10 minuten

Intelligent groeien

Duitsland loopt voorop in de groene economie, en de Grünen doen volop mee. Het onlangs verschenen boek Intelligent wachsen. Die Grüne Revolution, betoogt dat groeien kan, maar wel samen met de natuur. Een Engelse vertaling wordt in het voorjaar verwacht. Hier een eerste Nederlandse proeve, in twaalf stellingen.

Duurzame welvaart voor allen

Ondanks alle onheilsprofetieën moet het gezegd worden: de wereldeconomie maakt op dit moment een stormachtige groei door, gedreven door de wensen, ambities en de ondernemingsgeest van miljarden mensen op weg naar de moderne industriële samenleving. De wereldeconomie zal zich in de komende twintig à vijfentwintig jaar makkelijk verdubbelen.

Dat is zowel een goed als een alarmerend bericht. Goed, omdat hierdoor de kindersterfte daalt, de levensverwachting toeneemt, het onderwijs en de algehele sociale omstandigheden wezenlijk zullen verbeteren. Alarmerend, omdat een verdubbeling van het gebruik van grondstoffen en emissies op een ecologische meltdown zouden uitlopen. Het oude energie- en grondstof vretende groeimodel kan niet verder worden opgerekt. De belangrijkste uitdaging voor de komende decennia is daarom de wereldwijde groei in een groene richting om te buigen. Dat is ambitieus, maar mogelijk. 

Europa als voortrekker

Ook de meerderheid van de Europese bevolking baadt niet bepaald in welstand. De economische crisis heeft bij velen de reserves opgebruikt. Om ervoor te zorgen dat alle mensen zich kunnen ontplooien, is er niet alleen een eerlijkere verdeling van de welvaart nodig, maar ook een bloeiende economie met een sterke industriële basis. De weg uit de crisis voert langs een innovatie-offensief, dat Europa naar de top van de ecologische modernisering zal tillen. Ons continent beschikt over alle voorwaarden om een modelvoorbeeld van groene economie te worden: een dicht netwerk van onderzoek en ontwikkeling, innovatieve ondernemingen, eerste klas ingenieurs en vakmensen, een hoog ontwikkeld milieubewustzijn en talloze burgerinitiatieven die zich bezig houden met klimaatverandering, alternatieve energie, ecologische landbouw, eerlijke handel en internationale gerechtigheid. 

We kunnen onszelf hoge doelen stellen, zoals de eerlijke verdeling van een krimpende welvaart. Europa heeft de potentie om tot voortrekker van de nieuwe industriële revolutie te worden. Daarom zou het fataal zijn, om bij de huidige Energiewende – de omschakeling naar duurzame energie – aan de rem te trekken. De hele wereld kijkt naar dit project, dat een economisch succesmodel kan zijn voor het afscheid van fossiele en nucleaire energie.

Meer maken van minder

In de kern gaat het erom het scheppen van economische waarden los te koppelen van het verbruiken van de natuur. Daar is een tweeledige krachtsinspanning voor nodig: een steeds efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen en een vergaande decarbonisatie van de economie. Een CO2-neutrale productie verlangt de overgang van fossiele naar duurzame energie en hernieuwbare grondstoffen en van de wegwerpmaatschappij naar de kringloopeconomie. De oude formule van het verhogen van de output (de productie) door het verhogen van de input (grondstoffen en energie) leidt tot de ondergang van onze planeet. De formule van de toekomst luidt: meer maken van minder.

Investeren in de toekomst 

De ecologische transformatie van het kapitalisme behelst een enorm innovatie- en investeringsprogramma. Daarbij gaat het om technologieën die efficiënt met natuurlijke bronnen omgaan, om hernieuwbare energie, een slim stroomnet, nieuwe materialen, netwerken van goederenkringlopen, elektrische mobiliteit, modernisering van het openbaar vervoer, ombouw van steden, CO2 recycling, hightech biologische landbouw, enzovoort. In een krimpende economie dalen de investeringen en vertraagt de vernieuwing van de kapitaalvoorraad. Het tegenovergestelde is echter noodzakelijk, als we binnen enkele decennia onze infrastructuur en ons productieapparaat geheel willen ombouwen. De groene industriële revolutie wordt de katalysator voor een nieuwe lange groeigolf. Zij zal niet alleen onze wijze van produceren veranderen, maar ook ons dagelijks leven, net zoals de ontdekking van de elektriciteit en de digitale technologieën dat deden.

