5 minuten

Probleemjongeren?

Interview met Steven van Eijck

Geen diploma, werkloos en steeds jonger al crimineel. Het conservatieve antwoord op probleemjongeren is: heropvoeden in kampen. Steven van Eijck, regeringscommissaris voor de jeugd, vindt dat onzin. Het antwoord ligt in buurt en gezin.

De ochtend na het marathondebat over het Nederlanderschap van Ayaan Hirsi Ali staat de slaap nog in onze ogen, wanneer wij ons vroeg melden bij de Steven van Eijck, regeringscommissaris jeugd- en jongerenbeleid. Hij weet milde spot niet te verbergen: “Ach ja, die politici.” Hij was het ooit zelf: staatssecretaris van Financiën, want van Eijck is fiscalist. Zijn kortstondig optreden in het eerste kabinet Balkenende (2002) namens de LPF is niet onopgemerkt gebleven. Hij bleek een prettige uitzondering in het kamp van LPF-bewindslieden. Niet lang na de val van het kabinet betrad hij opnieuw het podium. Hem is toevertrouwd om de tergend bureaucratische barrières in het jeugdbeleid te slechten.

Van Eijck heeft het niet zo op de roep om kampementen. “Allemaal stoerheid. Politici die flink met de vuist op tafel willen slaan. Het is grote onzin. In de Verenigde Staten is dit debat al weer op zijn retour. Kampen helpen niet. Ontspoorde jongeren komen er slechter uit dan ze erin gaan. Ook de Glenn Mills-scholen in Nederland worstelen met dit probleem. Het enige wat je ze bijbrengt is tucht en discipline. In jeugdgevangenissen worden jongeren welk geschoold, maar ze leren van elkaar ook de verkeerde dingen en d Daarmee duiken ze goed geschoold opnieuw het criminele circuit in.

Bizar

“De crux van een goede aanpak is juist om jongeren te zien in hun leefomgeving. Die is vaak onderdeel van het probleem: de ouders, familie, buren, vrienden. Parkeerboetes, valium, de helft spreekt geen Nederlands, 75 procent is werkloos. Daar ligt dus ook de oplossing. Wat wél werkt is de integrale aanpak zoals bijvoorbeeld in Rotterdam. Neem de stadsmariniers die in de wijk hun werk doen. Ze weten alles en ze mogen alles tegelijk aanpakken. Dat is afgesproken met de woningbouwcorporaties, de sociale dienst, de GGD, de school enzovoorts. Ze gaan op huisbezoek. Dat bouwen ze op. Dan ontstaat een gesprek, soms een deal: ‘Die parkeerboetes laten we zitten, maar je zoon gaat morgen naar school. De huurschuld zullen we saneren, maar dan begin volgende week aan de slag’. Zo moet het. Deze aanpak vereist politiek steun; de afspraak moet zijn: alle jongeren tot 23 jaar volgen een opleiding, hebben werk of een eigen zaak. Meer smaken behoren er niet te zijn.”

“Het blijkt bizar lastig om dat proces van snelle en effectieve hulpverlening goed te organiseren, zo is mijn ervaring. Alle betrokken instellingen moeten namelijk bij een dergelijke aanpak meteen ‘leveren’. Dan weigert bijvoorbeeld een Regionaal Opleidingscentrum een jongere aan te nemen, want de peildatum is al verstreken. Dus geen extra geld en de ROC’s zijn autonoom. Dit land zit vol mensen die zeggen dat dingen niet kunnen. Het bureaucratisch conservatisme viert hoogtij. De behoudzucht is gruwelijk. Professionals vertrouwen elkaar en zichzelf niet meer.

Gruwelijk

“Dit wordt in de hand gewerkt door de papierberg in de hulpverlening. Alles is topdown georganiseerd, gebaseerd op wantrouwen en eindeloze rapportages ter verantwoording. Niet over wat je bereikt hebt, maar over hoeveel gesprekken je hebt gevoerd. Nutteloze informatie. Zo ontstaat een papieren werkelijkheid. Dit is niet alleen mijn ervaring. Ik kom veel uiterst betrokken mensen tegen die vechten tegen de bierkaai. Je moet daarom een dubbelslag maken: geef hen de ruimte en vertrouwen, laat het systeem weer voor hen werken. Dat betekent onder andere dat het hele jeugdbeleid naar de gemeentes moet.”

“Laatst hoorde ik over een meisje. Haar moeder spreekt geen Nederlands en kiest voor de sharia. Dat is veilig voor die moeder, maar niet voor haar kinderen. Dat weten we. Maar dan roep je toch dat je trots bent op die moeder die haar kinderen denkt te beschermen. Begin met respect. Nu veroordelen wij deze moeder en zeggen we dat ze dom is. Niet doen. We kijken nu teveel naar afkomst, in plaats van naar de toekomst.

“Sterker nog: het hele jeugdbeleid bereikt de allochtone bevolking niet. De volgende generatie probleemjongeren komt er al weer aan en dat zijn vooral allochtone jongeren. Kijk nu eens in de wachtkamer van de jeugdhulpverlening en wat je ziet zijn witte kinderen. Zwarte kinderen zitten in de justitiële jeugdinrichtingen. En die werken niet. 80 procent van de jongeren die in een jeugdgevangenis heeft gezeten recidiveert. We accepteren dus dat we instellingen hebben die niet werken. Wat mij betreft zijn we daarmee uitgepraat. We moeten het hebben van het bieden van kansen, meer preventie en minder repressie.”

Meldplicht

“We hebben een achterstand. We moeten veel meer ons best doen om allochtone mensen te bereiken. Dat vraagt een nieuwe mentaliteit en nieuwe organisatie bij de overheid. We moeten problemen snel signaleren, vroegtijdig ingrijpen bij kinderen en gezinnen. Ik wil een algehele meldplicht. Zo komt preventief ingrijpen van de grond. Elk jaar dat iemand extra naar school gaat levert meer welvaart en welzijn op zowel voor de betrokkene als de hele samenleving.

“We hebben een land dat verdeeld is in wie meedoet en wie niet. Dat systeem is behoorlijk hard. Niemand kan zeggen dat ze het niet wisten. Zie maar eens dat je daarin staande houdt. Dat is een extra opgave voor de overheid. Ik praat met twintig directeuren, zeven directeuren-generaal en zes departementen. Dat werkt niet. De professionals willen wel. De ministers ook. Maar in de tussenlaag zit veel conservatisme en behoudzucht. Dat vraagt sterk politiek leiderschap. De Tweede Kamer moet daar veel meer bovenop zitten. Welke politici lopen nog voorop?

“Ach, maar laten we ook niet vergeten: de jeugd creëert altijd onrust. In Athene en Rome waren er 2000 jaar gelden ook al onlusten, veroorzaakt door jongeren.”

Gerelateerde artikelen