3 minuten

Eigen land

Column Andrée van Es

Opgaan in de menigte, onzichtbaar zijn. Grapjes maken over jezelf voordat iemand anders het doet. Geen ruzie of lawaai maken. Altijd weer je best doen, glimlachen naar iedereen. Laten zien dat je net zo bent als zij, ook al zie je er anders uit.

Er zijn vele manieren om je als individuele minderheid staande te houden in een vreemde omgeving die jou niet vanzelfsprekend welgezind is.

Nederlander zijn: wie heeft er recht op? In het integratiejargon is het lang bon ton geweest om te verwijzen naar de VS, immigratieland bij uitstek. Daar spraken de nieuwkomers binnen de kortste tijd Engels en waren er trots op Amerikaans burger te zijn. Dat moesten we hier ook hebben! Wij kennen hier inmiddels ook de met rituelen (het Wilhelmus!) en begrijpelijke emoties (mijn paspoort!) omgeven naturalisatiebijeenkomsten.

Alleen, na zovele eeuwen geweld tegen en vervolging van minderheden zouden we moeten weten: dat paspoort is niet genoeg om beschermd te worden tegen uitsluiting. Of - minder beladen - na zestig jaar immigratiegeschiedenis in ons kleine landje weten we: dat paspoort helpt niet tegen het permanent beoordeeld worden op basis van het criterium: hoor je erbij?

Ons onvolprezen Sociaal en Cultureel Planbureau meldde eind 2019 dat slechts een derde van de zogeheten autochtone Nederlanders vindt dat nieuwkomers voldoende hun best doen om te integreren. Zelf vinden de meeste immigranten zichzelf juist goed geïntegreerd. Als wethouder in Amsterdam raakte het mij steeds weer wanneer jongeren, kleinkinderen van immigranten, in verschillende bewoordingen vroegen: ‘Wanneer is het genoeg? Wat moet ik nog meer doen om erbij te mogen horen?’

Tegen onze kinderen wordt geroepen: ‘ga terug naar je eigen land’, maar dit ís hun eigen landIn de tachtiger jaren logeerde ik eens in Londen bij vrienden uit de Caraïbische gemeenschap. Zij analyseerden haarscherp de fase waarin het Britse immigratiedebat zich bevond. ‘Tegen onze kinderen wordt geroepen: ‘ga terug naar je eigen land’, maar dit ís hun eigen land.’

En ik wist dat het in Nederland nog een generatie zou duren voordat deze fase in Nederland zou aanbreken. Er waren domweg nog te weinig kinderen met een migratie-achtergrond die hier geboren waren.

Mijn (biculturele) zoon kwam tien jaar later, hij was toen vijf, thuis met een groot vraagteken op zijn gezicht. Hij deed voor wat hij op straat had gehoord. ‘Als je dan niet hier bent, ga dan terug naar je eigen land’, riep hij, de omineuze tekst verbasterend. Die was ook volkomen onbegrijpelijk natuurlijk, voor een vijfjarige Amsterdammer.

Sindsdien zijn maatschappelijke verhoudingen verhard. Zwarte Piet mag in de achterhoede terechtgekomen zijn, maar voetballers van kleur betalen de prijs door het openlijke racisme langs het veld. Mijn punt is altijd geweest: wat is er nodig om samen vooruit te kunnen? Immigratie gaat niet stoppen; daarvoor is er echt te veel mis op deze planeet.

Mensen zoeken veiligheid door zich terug te trekken in hun eigen kring - een illusie, net zoals veiligheid zoeken in slachtofferdenken. Langzaamaan worden onze geesten rijp gemaakt voor een strenger immigratiebeleid. Wie pakt de handschoen op voor een hernieuwd grootschalig antidiscriminatie- en integratiebeleid waarin iedereen zich kan herkennen?
 

Deze column staat in het lentenummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen