12 minuten

Onzichtbaar achter glas

Illegaliteit in het Westland

Tuinbouw en illegaliteit gaan overal in Europa hand in hand. In het Nederlandse Westland is dat niet anders. Marijke Bijl deed veel onderzoek op dit terrein. Ze geeft een update van de situatie.

Wanneer de glastuinbouw in het Westland de laatste decennia in het nieuws was, ging het vaak over de inzet van ‘illegalen’. In augustus jl. vertelde de directeur Arbeidsmarktfraude (een tak van de Arbeidsinspectie) in NRC Handelsblad dat er vooruitgang wordt geboekt in het Westland. Er waren in het eerste half jaar van 2007 nog maar bij een kwart van de bedrijven illegalen aangetroffen. Hoe komt het toch dat de sector en illegalen zo aan elkaar verbonden lijken? Welke invloed heeft het overheidsbeleid en: wat is vooruitgang? Een kleine geschiedenis.

Een concurrerende sector

Al ruim honderd jaar wordt het Westland gekenmerkt door een sterke gerichtheid op de (internationale) markt en een voortdurende innovatie om de teelt te verbeteren en de productie te verhogen. Het veilingsysteem (concentratie van de handel, standaardkwaliteit) en de aanwezigheid van transportcentrum Rotterdam geven de regio de wind in de rug. Als na de Tweede Wereldoorlog het supermarktsysteem zijn intrede doet in Europa, heeft het gebied een grote voorsprong op andere regio’s. 

Vanaf begin jaren negentig verandert die vanzelfsprekendheid. Consumenten gaan hogere eisen stellen en hebben meer keus. De groentemarkt raakt verzadigt. De inkoopmacht van supermarktketens groeit. Supermarkten kunnen wereldwijd inkopen en vragen het beste product voor de laagste prijs. Net als de tuinders in Zuid-Spanje en elders in de wereld zetten de Westlanders in op prijsbeheersing, vooral op het gebied van arbeid, die vaak circa een derde van de kosten behelst. In de hightech van de Nederlandse glastuinbouw en ook hier vooral in de arbeid, die vaak circa een derde van de kosten behelst. In de high-tech van de Nederlandse glastuinbouw  wordt ingezet op een voortgaande productieverhoging zonder kostenstijging. Schaalvergroting en automatisering zijn daartoe middelen.

Een voorbeeld: ligt de productie van de tomaat omstreeks 1950 rond de 6,5 kilo per vierkante meter, in 1980 is dat al 18 kilo en in 1999 zelfs 44 kg. (Ter vergelijking: in Almeria in Zuid-Spanje ligt dat in 1990 rond de 10 kilo.)

In de loop der tijd worden steeds meer handelingen vervangen, maar door de groei van de productie per vierkante meter neemt de behoefte aan arbeid per oppervlakte toe. Het overgebleven deel van de arbeid gaat steeds meer bestaan uit eentonige, repeterende handelingen, die overigens wel zorgvuldig moeten worden uitgevoerd.

De wijziging in de werkzaamheden maakt arbeidsdeling steeds beter mogelijk. In de laatste twintig jaar worden delen van het werk in toenemende mate uitbesteed aan derden, waarmee het volume arbeidskracht preciezer kan worden afgestemd op de pieken en dalen in de arbeidsbehoefte.

Tot in de jaren zestig waren het vooral de tuinder en zijn gezin die samen met  tuinarbeiders uit de streek het werk verzetten. Maar als dat na de Tweede Wereldoorlog mogelijk wordt, kiezen velen ander werk. Vanaf begin jaren zeventig vullen Marokkanen en Turken steeds meer de gaten op. En omdat in deze periode het restrictieve toelatingsbeleid vorm krijgt, is dit het begin van de illegale tewerkstelling.

In de tweede helft van de jaren zeventig wordt het aandeel van illegale migranten in het Westland al geschat op een kwart van de loonarbeiders. In die begintijd woont een groot deel van deze werknemers, vooral Marokkanen, nog direct op de tuin, waardoor zij altijd en voor alle werkzaamheden inzetbaar zijn.

Ook wanneer vanaf de jaren tachtig, vanaf de jaren tachtig, de meeste illegale arbeiders in de stad gaan wonen, blijft de inzet grotendeels hetzelfde: vanuit jarenlange arbeidsrelaties ontstaan goed ingewerkte, allround inzetbare werknemers, die bovendien de eerste buffer vormen in de arbeidspieken door hun beschikbaarheid voor (veel) overuren.

Tegelijkertijd zien we in de jaren tachtig in de jaren tachtig  al het begin van de inzet van illegalen via loonbedrijven, voor het verrichten van specifieke werkzaamheden tijdens pieken.

De jaren negentig

In de jaren negentig wordt de ‘illegaal’ verder gevormd. Het niet meer verlenen van een sofinummer aan nieuwkomers vanaf 1992 en de Koppelingswet van 1998 sluiten de groep buiten het sociaalfiscale-nummer aan nieuwkomers vanaf 1992 en Koppelingswet van 1998 sluiten de groep buiten het sociaal-fiscaal systeem. Boetes worden verhoogd, controles nemen toe.

Ook op het terrein van de legale arbeid en sociale zekerheid zullen zich in de jaren negentig ingrijpende wijzigingen voordoen. Op dezelfde dag waarop de Koppelingswet in werking treedt, 1 juli 1998, wordt ook de bestaande vergunningsplicht voor uitzendbureaus en andere intermediairs opgeheven, evenals de termijn waaropin arbeidskrachten ter beschikking kunnen worden gesteld. De bestaande regelgeving rond het vergunningstelsel werd als belemmerend beschouwd voor een optimaal werkende arbeidsmarkt. In de maanden na 1 juli neemt in het Westland het aantal bij de Kamer van Koophandel ingeschreven uitzendbureaus toe van enkele  tientallen tot meer dan 1600.

De Ziektewet wordt vervangen door een reeks wetten en regels die door middel van financiële prikkels werkgevers en werknemers moeten aanzetten het ziekteverzuim tegen te gaan. Vanaf 1996 worden werkgevers verplicht één jaar lang het loon door te betalen van zieke werknemers. De verwachting is dat werkgevers meer werk zullen maken van preventie en begeleiding.

In 1998 wordt ook de kostenverantwoordelijkheid voor de eerste vijf jaar arbeidsongeschiktheid bij de werkgevers gelegd. Ze kunnen kiezen om ‘eigenrisicodrager’ te worden, waarbij ze zelf geheel financieel verantwoordelijk zijn voor de eerste vijf jaar WAO-uitkering, of om een verzekering af te sluiten bij een uitvoeringsinstelling. risico-drager’ te worden, waarbij ze zelf geheel financieel verantwoordelijk zijn voor de eerste vijf jaar WAO-uitkering, of om een verzekering af te sluiten bij een uitvoeringsinstelling.

In 2003 voerde OKIA i.s.m. Stek (organisatie voor Stad en Kerk) een uitgebreide enquête uit onder 100 mensen die in 1990/1991 en/of in 2001/2002 zonder papieren in het Westland hadden gewerkt. Door de gegevens van de twee periodes te vergelijken werd een beeld verkregen van de invloed van het beleid op de positie van deze groep.

Hier volgen een aantal van de belangrijkste bevindingen.

Om te beginnen vindt een enorme omslag plaats in het werken met intermediairs. Waar in 1990 bijna 70% nog direct in dienst van de tuinder werkt, werkt in 2002 eenzelfde percentage voor een uitzendbureau. Die verschuiving wordt mede veroorzaakt door de behoefte van tuinders aan het vermijden van de directe verantwoordelijkheid voor de tewerkstelling van illegalen. Nieuwkomers vanaf 1991, die geen sofinummer meer hebben, worden direct tewerkgesteld via een intermediair. Voor degenen die nog een sofiom de directe verantwoordelijkheid voor de tewerkstelling van illegalen te vermijden. Nieuwkomers vanaf 1991 die geen sofi-nummer meer hebben, worden direct tewerkgesteld via een intermediair. Voor degenen die nog een sofi-nummer hebben, vindt die overgang later plaats, met name rond de invoering van de Koppelingswet in 1998.

