3 minuten

Is dit kunst?

Irak in centrum Gemak

Is dit kunst?” Een wrak van een bomaanslag in Bagdad ligt in de foyer van Gemak, het nieuwe centrum voor kunst en politiek in Den Haag. Het is onderdeel van de tentoonstelling Green Zone / Red Zone, waarmee Gemak in oktober 2007 openging.

De veelgestelde vraag heeft geen eenduidig antwoord. Zijn de nabije foto’s en teksten van Irakese vrouwen die de hel van hun dagelijks leven proberen te omschrijven, of de documentaire films van jonge Irakese filmmakers in een zaaltje verderop, wél kunst? En kunnen de Irakese en westerse kunstenaars die aan de expositie deelnemen überhaupt iets zinvols zeggen over de huidige situatie in Irak met hun schilderijen, video’s en installaties?

Het is een trend: de politieke kunst is terug, na decennia lang verbanning uit de kunstwereld. Op de Documenta van Kassel en in de Biënnales van Venetië en Istanboel pakken kunstenaars de bio-industrie aan, de Berlijn conferentie van 1888, stakingen in China en de muur tussen Israël en Palestina. Soms op heel letterlijke wijze.

Dit soort maatschappelijk betrokken kunst vierde zijn hoogtij in de jaren 1960 en -70. Met het postmodernisme echter werd de pretentie van kunstenaars stelling te nemen op politieke kwesties als een aberratie gezien. Kunst moest zich juist emanciperen van haar sociaaleconomische context en zichzelf als ideaal nastreven. L’art pour l’art. Het lijkt een nobele zoektocht. Waarom voelen zoveel kunstenaars zich dan toch geroepen om commentaar te leveren op huidige misstanden in de wereld? En wat kan een enkele kunstenaar daar aan doen, wanneer alle Europese regeringen samen een Amerikaanse aanval op Iran niet kunnen voorkomen?

Één motief aan de zijde van kunstenaars is kritiek op de media. Ze komen in opstand tegen de leugenachtige, angstaanjagende of domweg lelijke wereldbeelden die via de media verspreid worden. Na een bepaalde hoeveelheid verdraaide werkelijkheid te hebben verwerkt heb je als kunstenaar behoefte om daar iets mee te doen. In Gemak heeft bijvoorbeeld het kunstenaarsduo Kennard & Picton-Phillips Britse tabloids, Arabische kranten, foto’s van Abu Ghraib en grote portretten van Bush en Blair letterlijk in elkaar gehamerd tot reuzencollages.

Met de overblijfselen van de uitgeholde politieke taal – waarin ‘vrijheid’ militaire bezetting kan betekenen, en ‘democratie’ een ingreep van Westerse overheersers is – maakt de kunstenaar haar of zijn eigen verhaal. De conservator en de bezoeker van een tentoonstelling herkennen de elementen waarmee de kunstenaar te werk is gegaan, waardoor ze het kunstwerk kunnen ‘begrijpen’ en relateren aan hun eigen beleveniswereld.

Wat we hebben aan politieke kunst? We kunnen toch ook meer mensenkennis opdoen uit romans dan uit wetenschappelijke werken? En Picasso’s Guernica geeft preciezer weer wat een luchtbombardement voor een civiele bevolking inhoudt dan een reportage erover.

Wat dat betreft is het werk van Hana Mal Allah, die kaarten van Bagdad verscheurt, verbrandt, verdrinkt en verminkt, veel sterker dan het bloederige wrak uit Bagdad. Dat zoveel bezoekers stilstaan bij een hoop schroot die zich magisch lijkt te hebben gematerialiseerd uit een krantenfoto, zoals een circusmonster in de 19e eeuw, toont alleen aan hoe ver de huidige werkelijkheid van wat er in Irak gebeurt van ze af staat. Wat dat betreft is het een uitstekend beginpunt voor de tentoonstelling.

Gerelateerde artikelen