6 minuten

Paternalisme revisited

Recensie van Vrijzinnig Paternalisme

Bureau de Helling, het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, publiceerde vorig jaar het boek Vrijzinnig paternalisme. Marius Ernsting las het voor tijdschrift de Helling en vindt dat het boek ons onnodig en onterecht met een duivels dilemma opzadelt.

Bestaat er zoiets als een vegetarische slagerij? Die vraag kreeg ik maar niet uit mijn hoofd toen ik begon in het boek Vrijzinnig paternalisme. De ondertitel van het boek luidt: naar een groen en links beschavingsproject. Ik dacht onwillekeurig: waarom niet meteen een offensief? Project, dat is zoiets als een grote gedachte in een klein doosje. En ja hoor, op de flaptekst wordt de bescheidenheid al afgeschud: 'het wordt tijd voor een groen en links beschavingsoffensief'. Na twee inleidende hoofdstukken, van de redacteurs Dick Pels en Anna van Dijk en van Tsjalling Swierstra en Evelien Tonkens, wordt deze opdracht in een tiental behartigenswaardige hoofdstukken door verschillende auteurs uitgewerkt op zulke uiteenlopende terreinen als religie, prostitutie, gezondheid, cultuur, publieke omroep, educatie, burgerschap, sociale zekerheid, klimaat en technologie.

Maar ik bleef, na wat grasduinen in de uitwerkingshoofdstukken, toch steken in het eerste hoofdstuk: 'Wat is vrijzinnig paternalisme?' Daarom is dit ook geen boekbespreking geworden, maar eerder een polemiek over dat eerste hoofdstuk.

Monsters

De meest eenvoudige en tegelijk doeltreffende analyse van een visie of project bereik je met je af te vragen: voor welk probleem is dit een oplossing? In dit geval leidt dat tot een overdadig antwoord. We moeten nadenken over paternalisme omdat...en dan volgen op de eerste vijftien bladzijden een serie typeringen van het huidige tijdsgewricht die zo donker en alarmerend zijn dat paternalisme (dat in mijn woordenboek omschreven wordt als 'bevoogding, vaderlijk optreden') bijna met open armen verwelkomd wordt.

Lees even mee: 'Links is bekneld geraakt tussen de twee kwaden van de paternalistische bemoeizucht en de doorgeschoten vrijheidsdrang. Het dilemma is des te scherper omdat het antipaternalisme van de emancipatiebewegingen van de jaren zestig en zeventig naar rechts is verhuisd, en bovendien een rabiate en xenofobe wending heeft genomen.' En even verder: '... heerst hier (bedoeld wordt bij GroenLinks en D66 - ME) een antipaternalistische reflex die het moeilijker maakt om de ontaarding van 'onze eigen' idealen van individuele autonomie en zelfontplooiing principieel onder ogen te zien.'

En weer twee bladzijden verder: 'Het populisme drukt ons met de neus op de wortels van onze huidige cultuurcrisis. Het toont in alle scherpte dat onze liberaal-democratische idealen in hun tegendeel kunnen verkeren als we ze niet weten te matigen en begrenzen. De emancipatie heeft monsters gebaard.' Het is niet moeilijk om de voorgaande citaten eindeloos aan te vullen met de meest inktzwarte, soms bijna apocalyptische beschrijvingen. Maar daarvoor moet je toch het boek zelf maar lezen. Waar het mij om gaat is dat de typeringen zo overdonderend zijn (en, toegegeven, in ieders omgeving ook incidenteel waarneembaar) dat je er niet meer toe komt om de vraag te stellen: ís dat werkelijk het verhaal van de huidige tijd en van onze huidige samenleving? Klopt de uitgangsstelling wel? Die vraag moet wel gesteld worden, zeker in een publicatie van het Wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Want GroenLinks, dat is toch bij uitstek het product én de hoeder van de emancipatiebewegingen? Hebben wij monsters gebaard? Dick Pels en Anna van Dijk hebben het er ook moeilijk mee: 'Emancipatie is dus letterlijk: bevrijding van paternalisme, bevoogding en onmondigheid.' Precies, GroenLinks is de bevrijder van paternalisme, niet de vrijer ervan... Maar als het zo beroerd gaat in onze samenleving, als die doortrokken dreigt te worden van 'egoïsme, narcisme, grotemondigheid en onbeschoft gedrag' van 'moderne dikke ikken', dan moet je misschien het grotere kwaad van verloedering met een kleiner kwaad van paternalisme bestrijden. Wie men lief heeft tuchtigt men, nietwaar?

