9 minuten

Druk, druk, druk!

De snelle samenleving

De Duitse socioloog Hartmut Rosa doet onderzoek naar de rol van tijd in de moderne samenleving. Zijn boek Snelle samenleving trage democratie is nu voor het eerst in het Nederlands uitgegeven. Een korte inleiding op zijn werk.

Het gaat allemaal véél sneller dan vroeger, hoor je vaak. Wie kan het jachtige tempo nog bijhouden? Velen hebben het gevoel dat de tijd en het leven zelf tussen hun vingers wegglipt. Stress, werkdruk, familiale druk, prestatiedruk, sociale druk. Dat is de wereld die Hartmut Rosa als onderzoeker ontrafelt. En met succes, want zijn boek over sociale versnelling verscheen inmiddels ook in vertaling in Frankrijk, en de Verenigde Staten.

Smartphone en weekendvader
Er is in de relatief korte tijd sinds de industriële revolutie begon veel veranderd, en die veranderingen lijken steeds sneller te gaan. Technische, maatschappelijke en sociaal-culturele ontwikkelingen vergden vroeger meerdere generaties. Oorlogen duurden nog tachtig jaar of meer. Het duurde dagen voor een brief of bericht van de verzender bij de ontvanger was, nu gebeurt dat in enkele seconden. De typmachine en de vaste telefoon gingen meerdere generaties mee; vandaag schakelen mensen binnen één generatie over van vaste telefoons naar GSM en vervolgens naar smartphones.
Tot aan de Eerste Wereldoorlog woonden in een gezin vaak meerdere generaties (grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen) samen onder één dak; huis en erf werden van generatie op generatie doorgegeven, in stand gehouden en bewaard. En als grootvader slachter of monteur was, dan werden de kleinkinderen dat óók. Na de Tweede Wereldoorlog wordt – dankzij economische welstand, verstedelijking en technologische vooruitgang – het kerngezin de nieuwe norm. Als ze gaan studeren of trouwen verlaten kinderen definitief het ouderlijk huis. Veel kinderen van vandaag hebben geleerd dat je maar het best aan meerdere huizen kunt wennen: bij de onthaalouder, bij de ploetermoeder, bij de weekendvader, uiteraard met afwisselende configuraties (half)broertjes en (half)zusjes, bij ‘de ouder van de week’: één generatie is de Maatschappelijke norm, zij het dan in sterk gefragmenteerde vorm.

Communitarisme
Hartmut Rosa stelt dat de modernisering het best begrepen kan worden als een steeds toenemende ‘sociale versnelling’. Wat wij beschouwen als ‘moderniteit’ en ‘modernisering’ is in feite de collectieve en individuele beleving van een dynamisering van de geschiedenis, van de samenleving, van de cultuur, van het leven en/of van de tijd zelf.
Wie is Hartmut Rosa? De in 1965 geboren politieke wetenschapper en socioloog is verbonden aan de Friedrich Schilleruniversiteit in Jena. Daarnaast is hij directeur van het Max Webercollege van de Universiteit van Erfurt. Al sinds 1988 geeft hij regelmatig lezingen en colleges in de Verenigde Staten en aan verschillende Duitse universiteiten.
Hartmut Rosa promoveerde in 1997 aan de Humboltuniversiteit in Berlijn met een proefschrift over de politieke filosofie van de Canadese denker Charles Taylor. Behalve door de communitaristische Taylor is Rosa gevormd door de neo-marxistische en antiautoritaire ideeën van de Frankfurter Schule met denkers als Theodor W. Adorno, Herbert Marcuse en Walter Benjamin. De filosoof Jürgen Habermas is de belangrijkste vertegenwoordiger van hedendaagse denkers uit de Frankfurter Schule.
Ook de Cambridge School is belangrijk voor het denken van Rosa. Het gaat hier om een losse groep filosofen die rond het midden van de twintigste eeuw tot vergelijkbare inzichten kwamen op het gebied van conceptuele en/of linguïstische filosofie. Belangrijke vertegenwoordigers zijn G. E. Moore, Ludwig Wittgenstein en Bertrand Russell.
Rosa’s belangrijkste onderzoeksdomein is de ‘sociologie van de tijd’ en dat vooral in relatie tot vragen rondom de verhouding tussen individu en gemeenschap.  Daarmee treedt hij in de voetsporen van een van de eerste denkers op dit terrein, Paul Virilio. Eind jaren zeventig ontwikkelde die begrippen als dromologie en dromocratie (van het Grieks dromos dat ‘weg’ of ‘snelheidsrace’ betekent).
Hartmut Rosa stelt de verhouding tussen het individu en de maatschappij centraal. Welke rol kan of moet een individu nog spelen in een snel veranderende maatschappij die steeds complexer wordt? Hoe beïnvloedt ons persoonlijk maatschappelijk engagement de maatschappij waartoe we behoren? Wat verbindt ons en wat verdeelt ons? Dergelijke vragen zeggen veel over de worsteling van de moderne mens met zijn eigen identiteit: we construeren vandaag een meervoudige en vluchtige identiteit. Zoals andere communitaristische denkers pleit Rosa voor een sterke civil society, die zich zowel verzet tegen ongebreideld liberalisme als tegen een centralistische en extreem gebureaucratiseerde verzorgingsstaat. Daarnaast houdt hij zich bezig met de wetenschappelijke theorie en methodiek van de sociale wetenschappen. Hieronder volgt een korte samenvatting van zijn ideeën over de versnelling van de samenleving.

