9 minuten

Een sterker Europa

De Amerikaans-Europese botsing

Europa moet onafhankelijker worden van Amerika. Tegelijkertijd zouden beide partijen ten behoeve van hun bondgenootschap een aantal standpunten moeten heroverwegen. Een Duitse visie op de Amerikaans-Europese botsing.

De Duitse buitenlandse politiek vanaf de Tweede Wereldoorlog kenmerkt zich door een zekere tweeslachtigheid: enerzijds op Frankrijk gericht en anderzijds op de Brits-Amerikaanse samenwerking. De verzoening met Frankrijk en de Europese eenwording zijn van onschatbaar belang geweest voor de opbouw van een vriendelijk, geïntegreerd, postnationalistisch Duitsland. Maar uiteindelijk waren het de veiligheidsoverwegingen, culturele banden, bewondering en dankbaarheid die de Verenigde Staten tot de belangrijkste bondgenoot voor West-Duitsland maakten.

Het evenwicht tussen deze twee bondgenootschappen kon, met een gezamenlijke tegenstander in het Oosten en een relatief bescheiden militaire rol voor West-Duitsland, betrekkelijk eenvoudig in stand worden gehouden. Veel Duitse buitenlandspecialisten zouden dat graag zo houden, maar dat idee lijkt steeds onrealistischer te worden. Als de oudste partner in de vroegere transatlantische betrekkingen besluit het voortaan in z'n eentje te doen, blijft voor ons alleen Europa over.

Op de een of andere manier zal verdergaande integratie van Europa noodzakelijkerwijs leiden tot opdeling van loyaliteiten. De Europese burger ontleent zijn identiteit aan de eigen regio, het eigen land, Europa, aan het Westen als bredere culturele identiteit en aan het wereldburgerschap in kosmopolitische zin. Hiertussen moet hij zijn loyaliteit verdelen. Hoe belangrijker het Europese element wordt en hoe zichtbaarder de kosmopolitische waarden in dit tijdperk van mondialisering, des te minder zal hij zich identificeren met ‘het Westen’ en daarmee met ‘Amerika’. De huidige Amerikaanse buitenlandse politiek kan een dergelijke ontwikkeling versnellen.

Dat brengt de vraag van een onafhankelijke Europese militaire macht in beeld. Het huidige meningsverschil heeft in elk geval geleid tot een nieuw defensie-initiatief van de vier belangrijkste Europese landen. Zij hebben de andere landen uitgenodigd zich daarbij aan te sluiten. Onafhankelijkheid is in het bijzonder gewenst in geval van conflicten en vredesmissies in en rondom Europa. Maar omdat veiligheid tegenwoordig een mondiale aangelegenheid is, zou zo'n macht toch op wereldschaal enige betekenis moeten hebben. Een zekere onafhankelijkheid kan een afwijkende Europese mening in mondiale politieke kwesties geloofwaardiger maken.

Veel verder kan het echter niet gaan. Uiteindelijk hebben Amerikaanse conservatieve critici gelijk wanneer ze zeggen dat Amerika een hele reeks krijgshaftige en patriottische waarden in ere houdt die Europa heeft opgegeven na eeuwen van verschrikkelijke historische gebeurtenissen. Europeanen willen eigenlijk niet meer terug naar een manier van denken die draait om militair-strategische rivaliteit, wapenwedlopen en machtsevenwicht. De Europese samenleving zal nooit zoveel geld in defensie willen steken als nodig is om gelijke tred te houden met het Amerikaanse arsenaal. Europa moet wat betreft zijn eigen defensieve aangelegenheden onafhankelijker worden van Amerika, maar het wordt nooit een strategische rivaal van de Verenigde Staten op het punt van militaire ambities in het ordenen van de wereld.

Publieke opinie

Harvard-professor Joseph Nye introduceerde het begrip 'zachte macht' (‘soft power’), dat is de macht om te overtuigen door middel van aantrekkelijke culturele en politieke ideeën en door samenwerking. De kracht van Europa ligt en zal ook in de toekomst liggen in de rol van civiele macht, een economische en culturele speler met politieke invloed. Conflictpreventie, economische kracht, ontwikkelingshulp, interculturele dialoog en onderhandelen over mondialisering: dat is wat Europa kan bijdragen. Met haar zachte kracht zou Europa invloed kunnen uitoefenen in de wereld en een bondgenoot zijn voor de publieke wereldopinie: zo'n samenwerking met een opkomend mondiaal maatschappelijk middenveld kan nu eens mét de Amerikanen betekenen, zoals het geval was in Afghanistan, maar kan soms ook tégen Amerika uitpakken, zoals met Irak gebeurd is.