Met de verschuiving naar het werken via intermediairs vindt ook een toename van kortere en wisselende arbeidsrelaties plaats; veel respondenten worden in de laatste periode vaker ingeschakeld voor uiterst korte baantjes, van een half jaar tot een maand.

Het beleid om vanaf 1992 geen sofinummer meer te verstrekken aan nieuwe illegalen en om in 1998 illegalen uit de ‘kring der verzekerden’ te stoten heeft een vergelijkbare, enorme verschuiving van verzekerd naar onverzekerd werk tot gevolg. In 1990 werkt ruim 85% nog ‘wit’, ruim tien jaar later is dit omgekeerd.

Het  gevolg is dat de tewerkstelling van illegalen in deze laatste periode alleen nog maar gepaard kan gaan met fraude met identiteiten, sofinummers, belasting- en premieafdracht. De fraude rond deze tewerkstelling stijgt evenredig met de uitsluiting uit het sociaal-nummers, belasting- en premieafdracht. De fraude rond deze tewerkstelling stijgt evenredig met de uitsluiting uit het sociaal-fiscaal systeem.

Deze ontwikkelingen hebben hun weerslag op de weerbaarheid van de illegale kasarbeider. Wie jarenlang dezelfde werkgever heeft en wit werkt, heeft een goed bewijsbare arbeidsrelatie en vaak lang dezelfde collega’s. Dat geeft informeel en formeel meer mogelijkheden om onderbetaling en slechte arbeidsomstandigheden aan te pakken. Mensen met ‘wit’ werk stapten regelmatig naar de rechter om achterstallig loon of vakantiegeld te vorderen, meestal met succes. Overigens gebeurt dit vooral achteraf, bij het einde van een dienstverband. In de laatste periode zien we dat niet meer.

De arbeid is dus grotendeels teruggedrongen in de inleenarbeid. Tuinders kunnen met meerdere concurrerende uitzendbureaus werken en daaruit kiezen wie de beste kwaliteit arbeid (snelheid, kwaliteit) en de laagste prijs levert. Intermediairs kunnen kiezen tussen werkers, aan wie ze dezelfde eisen kunnen stellen.

Het loon daalt van gemiddeld 89% van het CAO-loon in 1990 naar 74% in 2001.Gelijktijdig is er een toename van het niet of niet volledig uitbetalen van loon. In 2001 heeft maar iets meer dan de helft van de respondenten in dienst van een intermediair het gehele ‘afgesproken’ naar naar 74% in 2001.Gelijktijdig is er een toename van het niet of niet volledig uitbetalen van loon. In 2001 heeft maar iets meer dan de helft van de respondenten in dienst van een intermediair het gehele -afgesproken- loon ontvangen. Wie klaagt wordt niet meer aangenomen.

Meer uren voor minder geld is een bezuiniging, maar meer werk per uur eveneens. Het werktempo stijgt door de combinatie van uitzendwerk met een gecomputeriseerd  productieregistratiesysteem, waarbij de werker begint met het intoetsen van codes voor zichzelf, het pad en de klus die hij gaat doen, waardoor de tuinder aan het einde van de dag kan zien wie wat heeft gedaan en vervolgens het uitzendbureau laat weten wie hij de volgende dag wel of niet wil terugzien.productieregistratiesysteem per computer waarbij de werker begint met het intoetsen van codes voor zichzelf, het pad en de klus die hij gaat doen, waardoor de tuinder aan het einde van de dag kan zien  wie wat heeft gedaan en vervolgens het uitzendbureau laat weten wie hij de volgende dag wel of niet wil terugzien.

