4 minuten

GroenLinks de grootste!

In de vorige editie van De Helling schreef Marius Ernsting over ‘de toekomst van links’ en pleit hij voor een brede linkse samenwerking - van SP tot D66 - op basis van inhoud. Een reactie.

Ons verhaal staat. Ons verhaal is sterk. De inhoudelijke lijn die Marius Ernsting in de vorige Helling uiteenzette deel ik dan ook volledig. De vier punten die hij daarin noemt, die in ieder geval onderdeel van die inhoud uitmaken, zijn onze fundamentele internationale oriëntatie, duurzaamheid, geloof in de veerkracht van mensen, en vrijzinnigheid. Wat Ernsting daarbij echter over het hoofd ziet, is dat ‘links’ niet één solide blok is en dat deze brede samenwerkingsstrategie precies om die reden niet effectief zal blijken te zijn.

Onderzoek van electoraal geograaf Josse de Voogd toont aan dat de oude links-rechts scheidslijn voor het electoraat minder relevant is geworden. Veel relevanter is de progressief-conservatief tegenstelling. Zowel op de linkerflank van het politieke speelveld als op de rechterflank onderscheidt hij een progressieve en een conservatieve stroming waar de verschillende politieke partijen in te plaatsen zijn. Paradoxaal genoeg blijkt uit dit onderzoek dat dé manier om meer kiezers naar de linkerflank te halen niet het steviger neerzetten van een links-rechts tegenstelling, maar het uitspelen van de progressief-conservatief tegenstelling is. Kiezers vallen in die hoeken te halen.

Ondanks dat wij als GroenLinks in het parlement met grote regelmaat met de SP voor of tegen moties stemmen, bedienen we een ander kiezerspubliek. Alledaagse samenwerking, al dan niet parlementair, met D66, PvdA en SP is vanzelfsprekend. De vraag die er nu ligt is echter een andere; niet de alledaagse samenwerkingsvormen en coalitievormingen om op korte termijn resultaat te boeken, maar een wezenlijke verschuiving van zetels van de rechterzijde naar de linkerzijde van het politieke spectrum. Al sinds jaar en dag ligt het zwaartepunt van zetels op de rechterflank en daar moet verandering in komen. Onze ideeën zijn goed, maar onze ideeën alleen zijn niet voldoende. Om zoveel mogelijk van onze idealen te kunnen realiseren, is massa nodig. Massa in kiezers, massa in zetels en aanspraak op regeringsdeelname. Deze strategische overweging is er dus niet op gericht om onze ideeën te veranderen, af te zwakken om ze zo beter te kunnen verkopen, maar is erop gericht om precies die ideeën vaker en vollediger te verwezenlijken.

Uit ander onderzoek bleek dat bij de afgelopen Tweede Kamer verkiezingen 42 procent (!) van de PvdA stemmers ‘eigenlijk’ GroenLinks of D66 had willen stemmen. Dit zijn kiezers die onze ideeën al met ons delen, maar vanwege machts- en strategische overwegingen toch op de PvdA stemmen. Juist bij de afgelopen verkiezingen is dit verre van strategisch geweest, want zowel CDA als VVD wilde perse niet met de PvdA regeren. Een groter GroenLinks had wél kunnen leiden tot een ander kabinet, namelijk VVD, CDA, D66, GroenLinks. Niet mijn ideale kabinet, maar wel een kans om een deel van onze idealen te verwezenlijken, en een beter alternatief dan het Rutte I wat er nu zit.

Kunduz

Zo’n groot deel van stemmers die ideologisch eigenlijk bij ons willen horen en toch om andere overwegingen op de PvdA stemmen, dat steekt. GroenLinks is niet het kleine zusje van de PvdA; ons gedachtegoed is veel breder gedragen dan wij zelf soms doen voorkomen. Om te voorkomen dat die strategische stem ons in de toekomst nog eens de das omdoet, zou ik ervoor willen pleiten dat we serieus na gaan denken hoe we die progressief-conservatief tegenstelling uit kunnen spelen. Een strategisch verbond met D66 mag daarin niet uitgesloten worden. En zeker nu de PvdA verdwaald is, zich populistisch opstelt – de omgang met Kunduz is daarin exemplarisch – en zich gespleten toont, ontstaat er meer ruimte voor GroenLinks. Het is zonde dat de geestverwanten die onze ideeën delen zo versnipperd zijn over het sociale deel van D66, het progressieve deel van de PvdA en het vrijzinnige smaldeel van de ChristenUnie. Als we dat zouden kunnen verenigen, kunnen we als sociaal-liberale progressievelingen een veel sterkere vuist maken. En naast de ideologisch al overtuigende stemmers, kunnen we dan bovendien de strategische stemmers trekken.

In mijn tijd als voorzitter bij de jonge Europese Groenen heb ik ook veel met Groenen uit andere landen samengewerkt. Natuurlijk verschillen we in politieke context en op een aantal andere fronten, maar voorop staat dat er vooral veel van elkaar geleerd kan worden. De Duitse Groenen doen het bijvoorbeeld bijzonder goed; over het gehele land verspreid halen ze ongeveer 23 procent van de stemmen. De Finse Groenen hebben, net als een aantal andere groene partijen, al herhaaldelijk regeringservaring opgedaan. Uit hun ervaringen en strategische overwegingen kunnen wij ook leren. Het versterken en benutten van die contacten en het aanleggen van een gedegen documentatie zal intensiever moeten gebeuren. Ik ben ervan overtuigd dat dit in ons voordeel gaat werken.

Er bestaat nu ongeveer twintig jaar een groene partij in Nederland. Dat is nog best jong, maar wij zijn vroeg volwassen. Ik wil dat wij gaan regeren en noem me naïef, maar ik wil dat wij de grootste partij worden. Ik wil eindelijk beleid dat echt leidt tot een duurzamere economie, beleid dat echt getuigt van internationale solidariteit, beleid dat oog heeft voor alle belangen en met vooruitziende blik handelt. Met een politieke strategie die erop gericht is om binnen tien jaar de grootste te zijn, houd ik dat voor mogelijk.

Gerelateerde artikelen