10 minuten

Poolse soap & Tsjechische tijgers

Het klimaat in Polen & Tsjechië

De Europese Unie krijgt er tien landen bij. Met de inwoners van deze landen vormen we één gemeenschap. Wat weten we van hen? De Helling begint een korte serie met kleine portretten van het culturele leven in de nieuwe lidstaten.

Poolse soap

Malgorzata Zdzienicka

‘Who is afraid of Poles?’, e-mailde een vriend mij laatst. Een vriend die met zijn zonen op een decemberavond naar de première ging van The Return of The King in een bioscoop in een Poolse provinciestad. En een paar weken later in de winterse januari-nacht braaf in de rij stond met honderden anderen voor de Poolse vertaling van de vijfde (? – vergeef me de onwetendheid) Harry Potter. Het had ook volgende dag gekund, maar neen!, de boekhandel ging voor deze ene keer ‘s nachts open en de kinderen moesten het meteen hebben, hoewel ze de Engelse versie al lang uit het hoofd kenden.

Een doorsneeavond van dit gezin. Kinderen zijn ’s middags heen en weer gereden naar zwembad, vechtsportclub, tennisbaan, jazzballet, enz. Nu kijken ze samen naar de lievelingssoap van mama, en daarna nog een – een tv-serie van mama en papa – en dan nog even een favoriet van beide kinderen. Een wonder dat daar geen oorlog over is: drie publieke zenders, drie commerciële zenders, elk met goed bekeken series. Poolse soaps over ditjes en datjes, over mensen zoals wij, van wie je kunt afkijken: mode, huisinrichting. Het is ook educatief. Er wordt over de toetreding tot de EU gediscussieerd, over corruptie en drugs. En elk jaar in november wordt een van de hoofdrolspeelsters naar mammografisch-onderzoek gestuurd. Tijdens het communisme hadden wij alleen Amerikaanse, Australische en Zuid-Amerikaanse soaps. Ach ja, die zijn er nog, voor oma’s.

De dag is bijna om. Voor het slapen nog even een boek pakken, mijn vriend kijkt vanachter de laatste Grisham naar zijn vrouw die enthousiast vertelt over hoe Hillary Clinton in het leven staat. Het licht uit. Morgenvroeg begint weer een marathondag. U kent het wel – een doorsneefamilie. Deelgenoot van de global village. Zij volgen de wereld op BBC, CNN, MTV; willen altijd goed geïnformeerd zijn en up to date met alle nieuwtjes en trends. Zij zijn consumenten in de consumptiemaatschappij en zoals het hoort in de markteconomie: de klant is koning en wordt op de wenken bediend.

Hier zou het kunnen stoppen. Zo te zien er valt niks bijzonders te vertellen over het culturele leven van mijn vriend en zijn familie. Maar dat is toch niet waar, behalve wereldburgers zijn zij ook Europeanen, en vooral Polen.

Scheldkanonnade
Vrijdagavond met vrienden, liefst in een van hun favoriete clubs (ik wist niet dat die ook buiten Polen bestonden). Ze hangen in zachte, diepe fauteuils met in hun handen de drinks in alle regenboogkleuren, en clubbingmusic op de achtergrond. Wanneer ze uitgepraat zijn over de nieuwste generaties computers, camera’s, auto’s, en nadat de problemen en – vooral – successen van hun kinderen verteld zijn, begint het echte gesprek: de zorgen over Polen, en over Europa, en over Amerika, Bush en Irak en de wereldvrede. Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar zij geloven allemaal in Europa en in Amerika. En ze zijn zeer trots op Polen, wat op het eerste gezicht niet opvalt. Eerst hoor je een scheldkanonnade over corrupte politici, zakkenvullers die alleen eigen belang voor ogen hebben. Maar als je oud genoeg bent (hoe oud?, veertig is genoeg) en je jezelf scherp houdt, dan voel je het nog steeds: de smaak van de vrijheid. Ken je dat nog? De smaak van de vrijheid – elke dag opnieuw.

Zij zijn nog niet uitgepraat, want zij hebben het ook nog over theater en boeken. Naar welke voorstelling ben je laatst geweest? Heb je de nieuwste J. Pilch al gelezen? En heb je de prachtige artistieke uitgave gezien van W. Szymborska’s laatste poëziebundel met veldbloemmotieven. Ze staan wat langer stil bij een van tientallen prozadebuten van de afgelopen maanden: Do Amsterdamu (‘Naar Amsterdam’), een boek van de journalist Michał Olszewski, zelf twintiger, over de levenskeuzen van jongeren of eigenlijk het gebrek daaraan in een door God vergeten klein Pools stadje, waar ooit een communistische fabriek stond en nu grote werkloosheid is. Het ‘Amsterdam’ in de titel staat symbool voor een gedroomde, ongrijpbare vrijheid en rijkdom, maar die alleen de kortstondige schijnvrijheid brengt van de rijkdom van drugs. De jongeren, gefokt in arbeiderswijken, in kleine flats waar drie generaties boven op elkaar zitten, waar geen toekomst te vinden kan zijn, omdat de tegenwoordige tijd al in het verleden stil kwam te staan. Voor hen, al aan het begin van hun leven. Zij vergaan, hebben geen houvast. Als zij ergens over dromen, dan alleen nog over dat Amsterdam. De kinderen van de Solidarność-generatie. De gedesillusioneerde kinderen van de ouders, opgebrand in de strijd voor een betere toekomst, die eigenlijk nooit kwam. Niet? Wel waar! Nietes, welles, de discussie laait op.

