9 minuten

Oosterse beelden van het Westen

In het Midden-Oosten haten ze het Westen – klopt dat? En als het klopt, wat haten ze dan precies aan het Westen? 

Beeldvorming is een lastig fenomeen. Beeldvorming vereist een positie-inname en die is afhankelijk van de omstandigheden. Als die veranderen, verandert ook de beeldvorming. Zo werd de beeldvorming over het Westen gedurende de Koude Oorlog bepaald door de oppositie met het communistische Oostblok. De val van het communisme, het einde aan de bipolaire orde, dwingt de wereld tot een hernieuwde opvatting over het Westen. Dat valt niet mee, zeker niet als het Westen uiteen lijkt te vallen in een Europees en een Amerikaans deel. Voor wie van overzichtelijkheid houdt is er niettemin redding: Er lijkt zich een nieuw anti-Westen te hebben aangediend, en dat is de al dan niet radicale islam. Er is geen ontsnappen aan: de discussie over de islam en hoe die zich verhoudt tot het Westen wordt over de hele wereld gevoerd. Het is dan ook van groot belang voor ons in het Westen, om eens te kijken hoe men in de islamitische wereld, in het bijzonder in het Midden-Oosten, zoal tegen het Westen aankijkt.

Onttovering

De Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said publiceerde in 1978 zijn kritische boek Orientalism, waarin de beeldvorming in de westerse wetenschap en kunst over de Oriënt werd neergesabeld. Hoewel Orientalism het meest invloedrijke boek in zijn soort was, was het er slechts één in een lange serie studies. Omgekeerd heeft de oosterse beeldvorming over het Westen vreemd genoeg nooit zoveel aandacht gekregen. Niettemin kunnen we tegenover het ‘orientalisme’ het begrip ‘occidentalisme’ aanvoeren, ofwel ‘beeldvorming over het Westen’.

Begin 2004 publiceerden de Israëlische filosoof Avishai Margalit en de Nederlands-Britse sinoloog Ian Buruma hun Occidentalism – the West in the eyes of its enemies. Zoals de titel al aangeeft richten de auteurs zich specifiek op ‘vijanden’ van het Westen. De stelling van Occidentalism is dat de ideologieën achter de islamitische agressie tegen het Westen schatplichtig zijn aan een veel oudere ideologie van anti-westerse haat. Achter de islamistische retoriek gaat een gedachtegoed schuil dat eerder ook terug te vinden was in het communisme, het nazisme, het fascisme en het Japans nationalisme.

Dit anti-westerse gedachtegoed moet men zich voorstellen als een ketting van vijandschap, bestaande uit vier schakels: De eerste vijandschap is gericht tegen ‘de Stad’, die wordt verworpen vanwege zijn associaties met arrogantie, ontworteling en consumentisme. De tweede is de vijandschap jegens ‘de Rede en de Wetenschap’, die de Entzauberung der Welt (onttovering) op hun geweten hebben en de heilzame overgave aan  irrationele geloofsijver in de weg staan. Ten derde moet de bourgeoisie het ontgelden. Haar wordt decadentie en een totaal gebrek aan heldhaftigheid en idealisme verweten. De laatste schakel in de ketting van vijandschap is de haat jegens ‘de Ongelovige’, die om voorspelbare redenen uit de weg geruimd dient te worden. (Overigens was deze vierde vijandschap in een eerdere versie van Margalit en Buruma’s these nog weggelegd voor vrouwenemancipatie.)

Volgens de auteurs vormt deze serie van vijandschappen de kern van een anti-westerse ideologie die zich manifesteert in de gedachten van een groot deel van de islamitische wereld. Voor Margalit en Buruma is occidentalisme dus niet een neutrale term voor ‘beeldvorming over het Westen’, zoals het tot op heden werd gebruikt in verschillende sociologische publicaties. Bij de auteurs staat occidentalisme voor een ziekelijke haat tegen de genoemde serie van menselijke creaties (stedelijke cultuur, rationaliteit, burgerschap en religieuze pluriformiteit). Deze creaties, zo betogen de auteurs, worden door de haters gezien als typisch westers, en daarom noemen Margalit en Buruma deze haat ‘occidentalisme’. Ook in Washington lijkt men van mening dat de evil-doers een dergelijke irrationele haat koesteren die gebaseerd is op een botsing van morele waarden, of zoals Bush jr. het verwoordde: “They hate us because we’re free; they hate freedom.

