11 minuten

De terugkeer van het conservatisme

Links gaat, rechts komt

Links gaat, rechts komt. Jos de Beus telt de neuzen van columnisten en intellectuelen en peilt het maatschappelijk-politiek klimaat en stelt de terugkeer vast, na lange afwezigheid, van het conservatisme in Nederland. Dat betekent niet dat links er niet meer toe doet.

In de politiek wisselen links en rechts elkaar af. Dat gebeurt wanneer het ene gezichtspunt is uitgeput en het andere gezichtspunt een uitweg lijkt te bieden uit terugkerende frustraties, teleurstellingen en ongerijmdheden. Mijn stelling is dat er sprake is van een terugkeer van het conservatisme. Daarvoor bestaat een aanleiding in de actualiteit. Er doet zich een soort 'einde van de liberale geschiedenis' voor. De economische politiek van talloze westerse overheden van belastingverlaging, vermindering van overheidsuitgaven, privatisering, deregulering, marktwerking en bedrijfsmatig presteren in de publieke sector – de zogenaamde 'Washington consensus' – staat onder druk. De nieuwe eeuw wordt gekenmerkt door reacties op deze vrijheid tot mondialisering, denk aan radicaal-rechts, sociaal-liberalisme (de Derde Weg), populisme, protectionisme en ook regionalisme (zoals Europeanisme) en islamisme. Het is duidelijk dat het socialisme niet langer het antwoord geeft op deze liberale crisis, zoals het dat wel deed na de vorige eeuwwisseling. Het conservatisme zou dat antwoord wel kunnen zijn. Het is onduidelijk of dit conservatisme een doeltreffend anti-liberalisme gaat worden – met of zonder confessionelen – of dat het in Nederland en omgeving een langdurige verbinding zal aangaan met het liberalisme. Hier wil ik stilstaan bij de denkbare wordingsgeschiedenis van een hedendaags Nederlands conservatisme.

Cabaret

Na lang weggeweest te zijn, wordt in de jaren zestig van de vorige eeuw het conservatisme weer een machtspolitieke factor in democratische landen, om te beginnen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Men zou verwachten dat deze rechtse golf ook Nederland bereikt, onder meer als reactie op de ontkerkelijking. Maar zelfs in de periode 1977-1989, tussen het einde van het kabinet-Den Uyl en de nieuwe sociaal-democratische macht in het kabinet-Lubbers III, is nauwelijks sprake geweest van een neoconservatief verzet tegen de tijdgeest van 'prudente progressiviteit'. Het neoconservatisme is in Nederland pas laat opgekomen, en wel na de opkomst van Pim Fortuyn (2001-2002), die overigens zelf een teleurgesteld progressief was maar de associatie met conservatisme meed.

Er zijn verschillende manieren om na te gaan of er op dit moment sprake is van een Nederlands conservatisme dat iets voorstelt en de tijd meeheeft. In de praktische wijsbegeerte is er op de sokkel van de onomstotelijke doch verdachte Duitse filosoof Heidegger een vorm van beschavingskritiek, deugdenleer en gemeenschapsdenken gegroeid. Het Tilburgse tijdschrift Nexus en zijn conferenties staan in het teken van een speurtocht naar de Europese beschaving. De serie Maatstaf, onder redactie van Harinck, Kinneging, Lem en Ros, bezorgt de heruitgave van klassieken zoals De Maistre en Donoso Cortés. Geen gemakkelijke literatuur, maar zij blijkt zich uitstekend te lenen voor popularisering onder degenen die houvast zoeken in hun persoonlijk bestaan. Denk behalve aan de Nederlander Kinneging aan de Amerikaan Bloom, de Brit Scruton en de Duitser Safranski. Deze wijsbegeerte keert zich af van postmodernisme, multiculturalisme en kosmopolitisme (de vluchtheuvels van zoekende vooruitgangsgelovigen ter linkerzijde).

In de journalistiek is de ruimte van de Telegraaf, Elsevier en de AVRO uitgebreid met en deels overgenomen door Trouw (de bijlage Letter & Geest), HP/De Tijd en de EO (Knevel). Het aantal columnisten met dwarse kritiek op de linkse correctheid lijkt exponentieel te zijn gestegen: Van Baar, Boekestijn, Croughs, Ellian, Ephimenco, wijlen Van Gogh, Hemelrijk, Smalhout, Livestro. De scheve verhouding tussen linkse en rechtse columnisten – gesymboliseerd door de eenzame Van der List in de Volkskrant in het begin van de jaren negentig – lijkt te verdwijnen en wordt in bepaalde gevallen, zoals bij het tv-programma Buitenhof, vervangen door een keurig bewaakte gelijkheid. Ook het progressieve cabaret is uitgeput en wekt een conservatieve kleinkunst op, getuige het programma Antiquariaat Oblomow (2005) van Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten.

