11 minuten

'Links moet agressiever zijn'

Interview met Ger Harmsen

De geschiedschrijver van de Nederlandse arbeidersbeweging Ger Harmsen is nog altijd zeer strijdbaar: "Links moet agressiever zijn". Maar hij ziet ook een fundamenteel probleem: "Het kapitaal is sterker dan linkse idealen." 

Een eenvoudige woning, midden in het boerenland. Even buiten het Friese veendorp De Knipe, onder de rook van Heerenveen. Ger Harmsen (81) woont hier sinds 1968. Het is een oud verveningsgebied, waar destijds is geploeterd en gesappeld. Waar Domela Nieuwenhuis rondtrok om de Friese veenarbeiders een hart onder de riem te steken.

Ger Harmsen ontvangt bezoek op zijn bank in de studeerkamer. Een grote, magere man, met spijkerbroek en vest. Priemende ogen achter een bril. Ogen die het niet goed meer doen. “Ik heb een onbehandelbare oogziekte, het gaat geleidelijk verder achteruit.” Een loep om zijn nek, een grote loep stand-by naast het bed. Dat zijn ogen niet meer willen is de reden waarom hij zijn abonnement op de Helling onlangs opzegde. Schrijven gaat daarentegen nog wel. Hij werkt aan een boek – “ik denk m’n laatste” – over de sociaal-kritische roman in Nederland. “De eerste 150 pagina’s heb ik inmiddels geschreven.” Er staan tientallen boeken op zijn naam, waaronder de geschiedschrijving van de Nederlandse arbeidsbeweging.

Hoewel Harmsen zich moeilijk beweegt, trok hij de afgelopen zomer nog met een tentje door de Alpen. Vanwege misschien wel zijn grootste passie: de natuur, het botaniseren. Hij toont zijn meest recente publicatie, een artikel over mossen rond het huis, in een chique tuinblad. “Weet je iets van mossen?” Harmsen weet er veel van. Hij is één van de bekendere bryologen, mossenkenners, van Nederland. “De natuur is alles voor mij. Om met Rosa Luxemburg te spreken: de koolmees is mij nader dan de mens. De natuur houdt me staande. Ik heb dat al van kinds af aan. Terwijl natuur als zodanig een onderwerp van rechts is geweest. Het hoort niet bij links. Bij de laatste vrije verkiezingen in Duitsland voor Hitler aan de macht kwam hadden de Duitse communisten een poster met aan de ene kant rokende fabriekspijpen en aan de andere kant een bos. De vraag aan de kiezers was: waar kiezen we voor. En het antwoord was duidelijk: voor die rokende schoorstenen, want dat betekende werk. Later zag je hetzelfde in Nederland. Die befaamde uitspraak van oud burgemeester van Rotterdam, Wim Thomassen: ‘stank = welvaart’. Pas na de rapporten van de Club van Rome in de jaren zeventig is natuur en milieu ook een links thema geworden.”

De meest intrigerende vraag is misschien wel: waarom is links Nederland het maatschappelijk initiatief kwijtgeraakt?Harmsen: “De val van de Berlijnse Muur in 1989 en de ineenstorting van de Sovjet Unie heeft enorme gevolgen gehad. Niet in de zin dat in Europa het communisme is weggevaagd. Kijk naar Rusland, Frankrijk en ook Duitsland. Daar trekt Gregor Gysi met zijn PDS nog steeds veel stemmen. In Nederland zijn links in het algemeen en communisten in het bijzonder nooit erg sterk geweest, dat moet je niet vergeten. De arbeidersbeweging was altijd relatief zwak. Nederland heeft nooit een omvangrijke staal- of kolenindustrie gekend, er waren ook geen arbeiderssteden. Nederland is van oudsher een handelsnatie met een sterke middenstand. Op zich is daar niks mis mee, alleen win je daar als links doorgaans geen stemmen. De val van de Muur betekende vooral de overwinning van het Amerikaanse kapitalisme en imperialisme.”