Groeien met de natuur

'Terug naar de natuur' is niet mogelijk op een wereld met bijna negen miljard mensen. We moeten vooruit, naar een nieuwe synthese tussen natuur en techniek, een Allianztechnik, naar een term van Ernst Bloch. De nieuwe formule luidt: groeien met de natuur. De belangrijkste wetenschap hierbij is de biotechnologie, die biologische processen in technische omzet. De evolutie heeft ontelbare fantastische uitvindingen voortgebracht, waarvan we kunnen leren. Zo heeft de aerodynamica van vissen al model gestaan voor schepen die de zeestroming op een slimme manier gebruiken. Bacteriën die schadelijke stoffen kunnen neutraliseren kunnen worden ingezet bij bodemsaneringen. En de elasticiteit en kracht van spinnenwebben is nog ongeëvenaard. Ook het produceren en consumeren in netwerken en kringlopen is van de natuur afgekeken: de evolutie kent geen afval.

De geschiedenis van de menselijke beschaving is een verhaal van stapsgewijze emancipatie van de natuur. Elk tijdperk heeft de menselijke mogelijkheden en capaciteiten vergroot. Nu gaat het erom, deze geschiedenis van vooruitgang met de natuur samen voort te zetten, en niet langer tegen haar. 

Grenzen van groei, groei van grenzen

De menselijke beschaving is afhankelijk van een stabiel klimaat, vruchtbare landbouwgrond en goed werkende waterkringlopen. Alle drie bevinden zich vandaag in een kritische toestand. Wanneer we de belastbaarheid van deze ecosystemen overschrijden, dan dreigen er zware crises. Wat dat betreft is er wel degelijk een ecologische grens aan de groei. Mijn punt is echter, dat dit niet betekent dat daarom ook economische groei begrenst is. Wat voor de mensen op onze planeet mogelijk is, wordt namelijk niet in de eerste plaats door geologische en fysische factoren bepaald. Onze allerbelangrijkste bron is onze creativiteit. En daar hoort bij, dat we in staat zijn om crises door schaarste middels vernieuwing te overwinnen. Ook  energie is er onbegrensd: de zon biedt een vrijwel onuitputtelijke energiebron. Daarbij gaat het niet alleen om het winnen van stroom en warmte uit zonne-energie, maar ook om fotosynthese – het omzetten van zonlicht, water en CO2 in biochemische energie als basis voor een ecologie productiewijze. En ook geothermie heeft een geweldig potentieel voor energie voor een zeer lange tijd.

De natuur als gemeengoed

We leven inmiddels in het antropoceen, het tijdperk waarin de mens zelf tot een machtige geologische factor is geworden: de mens maakt natuur. Ongeveer zeventig procent van het  aardoppervlak is al door menselijke activiteit beïnvloed. Onaangetaste natuur is er alleen nog in de poolstreken, in woestijnen en hooggebergtes en zelfs daar slaan de vervuilde lucht – en stofdeeltjes van de menselijke samenleving neer. Omdat we steeds dieper in de natuur ingrijpen, zijn we ook voor haar verantwoordelijk. Ecosystemen zoals de oceaan, die het leven op aarde in stand houden, moeten tegen roofbouw worden beschermd en daarom gemeenschappelijk worden beheerd. Daartoe is een mondiaal eco-management nodig met sterke supranationale instituties. Er moeten heldere gebruiksrechten, regels en richtlijnen worden opgesteld ter bescherming van bijvoorbeeld Antarctica. Een interessant idee is de oprichting van een mondiale klimaatbank. Deze zou CO2 emissierechten kunnen uitgeven en de opbrengst kunnen investeren in klimaatbescherming in ontwikkelingslanden. 

Wat we moeten beteugelen

Ecologische verantwoordelijkheid begint bij onszelf: minder vlees eten, fietsen en het openbaar vervoer gebruiken, geen producten kopen waarvoor mensen misbruikt zijn of regenwoud is omgehakt. Maar een nuchtere blik op de omvang van de ecologische uitdaging zegt ons, dat een appèl op soberheid niet genoeg is. Nulgroei lost geen enkel ecologisch probleem op – het zou hoogstens de huidige mate van vervuiling constant houden. Maar het veroorzaakt wel nieuwe problemen op het gebied van overheidsfinanciën, sociale zekerheid en werkgelegenheid. Ook 'minder van hetzelfde' is niet genoeg. Om het klimaat te stabiliseren, is voor 2015 een halvering van de wereldwijde uitstoot van CO2 nodig. Zonder een grootschalige efficiëntieslag en de overgang naar duurzame energie kunnen we de wedloop met de klimaatverandering niet winnen. Wat we moeten beteugelen, is ons verbruik van de natuur, niet ons plezier in nieuwe dingen, in comfort, mobiliteit, mode, techniek en communicatie. Dat zijn attributen van de moderne tijd en die zijn niet meer terug te draaien. Het doel van ecologische politiek is een andere wijze van produceren, niet een nieuwe mens.