Barbarij

Onder intellectuelen heeft zich een nog zichtbaarder correctie van de linkse asymmetrie voltrokken. Vroeger had je enkel Couwenberg, Van Doorn, Hartog, Heldring, Kossmann, Van Riel, Rietdijk en de schrijvers Hermans en Reve. Nu is dat anders. Je hebt Ankersmit, Bolkestein, Cliteur, Heumakers, Kinneging, Van Middelaar, Philipse, Rosenthal, Spruyt, Verbrugge, Zijderveld en de schrijvers Otten, Rosenboom en De Winter, om slechts enkele boeiende denkers te noemen. Zeker, er woedt in deze kring rond Hirsi Ali een hevige controverse, waarbij radicaal-liberale tegenstanders van de pacificatie van de godsdienststrijd in 1917 en conservatieve voorstanders daarvan elkaar bestoken. Maar zoals heftige onderlinge polemiek een kenmerk was van de levendigheid en invloed van linkse intellectuelen gisteren, zo is deze controverse typerend voor een dergelijke levendigheid en invloed van rechtse intellectuelen vandaag. De Edmund Burke Stichting ter bevordering van conservatief denken heeft stellig bijgedragen tot de hier aangestipte verandering van het klimaat der opiniemakers.

De publieke en parlementaire debatten hebben sinds tien jaar, dus al tijdens het eerste Paarse kabinet (met zijn symbolische afschaffing van traditionele winkelsluiting) een conservatief gespreksonderwerp gekregen. Zinloos geweld, graaicultus van bestuurders in bedrijven en de geliberaliseerde publieke sector, overconsumptie in de private sfeer, toekomst van het koningshuis, hufterigheid in de openbare ruimte, narcisme en nihilisme van de commerciële televisie (van Big Brother tot BNN en Talpa), teloorgang van institutionele religiositeit, verzwakking van het kerngezin, erosie van sociale waarden en normen, verkorting van historisch bewustzijn (ja, de algehele beleidsmatige ontwrichting van goed onderwijs), bedreiging van de Nederlandse soevereiniteit in de Europese Unie, crisis van de nationale identiteit: de lijst is lang, zonder uitputtend te zijn. De inkadering van het debat is conservatief omdat de sprekers, vaak zonder het te beseffen, conservatieve noties van kwaad, barbarij, onveiligheid en bestrijding daarvan via tucht, traditie en vaderlijke leiding gebruiken. Een goede illustratie biedt de wisselwerking tussen politici, journalisten en kiezers in de campagne rondom het referendum van 1 juni 2005 over de Europese grondwet. Dit was de eerste omvangrijke verschijning van de bekende conservatieve afkeer van een Europese superstaat op Nederlands grondgebied.

Houvast

Een volgende indicator betreft de levensopvattingen en levenswijzen van groepen Nederlandse burgers. Het onderzoek tot dusver wijst niet ondubbelzinnig op een algemene crisis van het progressieve beschavingsideaal en een rechtlijnige vervanging daarvan door een conservatief ideaal inzake het geluk, de familie, de godsdienst, het werk, de verenigingen en de openbare orde. Dekker en De Hart (SCP) concluderen: "In zoverre er vanaf de jaren zestig afscheid werd genomen van dat burgerlijke waardenpatroon was dit in menig opzicht maar een gedeeltelijk en tijdelijk vaarwel. Kernwaarden zoals gehechtheid aan het gezin, gerichtheid op het welzijn van zijn kinderen en op beroepsuitoefening beklijven tot de dag van vandaag, andere waarden (soberheid en spaarzaamheid, bescheidenheid en inschikkelijkheid, kerkelijke betrokkenheid, seksuele schroomvalligheid, ontzag voor autoriteiten) lijken sindsdien wel op de terugtocht."

Toch zie ik om me heen een wedergeboorte van alledaags, deels ook volks conservatisme. Zoals de ontdekking van een in het gedrang geraakte burgerlijkheid door middengroepen, hogere beroepsgroepen, gewone werknemers en ambtenaren, jongeren en ook immigranten (waar houvastzoekende moslims en moslima's in de meerderheid zijn). Zie ook de gestegen prioriteit van veiligheid en van behoud van sociale verworvenheden. En niet het minste: de erkenning van de schaduwzijden van democratisering van vrijheden, zoals van uitkering, zelfstudie (studiehuis), echtscheiding, seksuele omgang, vermaak, drugsgebruik, pornografie, abortus en euthanasie.

