16 minuten

Een Bosnisch reisverhaal

Opbouwwerk in ex-Joegoslavië

Toen Mladic nog vrij rondliep en de landen van het voormalige Joegoslavië hun wonden likten na de oorlog, richtte de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) veldkantoren in Bosnië in om bij te dragen aan ondermeer bestuur, onderwijs en rechtspraak. Begin dit jaar vertrok vanuit het kantoor in Tuzla een delegatie op één van hun missies. Een reisverslag. 

Brcko

Er hangt nog een gele nevel over Tuzla met de stank van bruinkool en chemie als we rond zevenen in de ochtend vertrekken naar Brcko, een stadje in Oost-Bosnië en Herzegovina (voortaan 'Bosnië', met respect voor de inwoners van Herzegovina). Verderop wordt het landschap heuvelachtig en aantrekkelijk met vruchtenboomgaarden. Als we Gracanica passeren ben ik onder de indruk van de vele bedrijfjes die zich hier hebben gevestigd ondanks de bureaucratie en hoge registratie-tarieven. Maar de Noord-Oost hoek van Bosnië is altijd al economisch actief geweest. Het is minder bergachtig, vruchtbaar en ligt gunstig bij de grote wegen vanuit het noorden naar de zuidelijke Balkan. We passeren de werkplaatsen van een van de grootste Bosnische bouwbedrijven; ze werken mee aan het nieuwe vliegveld in Berlijn. Ze kunnen goedkoper leveren, maar voor hoe lang nog? Dat soort voordelen geniet ook Brcko aan de rivier de Sava, een zijarm van de Donau. Om Brcko is tijdens de oorlog van 1992-'95 hard en lang gevochten. In 1995 stond er geen huis meer overeind. Het gebied rondom is nog bezaaid met mijnen. (Het Bosnische leger maakt jaarlijks zo'n 12 vierkante kilometer aan mijnenvelden 'schoon' voor bebouwing of landbouw. Er resteert nog 1430 km2 'verdacht gebied'). De Serven vochten om dit strategisch gelegen stadje om het oosten van hun nieuwe republiekje aan te laten sluiten bij het westelijk deel en de Bosniaken en Kroaten verenigd in de Federatie vochten om Brcko om een directe verbinding met Kroatie te creëren en om het door de Serven veroverde gebied gesplitst te houden. Bij de vredesonderhandelingen van Dayton in 1995 kon geen andere oplossing worden gevonden dan dit sterk betwiste gebied een aparte status te geven. Zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw het geval was met Dantzig – nu Gdansk – in Polen. 'Brcko District' werd in de afgelopen vijftien jaar zeer direct mede-bestuurd door de internationale gemeenschap, door een Supervisor, steeds een Amerikaan, en een kleine internationale staf. Voordeel was dat van het kleine gebied met zijn circa 90.000 inwoners en met veel financiele hulp een modelstaatje kon worden gemaakt. De teruggave van huizen waaruit de bewoners waren verdreven, de herbouw en de terugkeer van vluchtelingen verliepen georganiseerd en vlot. De scholen – in tegenstelling tot de meeste scholen in Bosnië – zijn vrijwel geheel geintegreerd, dat wil zeggen Kroatische, Bosniaakse en Servische kinderen leren in één klas de meeste vakken op basis van een gemeenschappelijk curriculum.

In de OVSE zijn we toch bezorgd om Brcko District. Het bestuur heeft de nodige checks and balances en maakt in de districtsraad gebruik van een informeel platform van partijen om consensus of meerderheid te verzekeren voordat een ontwerpwet de formele behandelingen en stemming in de raad ingaat: voor Bosnië een unieke procedure. De privatiseringen verliepen beter dan in de rest van Bosnië. Maar nu in Bosnië zelf de inkomens over het algemeen toenemen, het gemeentelijk bestuur verbetert en tegelijk Brcko meer blootgesteld raakt aan economische en politieke invloeden vanuit de Servische en Bosniaaks-Kroatische deelprovincies, krijgen ook corruptie en politieke instabiliteit meer vat op het autonome stadje. Er is misschien veel bereikt, maar hoe bestendig is dat? Er zijn er die spreken van 'gescheiden co-existentie' in Brcko: de kinderen gaan naar dezelfde scholen, maar daarna gaan Serven naar de cafe's voor de Serven en de Kroaten naar hun eigen restaurants. Kroatische ouders eisten onlangs voor een lagere school een volledig Kroatisch curriculum voor hun kinderen. Zo'n eis is niet ongegrond: het Dayton akkoord creëerde in 1995 om de vrede te stichten in Bosnië niet alleen het begrip van de drie constituent people (moslim Bosniaken, katholieke Kroaten en orthodoxe Serviers) met vaste quota in iedere bestuursinstelling, maar verwijst, terecht, ook naar VN- en Raad van Europa conventies, waarin staat dat ieder kind recht heeft op onderwijs in zijn eigen taal. Dat heeft Kroaten, Bosniaken en Serven, die vroeger allemaal het Servo-Kroatisch spraken en schreven, gesterkt in het geloof in een eigen taal en, helaas, de integratie in het onderwijs niet vergemakkelijkt.

De OVSE werkt in Bosnië met veertien veldkantoren en een breed mandaat aan beter en democratisch bestuur, aan geïntegreerd en kwalitatief goed onderwijs, aan hervorming van de rechtspraak en aan community development. De OVSE woont ook alle processen tegen oorlogsmisdadigers in Bosnië bij en houdt een mate van 'toezicht op afstand' op de praktijk van bestuur en rechtspraak. Sinds enige tijd delegeert het Internationaal Strafrecht Tribunaal voor Joegoslavie in Den Haag veel zaken tegen oorlogsmisdadigers naar de rechtbanken in de gebieden waar de misdaden werden gepleegd. Dat is nog een hele uitdaging voor de lokale rechters en officieren van justitie. De OVSE begeleidt en ondersteunt deze overdracht met workshops en trainingen.

De OVSE zal, denk ik, ter begeleiding van het transitieproces, een van de langst aanwezig blijvende internationale organisaties zijn. De EU kantoren zullen, na uiteindelijke toetreding van Bosnië tot de EU, organisch onderdeel worden van de Bosnische staatsstructuur. Met zijn vele toetredingsdossiers is de EU nu sterk gericht op de centrale instanties in Bosnië, hetgeen in het gefragmenteerde Bosnië met zijn vele verdeelde verantwoordelijkheden en middelpunt vliedende politieke krachten een nadeel kan zijn. Onlangs echter bracht de EU een studiebezoek aan Bcrko District en een politiek bezoek op hoog niveau aan de hoofdstad van de Servische deelprovincie Banja Luka.

Bijeljina

Na met de plaatsvervangend supervisor in Brcko afspraken te hebben gemaakt over uitwisseling van informatie reizen we oostwaarts naar Bijeljina, de tweede grote stad van de Servische deelrepubliek van Bosnië. Buiten heeft de winter in dit nogal dichtbevolkte gebied alles bedekt onder een mooi wit kleed: de anders zichtbare kleine groentetuintjes, de vuilnishopen, de half-afgebouwde huizen en hier en daar nog onaantastbare – vanwege boobytrap gevaar – kapotgeschoten ruines. Eens per jaar zien we de Bosnische rotzooi niet, het afval, de verbrande auto's, een milieu gelardeerd met afgedankt plastic in bomen, langs rivieren en langs de weg, kortom de troep die wordt gecreeerd in ieder post-conflict gebied, waar de mensen nu eenmaal meer gericht zijn op economisch overleven, dan op een schoon milieu. Een snelle nietsontziende en te vaag geregelde introductie van kapitalistische productie- en consumptiepatronen laat hier zeer zichtbare sporen na. Toch richten vooral veel jongerenorganisaties, tot in de kleinste dorpen, hun acties op een beter milieu en organiseren juist zij schoonmaakacties, roepen medebewoners op rommel op te ruimen. De jongeren van Bosnië gaan aanstekelijk wijs om met hun sociale omgeving en met het milieu. Ondanks het feit dat nog te veel jongeren in Bosnië les krijgen in op etnische basis gescheiden klassen, zijn ze driftig op zoek naar hun eigen nieuwe waarheid. En ook hier helpen de moderne media. Jongeren spreken meerdere talen en zuigen kennis op via de nieuwe media. Er is wel degelijk veel nationalistische ellende op internet, maar de invloed lijkt beperkt. Onder veruit de meeste jongeren zijn de positieve krachten sterk, ondanks de grote werkloosheid, de economische crisis hier opgetopt met corruptie. Op zekere dag, zo denk ik, zullen hun meer open en inclusieve ideeën de conservatieve gedragspatronen van velen van hun ouders overspoelen.