Ecologie en vrijheid

Wie de uitweg uit de ecologische crisis in een drastische beperking van productie en consumptie zoekt, komt vroeg of laat bij autoritaire oplossingen terecht: als de mensheid al haar comfort namelijk niet vrijwillig opgeeft, dan wordt dwang onvermijdelijk. Dan valt de democratie ten offer aan de ecologie. Zo’n neiging tot een alomvattende beheersing van economie en samenleving is in de kiem al aanwezig in het beroemde rapport van de Club van Rome Grenzen aan de groei uit 1972. Maar we moeten de onverbrekelijke band tussen ecologie en democratie juist verdedigen. Omwille van de vrijheid zelf natuurlijk, die aan geen enkel ander doel ondergeschikt gemaakt mag worden. Maar ook omdat een open, democratische samenleving veel beter in staat is zichzelf te corrigeren en creativiteit, eigen verantwoordelijkheid en ondernemingsgeest te genereren. En juist die zaken zijn van groot belang om de ecologische en sociale uitdagingen van deze tijd het hoofd te bieden.

Waar blijft de moraal? 

Ondanks (of misschien zelfs vanwege) de excessen van de financiële sector tekent zich een nieuwe trend af richting ‘morele herbewapening’ van de economie. Normen en waarden spelen een groeiende rol in het gedrag van consumenten en daardoor ook van ondernemingen. Er is steeds meer aandacht voor zaken als fairtrade en recycling, ethische investeringsfondsen en duurzame ondernemingsmodellen en de naleving van sociale en ecologische eisen. Kinder-  en dwangarbeid worden veroordeeld en dierproeven en bio-industrie staan onder kritiek. Bedrijven die zich hier niets van aantrekken, lijden reputatieschade, en dat werkt ook door in hun bedrijfsbalans. Bij deze trend hoort ook de renaissance van de sociale economie: de opkomst van coöperaties, de economie van het delen, open source etc.

Actoren en allianties

De omslag naar de ecologische moderniteit kan alleen slagen wanneer vele actoren samenwerken. In de eerste plaats de politiek. Die moet zorgen voor een ecologische vangrail voor de economie en de wissels omzetten naar groene innovatie. Daarbij hoort een ecologische belastinghervorming, effectieve emissiehandel, duidelijke onderzoeksprioriteiten en richtlijnen voor publieke investeringen, zoals recyclingsquota, informatieplicht en maxima voor uitstoot van schadelijke stoffen. Ten tweede de samenleving. De milieubeweging, coöperaties, kritische consumenten en burgers moeten de macht van het schandaal benutten. Als derde de wetenschap. Nooit eerder werd er zoveel onderzoek gedaan naar nieuwe oplossingen en ontwikkelde de wetenschappelijke kennis zich zo snel als vandaag. En tenslotte: de ondernemingen. De toekomst is aan duurzame en ecologisch innovatieve, maatschappelijk verantwoordelijke bedrijven, die hebben ingezien dat morele en economische waarden bij elkaar horen.

De herontdekking van de vooruitgang

Juist in een tijd van grote onzekerheid hebben we een nieuwe voorstelling van vooruitgang nodig. Het einde van het fossiele industrietijdperk is tegelijkertijd het begin van een periode van grote bloei voor een nieuwe, groene economie. In plaats van de toekomst als een duister oord af te schilderen, komt het erop aan enthousiasme te wekken voor de groene moderniteit, waarvan de contouren zich al aan de horizon aftekenen. De geschiedenis van de vooruitgang is niet ten einde. We moeten haar alleen opnieuw vertellen. De ecologische successen van de laatste dertig jaar zouden ons moeten bemoedigen. Ik noem er een paar: de luchtkwaliteit van onze steden is beter geworden, de Duitse bossen groeien weer, rivieren zijn hersteld en veel schadelijke stoffen zijn uit de productie en uit ons dagelijks leven verdwenen. Internationale overeenkomsten zoals het Montreal protocol ter bescherming van de ozonlaag, of de conventie ter bescherming van de biodiversiteit, zijn van de grond gekomen. Het marktaandeel van biologische producten neemt toe, ruilbeurzen en autodelen floreren, veel bedrijven besteden serieus aandacht aan duurzaamheidsmanagement, ecologische keurmerken en certificaten zijn ingevoerd. Duitsland heeft de nucleaire energie definitief de rug toegekeerd en alternatieve energie, elektrische auto’s en ecologisch bouwen zitten in de lift. Tenslotte: de CO2-uitstoot van het verenigde Duitsland is sinds 1990 circa 25 procent gedaald, terwijl tegelijkertijd de economie met ruim een derde groeide. De tegenwerping dat dit alleen het effect is van het stilleggen van de zwaar vervuilende industrie van de voormalige DDR, klopt niet, want meer dan twee derde van de CO2-besparing vond na 1996 plaats. Die is een gevolg van een efficiëntere omgang met grondstoffen en de succesvolle ontwikkeling van hernieuwbare energie. Op dat fundament kunnen we bouwen.

Uit het Duits vertaald door Erica Meijers. Geplaatst in het winternummer van De Helling 2013.

Ralf Fücks, Intelligent wachsen. Die grüne Revolution, Hanser Verlag, München 2013.

Gerelateerde artikelen