen hun politieke en burgerlijke vrijheden ontnamen en hun een standaardpakket waarden opdrongen. Nationale onafhankelijkheid werd veroverd, verloren en opnieuw veroverd. De eigen etnische identiteit speelde daarbij steeds een hoofdrol. En altijd weer waren er gemeenschappen die zich beledigd en vernederd voelden. Elk volk heeft andere herinneringen. Elk ‘nationaal geheugen’ vormt en interpreteert de gedeelde geschiedenis. Daarom hebben alle volkeren en landen hun eigen twintigste eeuw.

Oude tragedies

Elk collectief beeld van het verleden is inconsistent en abstract. Toch heeft het invloed op hele concrete zaken zoals de politieke en morele beoordeling van historische gebeurtenissen, het culturele leven, het onderwijs en inter-etnische en internationale betrekkingen. Het gevolg is dat wederzijdse bitterheid en wrok de relaties tussen etnische groepen langdurig kunnen vergiftigen, tenzij er leiders zijn zoals Vaclav Havel, die toen hij president van Tsjecho-Slowakije werd de moed had (ondanks de heersende stemming onder zijn landgenoten) om in het openbaar excuses aan te bieden voor de naoorlogse verdrijving van de Duitsers uit het Sudetenland. Een dergelijk symbolisch gebaar kan een einde maken aan de wederzijdse verwijten tussen verschillende groepen, of op zijn minst kan de bitterheid erdoor afnemen. Helaas worden mensen van het morele kaliber van Vaclav Havel maar heel zelden nationale leiders.

Meestal zijn volken en hun leiders geneigd om een beeld van het eigen verleden te schetsen dat henzelf rechtvaardigt. Het verleden wordt daardoor door verschillende landen anders waargenomen. Het zou zinloos en schadelijk zijn om dat te verhullen. Tegenwoordig worden bij conflicten over historische zaken niet zozeer de feiten zelf betwist, als wel de interpretatie ervan. Bij elke oprechte poging om bepaalde gebeurtenissen, fenomenen of processen te begrijpen, moet allereerst de specifieke historische context in acht worden genomen. Maar juist het bepalen en beoordelen van deze context leidt vaak tot standpunten die moeilijk met elkaar te verzoenen zijn. Een voorbeeld is de gedwongen afscheiding van Vilnius (en het gebied eromheen) van de Litouwse staat in 1920, en de hierop volgende annexatie door Polen. Dit gebied werd in de herfst van 1939 weer teruggegeven aan Litouwen. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof het recht hier zegevierde, maar het beeld verandert volledig als we de zaak bekijken in de context van het Molotov-Ribbentrop Pact, de ontmanteling van de Poolse staat en andere gebeurtenissen uit de eerste weken van de Tweede Wereldoorlog. Eenzelfde veelheid aan beoordelingen kan worden gegeven over vele andere territoriale opdelingen, annexaties en restauraties uit die tijd.

Wat betekent bijvoorbeeld 17 september 1939 voor de Polen? Om te beginnen gaat het hier om een nationale tragedie. Het land had zich tot het uiterste verzet tegen de agressie van de nazi’s en kreeg opeens te maken met een invasie vanuit het oosten. Dit is een historisch feit. De onrechtmatigheid van de vooroorlogse grenzen en de noodzaak van de Sovjet-Unie om zijn westerse grenzen te beschermen doen niets af aan Stalins medeplichtigheid aan de nazi-agressie tegen Polen. Maar voor een belangrijk deel van het Oekraïense volk heeft deze datum een andere betekenis, omdat op die dag de verschillende delen van de Oekraïne werden verenigd, zij het dan binnen de USSR.

Hebben de Oekraïners het recht om deze gebeurtenissen anders te bekijken dan de Polen? Ja, dat recht hebben ze, maar beide volkeren moeten ook elkaars verschillende herinneringen respecteren en weten te duiden.