Hiphop
Jongeren van de flats. De tweede generatie slachtoffers. Zij zoeken hun heil in muziek, hiphop van flatjongeren – ja, een heuse typische Poolse hiphop. Lang verzwegen want gevreesd vanwege de agressieve, brutale taal. Maar het verschijnsel dat twee 24-uurs tv-kanalen en twee radiozenders beheerst, en waar miljoenen cd’s van verkocht worden, laat zich niet meer verzwijgen. De psychologen vertellen ouders en leraren op de tv dat zij het niet moeten negeren en niet vrezen, maar juist goed moeten luisteren om hun kinderen te leren kennen en begrijpen. Vooraanstaande musici vinden het een eer om samen met een hiphop-artiest opnames te maken, want de meesten zijn zeer muzikaal en hun muziek gaat echt ergens over. En de dichters en intellectuelen praten vol lof over de taal en verbeeldingskwaliteit van de Poolse hiphoppers. Uit de grijze werkelijkheid weten zij de kleurrijkste tonen te toveren. Als je het wilt zien. 

Maar de flatjongeren horen niet bij de ouders van dit gezelschap. De toekomst van hun kinderen lijkt verzekerd: beste scholen, drie vreemde talen, beste universiteiten. En dan? De ouders kijken bezorgd. Iedereen heeft in Gazeta Wyborcza, het grootste dagblad en een kwaliteitskrant, een veel besproken opiniestuk gelezen, getiteld: ‘Leven in het land van extreme sporten’. De auteur beschrijft de dilemma’s van zijn generatie van goed opgeleiden: kies je voor je carrière en misschien daarom voor emigreren uit dit veeleisend land? Of toch verantwoordelijkheid nemen en blijven meebouwen aan de (prille) democratie? Dit is de eerste generatie sinds eeuwen die een vrije keus heeft; en die vrijheid valt zwaar. Wordt dit straks ook het dilemma van hun kinderen? Of wordt Polen eindelijk eens een gewoon, saai land?

Het is diep in de nacht. Tijd om naar huis te gaan. In de auto zetten mijn vrienden een cd-tje van hun zoon op: hiphop – dit is ook zijn muziek. In de auto liggen alle cd’s van Fu, Peja, WWO, Gramatik, Pezet en nog veel andere flatjongeren. Wie is er bang voor de Polen?

Tsjechische tijgers

Dáša van der Horst

Wat komt er in je hoofd op als je aan Tsjechisch cultuur denkt? Uitstekend, bier! Maar dat is geen cultuur. Mooie architectuur in Praag: barok, Jugendstil, Bauhaus. En klassieke muziek van componisten over wier namen de radiopresentatoren hun tong breken: Smetana, Dvořák, Janáček, Martinů. Nog iets? Jazeker, de film! Je hoort zo af en toe toch dat een Tsjechische film de Oscar voor de beste buitenlandse film wint (of was het een nominatie?) en op het Internationale Filmfestival in Rotterdam gaat de ene na de andere Tijgerprijs naar Tsjechië.

De filmindustrie in Tsjechië heeft een lange traditie. De bloeiperiode begon in de late jaren dertig toen er jaarlijks zo´n dertig tot veertig speelfilms geproduceerd werden en toen het Tsjechische Hollywood – de Barrandov filmstudio´s – gebouwd werd, aan de rand van Praag (door de oom van de ex-president Václav Havel). Met de communistische coup kreeg de film net als alle andere onderdelen van het leven een ideologische tintje – het socialistisch realisme overheerste ook in deze tak van cultuur – en vanaf die tijd worden de Barrandov studio’s uitgeleefd.

In de jaren zestig kwam de Tsjechische ‘Nieuwe Golf’, met films die de draak staken met het ordinaire burgerleven en vaak door niet-professionele acteurs werden gespeeld. Een van de bekendste films van die tijd is Closely Watched Trains (1966) van de regisseur Jiří Menzel. Maar de bekendste naam van die generatie is Miloš Forman, met films als The Fireman's Ball (1967) en The Loves of a Blonde (1965). Jammer genoeg is hij in het Westen vooral bekend door zijn films die hij pas na zijn vlucht naar Amerika maakte (o.a. Hair, Amadeus). 