In de glastuinbouw staat de fysieke belasting door repeterende bewegingen in het werk nummer één onder de arborisico’s. Het herhaald uitvoeren van dezelfde handelingen als oogsten, sorteren en knippen, zonder voldoende afwisseling of rust,-risico’s. Het herhaald uitvoeren van dezelfde handelingen als oogsten, sorteren, knippen, zonder voldoende afwisseling of rust veroorzaakt schade aan het bewegingsapparaat. Juist dit soort werk wordt steeds meer geconcentreerd onder uitzendwerkers, waardoor afwisseling helemaal niet meer mogelijk is.

Arbeid als marktwaar

Sinds de enquête is alweer een paar jaar verstreken. Het was indertijd erg spannend om te voorspellen hoe het verder zou gaan; er deden zich op zoveel terreinen wijzigingen voor.

Uit het onderzoek bleek dat het aangescherpte beleid niet had geresulteerd in het verdwijnen van illegalen uit het Westland. Het aantal arbeidsjaren, door illegalen vervuld, leek wel wat afgenomen, maar het was de vraagVanuit het onderzoek namen we waar dat het aangescherpte beleid niet had geresulteerd in het verdwijnen van illegalen uit het Westland. Het aantal arbeidsjaren, door illegalen vervuld, leek wel wat afgenomen, maar de vraag was of dat effect ook bereikt zou zijn zonder de komst van Polen. Waar illegale tewerkstelling nog voorkwam, waren onder invloed van de maatregelen de verloedering van arbeidsrelaties, fraude en oneigenlijke concurrentie toegenomen.

De directeur arbeidsmarktfraude van de Arbeidsinspectie noemt het een vooruitgang dat in 2007 nog maar een kwart van de gecontroleerde werkgevers in overtreding is, tegen 35% in 2006.

Maar het Westland Interventie Team (WIT), een multidisciplinair opsporingsteam dat in 1999 opgezet was om ondermeer illegale tewerkstelling, belasting- en premiefraude  in de regio terug te dringen, gaf in zijnhaar jaarverslagen 2000 tot en met 2003 respectievelijk 23%, 18%, 17% en 23% als percentages aan van werkgevers die illegalen in dienst hadden. Die cijfers wijzen niet op een afname.

Inmiddels heeft wel een enorme verschuiving qua nationaliteiten plaatsgevonden. De traditionele groepen, vooral Turken en Marokkanen, lijken steeds meer vervangen te worden door Polen, maar ook (beginnend) door andere Oost-Europeanen als Bulgaren, Roemenen en zelfs Wit-Russen en Oekraïin nationaliteiten plaatsgevonden. De traditionele groepen, vooral Turken en Marokkanen, lijken steeds meer vervangen te worden door Polen, maar ook, beginnend, door andere Oost-Europeanen als Bulgaren, Roemenen en zelfs Wit-Russen en Oekraïeners.

Het proces van schaalvergroting gaat door en daarmee de automatisering en de groei van het uitzendwerk. Een recente ontwikkeling is de toename van ZZP’ers. Een paprikasnijder verhuurt zich bijvoorbeeld als zelfstandige. Hij krijgt daarmee meer dan wanneer hij via een intermediair werkt. Maar velen maken zichzelf concurrerend door te bezuinigen op het betalen van premies voor verzekeringen tegen ziekte of werkloosheid.bijvoorbeeld verhuurt zich als zelfstandige. Hij krijgt daarmee meer dan wanneer hij

De arbeidsmarkt is werkelijk markt geworden. Uitzendbureaus doen aanbiedingen als: ‘drie werkers voor de prijs van twee’. Een website voor Roemeens personeel biedt aan: ‘Vanaf 15 personen aantrekkelijke korting op het uurtarief’. Op de Portugese televisie verschijnen regelmatig reportages over de ‘moderne slavernij’ in Nederland. Mensen worden in Portugal geworven door uitzendbureaus, ze hebben kortdurende baantjes  en komen vervolgens op straat te staan.