Al deze ontwikkelingen zien we terug in de beroepspolitiek of nemen duidelijke contouren aan in wisselwerking met deze politiek. Het CDA heeft afscheid genomen van de generatie-Lubbers en geeft onder leiding van Balkenende, Donner, Van der Hoeven en Verhagen een meer conservatieve lading aan de christelijke politiek. Een klein voorbeeld hiervan is het pleidooi van onderwijsminister Van der Hoeven voor Intelligent Design, een christelijk alternatief voor de Darwinistische evolutieleer. Het grote voorbeeld is de poging van premier Balkenende om zijn tweede kabinet voor te stellen als een kabinet ter wederopbouw en als antithese van het kabinet-Den Uyl. Tegenover Den Uyls spreiding van inkomen, kennis en macht stelt Balkenende de spreiding van bezit (eigen intellectueel, financieel en sociaal kapitaal, als 'voorzorg'), waakzaamheid (inzake terreurdreiging) en eigen verantwoordelijkheid. Tekenend in dit verband is de snelle stijging van het aantal gedetineerden. Van het progressieve gidsland zonder repressieve misdaadbestrijding is niets meer over.

Fiasco

De VVD heeft na de grote nederlaag van haar lijsttrekker Dijkstal in 2002 op enkele gebieden haar rechtse profiel aangescherpt, zoals het vreemdelingenbeleid, het begrotingsbeleid en het beleid inzake Europese toetreding (Turkije). Hier staat wel tegenover dat ook het liberalisme nieuwe accenten kreeg in de vorm van een pleidooi voor versterking van de emancipatie van meisjes en vrouwen in moslimgemeenschappen, openbaar onderwijs (en ontmoediging van islamscholen) en het grondwettelijk kader van de democratische rechtsstaat, getuige Om de vrijheid, een Liberaal Manifest (2005). Van belang is ook dat het kamerlid Wilders de liberale fractie moest verlaten omdat hij zich al te zeer zou ontpoppen als autoritair populist. Een wisseling van leiderschap van Van Aartsen naar Verdonk zou uiteraard een ruk naar rechts van de VVD betekenen.

Meer zuivere of radicale vormen van conservatisme zijn te bespeuren bij de in 2003 gedecimeerde Lijst Pim Fortuyn/LPF (en haar sterke bolwerk van Leefbaar Rotterdam onder aanvoering van Pastors en Sörensen), de GroepWilders en Nieuw Rechts van de oud-Fortuynist Smit. Momenteel valt niet te voorspellen hoe het afloopt met de hergroepering en nieuwe partijvorming aan deze kant van het spectrum. Ook de electorale kracht van de rechtse versie van post-Fortuynisme – wel te onderscheiden van de linkse versie van de PRDV van De Vries – is in de peilingen aan grote variatie onderhevig.
Nog onbekender is het lot van een rechtse immigrantenpartij. De Arabisch Europese Liga van de Belg Jahjah heeft overwogen om een Moslim Democratische Partij op te richten met de Nederlander Nabil Marmouch als lijsttrekker. Het ontwerpprogramma was onvervalst conservatief op punten als het verbod op godslastering, bestrijding van zachte roesmiddelen en prostitutie, en een strenger strafrecht. De partijvorming in Nederland is inmiddels afgeblazen uit vrees voor een fiasco. Dit neemt allemaal niet weg dat er enige ruimte lijkt te zijn voor een conservatieve partij ter rechterzijde van de VVD, in de plaats van de stuurloze en zelfverminkende LPF, doch naast de door de rechter van haar overheidsgelden beroofde SGP.

Links

De graad van verrechtsing van het Nederlandse meningenklimaat is tenslotte te meten aan de reacties van linkse partijen. Als er sprake zou zijn van een heuse doorbraak van rechtse geluiden en verbanden, dan zal links hierop reageren door het gevaar van conservatisme uit te vergroten in haar retoriek (vermengd met een portie demonisering), door op bepaalde gebieden openlijk of stilzwijgend toenadering te zoeken (bijvoorbeeld door een harde aanpak van 'buitenlanders' te combineren met een belofte van onaantastbaarheid van sociale rechten – de succesformule van de nieuwe linkse partij van Lafontaine en Gysi in Duitsland), en door het eigen linkse profiel te verduidelijken en hier en daar te radicaliseren. Een goed gedocumenteerd voorbeeld van de hier bedoelde reactie is de reeks nota's van linkse partijen over bestrijding van spanningen tussen gevestigden en immigranten. Omdat echter alle partijen hun afwijzing van multiculturalisme hebben aangescherpt na de kritiek van Fortuyn en de commissie-Blok, geef ik hieronder andere voorbeelden.