Leeggeroofd
Vanaf de jaren zeventig tot en met negentig produceerden de filmmakers conform de zogenoemde Normalisatie (die volgde op de mislukte Praagse Lente) ‘makkelijke’ films die vooral niets met de politiek te maken wilden hebben. Uit die tijd zijn alleen nog het aanzien waard een aantal aardige crazy komedies op z´n Tsjechisch.

Na de politieke omwenteling eind 1989 is het harde kapitalisme ook de filmindustrie binnengetreden. Ten eerste ging het uitwonen van de Barrandov ateliers harder dan ooit – de studio´s werden in razend tempo ‘geprivatiseerd’ (lees: leeggeroofd). Langzaam aan werd de kraan van de staatssubsidies dichtgedraaid, en tegenwoordig is de steun van het ministerie van Cultuur nog slechts een symbolische bedrag. Tijdelijke redding kwam van de Tsjechische publieke tv, die de grootste geldschieter (en dus ook monopolist) was. Maar de verleden tijd is op zijn plaats: sinds kort is de televisie in grote financiële problemen geraakt en ook die kraan gaat dicht.

Dat is overigens niet altijd een beperking. Volgens filmmaker en Oscarwinnaar Jiří Menzel is het veel moeilijker met veel geld een goede film te maken dan met een beperkt budget – dan ben je namelijk genoodzaakt je fantasie en creativiteit te gebruiken. Maar het grote verschil met de tijd voor de omwenteling is natuurlijk het wegvallen van de censuur.

Traumatisch verleden
Wat voor films zijn er sinds de omwenteling in Tsjechië gemaakt? Afgezien van de voortgezette traditie van co-productie met vooral Duitsland bij het maken van sprookjes en de vooral vlak na 1989 gemaakte films die het meest aan soft-porno doen denken, zijn er ook een aantal behoorlijk goede speelfilms gemaakt. Die kunnen we in twee groepen indelen.

Eerst de ‘Oscarfilms’. De films die voor de Oscar werden genomineerd (Primary School, Divided We Fall, Želary en Kolja, de laatste Oscarwinnaar) hebben samen met een aantal andere films (waaronder mijn favoriete Sekal Has to Die) veel eigenschappen gemeen. De hoofdpersonages in deze films worden met de Duitsers of met de Russen geconfronteerd (of met allebei) zodat het meteen duidelijk is om welke tijdsperiode het gaat. De films zijn voor een breed publiek een soort collectieve verwerking van trauma’s uit het verleden: met uitzondering van de korte periode in de jaren zestig is het voor het eerst dat het Tsjechische verleden op niet-tendentieuze manier aan de orde gesteld wordt. In de communistische tijd werd de Duitse bezetting gepresenteerd in een versimpeld zwart-witschema waarbij de Duitsers natuurlijk de slechteriken waren. Nu zien we ook Tsjechen als collaborateurs, plegers van geweld of op zijn minst lafaards. De Russische bezetting kon pas openlijk in de kunst verwerkt worden nadat de Russische troepen het land verlaten hadden. In een aantal ‘Oscarfilms’ wordt het Tsjechische volk geconfronteerd met hoe mensen hun hoofd bogen voor het communistisch bewind, maar anderzijds ook hoe een ‘slimme’ Tsjech op innovatieve manier eigen ruimte creëerde om de Big Brother om de tuin te leiden. De traumatische periodes van de recente geschiedenis worden in deze films op een typisch Tsjechische manier behandeld: de hoofdpersoon (in de goede traditie van de brave soldaat Svejk) is geen held, wekt vanaf het begin onze sympathie en groeit pas door de omstandigheden uit tot een held. Opvallend is nog dat al deze ‘Oscarfilms’ gezien de omstandigheden luxueus zijn gedecoreerd en kostbare stunts bevatten.

Trendy
De tweede categorie goede speelfilms is die van de ‘Tijgerprijsfilms’. Het gaat om films als Buttoners (Tijgerprijs op het Filmfestival Rotterdam in 1998), Loners (Tijgerprijs 1999), Wild Bees (Tijgerprijs 2002) en andere, zoals de zwart-witfilm van vorig jaar Bored in Brno. Deze films hebben veel gemeenschappelijk met de ‘Nieuwe Golf’ van de jaren zestig, door de keuze van thema´s en het gebruik van niet-professionele acteurs. Maar tegelijkertijd hebben zij alle kenmerken van het post-modernisme. Een heel belangrijk onderdeel van deze films is de muziek: vaak trendy. De groep die de muziek maakte voor Loners werd door de film heel populair. Of misschien was het net andersom.

Al met al zijn de ontwikkelingen in de film sinds de omwenteling niet echt spectaculair geweest. Er zijn veel aardige en een paar zeer goede films gemaakt.

Gerelateerde artikelen