Vriendschappen onder de jongeren zijn veelal mono-etnisch, door de niet geïntegreerde scholen en universiteiten. Maar er zijn hoopvolle signalen. Het kleine in meerderheid Bosniaakse stadje Teocak weerstond in de oorlog in zijn eentje de Servische aanvallen, zonder hulp van Sarajevo, en wordt nu aan bijna alle zijden omringd door de Servische deel-provincie, de Republika Srpska. De jeugdclub van Teocak zocht op eigen initiatief en over de etnische scheidslijn heen de jeugdclub in het naburige en in meerderheid Servische Ugljevik op. Er is nu regelmatig contact in de disco's van beide plaatsen.

Nog een voorbeeld: onlangs woonde ik een afsluitende bijeenkomst bij van scholen en burgemeesters in een grensgebied tussen de Federatie en de Republika Srpska. De OVSE had uitwisselingen georganiseerd, workshops en uitstapjes naar historische plekken in elkaars gebieden voor de leerlingen van de betrokken scholen, die ieder een Bosniaakse, Kroatische of Servische meerderheid hebben. De in de bijeenkomst aanwezige leerlingen drongen aan op voortzetting van de workshops en uitwisselingen, want ze hadden inmiddels facebookgroepen opgezet, en vrienden gemaakt 'aan de andere kant'. De burgemeesters zeggen toe daaraan mee te zullen werken. Voor het eerst hoor ik hier een Servische burgemeester zeggen dat Servische kinderen ook eens op bezoek moeten naar de massa- begraafplaats in Srebrenica. Zelf was hij er onlangs ook geweest en, zo vertelde hij, 'my hart froze'. Dat hoor je een Bosnische Serviër op hoger bestuursniveau niet gauw zeggen; veel Bosnisch Servische bestuurders denken nog mee in de sterk Servo-centristische en hoofdstad Sarajevo afkerige orientatie van de heersende Bosnisch-Servische partijen.

We komen aan in Bijeljina. Het gaat Bijeljina zichtbaar goed, profiterend van de nabijheid van Servië en Kroatië en goed bestuurd door een burgemeester die lid is van de dezelfde partij die ooit werd gesticht door de in Den Haag terecht staande Karadzic, maar met een beter gevoel voor zijn burgers, zonder onderscheid van etnische of geloofsafkomst. Veel moslim Bosniaakse vluchtelingen keerden daarom terug naar deze gemeente. Voor we aankomen bij ons veldkantoor realiseer ik me nog eens de typische relatie tussen de twee steden, Bijeljina en Tuzla: twee steden lange tijd economisch sterk gericht op elkaar en op het oosten. In de 92-95 oorlog centra van respectievelijk nationalisme en van multi-etnisch verzet en tolerantie. Maar nu, strevend naar betere economische omstandigheden, normalisering en modernisering, vinden Tuzla en Bijeljina de weg naar elkaar terug. In workshops en seminars over personeelsmanagement en onderwijs zie ik ze best practices uitwisselen en met andere gemeenten coördinerend optreden. Zolang het maar niet gaat over de oorlog of over oorlogsmisdaden. Want dat opent nog te veel wonden.

Zvornik

Niet ver na Bijeljina ligt Zvornik aan de rivier de Drina: de bloedgoot van de Balkan zeggen sommigen. Maar ook bron van leven voor boeren, vissers en de vele stadjes aan zijn oevers. Als zoveel Bosnisch landschap is de rivier in zijn canyon indrukwekkend en een beetje mysterieus. Ondanks de moeizame opbouw van een moderne rechtspraak en communicatieproblemen tussen bestuur en minderheden, keerden nergens in de Republica Serpska zoveel moslim Bosniaken (20.000) terug naar dit stadje tegen de grens met Servië.

Kalesija

Op weg terug naar Tuzla rijden we westwaarts richting het Bosniaakse Kalesija. Het landschap is wijds. Links in de verte de bergen waarachter Srebrenica nog steeds 'vecht' voor een plaats onder de zon. Servische politici weigeren nog steeds de genocide van juli 1995 te erkennen. Hoopvolle projecten lopen vast in obstructie, etnische spanningen blijven de lokale politiek beheersen en de religieuze leiders doen weinig om verlichting te brengen, in tegendeel. In tegenstelling tot de Bosniaakse bevolking van Zvornik twijfelt de oorspronkelijk overwegend Bosniaakse bevolking van Srebrenica, nu wonend in Sarajevo of elders in de Federatie, over terugkeer. In het huidige moeilijk herlevende Srebrenica, met vijftig procent moslim Bosniaken en vijftig procent orthodoxe Serven, zijn het weer jongeren- en vrouwen groepen die als jonge planten, met een hardnekkig geloof in nieuwe kansen, positieve acties ondernemen met theater en muziek voor meer werk en een beter milieu.

We rijden door Kalesija met veel cafe's, maar te weinig werk: het stadje hunkert naar investeringen. Tijdens een koffie-pauze komt het initiatief ter sprake van veel Bosnische gemeenten om waardepapieren uit te geven. De toekomstige toetreding tot de EU, de relatieve financiële stabiliteit van Bosnië (de Bosnische mark – KM – is gekoppeld aan de Euro) geeft ze moed. De Bosnische economie groeide in 2010 immers met 0.2% en voor 2011 voorziet het IMF een groei van 2.2%. Bosnië is potentieel een energie exporteur! Maar de politieke verlamming, een oneerlijk sociaal systeem, bureaucratie en een tomeloze corruptie frustreren de welvaart. Formele registratietarieven voor verenigingen en bedrijven staan glashelder beschreven in de relevante regelingen, soms hoog (30.000KM=15.000 Euro voor een bedrijfsvestiging). Maar onberekenbaar en soms fataal is de garnering van informele onderhandse tarieven die burgers, ondernemers, studenten en sollicitanten (2000-5000 KM voor een baan) moeten betalen voor een vergunning, diploma of werkplek in deze samenleving die veelal nog wordt beheerst door politieke, etnische en familie-clans.

Maar denkend aan het effect dat toekomstige investeringen vanuit de EU in de Balkanlanden zal hebben op werkgelegenheid en een optimist als ik gelooft dat uiteindelijk juist meer welvaart de bizar scherpe etnische scheidslijnen zal doen verdwijnen. Het Bosnische dilemma ligt echter besloten in zijn door de internationale gemeenschap opgelegde grondwet met vastgelegde etnische scheidslijnen. De grote vraag is of we eerst de praktijk zijn gang moeten laten gaan, dat wil zeggen moeten rekenen op steeds betere economische leefomstandigheden, waardoor geleidelijk de angst voor elkaar plaats zal maken voor profijt van elkaar en geloof in de gezamenlijke belangen en exploitatie daarvan, zoals we in de EU leerden. Of dat toch beter eerst de grondwet wordt aangepast om, zoals de EU wil, van Bosnië een functional state te maken. Want, zoals wel wordt gezegd, voor een land van vier miljoen inwoners is een staatssysteem met veertien ministers van onderwijs, economie, binnenlandse zaken, justitie etcetera, niet functioneel. Of juist wel, en kan een staatssysteem best complex zijn als je er maar in gelooft. Wat ze in Bosnië, dat is duidelijk, nog niet doen.

Verzoening heeft tijd nodig. Een mooi voorbeeld van verzoening on the job biedt een textiel-ondernemer uit Olovo. Wetten en het politieke schaakspel in Bosnië interesseren hem niet zo, hij maakt in enkele fabrieken textiel voor de goedkopere Europese warenhuizen en deed onderwijl een meesterzet. In zijn vestiging in Srebrenica, maar ook elders, werken Servische en Bosniaakse vrouwen in goede werkomstandigheden naast elkaar aan kledingproducten voor de export. Deze vrouwen werken niet alleen naast elkaar, maar delen ook dezelfde geschiedenis van gebroken gezinnen en van nog steeds vermiste zonen, echtgenotes, broers en vaders. Ze praten er met elkaar, kunnen hun verhaal kwijt en accepteren elkaar geleidelijk. Een soort 'verzoening op de werkplaats' die, denk ik, bijdraagt aan 'normalisering', voorzover dat ooit kan in een mensenleven, na zo'n geestelijk en moreel diepsnijdende oorlog.

