9 minuten

Reactie: Brief aan mijn opvolger

Jeroen Dijsselbloem reageert op de speech van Halsema in de vorm van een brief aan Martijn van Dam. Hij wordt, na dat Dijsselbloem dit acht jaar was, de nieuwe woordvoerder integratie van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer.

Beste Martijn,

Nu ik na acht jaar het woordvoerderschap integratie van de PvdA aan je overdraag, schrijf ik je deze brief. Ze bevat een aantal ervaringen in die acht jaar die mij zijn bijgebleven en mijn denken over de positie van de islam en moslims in Nederland sterk hebben bepaald.

Mij was gevraagd door de redactie van De Helling, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, om te reageren op de lezing die Femke Halsema onlangs hield over godsdienstvrijheid. Kort gezegd bepleit Halsema een 'derde weg' voor progressieve politici in het islamdebat. Niet of of. Maar èn èn. Opkomen voor de vrijheid om te geloven èn intolerantie binnen het geloof bekritiseren. Ik kan kort zijn. Ik ben het daar mee eens. En ik durf de stelling aan dat de PvdA (en GroenLinks) al jaren langs die twee lijnen in het debat staan. Een gedeelde insteek die volop kansen geeft voor samenwerking op links, nietwaar? Maar daarmee is nog niet alles gezegd.

In reactie op Halsema had ik kunnen schrijven over onze integratieresolutie waarin wij, twee jaar geleden, hetzelfde bepleitten. De passage die toen voor de meeste beroering zorgde, ging erover: “Iedereen moet in vrijheid zijn of haar geloof kunnen belijden en er ook in vrijheid afstand van kunnen doen. Geloof mag ook bekritiseerd worden. Zelfs als dit als kwetsend ervaren wordt.”

Dat kwetsen leidde tot veel debat. Ik moest daarbij altijd denken aan de fatwa uit 1989(!) tegen Salman Rushdie naar aanleiding van diens Duivelsverzen. Rushdie gaf aan dat het bij het schrijven van zijn boek nooit zijn intentie was geweest wie dan ook te kwetsen of beledigen. Maar de Iraanse ayatollahs lieten weten daar geen boodschap aan te hebben. Zij waren beledigd, intenties of niet. Boek op de brandstapel en Rushdie zo snel mogelijk erbij. Voor mij was de les hieruit: Als het voorkomen dat iemand ooit gekwetst of beledigd wordt, uitgangspunt wordt van wet of moraliteit dan is het met de vrijheid van meningsuiting gedaan.

Toch leek het me niet zinvol de ruimte die ik kreeg in De Helling te besteden aan de PvdA integratieresolutie, die iedereen immers kent. Het leek mij zinvoller om aan de hand van een aantal gebeurtenissen in het islamdebat van de afgelopen jaren een verdieping aan te brengen op het pleidooi van Halsema.

In de periode na de aanslagen van 9/11 en zeker na de moord op Theo Van Gogh, werd het integratiedebat al snel een islamdebat. De publieke opinie sloeg radicaal om naar argwaan en wantrouwen. Mirjam Sterk, ook toen integratiewoordvoerder van het CDA, bepleitte bij herhaling in de Kamer dat `de moslims´ in Nederland afstand moesten nemen van aanslagen waar ook ter wereld gepleegd. En de arme moskeebesturen deden dat ook, telkens weer, met trouwhartige verklaringen. Maar het baatte niet. En het was ook een vorm van vernedering. Waarom moesten zij steeds weer publiekelijk verklaren dat ook zij de zoveelste bloedige aanslag in Irak of in Indonesië volledig verwierpen? Waarom moesten al die Nederlanders die ook nog moslim zijn, zich steeds weer verantwoorden, op straat, op het werk? Een groot gevoel van onmacht en frustratie was en is tot op de dag van vandaag het gevolg. Als we, als progressieve politici, sterker willen opkomen voor de individuele geloofsvrijheid en gewetensvrijheid, dan betekent dat ook dat we pal moeten staan als de moslims weer op een hoop worden gegooid en elke moslim medeverantwoordelijk wordt gemaakt voor de wandaden van misleidende fanatici uit naam van het geloof.

In 2007 schreef ik op 6 september een opiniestuk in de Volkskrant waarin ik bepleitte dat, daar waar de overheid neutraal moet staan ten opzichte van religies, progressieve politici bondgenoot moeten zijn voor iedereen die een emancipatiestrijd voert. Dus ook voor vele moslims en andere gelovigen. André Rouvoet schreef op vijftien oktober jongstleden in zijn reactie op Femke Halsema dat politiek en overheid zich buiten de persoonlijke keuzes van het individu moeten houden. Maar het onderscheid tussen overheid en politiek is hierbij wezenlijk. Progressieve politieke partijen, en dat geldt zeker voor de PvdA en GroenLinks, zijn maatschappelijke bewegingen met de ambitie om de emancipatie van mensen mogelijk te maken. Bepaald geen neutrale opdracht. Nu binnen de moslimgemeenschappen velen een emancipatiestrijd voeren, moeten zij zich gesteund weten door ons. Kort samengevat door de Volkskrant: ‘Dijsselbloem: De PvdA moet liberale moslims steunen’.

Kort daarna had ik, in een zaaltje boven de El Islam moskee in de Van der Vennestraat in Den Haag, een gesprek met het bestuur van het Contactorgaan Moslims en Overheid. De aanleiding was mijn herhaalde kritiek op de eenzijdige, conservatieve samenstelling van het CMO, nota bene goedgekeurd door minister Verdonk. Waar waren de vrouwen, de jongeren en de liberale stromingen binnen de islam in dit bestuur? Het gesprek nam een interessante wending. Mij werd uitgelegd dat er niet zoiets bestaat als een liberale islam en dus ook geen liberale moslims. Er is immers sprake van één ondeelbare wereldgemeenschap van moslims, de oemma. Dit theorema sloot niet aan bij mijn waarneming dat er heel veel verschillende geloofsrichtingen bestaan binnen de islam en dat veel gelovigen zeer uiteenlopend omgaan met hun gewetensvrijheid binnen het geloof. Ik realiseerde me dat waar wij in Nederland gewend zijn aan verschillende, elkaar soms openlijk bestrijdende christelijke kerken, dit in de moslimgemeenschappen zorgvuldig verborgen werd gehouden voor het grote, Nederlandse publiek. En dat dit in het voordeel voor de conservatieve krachten werkt. Alleen bij verdeling van invloed, bijvoorbeeld ten tijde van het samenstellen van het CMO, of middelen, bijvoorbeeld het geld voor de zendtijd voor moslims, komt de interne strijd in de openheid. De vrijheid om te geloven moet voor vele moslims, soms individueel maar soms ook voor een complete gemeenschap – denk aan de liberale Alevieten – binnen de oemma worden bevochten. En ook daarin kan de politiek een rol spelen.