Een toenemend aantal mensen moet leven van een aaneenschakeling van kleine baantjes. ’s Morgens om halfvier opstaan om van vijf tot negen in de tuinbouw te werken, om elf  uur thuiskomen en ’s avonds elders nog drie uurtjes in de schoonmaak werkenbestaan van een aaneenschakeling van kleine baantjes. ’s Morgens om half vier uur op om van vijf tot negen in de tuinbouw te werken, om elf  uur thuis, ’s avonds nog drie uurtjes in de schoonmaak ergens anders.

Van een afstand lijkt het erop dat legale werknemers in toenemende mate dezelfde route doorlopen als hun ‘illegale’ collega’s eerder. Het is een cynische ontwikkeling: waar voorheen de  financiële risico’s voor ziekte en arbeidsongeschiktheid bij de werkgevers gelegd werden om hen aan te sporen ziekteverzuim te vermijden, ontstaat nu in toenemende mate een situatie waarbij de werknemer zelf zijn sociale zekerheid inzet om mee te kunnen in de concurrentie.

‘Illegale werknemers’

De inzet om werknemers te controleren op migratiestatus gaat door. In de Europese Unie ligt een nieuw voorstel voor een richtlijn die werkgevers moet aanpakken wanneer zij illegalen tewerkstellen. Die richtlijn komt vast tegemoet aan de behoefte van velen die uitbuiting tegen willen gaan. Maar in de praktijk van het Westland zien we dat door de controles op de verblijfsstatus van de werkers de relaties ondergronds gaan, dat de werkers kwetsbaarder worden, en daarmee ‘uitbuitbaarder’ en dus aantrekkelijker.

Als het beleid gericht is op het voorkomen van onder meer uitbuiting, oneigenlijke concurrentie en zwart werk, dan zal het zich dáárop moeten richten. Degene die het meest belang heeft om de verloedering van de arbeidsrelatie tegen te gaan, is nu elke mogelijkheid om zich te verweren uit handen genomen.

Tijdens ons onderzoek kwamen we in aanraking met een man die twee vingers kwijtgeraakt was in een inpakmachine doordat hij onder hoge druk had moeten werken. We hebben drie van de zes regiokantoren van de Arbeidsinspectie gebeld met de vraag wat ze voor hem konden doen: hij was illegaal. Alle drie zeiden dat ze graag iets zouden willen ondernemen, maar dat de man zelf dan waarschijnlijk wel opgepakt en uitgezet zou worden. De man is natuurlijk niet gegaan.

Onlangs deed de Nationaal Rapporteur Mensenhandel de aanbeveling aan de overheid om het voor illegale migranten mogelijk te maken om zonder gevaar van vreemdelingenbewaring en uitzetting aangifte te kunnen doen van strafbare feiten bij de politie of misstanden in arbeidssituaties te kunnen melden bij de Arbeidsinspectie.

Dat zou toch het minste moeten zijn. Het huidige beleid biedt alle ruimte voor misstanden.

We leven in een wereld waarin zowel werk als werkers zich verplaatsen over grenzen. Arbeidsmigranten zullen zich ‘spontaan’ op de arbeidsmarkt aanbieden, of dat nu gewenst is of niet. Zij zijn een blijvende categorie op de arbeidsmarkt.

De vraag naar flexibele en goedkope werkkrachten zal ook niet zomaar stoppen. De vorm waarin die arbeid nu steeds meer geregeld wordt, de inleenarbeid, leidt bijna tot een intrinsieke vraag naar de minst weerbare werkkrachten. Dat gebeurt in de glastuinbouw, maar eveneens in andere sectoren van de economie, zoals de horeca, de schoonmaak en de bouw.

De vraag waarmee deze situatie ons confronteert is deze:  hoe organiseer je in een globaliserende wereld met een moordende concurrentie bestaanszekerheid voor degenen die het werk uitvoeren waar iedereen verder zijn voordeel mee doet?

Literatuur

- Mensenhandel. Vijfde rapportage van de Nationaal Rapporteur, Den Haag, 2007.
- Ahmed Benseddik, Marijke Bijl, Onzichtbaar achter glas, onderzoek naar de bijdrage van illegalen in de glastuinbouw van het Westland, STEK/OKIA 2004.

Gerelateerde artikelen