En hoe moeten de gebeurtenissen van 1944 worden gezien, toen het Sovjetleger de Duitsers verdreef uit Litouwen, Estland en het grootste deel van Letland? Als de bevrijding van de Baltische staten van de nazi’s? Als een belangrijke stap naar de uiteindelijke overwinning op het nationaal-socialisme? Zeker, en dit is ook precies hoe de rest van de wereld deze gebeurtenissen ziet. In Rusland is deze zienswijze bijzonder sterk ontwikkeld en heeft het een deel van het nationale zelfbewustzijn gevormd. Maar voor de Esten, Letten en Litouwers betekende de militaire overwinningen van het Sovjetleger tevens de terugkeer van hun landen in de USSR, die hun in 1940 de onafhankelijkheid had ontnomen. Het betekende de restauratie van een regime dat tussen juli 1940 en juni 1941 zeer veel politieke arrestaties had uitgevoerd, tienduizenden mensen naar Siberië en Kazachstan had gedeporteerd en aan het begin van de oorlog gevangenen wederrechtelijk had geëxecuteerd. In de herfst van 1944 werd duidelijk dat voor de nabije toekomst gedwongen collectivisatie in het verschiet lag, en opnieuw vele nieuwe arrestaties en deportaties. Maar hebben de burgers van Rusland en andere Sovjetrepublieken dan nog wel het recht om trots te zijn op de militaire successen in 1941 van het Sovjetleger? Zonder enige twijfel. Dit recht werd verkregen met het bloed van honderdduizenden soldaten.

Zonder af te zien van deze legitieme trots, moeten zij zich ook realiseren wat deze successen behalve bevrijding van de nazi’s voor de Baltische staten nog meer betekenden. Deze landen moeten op hun beurt niet alleen hun eigen tragische geschiedenis onthouden, maar ook begrijpen wat de internationale strijd tegen de nazi’s voor Rusland en voor de hele mensheid betekende.

Zowel Georgië als de Oekraïne beschikken sinds kort over een ‘Museum van de Russische bezetting’. Dit heeft bij de meeste Russische burgers geleid tot verbijstering en irritatie. In Rusland weten alleen gespecialiseerde historici over het bestaan van een Georgische Democratische Republiek tussen 1918 en 1920 en de pogingen in dezelfde periode om een onafhankelijke Oekraïense republiek te stichten, net als over de rol van het Rode Leger in de beëindiging daarvan. Toch is in deze landen zelf de herinnering aan deze kortstondige perioden van onafhankelijkheid nooit helemaal verdwenen. Het is dan ook volkomen normaal dat men zich opnieuw beraadt op de gebeurtenissen van 1920 en 1921.

Je hoeft het niet eens te zijn met de historici en juristen die de huidige Oekraïense en Georgische staten terugvoeren op de gebeurtenissen van 1918. Je kunt discussiëren met degenen die geneigd zijn om de geschiedenis van deze landen vanaf de burgeroorlog tot 1991 te zien als een periode van bezetting. Maar het volk van Rusland, het land dat vaak verantwoordelijk wordt gehouden voor alles wat het Sovjetregime gedaan heeft, moet zich bewust zijn van de huidige discussies in de buurlanden en daar niet alleen negatief of spottend op reageren.

Tegelijkertijd moeten de Oekraïners en Georgiërs beseffen dat als de Russen bezwaar maken tegen de soms zeer scherpe oordelen over hun land, dit niet automatisch een teken is van Russisch nationalisme of van het traditionele ‘imperialistische bewustzijn’ .

Het bovenstaande is ook van toepassing op het naoorlogse gewapende verzet tegen de communistische regimes in de Oekraïne, Litouwen, Letland, Estland en Polen. In het algemeen is de manier waarop verzetsbewegingen worden herinnerd tamelijk complex. Er zijn mensen die de ‘vrijheidsstrijders’ kritiekloos vereren, terwijl anderen automatisch aan ‘bandieten’ moeten denken. Er zijn argumenten voor beide opvattingen, en de verschillende partijen in een dergelijk debat zullen elkaar doorgaans niet overtuigen. Als deze discussie wordt vermengd met nationale aspiraties en sterke politieke overtuigingen, kunnen er waarschijnlijk geen evenwichtige en voor alle partijen aanvaardbare conclusies worden getrokken. Toch moet het mogelijk zijn om de ruzies en beledigingen over en weer achter ons te laten en tot een beschaafde uitwisseling van argumenten te komen.