Versnelling
Stress is een veelbesproken thema in de snelle samenleving, waar iedereen achter zichzelf aanholt. Maar het is slechts één van de gevolgen van de verschillende vormen van versnelling waarmee we te maken krijgen.
Het alsmaar hogere tempo leidt bijvoorbeeld ook tot een tweedeling tussen groepen mensen.  Tegenover mensen die ‘heel goed mee komen’ staan andere, wellicht grotere, groepen die ‘niet kunnen volgen’ of ‘niet (meer) meekunnen’. Mensen met macht en aanzien regelen moeiteloos een retourtje Mumbay of rijden met een supersnelle wagen ‘eventjes’ naar Frankfurt, mensen zónder invloed nemen de tram of gaan met de Euroliner op familiebezoek.
Geen wonder dus dat grote groepen ‘trage mensen’ zich uitgesloten voelen van allerlei nieuwe ontwikkelingen in de samenleving en daardoor vervreemd raken. De versnelling doet zich volgens Rosa op drie verschillende terreinen voor: ten eerste in de technische en technologische ontwikkeling, ten tweede in sociale veranderingsprocessen en ten derde in het algemene levenstempo. Deze versnelling, die we allen op verschillende manieren ervaren, ondergaan en aanvoelen, wordt aangestuurd door de economie. Er wordt daarom ook wel gesproken van fast capitalism
Tot enkele decennia geleden was de teloorgang van een bedrijf of van een industrietak een lang slepend en pijnlijk proces, dat je van ver kon zien aankomen. Sinds 2008 zien we superbanken en zelfs landen in nauwelijks enkele dagen totaal onverwacht kopje-onder gaan.
Wie in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw aan een kantoorcarrière begon, moest leren omgaan met een Underwood-, Remington- of IBM-schrijfmachine, met een stencilmachine en een doorschakeltelefoon. Een tiental jaar later werkten administratieve medewerkers via werkposten op een mainframecomputer, met faxmachines (met thermisch papier!) en daisywheel-printers. Vandaag bestaat de kantooromgeving uit laptops, laserprinters en smartphones, met permanente toegang tot het internet en de cloud.

Winst en tekort
De voorbije decennia werden talrijke manieren bedacht en geïmplementeerd om dingen sneller te laten verlopen, om tijd te winnen, om tijd te besparen. Rosa constateert dat ons dat vreemd genoeg  niet meer gemoedsrust oplevert – integendeel. Hoe paradoxaal ook: hoe meer tijd we besparen en hoe minder tijd we nodig hebben om de dingen te doen die we moeten doen, hoe minder tijd we (over) hebben, hoe minder tijd we ‘voor onszelf’ opzij kunnen zetten. Ondanks de – theoretisch aanzienlijke – tijdswinst beschikken we toch met ons allen over minder ‘vrije tijd’ en wordt de tijdsdruk (druk-druk-druk!) steeds groter. Hoe tijdswinst uiteindelijk tot tijdstekort kan leiden.
Ook hier duikt een element van vervreemding op: de dagelijkse ratrace rond dingen die we nu eenmaal moeten doen dreigt ons te vervreemden van de dingen die we eigenlijk graag zouden wíllen doen, en die ons uiteindelijk maken tot wie we echt zijn of willen zijn.