Ook als de Europese eenwording niet zo snel verloopt als sommigen wel zouden willen, kan die zachte macht worden uitgeoefend, desnoods in wisselende coalities. De Pentagonstrategen die nu in hun vuistje lachen om de Europese verdeeldheid in de kwestie Irak, moeten goed bedenken dat zachte macht wordt gedragen door de publieke opinie. En wat de publieke opinie over Irak aangaat, daar zit Europa al op één lijn.

Ondanks al deze ideeën over militaire onafhankelijkheid en zachte macht-allianties tegen Amerika, blijft het feit dat de Duitse bevolking niet echt de ambitie koestert om een mondiaal tegenwicht voor de VS te vormen. Het huidige Europese sentiment is eenvoudigweg een reactie op het nieuwe Amerikaanse beleid en optreden. Het Duits-Amerikaanse huwelijk mag zich misschien in woelige wateren bevinden, Duitsland blijft het liefst gewoon partner in een transatlantisch veiligheidsverbond. En ik hoop oprecht dat ook de Verenigde Staten dat willen. Vele vormen van samenwerking en vriendschap tussen deze twee landen, op economisch, cultureel, politiek, militair en justitieel niveau, gaan gewoon door. Het transatlantisch partnerschap is zo stabiel dat termen als rivaliteit helemaal niet passen. De samenwerking zal doorgaan, maar de Duitsers zullen de acties van de Verenigde Staten per keer beoordelen. En soms zullen wij het ergens 'helaas mee oneens zijn'.

Maar wij willen geen meningsverschil ter wille van het meningsverschil. Ik beschouw de huidige kloof in menig opzicht als verontrustend. Als we een eind willen maken aan de onmiskenbare tendens van transatlantische verschillen, dan zouden beide partijen een aantal van hun standpunten moeten heroverwegen. Ik noem een aantal onderwerpen voor zo'n toekomstig transatlantische debat.

1) Wederzijdse afhankelijkheid

Europeanen kennen het belang van ‘harde macht’. Zij weten maar al te goed dat militair ingrijpen soms nodig is en dat er momenteel nog maar één supermacht is die op wereldniveau echt militair overwicht kan laten gelden. En Europa weet ook dat er nooit een wereldmacht is geweest die in haar overmacht haar eigen waarden zo welwillend heeft uitgedragen als de Verenigde Staten. Een Europeaan krijgt rillingen over de rug van de gedachte dat een ander land zo'n overwicht in de wereld zou hebben.

Maar aan de andere kant is een wereld waarin de samenstelling van coalities en diplomatieke bondgenootschappen steeds wisselt, ook geen optie. Wat de Amerikanen moeten terugvinden is hun gevoel voor diplomatie en hun bekwaamheid om macht uit te oefenen samen met overtuigde bondgenoten. Zij moeten zich realiseren dat het in deze tijd van mondialisering niet mogelijk is om militaire macht te laten gelden zonder instemming van een economische en culturele wereldspeler van het gewicht van Europa. Amerika kan op een groot aantal terreinen niet zonder de hulp van Europa. Enkele van die terreinen hebben zelfs betrekking op de harde macht, zoals de internationale campagne tegen terrorisme.

2) Veiligheidsoverwegingen en risicobeoordeling

De Duitse socioloog Ulrich Beck noemde de transatlantische discussie er een van "radicaal anders aankijken tegen risico's." Waar Amerika voortdurend alert is op terreur, overal bedreigingen ziet van schurkenstaten en vreest voor massavernietiging door wereldwijd terrorisme, vindt Europa die angst overdreven en vreest het vooral massavernietiging door oorlog. De Europeanen kunnen de zorgen van de Amerikanen niet blijven bagatelliseren. Als we een oplossing in de vorm van een ontwapeningsoorlog afwijzen, moeten we wel met reële alternatieven komen. De privatisering van terreur en de aanhoudende aanwezigheid van massavernietigingswapens in deze wereld, vereisen een wereldwijd beveiligingssysteem. Dat kan in sommige gevallen de soevereiniteit aantasten van staten die hebben bewezen dat ze de veiligheid in gevaar brengen.

