6 minuten

Links bezuinigen: de wetenschapper

Wat willen we op de lange termijn?

We laten de overheid dingen doen die burgers zelf kunnen, meent de econoom Bas Jacobs. Structurele hervormingen zijn hard nodig, maar alleen te verkopen als ze samen gaan met een ideologisch verhaal.

In de Den Uyl-lezing van afgelopen januari pleitte Wouter Bos voor een verbreding van het welvaartsbegrip. Bas Jacobs vindt dat bijna een open deur. “Het brede welvaartsbegrip omvat alles waaraan mensen behoeftebevrediging ontlenen. Dus niet alleen materiële goederen, maar ook immateriële zaken zoals de kwaliteit van het milieu, sociale cohesie en gelijkheid. Iedere econoom die niet uitgaat van een breed welvaartsbegrip moet terug naar de collegebanken. De discussie in Nederland gaat nu over ‘bezuinigen’, maar ik wil dat we nadenken over structurele hervormingen en dat we dat doen vanuit dat brede welvaartsbegrip.”

Bas Jacobs is hoogleraar Economie en Openbare Financiën aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en ex-PvdA’er, uit teleurstelling afgehaakt over de magere moderniseringsagende van die partij. Hij benadrukt dat de financiële problemen groot zijn. “Niet alleen vanwege de crisis, er is meer. Door laks beleid van vóór de crisis zijn de overheidsfinanciën structureel verslechterd. Verder leidt de stijging van de levensverwachting straks tot fors hogere uitgaven voor pensioenen en zorg en raakt onze aardgasvoorraad op.” Volgens Jacobs ligt het accent in de discussie te veel op de vraag hoe we op de korte termijn het huishoudboekje weer op orde krijgen. “De vraag die we zouden moeten stellen is: wat willen we op de lange termijn met dit land? Het antwoord is: beleid dat je ook zonder crisis zou voeren en dat mogelijk extra geld oplevert. Dan kom je om te beginnen bij de dossiers die al jaren op de plank liggen. De woningmarkt en het pensioensysteem, daar zijn miljarden te halen. De arbeidsmarkt: de duur van de WW en het ontslagrecht, ook daar is veel geld te halen. Links bezuinigen is de uitkeringen niet aan de onderkant korten, maar aan de bovenkant. Mijn voorstel zou zijn de uitkering te maximeren. In Nederland pompen we veel geld naar mensen die dat niet nodig hebben. Een bankdirecteur hoeft bij ontslag niet 70 procent van zijn brutosalaris als uitkering te krijgen; ik vind het niet erg dat zo iemand kleiner moet gaan wonen als hij arbeidsongeschikt zou worden.”

Tien jaar geleden zei u, in een artikel in de Helling over Links in tijden van overvloed, dat ‘linkse mensen altijd de neiging hebben om de oplossing voor het maatschappelijk kwaad te zoeken bij de overheid’. Vindt u dat nog altijd?
“Ik zie nu dat niet alleen links maar ook rechts de oplossingen bij de overheid zoekt. We laten de overheid veel dingen doen die mensen zelf kunnen. Vandaar de ingrepen op de terreinen die ik net noemde. Als je de rol van de overheid aan de orde stelt moet je twee vragen beantwoorden: ten eerste, wat kunnen mensen zelf en wat doet de overheid; ten tweede, hoe verdeel je de lasten tussen de generaties? Het overheidstekort is de resultante van de antwoorden op deze vragen.”

Met welke hervormingsmaatregelen moeten we dan beginnen?
“Aangezien mensen zelf wel een huis kunnen kopen of huren en zelf een pensioen opbouwen, stoppen we met subsidiëren van de woningmarkt en de pensioenen. Ik zou ook willen dat de AOW sterker dan nu gefiscaliseerd wordt, zodat de ouderen flink meer gaan bijdragen. En de pensioenleeftijd moet sneller naar 67 jaar gaan, en daarna gekoppeld worden aan de levensverwachting.

Ook het onderwijsgeld kan beter worden verdeeld: minder naar hoger onderwijs en meer naar basisonderwijs en vmbo, om uitval te voorkomen. Ook daar kunnen we ons geld beter richten naar de grootste maatschappelijke noden. Mensen kunnen de kosten van een hogere opleiding best zelf dragen. Maar als mensen aan het begin van hun leven kansen missen, dan is het onwaarschijnlijk kostbaar om ze op het rechte pad te houden of weer te krijgen. Vaak zie je de uitvallers uit het lager middelbaar onderwijs in het zwarte circuit terechtkomen – dat is nog betrekkelijk gunstig – of afhankelijk worden van een uitkering – dat is al minder gunstig – of afglijden naar het criminele circuit – dat is heel vervelend. Het is de opdracht van links om de onderkant erbij te houden en daarom moet het geld daar naartoe.

“Hervormingen van de arbeidsmarkt moeten de kansen voor outsiders vergroten door de privileges van de insiders te verminderen. Het werk aan de onderkant moet meer lonen dan nu het geval is. Ik pleit daarom voor een verlaging van het minimumloon én een verhoging van de arbeidstoeslag, zodanig dat het netto-inkomen van mensen aan de onderkant op peil blijft en dat de bruto loonkosten dalen. Zo ontstaat er meer werkgelegenheid voor laaggeschoolden die nu niet aan de bak komen.”

Jacobs wil een scherpere scheiding tussen de publieke en de private sector. “Op veel plekken hebben we een soort niemandsland gecreëerd waarbij noch de tucht van de markt heerst, noch de controle van de overheid. De woningbouwcorporaties zijn een typisch voorbeeld van waar dat helemaal mis is gegaan. Als je die fout wil herstellen zijn er maar twee smaken: de corporaties weer nationaliseren en zoals vroeger met publiek geld sociale woningen gaan bouwen, of je roomt het vermogen van de corporaties af en je laat de markt en dus de huurprijzen vrij en met een deel van het afgeroomde vermogen verhoog je de huurtoeslag. Ik heb geen uitgesproken voorkeur.”

Over de betaalbaarheid van de gezondheidszorg maakt Jacobs zich grote zorgen. “Als je de groei van huidige uitgaven doortrekt dan geven we in 2050 eenderde van ons nationaal inkomen aan zorg uit.” Over marktwerking als antwoord heeft hij zijn twijfels.  “Markt en zorg zijn niet goed te verenigen. Dat is omdat we risicoselectie en uitsluiting door verzekeraars willen voorkomen, we hen een acceptatieverplicht opleggen en de hoge kosten van slechte risico’s publiek financieren. Het gevolg is dat kostenstijgingen niet worden afgestraft, maar op het bordje van de overheid komen, waardoor je onvermijdelijk inefficiënties blijft houden.”

Hij heeft wel een andere suggestie. “Iets meer profijtbeginsel zou helpen, bijvoorbeeld in de vorm van leeftijdsafhankelijke zorgpremies. Door de rijke ouderen mee te laten betalen aan de zorg voor de armere ouderen, kun je de solidariteit tussen jong en oud ontlasten.” Het zal niet het hele antwoord zijn. “Alle denkkracht zal gemobiliseerd moeten worden om het zorgsysteem op orde te krijgen.”

Zijn dergelijke hervormingen electoraal wel te verkopen?
“Ik ben een verontrustend boek aan het lezen, The political brain van Drew Westen. Daar word ik helemaal naar van. Met bepaalde zaken kunnen politici niet aankomen,  ook als ze rationeel te beargumenteren zijn en aan alle eisen van redelijkheid, rechtvaardigheid en efficiëntie voldoen. Dus zien we dat bepaalde dossiers al jaren onbespreekbaar zijn. Het is een hels probleem. Ik denk dat het te maken heeft met duidelijkheid over je idealen. Bij praktische voorstellen hoort ook een ideologie, een visie.”

Welke waarden horen bij die ideologie?
“Het vrijheidsstreven van zowel liberalen als socialisten heeft mensen bevrijd van de kettingen van sociale achterstanden. Een enorm succes. Maar nu moeten al die vrijgemaakte mensen op de een of andere manier met elkaar zien samen te leven. Zowel liberalen als socialisten hebben daar geen antwoord op en dat wreekt zich. Fortuyn had het over ‘de verweesde samenleving’. Neoconservatieven en christenen hebben verhalen over het reanimeren van het maatschappelijke middenveld en de SP wil de overheid als een warme deken over ons leggen. We gaan met Wilders terug naar de jaren dertig, met het CDA naar de jaren vijftig, met de SP naar de jaren zeventig. Allemaal verlangen ze naar een vals idee van gezamenlijkheid en saamhorigheid dat nooit heeft bestaan en dat er nooit zal komen. De sociale en liberale partijen moeten een verhaal bedenken over hoe al die vrijgemaakte individuen, die nu een beetje de kluts kwijt zijn door globalisering, technologische ontwikkelingen, maatschappelijke versplintering, immigratie en noem maar op, een beetje normale manier met elkaar kunnen samenleven. Een normatieve en morele agenda naast de structurele hervormingen waar we het net over hadden.”

Gerelateerde artikelen