6 minuten

Kleine-bufferkapitalisme

Recensie: Een land van kleine buffers, Dirk Bezemer

We hebben genoeg geld, maar we gebruiken het verkeerd. Dat is de belangrijkste constatering van Dirk Bezemer in Een land van kleine buffers. Het boek geeft een boeiende en soms ietwat technische inkijk in de werking van het financiële systeem en onze economie. Bezemer legt overtuigend uit wat daarbij de problemen zijn én welke kansen de coronacrisis biedt om deze op te lossen, en zo tot een beter werkende en duurzame economie te komen.

Volgens Bezemer, hoogleraar economie van de internationale ontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft de coronacrisis bevestigd wat we eigenlijk al wisten: de manier waarop we onze economie hebben ingericht werkt slechts voor een kleine groep en is bovendien bijzonder fragiel.

In een kleine driehonderd pagina’s legt Bezemer uit waarom juist nu, nog midden in de coronacrisis, het systeem op de schop moet – en wat ervoor in de plaats moet komen. Dat maakt het een interessant en relevant boek met waardevolle inzichten voor GroenLinks.

Schulden

Al jaren stelt Dirk Bezemer in zijn columns voor de Groene Amsterdammer de problemen als gevolg van het huidige financiële systeem aan de kaak. Zo bespreekt hij de constante groei van vermogen en schulden, bekritiseert hij hoe de groei in de financiële sector ten koste gaat van de reële economie en analyseert hij hoe lonen achterblijven ondanks groeiende winsten. Deze thema’s komen in Een land van kleine buffers samen in de context van de coronacrisis.

De huidige crisis maakt die problemen acuter dan ooit: de staatsschuld van veel landen is plotseling torenhoog en bedrijfsschulden groeien razendsnel. Schulden die bovenop de al bestaande enorme wereldwijde schulden van vóór corona komen. Ondertussen krimpt door de coronarecessie de wereldeconomie enorm. Door deze combinatie staat het economische systeem op instorten. Willen we de crisis succesvol doorstaan, dan zullen er de komende jaren ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden.

Hoe gaan we onze economie opnieuw opbouwen en hoe gaan we om met de enorm gegroeide schulden van individuen, bedrijven en de overheid? Hoewel dit moeilijke keuzes zijn, bieden ze ook kans voor structurele verandering van het financiële systeem en onze economie. Verandering die volgens Bezemer broodnodig is, omdat de uit de klauwen gegroeide financiële sector en vermogensmarkten ten koste gaan van huishoudens, de publieke sector en de reële economie.

Een kleine groep mensen profiteert van dat systeem, terwijl de grote meerderheid eronder lijdt. Maar voor dat systeem kan worden veranderd, moeten de problemen worden gezien. Dat is het doel dat Bezemer zich heeft gesteld met het schrijven van Een land van kleine buffers.

Meer vermogen, meer problemen

Bezemer begint zijn boek met een beschrijving van het leven vóór de Grote Lockdown, met het ‘kleine-bufferkapitalisme’ als de meest recente inrichting van het kapitalistische systeem. In deze ‘markteconomie met een twist’ staan de financiële sector en vermogensmarkten centraal, omdat daar op korte termijn veel groei te behalen valt. Dit gaat ten koste van huishoudens, de publieke sector en de reële economie.

Zo kiezen bedrijven er vaak voor om hun eigen aandelen terug te kopen of dividend uit te keren. Hoewel het vermogen van de aandeelhouders er wel groter van wordt, heeft de economie daar op de lange termijn geen profijt van. Want om zoveel mogelijk geld naar de aandeelhouders door te kunnen sluizen, wordt er steeds minder uitgegeven ten goede van het bedrijf. Zo wordt er bezuinigd op arbeid; wordt er niet geïnvesteerd in materieel, maatschappelijk en natuurlijk kapitaal; en gaat er geen geld naar innovatie of de opbouw van buffers.

