4 minuten

Er was eens een koning...

In Frankrijk is er altijd meer dan in Nederland sprake geweest van een politieke traditie van satire. Dit sprookje van de komiek François Morel is daar een voorbeeld van. Tijdens zijn wekelijkse column voor radio France Inter op 11 februari 2011 sprak hij over ‘de koning’ van Frankrijk.

Er was eens een koning die zich graag amuseerde. Op de dag van zijn kroning gaf hij een groot feest met zijn rijkste vrienden. Hij maakte een tochtje op een boot die hij van een van hen had geleend. In een luciferdoosje bewaarde hij een kikkertje. Het was het enige wezen in zijn hele rijk dat frank en vrij tegen hem durfde praten.

“Sire”, zei de kikker, “het volk is opstandig. Uw imago leidt schade. Het volk zou kunnen denken dat u een parvenu bent. Dat doet uw zaken geen goed.”

“Je hebt gelijk, daar had ik niet aan gedacht…”, reageerde de koning grootmoedig, “En dat terwijl ik een onberispelijke overheid wil. Ik verorden dat er voortaan geen Fouquets meer zijn en geen cruises.” En hij borg de kikker op in het doosje.

Op een dag benoemde de koning zijn zoon, die nog student was, aan het hoofd van een rijke graafschap. “Sire, zei de kikker, het volk is onrustig. Uw imago leidt schade. Het benoemen van uw zoon zou de indruk kunnen wekken dat hij een voorkeursbehandeling krijgt. Dat doet uw zaken geen goed.”

“Je hebt gelijk”, zei de koning begripvol, “daar had ik niet aan gedacht. En dat terwijl ik een onberispelijke overheid wil, zonder voortrekkerij. Ik zal mijn zoon opdracht geven dat hij zijn studie afmaakt.” En hij borg de kikker op in het doosje.

Op een dag benoemde de koning een minister die sigaren rookte. Hij hield zo van sigaren dat hij ze met honderden, nee duizenden tegelijk kocht, ze aanbood, uitdeelde en rookte. Het volk zag al die arrogante en kostbare rookpluimen boven het paleis door hun trieste hemel  kringelen. “Sire”, zei de kikker, het volk ergert zich. Uw imago leidt schade. Al dat geld dat in rook opgaat. Het volk zou kunnen denken dat u profiteurs aanstelt die het publiek belang minachten. Dat doet uw zaken geen goed.”

“Je hebt gelijk”, reageerde de koning ruimhartig, “daar had ik niet aangedacht. En dat terwijl ik een onberispelijke overheid wil: ik zal deze minister afzetten en besluit dat iedereen zijn tabakswaren voortaan op eigen kosten aanschaft.” En hij borg de kikker op in het doosje.

Op een dag kreeg de kikker lucht van toenaderingen tussen de schatkistbewaarder en de meest vermogende man uit het koninkrijk, die vergat om zijn rijkdommen aan te geven. De echtgenote van de schatkistbewaarder van het rijk, die ook de schatkistbewaarder van het samenwerkingsverband van vrienden van de koning was, was in dienst van de meest vermogende man van het rijk. “Sire”, zei de kikker, “het volk spreekt er schande van. Uw imago leidt schade. Al die belangenverstrengelingen in de financiële wereld op een moment dat de werkloosheid groeit en de armoede toeneemt. Dat doet uw zaken geen goed.”

“Je hebt gelijk”, zei de koning welwillend, daar had ik niet aan gedacht. En dat terwijl ik een onberispelijke overheid wil. Ik besluit vandaag nog om mijn schatkistbewaarder te ontslaan.”

En hij borg de kikker op in het doosje.

Op een dag stelde de minister van diplomatie en verre landen aan een bevriende dictator voor om een opstand in dat land neer te slaan met de politie van de koning. De volgende dag werd vermeld dat ze voor haar vervoer door de lucht had geprofiteerd van de vrijgevigheid van een goede vriend van de dictator. Alleen de eerste kamerheer van de koning verdedigde haar nog, maar toen werd bekend dat hij zelf op vakantie was geweest op kosten van een despoot. 

“Sire”, zei de kikker, “ik weet niet meer goed wat ik u moet zeggen. U bent weliswaar de koning van het terugkrabbelen, maar ik zal het u maar eerlijk zeggen, het volk vraagt zich al een tijdje af of u het niet een klein beetje verneukt met uw verhaal over een onberispelijke overheid terwijl iedereen ziet dat uw hele bende van kleine markiesjes zwelgt in hun eigen gekonkel, gesjoemel en een combinatie daarvan.”

“Je hebt gelijk”, antwoordde de koning resoluut, “daar had ik niet aan gedacht. En met vaste hand vermorzelde hij de kikker, die onmiddellijk de geest gaf. Vervolgens gaf hij opdracht om een rapport op te stellen over de gedragscode van het openbare leven, waarmee hij zijn wankelende troon stutte.

Sinds die dag kreeg de koning van niemand meer kritiek en hij regeerde nog lang zijn onberispelijke rijk van mooie kindersprookjes.

Uit het Frans vertaald door Erica Meijers.

Gerelateerde artikelen