Aanslagen

Volgens Margalit en Buruma moeten anti-westerse sentimenten dus niet zozeer worden gezien als een reactie op concreet beleid van westerse staten. Zij verklaren de antipathie tegen de Verenigde Staten als volgt: “Anti-Amerikanisme is soms het resultaat van Amerikaanse steun aan bijvoorbeeld (...) Israël, of vanwege wat er maar doorgaat voor ‘globalisering’. (...) Sommige mensen staan antagonistisch tegenover de Verenigde Staten omdat ze zo machtig is, of zijn kwaad op Amerika omdat ze door haar worden geholpen, gevoed of beschermd, zoals men kwaad kan zijn op een overaanwezige vader. Maar wat de Amerikaanse regering doet of laat, is vaak niet relevant. [Het gaat] niet om Amerikaans beleid, maar om het idee van Amerika.” (p.8).

De stelling dat de essentie van het islamitische anti-westerse sentiment maar weinig te maken heeft met concrete westerse handelingen, is overigens niet nieuw. De islamoloog Bernard Lewis, bekend om de politieke gekleurdheid van zijn analyses (altijd ten gunste van een republikeins, pro-Israëlisch Amerika), schreef al in 1990 precies hetzelfde in zijn artikel The Roots of Muslim Rage.

Wat kan de stelling van Margalit en Buruma nu voor ons betekenen als we willen weten wat de beeldvorming over het Westen is in het Midden-Oosten? Ik heb het niet over extremistische groepen als al-Qaeda maar over gewone mensen. Extremistisch gedachtegoed is per definitie simpel: de tegenstander is kwaadaardig. Belangrijker en interessanter zijn de massa’s, die zeggen: ‘Die aanslagen in New York, Madrid, Amsterdam etc. zijn natuurlijk heel erg, maar ...’ Te begrijpen wat die gewone mensen denken over het Westen, over Europa en over nobele waarden als democratie, gelijkheid en vrijheid, dat is van het grootste belang als we echt een dialoog willen.

De nieuwe vrouw

Vraag aan een willekeurig iemand in een Caïreens koffiehuis, een collegezaal in Damascus of een moskee in Teheran, wat de betekenis is van democratie, vrouwenemancipatie en individuele vrijheid. Als je blond haar en blauwe ogen hebt, een stropdas of mantelpakje draagt of anderszins evident uit het Westen komt, krijg je wellicht de antwoorden: Democratie is dat je met miljoenen tegen de regering mag demonstreren tegen een oorlog en dat dat vervolgens geen klap uitmaakt, vrouwenemancipatie is dat je op straat om de tien meter met een stel blote tieten wordt geconfronteerd en die individuele vrijheid bij jullie betekent dat mannen elkaar openlijk van achteren nemen.

Die cynische houding is niet het gevolg van een verlangen om het Westen af te zeiken. Cynisme is het gevolg van teleurstelling. Want hoe oud is deze negatieve interpretatie van woorden als democratie, emancipatie en vrijheid? Rond 1900 publiceerde de Egyptenaar Qasim Amin De Bevrijding van de Vrouw en De Nieuwe Vrouw, twee feministische werken die gebaseerd waren op respectievelijk de islamitische traditie en de westerse Verlichting. In deze periode van Arabisch liberalisme werd de propaganda voor de gelijkheid tussen man en vrouw veelal in westers idioom vervat. In deze tijd was het beeld van het Westen – ondanks het kolonialisme – er een van belofte en vooruitgang.

Een halve eeuw later, na de Tweede Wereldoorlog, raakte de Arabische wereld in de ban van het Arabisch nationalisme. Tot 1967, waarin de oorlog met Israël dramatisch werd verloren, was het revolutionair pan-arabisme van Nasser razend populair in de straten van Casablanca tot Bagdad. In deze tijd werd het Westen niet langer gezien als een belofte, maar vooral als een kapitalistisch obstakel op de revolutionaire weg naar werkelijke onafhankelijkheid en vooruitgang. Er werd geweldig gescholden op het Westen, maar als we kijken naar de inhoud van de beschimpingen, zouden we er heimwee naar krijgen. Het Westen werd beschuldigd van imperialisme, van het steunen van anti-revolutionaire regimes zoals Israël, Saudi-Arabië en Perzië. En men had nog gelijk ook! Engeland en Frankrijk hadden immers nog grote delen van Afrika in bezit, en in 1957 begonnen dezelfde landen samen met Israël een schandelijke oorlog tegen Egypte (vanwege het Suez-Kanaal). Was de Arabische wereld toentertijd anti-westers? Waren de idealen van het Nasserisme onverenigbaar met de moderniteit? Verwierp de Arabische wereld de westerse waarden? Misschien kunnen we beter stellen dat juist de westerse wereld verraad pleegde aan haar diepste idealen. Want zouden we nu niet stellen dat onze moderne westerse waarden achteraf beter pasten bij het seculiere, Arabische socialisme, dan bij de terreur van de Sjah, de theocratie van Saudi-Arabië en het feodalisme van de koning van Egypte?