Er zijn nog veel meer voorbeelden van volkeren waarvan de herinneringen met elkaar conflicteren. Op zichzelf is er niets mis met deze tegenstellingen, integendeel, als we er begripvol mee omgaan, kunnen ze het historische bewustzijn van elke groep alleen maar verrijken.

Nieuwe mythes

Op het historische terrein van Memorial – de staatsterreur van de Sovjet-Unie – zijn de verschillen in beoordeling niet minder pijnlijk gebleken dan op andere gebieden. Als dramatische gebeurtenissen uit het verleden niet worden erkend of begrepen, maar alleen worden bekeken op een oppervlakkige of hypocriete manier, dan kunnen zij nieuwe historische en politieke mythes tot gevolg hebben.

In bijna alle landen die vroeger achter het IJzeren Gordijn lagen is men vooral bezig met het lijden van de eigen bevolking, dat werd toegebracht door ‘de anderen’, die dan altijd ‘buitenlanders’ of ‘buitenlandse agenten’ waren. Het besef dat deze landen niet alleen te maken kregen met de Sovjetbajonetten, maar ook met repressie van binnenuit, is geleidelijk verdwenen uit de nationale collectieve geheugens. Tegelijkertijd wordt de juridische en historische terminologie over het verleden tot het uiterste toe aangescherpt. Zo is het woord ‘genocide’ standaard geworden in het politieke lexicon van veel postcommunistische landen. Wij erkennen dat dit soort extreme oordelen vaak een historische kern van waarheid bevatten, maar vinden tegelijkertijd dat een halve waarheid altijd gevaarlijk is, in de eerste plaats voor degenen die haar als de enige, absolute waarheid opvatten. De cultivering van het eigen slachtofferschap gaat gepaard met de afwijzing van elke eigen verantwoordelijkheid, en ook met het personifiëren van het buurland als de ‘beul’. Dit is een natuurlijke reflex, maar het vormt een slechte basis voor wederzijds begrip tussen landen, en ook voor de opbouw van de eigen staat.

Van alle Oostbloklanden is Rusland het land waarvoor de ineenstorting van de Sovjet-Unie het meest verbonden is met de eigen geschiedenis. Het land heeft zichzelf uitgeroepen tot opvolger van de USSR, waardoor het voor de buurlanden een ideale zondebok is geworden, de bron van alle stalinistische ellende. Maar in plaats dat Rusland oprecht probeert om de twintigste eeuw in al zijn tragische consequenties te overzien, in plaats dat er een serieus landelijk debat plaatsvindt over het Sovjetverleden, wordt de patriottische Sovjetmythe (met enige aanpassingen) juist nieuw leven ingeblazen. Hierbij wordt de Russische geschiedenis voorgesteld als een reeks van heroïsche prestaties en offers. Er is nauwelijks plaats voor erkenning van de misdaden uit het verleden. Als gevolg hiervan zijn veel Russische burgers niet alleen onmachtig om de historische verantwoordelijkheid van de Sovjet-Unie te erkennen, maar kunnen zij evenmin de rampspoed duiden die Rusland zelf heeft ondergaan. De historische werkelijkheid wordt vervangen door een vals beeld van een imperium, met spreuken als: ‘van Moldaviër tot Fin, ieder zwijgt in alle talen, want ieder heeft het goed.’ Dit rooskleurige beeld is voor Rusland net zo schadelijk als de vijandschap van zijn buurlanden.

Afwijkende lezing

Wij herhalen dat het normaal is dat landen verschillende opvattingen hebben over de interpretatie van historische gebeurtenissen. We moeten ons alleen afvragen wat we met deze verschillen doen. Natuurlijk moeten we ons eigen begrip van de geschiedenis niet aanpassen om ‘politiek correct’ te zijn, maar we moeten evenmin onze versie van de waarheid aan anderen opdringen.