Lange adem
Het verschil tussen mensen die vlot en vaardig omspringen met de steeds schaarser wordende tijd aan de ene kant, en mensen die steeds tijd te kort blijken te hebben aan de andere kant – met  andere woorden de tegenstelling tussen ‘snelle’, ‘minder snelle’ en ronduit ‘trage’ mensen en groepen – is ook zichtbaar in de samenleving als geheel, met alle spanningen van dien.
Ingrijpende technologisch en economische veranderingen voltrekken zich razendsnel. Neem bijvoorbeeld militair-technologische vernieuwingen als drones. Datzelfde geldt voor de ontwikkeling van de communicatietechnologie en de sociale media. Op andere terreinen heerst echter een andere tijdswet. Hervormingen van het politieapparaat of van de rechtspraak of beslissingen rond het ontwarren van een mobiliteitsknoop lijken aan de economische wetmatigheid van time is money te ontsnappen. Ook culturele veranderingen en aanpassingen in de politieke sfeer zijn veel meer een kwestie van ‘een lange adem’. Publiek debat over technologische en economische veranderingen loopt daardoor vaak achter de feiten aan, zoals dat meestal wordt uitgedrukt.  Voor wetgeving over zaken als beeldrecht, auteursrecht, intellectueel eigendom en privacy geldt dat nog veel sterker.
Rosa stelt vast dat de ‘algemene’ acceleratie dus niet synchroon verloopt op alle domeinen van de menselijke activiteit. Het gevoel van verwarring dat daaruit voortvloeit heeft eveneens een vervreemdend effect.

Wie ben ik?
Het jachtige leven van de meeste ‘postmoderne’ mensen – dat vaak wordt ervaren als een race tegen de klok – maakt het voor het individu niet makkelijk. Rosa stelt vragen over de gevolgen die dit heeft voor je identiteit. Hoe definieer je uiteindelijk jezelf? Welke prioriteiten hanteer je als je jezelf in een continu – en steeds sneller – veranderende omgeving voortdurend opnieuw moet uitvinden?
De manier waarop mensen zichzelf presenteren aan de buitenwereld – en dus ook de manier waarop ze zichzelf zien – wordt erg veranderlijk. Ik ben nu aan de slag als administratief medewerker, maar misschien ben ik morgen wel bio-boer of vrachtwagenchauffeur.
Dat bepaalde economische sectoren graag inspelen op de ‘flexibele opstelling’ van medewerkers is geen nieuws meer. Bij alle verwarring die dat kan opleveren voor je zelfbeeld, is er een ding zeker: je bent in vrijwel alle aspecten van je bestaan omgeven door concurrenten, andere mensen die in velerlei opzichten net zo flexibel – of net iets flexibeler – willen zijn als jij. Ze letten minder op de vastgestelde werktijd, hebben minder bezwaar tegen lange reistijden of lange verplaatsingen, zijn meer bereid om ‘systematisch’ aan professionele multitasking te doen. Omdat de toekomst nu eenmaal onzeker is, wordt (extreme) flexibiliteit gewaardeerd en beloond.
In een door snelheid geregeerde werkomgeving wordt de onderlinge concurrentie de impliciete norm – en die concurrentie is bikkelhard.

Minder democratisch?
Wat betekent dit voor de besluitvormingsprocessen in de samenleving? Rosa constateerde dat het publieke debat en de wetgeving aan een ander tempo onderhevig zijn dan technologie en economie.
Het democratisch overleg en de democratische besluitvorming kunnen het ‘helse’ ritme van de veranderingsprocessen nauwelijks nog bijhouden, te meer omdat erg vaak over bijzonder complexe materies beslist moet worden. Rosa spreekt over het ‘politieke haastwerk’ dat tijdens de bankencrisis moest worden geleverd – een reeks ingrijpende politieke beslissingen waarbij democratisch overleg of de dialoog met de burgers vrijwel geheel achterwege bleef. Voor échte democratie, waarschuwt Rosa, lijkt in tijden van crisis geen tijd meer.
Hoe in de politiek om te gaan met deze spanning: de snelle veranderingen op economisch en technologisch vlak eisen snelle en doortastende beslissingen van de politiek. Tegelijk is er de terechte vraag naar meer overleg, meer inspraak en meer transparantie, die de besluitvorming nog verder vertraagt. Zo ontstaat er een steeds grotere druk op het democratische proces.
Hartmut Rosa’s sociologie van de tijd maakt duidelijk dat het aspect van de tijd bij alle processen in onze samenleving een cruciale rol speelt. Een goed inzicht in de mechanismen van versnelling en vervreemding lijkt daarom een essentiële voorwaarde voor een humane aanpak van de sociale en ecologische uitdagingen waarop dringend een antwoord nodig is. Het werk van Rosa is daarom van groot belang voor iedereen die zo’n antwoord zoekt.

Denktank Oikos vertaalde i.s.m. het Goethe-Instituut twee sleutelteksten van Hartmut Rosa, nl. de eerste vier hoofdstukken van zijn boek Beschleunigung und Entfremdung (2013), en de inleiding van zijn boek Weltbeziehungen im Zeitalter der Beschleunigung (2012).Deze publicatie, Snelle samenleving, trage democratie, kan besteld worden bij Oikos door overschrijving van € 4 + € 2 verzendingskosten op het rekeningnummer BE29 0015 9877 0164 van Oikos vzw met de titel in de mededeling.

Gerelateerde artikelen