Inmiddels zijn we weer een stap verder. Het Arabisch nationalisme stelt politiek vrijwel niets meer voor, vrijwel geen enkel regime in het Midden-Oosten geniet de steun van de bevolking, allen zijn corrupt. Veel regimes kunnen zich dat veroorloven, want zij weten zich – opnieuw of nog steeds – gesteund door westerse staten, en wel in de strijd tegen de enige oppositie die populaire steun lijkt te genieten: de islamisten.

Een jonge Sudanees

Veel islamisten geloven dat het Westen er op uit is de islam te vernietigen. Veel islamisten geloven daarom dat het Westen kwaadaardig is. Als lezer bent u het – zo vermoed ik – met het laatste niet eens, omdat u het met het eerste niet eens bent. Daar zit het probleem. Als we zo graag een dialoog willen aangaan moeten we begrijpen dat niet het Westen wordt gehaat, maar een bepaalde interpretatie ervan. Dat die interpretatie van het Westen zoveel weerklank vindt in het Midden-Oosten is niet het gevolg van een islamitische of Oriëntaalse mentaliteit, het is niet omdat sommige mensen ‘vrijheid niet kunnen uitstaan’, het is eerder het gevolg van een heel concrete geschiedenis van politiek handelen.

Bij het uitbreken van de Islamitische Revolutie in Iran stroomden de straten vol met jonge mensen die hun levens waagden in de confrontatie met de tirannieke macht van de sjah, en welke slogan riepen zij? Vrijheid en rechtvaardigheid! Afshin Ellian was er ook bij, en ook hij zal geroepen hebben: Vrijheid en rechtvaardigheid! Hoe kon het zover komen dat die jongens en meiden, die oprecht om vrijheid en rechtvaardigheid schreeuwden, anti-westers waren? Als wij in het Westen vrijheid en rechtvaardigheid als westerse waarden beschouwen, kan dat in ieder geval niet zijn omdat zij tegen onze westerse waarden waren.

De stemmen uit de straten in het Midden-Oosten stemmen niet vrolijk. We worden verkeerd begrepen, zoals ook wij hen verkeerd begrijpen. Hoe treurig dat ook is, het biedt de hoop dat in de toekomst, als er een werkelijk gesprek op gang komt, zal blijken dat we voor een belangrijk deel slechts spookbeelden hebben gehaat. Dat inzicht daagde bij mij enkele jaren geleden toen ik in Sudan op straat in gesprek raakte met een jonge Sudanees die uiting gaf aan zijn zorgen over de deplorabele staat van zijn land, waar een fundamentalistische regering aan de macht is: “Dit land is niet echt islamitisch, begrijp je? helemaal niet islamitisch zelfs. Het regime beweert dat ze islamitisch is, maar dat is ze niet. We hebben een echte islamitische staat nodig ... Weet je wel dat er in de hele wereld geen enkele islamitische staat is? Of misschien, de enige landen die islamitisch bestuur benaderen zijn de landen in Europa. Zij zijn werkelijk islamitisch, want ze hebben regeringen die daar zijn vanwege het volk, en zij zorgen voor het volk, en als ze dat niet doen, dan gaan ze weg. Dat nu, is een islamitische staat.” En hij was bloedserieus.

Het begrip ‘het Westen’ is ontzettend diffuus. Enerzijds staat het voor atheïsme, consumentisme, acceptatie van homoseksualiteit en vrije seks, anderzijds staat het voor de normen en waarden van Bush en Buttiglione. Enerzijds staat het voor de miljoenen anti-oorlogsdemonstranten, Frankrijk en Duitsland, anderzijds staat het voor de bezetting van Irak, Afghanistan en Palestina. Wie zich in een dergelijke situatie uitspreekt tegen het Westen, heeft eigenlijk nog niets gezegd. Wie smalend doet over democratie, mensenrechten en vrijheid, moet vooral doorpraten. En net zo geldt: wie zich uitspreekt tegen de islam, moet vooral vertellen over wat voor islam hij of zij het heeft. Pas als men in de islamitische wereld inziet dat het Westen er niet op uit is de islam te vernietigen, pas als men in het Westen inziet dat de islam het Westen niet wil vernietigen, pas dan staan de ronselaars voor het radicalisme machteloos.

Literatuur

- Buruma, I. & A. Margalit (2004), Occidentalism – The West in the eyes of its enemies.

Gerelateerde artikelen