Maar daarbij moeten de Amerikanen zich realiseren dat eenzijdige nadruk van hun kant op militaire confrontatie en een reeks ontwapeningsoorlogen een zeer dubieus antwoord vormen op dit soort bedreigingen. Inperking van de soevereiniteit van staten die een risico vormen voor de verspreiding van massavernietigingswapens betekent niet een invasie. Daarmee wordt de verspreiding niet beëindigd, het zou zelfs tot meer verspreiding kunnen aanzetten. En bovendien kun je risico's nooit helemaal uitsluiten.

3) Wereldwijde democratie versus democratisch imperialisme

Kun je democratie opleggen met bommen? Geen Duitser zou dit een gemakkelijke vraag mogen vinden. Duitsers en Amerikanen delen ongetwijfeld het verlangen naar een zo democratisch mogelijke wereld. Het gaat hier om een verschil in opvatting over hoe je dat bereikt en wat dat mag kosten. Moet dit worden bewerkstelligd door economische, culturele en politieke afspraken op lange termijn die uitmonden in een niet-gewelddadige revolutie van binnenuit of moet dit via een korte-termijnbeleid van militaire confrontatie gevolgd door bezetting en van buitenaf opgelegde heropvoeding? En mag je proberen democratie te brengen ten koste van vrede en stabiliteit? Een militaire confrontatie kost veel mensenlevens. Bij sommige totalitaire regimes heeft nietsdoen ook een heel hoge prijs. Er bestaat niet één antwoord op deze vragen, situaties moeten per keer worden beoordeeld. Misschien moeten de Duitsers en de Europeanen zich minder lichtvaardig opstellen tegenover de roep om wrede dictaturen uit de weg te ruimen. Maar de Amerikanen moeten zeker ook kijken naar de grenzen en de paradox van strikt militair democratisch ingrijpen. Het is maar zeer de vraag of een oorlog in naam van de democratie, tegen de meerderheid van lidstaten en tegen de meerderheid van de publieke wereldopinie in, een democratische wereld dichterbij brengt.

4) Internationaal recht en de Verenigde Naties

Ik heb al gezegd dat op de lange termijn de leidende natie haar macht niet zal kunnen uitoefenen als zij de Verenigde Naties negeert of beschouwt als instrument voor haar eigen belangen. De Amerikanen moeten weer in de Verenigde Naties gaan meedoen, omdat ze deze nodig hebben om hun beleid te rechtvaardigen. Zij moeten de wereld ervan overtuigen dat Amerikaanse macht nog steeds van belang is voor de wereld. Dat betekent ook dat de Verenigde Staten soms de beslissingen van dat orgaan eenvoudigweg zullen moeten accepteren, ook als die niet zo goed uitkomen. Anders zal de Verenigde Naties alleen maar beschouwd worden als instrument van de Amerikaanse macht en al haar geloofwaardigheid verliezen.

Aan de andere kant zullen de Duitsers en Europeanen wellicht moeten gaan erkennen dat er iets mis is met het internationaal recht. Als het internationaal recht de dekmantel van soevereiniteit verschaft aan staten die mensenrechten met voeten treden en massavernietigingswapens in handen stellen van particuliere terreurnetwerken, dan is dat recht aan hervorming toe. Duitsland heeft op deze onvolkomenheden gereageerd in het geval van Kosovo en Afghanistan. Misschien moeten we eens goed nadenken over het opkomend beginsel van ‘grenzen aan soevereiniteit'.

Dit zijn nog maar een paar van de vragen die spelen wanneer we de transatlantische betrekkingen opnieuw willen definiëren. Ongetwijfeld zullen beide kanten moeten bewegen. De transatlantische dialoog is beslist nog niet klaar. Wat enorm belangrijk is voor het gehele debat, is natuurlijk wat de gevolgen zijn van de oorlog en de naoorlogse situatie zowel in Irak als in Afghanistan. Wij waren het niet eens met de Amerikaanse plannen en acties in het geval van Irak, maar nu hopen wij oprecht dat Amerika het bij het rechte eind had. Als de Anglo-Amerikaanse oorlog werkelijk tot vrede leidt en uitmondt in democratie in Irak en in nieuwe stabiliteit in de regio en dit alles zonder al te veel slachtoffers en met duidelijk profijt voor de mensen in de Arabische wereld, dan slaan wij zeker een andere toon aan in de toekomst. Maar als de geschiedenis van dit gebied als gevolg van de oorlog een nog tragischer verloop krijgt, verwachten wij van Amerika dat het zich aan een kritisch zelfonderzoek zal onderwerpen en dat het in de toekomst anders zal optreden. Misschien dat dat de Verenigde Staten nog machtiger maakt.

Gerelateerde artikelen