Tuzla

Na Kalesija komen we geleidelijk in de bebouwde omgeving van Tuzla. Ik peins na over alle ontmoetingen en gesprekken. Mijn gedachten gaan naar de integratie-problemen in Bosnië en Nederland. Grote verschillen. Maar er zijn aspecten die een vergelijking onvermijdelijk maken. Zo maakten we enkele maanden geleden een ronde tafel discussie mee in een stadje met een Kroatische meerderheid. Het stadje ligt echter in een provincie, 'Canton', met een Bosniaakse meederheid; er is in de oorlog hevig gevochten. De ronde tafel van zo'n vier uren met een afsluitende gezamenlijk maaltijd bracht rechters, offcieren van justitie, politiecommissarissen, onderwijzers, gemeentebestuurders en media vertegenwoordigers bijeen om te praten over het begrip hate crime. Onze inleiders leggen uit wat de Bosnische wetten daarover zeggen, het begrip werd onlangs in enkele Bosnische strafwetten verscherpt. Hoe herken je een hate crime? Wat is de precieze definitie?1 Wat kun je in een gemeente doen om hate crimes te voorkomen. We wijzen op de mogelijkheden die de organisatie van een gemeentelijk 'veiligheidsforum' kan bieden, waarin politie, burgers en religieuze leiders samenwerken en elkaar inlichten. We vragen bestuurders om hate crimes zodra door politie en justitie herkend, ook meteen krachtig en publiekelijk te veroordelen. Alle deelnemers dragen vanuit hun hoek en visie bij aan de discussie.

De priester en de imam slaan in deze ronde tafel de juiste toon aan; weer terug in hun eigen omgeving vergeten ze vaak wat ze eerder zeiden. Rechters houden zich op de vlakte, de politie blijkt in deze gemeente een goede verstaander, ze leggen hun acties uit en krijgen bijval. In sommige gemeenten willen jongerengroepen het fenomeen aanpakken, ze organiseren zich om beledigende graffiti weg te poetsen.

Ik denk aan de minderheden in Nederland. Onze regering wordt nu in het parlement gesteund door een partij waarvan de politiek leider – als je de Bosnische strafwet erbij neemt – aan de lopende band hate crimes lijkt te plegen. Hij werd daarvoor vervolgd. Een Marokkaanse studente zei in een interview in de Volkskrant (eind 2010) precies waar het om ging: 'deze partijleider overschrijdt juridische grenzen, die gemaakt zijn om bevolkingsgroepen te beschermen en een splijting in de samenleving te voorkomen'. Een dergelijke zinsnede gebruik ik hier nu ook. Het rechtbankvonnis van 23 juni bevredigt niet. Nederland is Bosnië niet, maar het lijkt me dat het vonnis het onderhuidse ontstekingsgevaar dat alle hate crimes in zich dragen, miskent.