Politici en intellectuelen van de SP nemen het neoliberalisme en neoconservatisme van CDA, VVD en radicaal rechts in een grote greep samen als een Nederlandse uiting van de westerse ontdemocratisering onder leiding van de vermaledijde Verenigde Staten, geïnstitutionaliseerd in de huidige Europese Unie met haar pact over monetair beleid en de ontwerpgrondwet. In deze kring heeft men geen wetenschappelijk onderzoek meer nodig om te concluderen dat de golf van neoconservatisme echt hoog is en tot een tsunami kan uitgroeien door de ondersteuning door machtige bastions in de samenleving, zoals de bazen van multinationale bedrijven, en zal leiden tot voortzetting van het kaalslagbeleid. Socialistisch verzet is geboden tegen kapitalistische mondialisering als 'uitverkoop van beschaving'.

Vrijzinnig

GroenLinks ziet zichzelf onder leiding van Halsema, de opvolgster van Rosenmöller, als de eenzame erfgenaam van de vrijzinnigheid van de vooroorlogse VDB en van D66 in de dagen van Van Mierlo. De groenen beschouwen hun fundamentele herbezinning op de persoonlijke vrijheid van sociale burgers en op de praktijken van uitsluiting binnen de bureaucratisch-corporatistische verzorgingstaat, in combinatie met de verdediging van het rechtsstatelijke en democratische karakter van overheidsbeleid tegen terrorisme, als het enige duurzame antwoord op een dreigende numerieke groei en overwicht van rechtse partijen.

De PvdA van Bos geeft alle drie de eerder genoemde reacties tegelijk. Men ziet met leedwezen dat de Europese alliantie van regeringen met sociaal-democratische vernieuwers is afgelost door een alliantie van neoconservatieven met een hervormingsagenda. Men stemt in met een herwaardering van traditie, het Burkeaanse maatschappelijk verdrag tussen generaties, en relativering van maakbaarheid. En men neemt een nieuw beginselprogramma aan, Beginselen (2005), waarin het accent op gelijkheid en solidariteit uit het beginselprogramma van 1978 is vervangen door het idee van een fatsoenlijke samenleving. Dit begrip van het universele beschavingsminimum van de Israëlische filosoof Margalit kan ook door conservatieven worden onderschreven.

D66 zoekt, ook door de deelname aan het kabinet-Balkenende II, het meest aansluiting bij CDA en VVD. De partij houdt zijn eigen profiel vast door aan te dringen op hoge kwaliteit van het onderwijs, staatkundige vernieuwing en verdergaande Europese eenwording. Vooral dit laatste punt is onderscheidend van de meeste conservatieven.

Taboes

Alles bij elkaar, stel ik vast dat het huidige conservatisme werkelijk bestaat, onder meer omdat zijn tegenstanders dat denken en voelen. Een van de denkbare verklaringen van de huidige identiteitscrisis van Nederland is dat zich in een snel tempo een instorting van de progressieve consensus uit de jaren zestig voltrekt, naast de overgang naar een neoconservatieve consensus. Dit hoeft niet te betekenen dat linkse partijen geen verkiezingen meer zullen winnen en ook geen stempel meer kunnen drukken op regeringsbeleid. Het linkse antwoord op neoconservatisme moet gezocht worden in een pijnlijke herwaardering van zijn cultuurpolitiek, het ontwikkelen van een zeker idee over opvoeding, onderwijs, hoge cultuur, publiek domein en Nederlandse identiteit. Daarnaast zou links de taboes van het neoconservatisme moeten aanpakken: de verspilling van aandeelhouderskapitalisme, de verzorgingsstaat voor de rijken (woningbezit, hoger onderwijs), en de congestie door het autoverkeer. 

De tekst is een (licht bewerkte) passage uit een bijdrage aan het boek Een conservatief antwoord?, Huib Pellikaan en Sebastiaan van der Lubben (red.), Spectrum (2006).

Gerelateerde artikelen