Hierdoor werken inmiddels miljoenen Nederlanders gedwongen als flexwerker of zzp’er, staan besteedbare inkomens stil, blijven loonsverhogingen achter en neemt de productiviteit amper toe, waardoor de financiële buffers van huishoudens (te) klein zijn en schulden toenemen. Wel groeien vermogens ondertussen ongekend snel: zo is de pensioenpot de afgelopen twee decennia geleden verviervoudigd en was het vermogen van Nederlandse miljonairs in 2016 25 keer zo groot als het vermogen van de onderste helft van alle huishoudens, terwijl dat in 2013 ‘slechts’ 14 keer was.

In plaats van te compenseren voor het gebrek aan private investeringen, heeft de overheid zich tot doel gesteld de staatsschuld te verkleinen en begrotingsoverschotten te realiseren. Dit leidt tot verdere uitkleding van de publieke sector in plaats van de zo noodzakelijke investeringen. Bibliotheken worden gesloten en onderwijs, gezondheidszorg, politie en rechtspraak spreken zich keer op keer uit over problematische personeelstekorten.

Bezemer laat overtuigend zien dat de manier waarop het systeem is ingericht een kleine groep van aandeelhouders en money managers – de mensen verantwoordelijk voor het beheer van de gigantische vermogenspotten – ten goede komt, maar voor het collectief niet werkt.

In het tweede deel van Een land van kleine buffers beschrijft Bezemer met een sneltreinvaart de totstandkoming en werking van het financiële systeem. De manier waarop het geld stroomt; waarom buffers zo belangrijk zijn voor bedrijven en individuen; hoe de wereldwijde schulden constant groeien; de rol van banken en investeerders; wat rentederivaten zijn en waarom ze ertoe doen; waarom bedrijven hun aandelen inkopen; en nog veel meer.

Dit is verreweg het meest technische gedeelte van het boek, maar helaas ook het kortste. De hoge informatiedichtheid beneemt soms het zicht op het verband tussen en de relevantie van de verschillende onderwerpen. Toch is de inhoud van deel twee essentieel om de andere twee delen goed te begrijpen. Voor de economisch minder onderlegde lezer was het goed geweest om hier iets uitgebreider bij stil te staan.

De kansen van corona

Het derde deel leest even prettig en overtuigend als het eerste. Wat zijn de kansen die de coronacrisis biedt en hoe kunnen die helpen het systeem te hervormen? En welke maatregelen moeten worden genomen om zo goed mogelijk uit de coronacrisis te komen? Bezemer laat zien dat de Duitse overheid de crisis nu al heeft benut met de beslissing om de elektrische auto-industrie te steunen, ten koste van de reguliere brandstofauto’s. Een maatregel die niet bij iedereen populair is, maar wel bijdraagt aan de langetermijndoelen van Duitsland.

Bezemer stelt dat Nederland veel kan leren van dergelijk daadkrachtige optreden. Zo noemt hij de CO2-heffing een goede maatregel, waarbij de politieke daadkracht om tot uitvoering over te gaan lang op zich liet wachten. Ook op het gebied van de stikstofcrisis, hervorming van de landbouw, inkrimping van de luchtvaart en schuldenproblematiek is er volgens Bezemer ruimte om met daadkrachtig politiek optreden structurele hervormingen door te voeren.

Het is volgens hem mogelijk om met een betere economie de coronacrisis uit te komen dan we erin gingen, mits de politiek nu doorpakt. Niet langer mag de opbouw van private vermogens en de afbouw van staatsschuld prioriteit hebben. In plaats daarvan moeten bedrijven en de overheid gaan investeren in lonen, kapitaal en innovatie, met als doel een duurzame en stabiele economie die voor iedereen werkt.

Een land van kleine buffers
Dirk Bezemer, Uitgeverij Pluim, 2020

 

Dit artikel staat in het herfstnummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen