9 minuten

Kernenergie niet rationeel

Maar wel weer in opmars

Kernenergie is terug van nooit helemaal weggeweest. Het is schoner dan fossiele brandstoffen en we hebben het nodig als overgang naar duurzame energie, is de gedachte. Een reactie van een senior in de antikernenergie-acties.

De enorme zorg over klimaatverandering leidt tot het steeds breder gedragen gevoel dat we misschien geen andere keus hebben dan kernenergie maar te moeten aanvaarden als manier om minder CO2 uit te stoten. En dan zou kernenergie ook nog helpen om minder afhankelijk te worden van de olie- en gasbaronnen, zou het de enige bron zijn die snel genoeg elektriciteit kan maken om de transitie naar een werkelijk duurzame energietoekomst te faciliteren.

Delta wil een tweede kerncentrale bouwen en de publieke opinie is aan het schuiven. Maar alle argumenten tegen kernenergie staan nog fier overeind.

Smerig

Desondanks is er in het discours veel veranderd. Begeleid door een effectieve internationale PR-campagne van vrijwel alle internationale organisaties die direct of indirect belang hebben bij kernenergie, is de impressie gewekt dat er de facto al een nucleaire renaissance aan de gang is. Hoe vaker je hoort dat er al heel veel nieuwe kerncentrales gebouwd worden, hoe moeilijker het is om je voor te stellen dat we het wel zonder kunnen doen. Het jaar 2000 wordt wel gezien als het begin van die zogenaamde nucleaire renaissance. Maar in werkelijkheid is in de afgelopen dertig jaar internationaal bijna geen reactor besteld.

Er is de afgelopen tijd maar weinig veranderd in de nucleaire industrie zelf, de techniek en de wetenschap. Alle problemen bestaan nog: er is geen inherent veilige reactor en die kunnen we de komende dertig jaar ook nog niet verwachten. Kernenergie leidt nog steeds regelrecht naar kernwapens, uranium is een eindige grondstof en het uit de grond halen van uranium is een sterk milieubelastend en smerig bedrijf. Bovendien zijn er maar een tiental landen waar je uranium vandaan kunt halen en zijn alle min of meer beschikbare voorraden al opgekocht door de Chinezen. De gedachte dat kernenergie ons onafhankelijk maakt van energieleveranciers in het Midden-Oosten en Rusland is dus een misvatting.

Er gaat met grote regelmaat iets vreselijk mis in de bestaande Westerse reactoren en volgens de industrie zelf hebben we de afgelopen jaren in Europa meerdere malen geluk gehad – en ook niet meer dan dat. In Amerika (Davis Besse), Duitsland (Kruemmel), Hongarije (Paks) en Zweden (Forsmark) ging het allemaal maar net goed. In juli 2006 was er een elektriciteitsstoring in de Zweedse Forsmark-1 reactor. De regelzaal kwam in het donker te zitten, systemen vielen uit en 23 minuten lang wist niemand wat er aan de hand was. Uiteindelijk redde een ingenieur van de nabijgelegen Forsmark-2 de situatie door een aantal dieselgeneratoren met de hand aan de praat te krijgen en zo de regelzaal van stroom te voorzien. De ernst van het incident werd in eerste instantie onder het tapijt geveegd. Later werd toegegeven dat de reactor langs de afgrond van een meltdown was gegaan en dat eigenlijk alleen geluk de Zweden hiervoor behoed had.

De vragen zijn nog even levensgroot als altijd: waar is de oplossing voor het kernafval? Waarom kunnen kerncentrales zich niet op de markt verzekeren? Waarom zijn we bijna bereid om Iran de oorlog te verklaren als ze eigenlijk alleen dat doen wat tal van Westerse landen ook doen? In Nederland staat een van de grootste verrijkingsfabrieken ter wereld. Waarom mogen wij wel verrijken en Iran niet? Omdat we Iran niet vertrouwen. Wie bepaalt welke landen we wel en niet vertrouwen? Zolang je zogenaamde civiele toepassingen van kernenergie blijft stimuleren moet je niet verbaasd opkijken als landen dezelfde techniek, materialen en kennis ook anders inzetten. Want zonder kernenergie geen kernwapens.

Duur

De eventuele keuze voor meer kernenergie is niet rationeel. Tegenstanders van kernenergie wordt altijd verweten niet rationeel te zijn (maar emotioneel), maar de voorstanders worden aangedreven door een aversie tegen de milieubeweging, een religieus geloof in technologie en vooral door keiharde belangen. Hun betoog is daardoor moeilijk rationeel te noemen. Het is in tegendeel doorspekt met emotionele, maar feitelijk onware argumenten, bijvoorbeeld over de kosten. Het is de moeite waard om daar wat preciezer naar te kijken.

In juni van dit jaar besloot de regering van Ontario (VS) de openbare aanbesteding, bedoeld om te komen tot twee nieuwe kerncentrales, te staken. Er was geen interesse. In dezelfde maand besloot Exelon, een Amerikaans energiebedrijf met veel belangen in kernenergie, het plan voor nieuwe reactoren in Texas “voor minstens twintig jaar uit te stellen.” De reden? economic woes, ofwel “verwachte financiële ellende”.

Toen moest Moody nog komen, de wereldbefaamde organisatie die bedrijven en investeringen beoordeelt op haalbaarheid en rentabiliteit. Zij publiceerde in juli haar nieuwste oordeel over investeringen in nucleair vermogen. “We gaan plannen voor kernenergie negatiever beoordelen. De reden is een significante stijging van de risico’s, zowel van de investering als de exploitatie. De meeste energiebedrijven die nu overwegen om in kernenergie te investeren zijn zich onvoldoende van deze risico’s bewust, reden voor ons om die bedrijven negatiever te waarderen”.

Alle drie de voorbeelden illustreren wat we eigenlijk al langer weten en onlangs nog in een uitgebreide vergelijkende studie werd bevestigd; kernenergie is duur. De studie, uitgevoerd door de Vermont Law School (juli 2009), vergeleek meer dan zestig financiële analyses die gemaakt zijn voor 35 geplande kerncentrales. Allemaal plannen van de laatste negen jaar, allemaal in westerse democratieën waar in principe de tucht van de markt heerst. De nucleaire industrie heeft de kostenplaatjes fors moeten bijstellen, ze zijn het er over eens dat een reactor minstens vier keer zo veel zal kosten als gedacht in het jaar 2000. Vrijwel geen van de geplande 35 kerncentrales is er gekomen.

Ik ben niet per definitie pessimistisch over de mogelijkheden voor technologische doorbraken op allerlei terreinen die nu onlosmakelijk verbonden zijn met kernenergie, zoals afval, veiligheid, proliferatie, kosten, terrorisme etc. Toch lijkt het me verstandig terug te kijken naar de ervaringen van de afgelopen vijftig jaar. En dat stemt niet vrolijk.

Ook in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw heerste groot optimisme over kernenergie. In ruim tien jaar tijd werden alleen al in Amerika tweehonderd reactoren besteld. De verwachting was dat ze heel goedkope stroom zouden gaan leveren. Maar het pakte anders uit. Meer dan de helft van de projecten ging niet door, voor meer dan negentig procent om economische redenen. Een flink aantal centrales was al ver in aanbouw en het afblazen van het project kwam dus neer op een forse kapitaalvernietiging. Sommige energiebedrijven in de VS voelen de gevolgen daarvan nog steeds. De centrales die wel afgebouwd werden waren gemiddeld zeven keer duurder dan oorspronkelijk begroot. De meerkosten werden door de Amerikaanse overheid (en dus de belastingbetalers) overgenomen. De kosten voor het afvalbeheer werden en worden ook grotendeels door de overheid overgenomen. De elektriciteit die de reactoren produceren is dus in feite zwaar gesubsidieerd.

Tussen 1974, toen het IEA (International Energy Agency) met het bijhouden van gegevens over bestedingen voor energie-gerelateerde Research and Development (R&D) -  en 2007 heeft kernenergie 55 procent van alle publieke gelden in de OECD-landen voor energieonderzoek gekregen: 236 miljard dollar, omgerekend naar de dollar van 2007. Dit is zes keer meer dan duurzame energiebronnen kregen.

De kerncentrales die wereldwijd in 1966/67 aan het net werden gekoppeld kostten twee keer zo veel als begroot. De reactoren die in de twee jaar daarna – ook weer wereldwijd – actief werden kostten drie keer zoveel als die van de paar jaar daarvoor. In de jaren zeventig werd het niet beter, integendeel. Het waren allemaal reactoren van hetzelfde type. De ervaringen met kernenergie in de afgelopen vijftig jaar maken duidelijk dat schaalvoordelen atoomstroom niet goedkoper maken en dat elke nieuwe kerncentrale duurder is dan de vorige.

Dat geldt ook vandaag nog. Als gezegd, de bouwers zelf hebben hun prognoses in negen jaar tijd al verviervoudigd. De weinige ervaringen die nu worden opgedaan bevestigen de logica van dit pessimisme. De Finse reactor in Olkiluoto kost nu al 5,7 miljard euro. Het is een regelrecht drama aan het worden wanneer je bedenkt dat de Franse bouwer Areva de centrale oorspronkelijk voor 2,5 miljard euro beloofde te bouwen. De centrale is nog lang niet af en de leverancier is in een felle juridische strijd gewikkeld met de opdrachtgever, het Finse TVO, over de vraag wie gaat opdraaien voor de meerkosten. Het gaat hier om een nieuw type kerncentrale, de European Pressurized Reactor (EPR), een zogenaamde derde generatie reactor. Dit type heeft weliswaar een hogere efficiency en maakt in volume gemeten wat minder afval, maar dat afval is dan wel radioactiever. Het heeft wat meer passieve veiligheidssystemen (bij menselijk falen zijn er relatief meer systemen die zichzelf uitschakelen) en er zit een soort bak onder het reactorvat die – als er toch een meltdown plaatsvindt ‑ de boel moet opvangen. De Fransen willen in eigen land een tweede van dit soort bouwen (Flamanville) en hebben de begroting voor die reactor fors bijgesteld; “deze tweede EPR zal meer gaan kosten dan de eerste”. Waarom de Fransen toch willen doorzetten? Geef maar eens toe dat je nieuwe vlaggenschip een mislukking is. Bovendien is kernenergie in Frankrijk vooral een staatsaangelegenheid. De regering heeft meer dan zeventig procent van de aandelen in de energiebedrijven. De koepel, EDF, heeft een schuld van ruim veertig miljard euro.

Achterstand

Daar waar de energiemarkt is geliberaliseerd lijkt men uit deze ervaringen meer lering te hebben getrokken. In de financiële sector is men minder geneigd eerst maar te gaan bouwen en dan nog eens te kijken of het wel echt kan. Waren het vroeger alleen de energiebedrijven en de nucleaire bouwers die prognoses lieten maken, nu kijken de Moody’s en de jongens van Wall Street mee.

Na de ramp in Tsjernobyl is de lobby voor kernenergie eerlijker gaan communiceren over de nadelen van kernenergie. Maar dit was van korte duur. Zodra bleek dat de milieubeweging dacht het pleit gewonnen te hebben en zich op klimaatverandering richtte, werden de ongenuanceerde veelbelovende teksten weer van stal gehaald. Men belooft inmiddels opnieuw de oplossing van energieproblemen op economisch aantrekkelijke wijze en wijst de angst voor straling als irrationeel van de hand.

Natuurlijk moet je opnieuw praten over kernenergie, maar dan wel op basis van de werkelijke cijfers en gegevens. In het kader van de discussie van mondiale klimaatverandering is het verstandig je er rekenschap van te geven dat een eenheid elektra uit uranium veel meer CO2 uitstoot dan een eenheid uit wind, zon, biomassa of waterkracht en evenveel als uit een moderne gasgestookte centrale. En, niet te vergeten, met besparingen vermijd je nog steeds de meeste CO2.

Wie zegt dat kernenergie nodig is in de overgangsperiode naar een duurzame energievoorziening moet daarbij dan ook vermelden dat de keuze voor atoomstroom de transitie vertraagd en op achterstand zet. Ik ga er althans van uit dat Delta een nieuwe centrale vijftig jaar zal willen laten draaien. Of zou ze aan haar aandeelhouders vertellen dat de gemiddelde levensduur van de reeds gesloten kerncentrales 22 jaar is? Klimaatwetenschappers zijn het er over eens dat de transitie naar duurzaamheid maximaal twintig jaar mag duren. Een kerncentrale bouwen kost, gerekend vanaf het moment dat de vergunningen er zijn en in een situatie dat de milieubeweging en bezorgde burgers niet ingewikkeld gaan doen, zeker tien jaar. En kost minimaal vijf miljard.

De regering is nu scenario’s aan het voorbereiden waarin nieuwe kernenergie een meer of minder grote rol speelt. Dit ten behoeve van besluitvorming in 2010. Dit gaat samenvallen met de evaluatie van het Nederlandse klimaatbeleid. Eigenlijk weten we het al: de doelstellingen worden niet gehaald, ook niet als de klimaattop in Kopenhagen heel succesvol is en de prijs voor CO2 snel gaat stijgen. Het kabinet zal dan aanvullende maatregelen gaan afkondigen. Met de hete adem van populistisch Nederland in de nek dreigt het gevaar dat de overheid niet rationeel kiest maar bij springt en kernenergie gaat subsidiëren. En dus blijven wij scherp opletten: geen kern- of kolen, neem de zon en een molen. 

WISE is een wereldwijd netwerk van burgers en milieuorganisaties die zich zorgen maken over kernenergie, radioactief afval en straling. WISE wil schone energie voor arm en rijk, zonder kernenergie en zonder CO2-uitstoot. Meer informatie op http://www.tegenstroom.nl.

Gerelateerde artikelen