Ouderwetse termen...
“Maar zeer bruikbaar. Het is een feit dat niemand meer streeft naar het socialiseren, het in gemeenschapshanden brengen van bedrijven. Daarmee is het kapitalisme als economische ordening alom geaccepteerd. En Amerika is de grootste economische macht, die voorlopig haar wil oplegt aan de rest van de wereld. Kijk naar Irak. Natuurlijk was Saddam Hoessein een boef, maar daar zijn er zoveel van! Er zijn genoeg hoge Amerikaanse functionarissen die hardop zeggen dat het natuurlijk om de olie gaat en een pro-Amerikaanse regering in het zadel te brengen. Dat zullen de Amerikanen in de toekomst vaker laten zien. Er is immers nog geen tegenmacht die de Amerikanen tot terughoudendheid nopen.”

In Nederland leidde de val van de Muur tot een mea culpa van Nederlandse communisten, al dan niet daartoe uitgedaagd door mensen als Frits Bolkenstein. Raakte heel links Nederland daardoor in diskrediet?
“Dat is voor een deel zeker waar. Sommige oud-communisten hebben wat dat betreft geen goed gedaan. Wat ze wel hadden moeten doen is dit: ze hadden voor zichzelf precies moeten analyseren: wat hebben we geloofd, waarom geloofden we dat, en wat klopte daar niet van. Een maand geleden heb ik zelf nog een artikel geschreven: ontaarding van de revolutie, een soort politiek testament (www.fryslan.pvda.nl). Ik steek ook de hand in eigen boezem, ik heb ook geloofd in linkse revoluties die achteraf minder fraai bleken, maar ik gooi niet alles weg.”

Wat blijft bij u dan overeind van de oude ideeën?
“Als het om Irak gaat, dan vind ik dat er binnen de PvdA, maar dat geldt voor bijna heel links, veel te weinig kritiek is op de VS. In Amerika zelf lijkt het verzet tegen Bush veel sterker dan hier.

We leven in een vreselijke wereld vol onderdrukking en geweld en we steken nauwelijks een hand uit om daar iets aan te doen. Ontwikkelingshulp wordt voor een deel in wapens omgezet. Toen ik jong was had je ter linkerzijde dikke boeken over ‘de kooplieden des doods’, de wapenhandelaren. Waar hoor je nog protest tegen die wapenhandel? Dat is toch schandelijk? Linkse politiek hoort ook te staan voor solidariteit: met de armen, met de gekleurde derde wereld. Als je dan de kramp ziet waarmee de politiek, links en rechts, het asiel- en migratievraagstuk benadert. Terwijl er niets nieuws onder de zon is. In de 19de eeuw kwamen er ook vele Wanderarbeiter Nederland binnen. Mijn voorouders waren Duitse warmoezeniers, groentekwekers. Politieke vluchtelingen hadden we toen ook, zoals de Russische joden die voor pogroms vluchten en onder andere hier tijdelijk of blijvend onderdak zochten. En dan nu vluchtelingen terug willen sturen met kinderen die hier zijn geboren en opgegroeid, dat is schandelijk en inhumaan. Dat herinnert aan Colijn, die wilde de Duitse joden en communisten in de jaren dertig ook terugsturen, maar ze werden illegaal opgevangen en ondergebracht. Deze solidariteit zien we nu weer terug. Solidariteit in de breedste zin blijft voor mij een sleutelbegrip.”

Het hoogtepunt qua politieke macht voor naoorlogs links lag in de jaren zeventig. De verzorgingsstaat was helemaal opgetuigd, iedere arbeider had z’n auto, en toen bleek die verzorgingsstaat onbetaalbaar. Is het daar mis gegaan met links?
“Daar is wel iets van waar is, dat is niet alleen een praatje van rechts. Het stelsel was te uitgebreid en de controle te zwak. Zowel het bedrijfsleven als de vakbonden hebben de WAO misbruikt. Je kon te makkelijk in de WAO terechtkomen. Dat had ook te maken met een ander zwak punt van linkse gedachtegoed: het geloof in de goedheid van de mens. Het idee dat als je de omstandigheden zou kunnen verbeteren je ook een beter menstype zou krijgen. Dat er geen sterke overheid nodig zou zijn. Solidariteit tussen mensen is echter nooit vanzelfsprekend. Zelfs binnen de vakorganisaties zag je dat. De hoogbetaalde arbeiders waren ook niet altijd even solidair met de lager betaalden. Hoofdarbeiders organiseren was altijd moeilijk. Ook onder handarbeiders was geen unanieme solidariteit. Vroeger hoorde ik al zeggen: ik werk wel voor een wijf, maar niet voor een kerel.