Maar de onvoltooide politieke en constitutionele context waarin de drie Bosnische constituent people en de nationale minderheden verkeren is anders dan in Nederland. Ze ligt dichter bij de Belgische situatie of, beter, is eigensoortig en nadert een riskante fase. Het akkoord dat in 1995 een einde maakte aan de oorlog, had het karakter van een wapenstilstand: de recente frontlinies dienden als nieuwe grenzen tussen de partijen en deze grenzen zijn in de vorm van verplichte etnische quota terug te vinden in veel bestuursfora. Gevolg is een heel ingewikkeld bestuurssysteem met wetten en instellingen, waarin een etnische verdeling van taken en verantwoordelijkheden is vastgelegd. Dit is weerspiegeld in het kiesstelsel, wat al direct na de oorlog resulteerde in partijleiders met een nationalistische boodschap. Maar na ongeveer tien jaar modderen met dit systeem kwam daar de klad in doordat leiders naar voren traden waarvan de persoonlijke boodschap door henzelf, maar ook door de kiezers, belangrijker werd gevonden dan hun etnische achtergrond. Het zijn er nog maar enkele, maar het worden er meer. En ze beïnvloeden hun medebestuurders. De mede door de internationale gemeenschap opgelegde bestuursvorm die de etnische scheidslijnen bevestigt, komt nu in de knel doordat partijen als de Socialistische Democratische Partij (SDP, ex-communisten, aanvankelijk vooral Bosniaaks) hardnekkig een multi-etnische toon blijft aanslaan. Er komen andere nieuwe nog kleine politieke partijen die andere, bijv. economische, doelstellingen voor Bosnië belangrijker vinden dan het bewaren van de etnische band. Wat je dan ziet is dat twee oorspronkelijk nationalistische Kroatische partijen (HDZ en HDZ-1990) opgezet als politiek tehuis voor de Kroatische minderheid in Bosnië ter bescherming van hun belangen en geent op het in het Dayton-akkoord gecreëerde quota systeem in bestuursinstellingen, zich bedreigd gaan voelen door een partij als de SDP, die nu net zo goed en steeds meer – vooral jongere – Kroaten en Serviers als Bosniaken aantrekt. De HDZ'ers blijven uiteraard stellen de enige werkelijke en authentieke stem van de Kroaten te zijn. Enerzijds begrijpelijk want in het grondwettelijk vastgelegde bestuurssysteem moeten functies verdeeld worden tussen de drie etnische groepen, waarvoor de multi-etnische SDP alle vertegenwoordigers kan leveren, ten koste van het 'zuiver' Kroatische HDZ. En de onzin die je dan krijgt is dat een SDP-politicus als de Kroaat Zjelko Komsic, verkozen als SDPer in een hoge positie, door de HDZ'ers wordt uitgemaakt voor een niet-authentieke Kroaat. Een gevaarlijke bewering veroorzaakt door de door de oorlog ontstane argwaan en de inrichting van het vredesakkoord.

Het is donker als we terugkomen in Tuzla bij ons OVSE-kantoor in een oude stevige barak - ooit onderdeel van de oude zoutfabriek van Tuzla. Door mijn raam aan de achterkant zie ik de laatste zoutwerkploeg naar huis vertrekken, tussen de stapels zoutzakken klaar voor vervoer. Weer buiten hoef ik niet lang op de bus te wachten. Het doet vreemd aan om in Tuzla in de voor mij zo bekende giftig-groen-gele Connexxion bussen mee te rijden. Een goede transfer van gebruikte bussen voor een stad met begrotingsproblemen, al denk ik dat deze oude bussen geen bijdrage leveren aan het milieu van Tuzla. De bordjes 'uitgang', 'zitplaats voor invalide' en de Nederlandstalige reclames voor openbaar vervoer zijn niet vervangen door Bosnische teksten. Zouden ze het begrijpen of interesseert het ze niet? Het is vol in de bus en als een oude vrouw binnenstapt staat voorin een jong meisje op om haar plaats aan te bieden. Dat is mooi, hoffelijkheid kent geen grenzen.

Na de bus loop ik door een buurtje met families van Albanese afkomst en als ik het hek binnenga van de tuin bij mijn appartement komt de landlady op het balkon van haar naastgelegen huisje en zwaait me toe: 'hello'! roept ze. Ze is een telg van families die in 1882 vanuit het Duitssprekende Noord-Italie emigreerden naar dit deel van Bosnië, aangespoord met gunstige financiele regelingen door het toenmalige Oosterrijks-Hongaarse bestuur in dit deel van Europa. Ze gaat elke zondagochtend naar haar eigen katholieke kerk beneden in de stad. Onder de vieze winterse nevel van deze industriestad leeft nu een van de meest multi-etnische gemeenschappen in Bosnië en Herzegovina, wachtend om toe te kunnen treden tot die andere, grotere multi-etnische Unie, waar sinds de Tweede Wereldoorlog de integratie meer vrucht lijkt te hebben afgeworpen.

Dit artikel werd geschreven op persoonlijke titel. 

Voetnoten 

1 Hate Crime in de Bosnische strafwet:- The hatecrime must have been committed with a bias motivation; – the target must be a person, people or property associated with a group that shares a protected characteristic; - a protected characteristic is a fundamental or core characteristic shared by a group such as 'race', religion, ethnicity, language or sexual orientation. 

Gerelateerde artikelen