Ik wil niet met dit duivelse dilemma opgezadeld worden als de noodzaak daartoe niet overtuigend aangetoond is.

Fatsoenlijk land

En ik wil hier, al was het maar for the sake of argument de stelling poneren dat de Nederlandse samenleving anno 2011, in weerwil van het abjecte Wilders-populisme en het 'u vraagt en wij draaien'-liberalisme van de VVD (dat bij elkaar naar mijn overtuiging niet verder reikt dan zo'n 30 % van het electoraat) overwegend een fatsoenlijk en sociaal land is, waarin eigen geluk, solidariteit, gemeenschapszin en hulpvaardigheid nog steeds de boventoon voeren.

Ik heb daarvoor een overweldigende hoeveelheid argumenten verzameld uit publicaties van het CBS, het Sociaal Cultureel Planbureau, Motivaction, het 21 minuten onderzoek van McKinsey en de Publiek Zaak. In willekeurige volgorde, en niet uitputtend:

  • 45% van de volwassen bevolking doet aan vrijwilligerswerk, 5,8 miljoen mensen gemiddeld een dagdeel in de week, samen een miljard uur onbetaald werk.
  • Er zijn in Nederland drie miljoen mantelzorgers, waarvan er 800.000 meer dan acht uur per week voor een naaste zorgen: nog eens zo'n 500 miljoen uur onbetaald werk.
  • Nederland behoort tot de top wat betreft geven aan goede doelen: 88 % van de huishoudens geeft gemiddeld 750 €. Samen met bedrijven zijn we goed voor 4,7 miljard euro particulier geefgeld voor goede doelen.
  • Nederland kent een hoge organisatiedichtheid: er zijn ruim 26.000 algemeen nut beogende instellingen (ANBI's), en daarnaast meer dan 200.000 clubs en verenigingen met een sociaal doel; een Nederlander is gemiddeld lid van drie landelijke organisaties.
  • Door die hoge georganiseerdheid is er relatief veel vertrouwen in medeburgers en in instituties als politie, rechterlijke macht en zelfs de politiek; in de periode van 2002 tot 2008 groeide dat vertrouwen van 58% naar 64% (mensen die nergens lid van zijn hebben aanzienlijk minder vertrouwen, van Wilders kun je geen lid worden...)
  • Het gevoel van onveiligheid daalt: van 27% in 2005 naar 20% in 2008.De tolerantie neemt toe: in 2000 vond meer dan 50% dat er teveel allochtonen zijn, nu is dat 39%.65% van de Nederlanders doet aan sport, in 27.000 sportclubs met een miljoen vrijwilligers.
  • Maar liefst 84% van de Nederlanders voelt zich (erg) gelukkig; we geven ons leven een 7,8.Meer dan 80% is ondanks de crisis positief gestemd over de eigen financiële toekomst.
  • De consumentenbestedingen aan biologische voeding in de Nederlandse supermarkten zijn in het eerste halfjaar van 2011 met 29,1 procent gestegen naar 195 miljoen euro.
  • Tegen 2020 zal Unilever, onder invloed van consumentenvoorkeuren en NGO's, zijn milieuvoetafdruk halveren, meer dan een miljard mensen helpen in actie te komen om hun gezondheid en welzijn te verbeteren, en 100% van de landbouwgrondstoffen betrekken uit duurzame landbouw.
     

Als Dick Pels en Anna van Dijk de vraag stellen: 'Welke technieken van overtuiging, sturing en verleiding kunnen worden ingezet om burgers aan te zetten tot gewenst, bijvoorbeeld milieubewust en solidair gedrag?', dan denk ik eerst 'god bewaar me', en dan, indachtig het bovenstaande: het ergste wat je kan doen is burgers tot iets willen aanzetten wat ze uit zichzelf al doen. Ik stel de mijns inziens veel relevantere vraag: 'Hoe komt het dat zoveel burgers zich solidair en milieubewust gedragen, zonder daartoe door overheid, politiek of professionals in een beschavingsoffensief overtuigd, gestuurd of verleid te zijn?' Dat is relevant omdat het antwoord op die vraag ons kan leren hoe we goed burgergedrag kunnen ondersteunen en versterken. Dan praten we ook niet meer over vrijzinnig paternalisme, maar over vrijzinnig voluntarisme. Kijk, daarover zou ik nou graag een boek willen lezen! 

Gerelateerde artikelen