Maar fundamenteel lag het probleem toch ergens anders. Joop den Uyl noemde het de smalle marges: de geringe manoeuvreerruimte in de politiek. Hij zei: ‘mijn probleem is dat er genoeg rijkdom in het land is, maar de overheid heeft te weinig middelen. Hoe krijg ik het geld uit de zakken van de particuliere rijken in de zakken van de overheid’. Nou, daarvoor is links nooit sterk genoeg geweest in Nederland.”

Of waren de ideeën gewoon op, was links klaar eind jaren zeventig?
“Natuurlijk was links niet klaar. Democratie houdt niet op bij de fabriekspoort. We hebben een halve democratie. Politiek wel, maar economisch niet. We hebben wel ondernemingsraden, maar die beslissen niet over investeringen. Als de poort dicht gaat, hoort de ondernemingsraad dat vaak pas op het laatste nippertje. De tegenstelling tussen kapitaal en arbeid moet veel zichtbaarder gemaakt worden. Vakbonden gebruiken het woord ‘kapitalisme’ niet meer: ik wel, ik ben het altijd blijven gebruiken.

De verwoesting van de natuur is een ander thema wat links naar zich toe had moeten trekken. En de mondiale verhouding tussen arm en rijk.”

Als je solidariteit met de natuur en met de derde wereld echt inhoud wil geven, heb je als linkse politiek in feite een impopulaire boodschap: voor ons minder welvaart, voor anderen meer.
“Daar ligt een fundamenteel probleem. Het kapitaal is sterker dan ons ideaal. De natuur legt het af tegen het kapitaal. Tegen Schiphol is niet te strijden. Ons bos is verdwenen. Solidariteit met de gekleurde wereld betekent inleveren van je eigen welvaart. Toch zie je dat mensen daartoe bereid zijn. Organisaties als Natuurmonumenten en Amnesty International hebben honderdduizenden leden. Aan de ene kant kan je vervallen in somberheid, aan de andere kant zijn er ook hoopvolle tekenen.”

De PvdA leidde onder Wim Kok twee Paarse kabinetten. Het lijkt alsof zijn beleid haaks stond op de oude PvdA-idealen. Zoals de verkoop en privatisering van de nutsbedrijven, de komst van privé-klinieken, verhoging van collegegelden, noem maar op.
“Links is het initiatief kwijtgeraakt door de razendsnelle veranderingen in de wereld, en rechts heeft het overgenomen. De economische opleving van de jaren negentig heeft links ook geen goed gedaan. Er is een relatie tussen armoede en solidariteit. Ik wil de rijken niet afvallen, maar de welgestelden denken dat ze het zelf kunnen en ze hebben de harde les nodig, zoals nu met de crisis in de IT-sector, om te bedenken dat het goed is dat er een vakbond bestaat. Nood leert bidden. Dat is een lastig punt: je moet natuurlijk blij zijn dat mensen die het moeilijk hadden het beter hebben gekregen, maar als geheel is het atomisme in de samenleving daardoor wel toegenomen. Toch zie ik die privatisering als een tijdelijk verschijnsel, samenhangend met de opkomst van de VVD. Je merkt nu al een sterke tegenbeweging. Want de beloofde effecten blijven uit, wonen wordt niet goedkoper, het treinkaartje en de energie evenmin.