Het is zinloos om de herinnering van de ander te negeren en deze als onzinnig te beschouwen. Het lijden van het eigen volk mag niet worden omgezet in morele superioriteit tegenover andere volkeren die zogenaamd (of daadwerkelijk) minder hebben geleden. Ook mag dit lijden niet worden gebruikt als politiek kapitaal, en het nationale collectieve geheugen mag nooit als voorwendsel dienen om conflicten te initiëren tussen etnische groepen of staten.
Verder is het contraproductief en gevaarlijk om landen te verdelen in slachtoffers en beulen. Daarbij willen we juridische kwesties buiten beschouwing laten. Het gaat ons niet in eerste instantie om de zoektocht naar daders, maar om staatsburgers die de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen geschiedenis. Mensen moeten voelen dat ze deel uitmaken van een gemeenschap die historisch gevormd is door de handelingen die werden verricht uit naam van die gemeenschap. Als mensen niet alleen worden verenigd door hun dagelijkse leven, maar ook door een gemeenschappelijk verleden, en gemeenschappelijke aspiraties voor de toekomst, dan omvat het concept van burgerlijke verantwoordelijkheid ook een gedeelde nationale geschiedenis. Het is deze burgerlijke verantwoordelijkheid voor de eigen geschiedenis die een groep mensen tot een werkelijke natie maakt, tot een samenleving van medeburgers. Dit is belangrijker dan de eventuele grote prestaties die een volk heeft verricht, of de rampen die het heeft getroffen.

Het aangaan van deze verantwoordelijkheid vormt een karwei dat nooit af is. Elk land moet zich telkens weer beraden op de geschiedenis. Elke generatie moet het verleden opnieuw proberen te doorgronden zonder zich af te wenden van de vreselijke aspecten ervan, en tevens ervan doordrongen zijn dat andere volkeren het recht hebben op hun eigen, afwijkende, lezing van de geschiedenis. Bovendien moet elke natie ernaar streven om de ervaringen van de buren te begrijpen, en te zien welke historische realiteit eraan ten grondslag ligt. Het gaat niet om het overnemen van oordelen, maar om begrip, niet om het vervangen van de ene versie van de geschiedenis door de andere, maar om de eigen duiding van het verleden aan te vullen en te verrijken met die van de ander.

Helaas wordt de geschiedenis onder onze ogen misbruikt als instrument om onmiddellijke politieke winst mee te boeken, een wapen in handen van mensen die onverschillig staan tegenover de nationale collectieve geheugens van andere volkeren, het onheil dat hun eigen volk heeft ervaren en het verleden in het algemeen. Een recent voorbeeld hiervan is de controverse rond het monument voor de soldaten van het Rode Leger in Tallinn. De politici in zowel Estland als Rusland gaven hierbij blijk van een gebrek aan burgerlijke verantwoordelijkheid. Dit is een duidelijk geval van een ‘strijd om de herinnering’.

Er zullen altijd wel mensen blijven die deze strijd willen aanwakkeren voor politiek gewin, ten koste van hun eigen bevolking, die van andere landen en van gewone mensen in het algemeen. Maar ook een samenleving als geheel heeft verantwoordelijkheid voor een dergelijke strijd, omdat deze alleen mogelijk wordt als er geen breed gedragen wil is om een dialoog te voeren.

Hoe kan een samenleving zich weren tegen vooroordelen, wederzijdse intolerantie, egoïsme en politieke bekrompenheid?
Wij geloven dat de enige manier om de groeiende verdeeldheid tussen landen te verminderen bestaat uit een open en beschaafde uitwisseling van meningen over de twistpunten uit ons gemeenschappelijke verleden. Het doel hiervan is niet zozeer om die verschillen op te heffen, maar om de standpunten van de ander te begrijpen. Als we komen tot een gemeenschappelijke visie over een bepaald onderwerp, dan is dat prachtig. Zo niet, dan is dat geen probleem. Ieder van ons zal zijn eigen zienswijze houden, maar we kunnen ons dan tenminste verplaatsen in het bewustzijn van onze buren. De enige voorwaarden voor zo’n dialoog is dat de deelnemers bereid zijn elkaars standpunten respecteren, hoe ‘fout’ men deze ook vindt. Er moet sprake zijn van werkelijke interesse in elkaar standpunten. Voor deze dialoog hebben we tevens een bepaald forum nodig, een platform.

Platform

De organisatie Memorial doet een oproep aan iedereen die geïnteresseerd is in een oprecht historisch debat om te helpen bij de oprichting van een passend platform – een internationaal geschiedenisforum. Wij zien zo’n forum als een samenwerkingsverband tussen maatschappelijke organisaties, wetenschappelijke onderzoekscentra, culturele organisaties, onderwijsinstellingen et cetera. Doel is de voortdurende uitwisseling van denkbeelden over de conflicten uit de twintigste eeuw in onze regio.

Uiteraard zal dit forum ook openstaan voor individuele onderzoekers, publicisten en andere geïnteresseerden. En natuurlijk hopen we dat zowel de dominante als dissidente historische meningen binnen elke maatschappij vertegenwoordigd zullen zijn (met uitzondering van haat, fascisme of racisme).

De collectieve geheugens in Midden- en Oost-Europa zijn in de eerste plaats interessant voor de mensen die in deze gebieden leven, maar niet alleen voor hen. Bijna alle landen uit de regio hebben zich aangesloten bij de gemeenschappelijke Europese structuren, of hopen dit spoedig te gaan doen. Hierdoor worden ook onze historische problemen, trauma’s en complexen onderdeel van de Europese cultuur en van het collectieve Europese geheugen. Het is belangrijk dat alle Europeanen kennis nemen van de ervaringen van de post-communistische landen (ook die buiten ‘geografisch Europa’, zoals Kazachstan, de landen in de Kaukasus en Centraal-Azië). De dialoog die wij voorstellen is slechts onderdeel van een gemeenschappelijke Europese – en uiteindelijk algemeen menselijke – dialoog over het verleden. Verder is het zo dat mensen in West-Europa, LatijnsAmerika en andere delen van de wereld gelijksoortige problemen hebben (gehad) als wij nu hebben, en het zou erg nuttig zijn om te weten hoe men dergelijke zaken elders aanpakt. Daarom hopen wij ook dat de deelnemers aan het forum, en de behandelde onderwerpen, niet beperkt blijven tot onze regio alleen.

De dialoog zal plaatsvinden via een speciale website, maar ook middels een reeks van bi- en multilaterale congressen die niet alleen zullen worden bijgewoond door professionele historici (die natuurlijk altijd al argumenten uitwisselen met hun collega’s), maar ook door juristen, sociologen, journalisten, activisten, maatschappelijke organisaties en anderen. Wij stellen voor dat de mensen die willen werken aan onze dialoog, samen aan de slag gaan om deze voor te bereiden, bijvoorbeeld door het helpen vervaardigen van de ‘producten’ van ons forum. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om tijdschriften en lesboeken waarmee de jeugd van onze landen kennis kan nemen van de manier waarop mensen in buurlanden naar het verleden kijken.

Het historische forum dat wij voorstellen zal ongetwijfeld het wederzijdse begrip bevorderen tussen de deelnemers: de individuele mensen en organisaties die verschillende landen vertegenwoordigen en vanuit verschillende tradities naar het verleden kijken. Maar wij hopen ook dat het wederzijdse begrip tussen onze landen en volkeren als geheel zal toenemen.
Ons doel is dat onze gemeenschappelijke tragische herinneringen onze landen nader tot elkaar brengen, en niet verdelen. We hebben een kans om dit te bereiken als we gezamenlijk proberen het verleden te begrijpen, en niet ieder voor zich.

Maart 2008

Memorial ontstond in de Sovjet-Unie in de tijd van de Perestrojka met als doel de geschiedenis van de politiek vervolgden in de Sovjet-Unie levend te houden. Inmiddels hebben zich vele organisaties aangesloten uit Rusland, de Oekraïne, Kazachstan, Letland en Georgië. Speerpunten zijn mensenrechten en de omgang met het verleden in de ex-Sovjet-Unie. De hier afgedrukte oproep van maart 2008 is erop gericht de relaties tussen de voormalige landen van de Sovjet-Unie te verbeteren, maar wil uiteindelijk een breed internationaal debat over onze ‘herinneringen’ en hoe die de politieke en economische verhoudingen vandaag beïnvloeden.

Vertaling Michiel Nijenhuis.

Dit is een enigszins ingekorte versie van de oproep. Zie voor de volledige tekst in het Engels of Russisch: http://www.memo.ru/eng/index.htm.

Gerelateerde artikelen