Links mag best trots zijn. Er is binnen links nauwelijks meer iemand die nog iets positiefs durft te zeggen over wat hij of zij gedaan heeft, terwijl de misdaden van rechts niet aan de orde komen. Om maar eens wat te noemen: de manier waarop de BVD het leven van duizenden communisten in Nederland heeft verwoest na de oorlog. Er moet veel meer verzet komen van links uit. Tegen het Amerikanisme. Tegen de natuurverwoesting. Tegen afbraak van voorzieningen.

De sociale verworvenheden zijn door links tot stand gebracht. Dat hoeven we ons niet af te laten nemen. Links ging altijd voorop, en rechts en de confessionelen kwamen er achteraan. Wij hebben de spits afgebeten, wij hebben er voor geknokt, voor het kiesrecht, de acht-uren dag, de sociale zekerheid. Rechts zat wel in de regering, maar zelfs vanuit de oppositie is veel bereikt. Links moet veel agressiever zijn. Er is geen reden om in de schulp te kruipen.”

In PvdA-kringen hoor je zeggen dat de huidige bezuinigingen van Balkenende noodzakelijk zijn om de AOW betaalbaar te houden.
De betaalbaarheid van de pensioenen was nooit een probleem geworden als de pensioenfondsen gewoon bezig waren gebleven met beleggen in vastgoed en obligaties in plaats van te gaan speculeren in aandelen. Vergelijk het met Albert Heijn: een prima bedrijf, dat zo nodig allemaal buitenlandse bedrijven moest opkopen in plaats van de grote kruidenier van Nederland te blijven en nu in de problemen zit. Dat moeten we hardop durven zeggen.”

Teleurgesteld?
“In de jaren zeventig was er een hernieuwde strijdbaarheid van de vakorganisaties en ik hoopte dat het een strijdbare club zou blijven. Zo hoopte ik ook op een massale natuurbeweging, die meer zou uithalen. Het lijkt onweerstaanbaar zoals het kapitaal oprukt en de natuur aantast.

Ken je de socialist William Morris? Die stelde rond 1900 de vraag: ‘Moeten de klare rivieren bestemd worden tot afvoerriolen van het fabriekswater?’ In diezelfde tijd verzette de SDAP-er Henri Polak zich met alle kracht tegen het kappen van bomen op het Jonas Daniël Meyerplein om ruimte te maken voor het verkeer. Hij was op dat punt een eenling binnen de SDAP. Er zijn altijd mensen die tegen de stroom op roeien.”

Ger ( Gerrit Jan) Harmsen werd in mei 1922 geboren in een Amsterdams arbeidersgezin. Hij werkte enige jaren op een fabriek, was in de oorlog tewerkgesteld in Duitsland en werd in 1946 lid van de CPN. Pas op zijn 30ste, in 1952, kreeg hij de kans te gaan studeren. Aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde hij in 1961 cum laude tot dr. in de geschiedenis met zijn fameuze proefschrift ‘Blauwe en Rode Jeugd’, een studie naar de jeugdbeweging tussen 1853 en 1940. Van ‘65 tot ‘71 was hij wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1973 tot mei 1987 was hij hoogleraar dialectische filosofie en historische sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

In 1958 brak Harmsen met de CPN, en de CPN met hem. Van 1964 tot 1974 was hij lid van de PSP, zoals hij zelf zegt: “een linkse partij niet verbonden met de arbeidersklasse”. In 1983 vraagt Joop den Uyl hem (“op een Marx herdenking”) lid te worden van de PvdA; dit jaar is hij twintig jaar lid van die partij. De tijd heelt alle wonden, want het was dezelfde PvdA die hem in de jaren vijftig in Amsterdam belette om als communist een aanstelling als leraar te kunnen krijgen. Zodat Harmsen moest uitwijken naar Zierikzee, waar een middelbare school hem wel wilde hebben. “Ik zat vier jaar in de verbanning”, zegt hij over die periode.

Harmsen heeft vier kinderen uit verschillende huwelijken. Zijn huidige partner Tilly, die vele jaren jonger is, woont in Sneek. Ze hebben een weekendhuwelijk, tot beider tevredenheid.

Gerelateerde artikelen