Tussen 2003 en 2006 heb ik in de Kamer veel gedebatteerd en gelukkig soms ook samengewerkt met Ayaan Hirsi Ali. In 2006 kwam daaraan een einde nadat dezelfde minister Verdonk had geprobeerd haar paspoort af te nemen en Ayaan naar de VS vertrok. Ayaan probeerde haar collega´s in de Kamer vaak te verleiden tot een theologisch debat over de ware aard van de islam. De term zuivere islam viel steeds vaker in deze debatten. En wanneer het woord zuiver valt in politiek debat, dan is het opletten geblazen. Ik ben nooit meegegaan in dit type islamdebat en zou je adviseren er eveneens van weg te blijven. Ik hield haar voor dat wanneer politici gaan definiëren wat het zuivere geloof inhoudt, je de godsdienstvrijheid wel kunt opdoeken. Naema Tahir bepleitte onlangs in ‘Buitenhof’ ook al voor een debat in de Kamer over de ware aard van de islam, maar gelukkig gaf Frits Bolkestein daarop flink tegengas. Het meest opvallende aan het betoog van Hirsi Ali was echter dat haar definitie van zuivere islam volstrekt overeenkwam met dat wat onverdraagzame islamisten verkondigden. Namelijk dat de islam en het Westen volstrekt onverenigbaar zijn en dat de islam een allesomvattende staatsideologie behelst. Het enige gunstige wat we konden vaststellen na de recente idiote verklaring van de nieuwe coalitiepartners over de islam, is dat de VVD in ieder geval van haar opvatting toen is teruggekeerd en officieel heeft laten weten, met het CDA, dat de islam toch een religie is. Waarvan akte. De stelling van Hirsi Ali is inmiddels overgenomen door Wilders. En zo zijn de radicale antiwesterse islamisten en de leider van het bonte gezelschap van internationale anti-islamisten, Geert Wilders, het hartstochtelijk eens. Het Westen en de islam zijn vijanden. Let´s go to war.

Les hieruit is dat als we willen opkomen voor de godsdienstvrijheid en we ruimte willen houden voor kritiek op gewetensdwang binnen het geloof, we ons zowel te weer zullen moeten stellen tegen Wilders als tegen de Salafisten, waar Halsema in haar lezing over sprak. Beiden willen voor de moslims wel even bepalen wat hun geloof behelst en hoe zich dat verhoudt tot burgerschap van een westerse democratie. Onze stelling moet steeds zijn: dat bepalen mensen zelf wel.

Eind 2005 stapte Leefbaar-wethouder van Rotterdam Marco Pastors op naar aanleiding van de zoveelste uitspraak van hem over de islam. Dat hij zich niet hield aan een spreekverbod was blijkbaar het probleem. Dat was jammer omdat wat hij zei inhoudelijk ter discussie gesteld had moeten worden. Zijn stelling was, in lijn met Hirsi Ali, dat de islam het probleem was. Hij illustreerde dat aan de hand van het feit, en ik geloof dat het feitelijk klopt, dat Marokkaanse jongeren gewelddadige straatovervallen goedpraatten onder verwijzing naar de Koran. Nog nooit heb ik een gezagsdrager, en nog wel een die stond voor Law and Order, zo gretig het zoveelste onzinnige excuusverhaal van de dader horen overnemen. ´Het mocht van mijn geloof´? En dat gelooft Pastors? Waarom zou deze uitleg van wat mag en niet mag de juiste zijn? En doet het er überhaupt toe? Immers, godsdienstvrijheid kan nooit de Nederlandse wet aan de kant zetten.

Op 24 april 2008 debatteerden Ahmed Marcouch en imam Fawaz van de As-Soennah moskee in Den Haag met elkaar in een uitzending van ‘Pauw & Witteman’. Historische televisie. Moet je zeker nog een keer terugkijken. Een confrontatie van twee opvattingen wat het betekent om moslim in Nederland te zijn. Marcouch spreekt jongeren aan met de boodschap: Luister, je leeft in een vrij land waar je en moslim en goed burger kunt zijn. Denk na en maak je eigen keuzen. Fawaz houdt jongeren dagelijks voor dat goed moslim zijn zich niet verdraagt met integratie. De sharia gaat boven de Nederlandse wet. Je hebt je te houden aan allerlei rituele en vast omschreven gedragsregels en je plichten als burger komen op de tweede plaats.

Het mooie aan dit televisiedebat was dat in mijn beleving voor het eerst twee Nederlandse moslims voor een groot publiek in een debat lieten zien hoe fundamenteel verschillend de opvattingen kunnen zijn over de vraag hoe islam en het burgerschap van de westerse rechtstaat zich tot elkaar verhouden. Voor het eerst werd met een luide knal de schijn van de gesloten rijen doorbroken. De reacties op internet waren heftig en veelzeggend. Marcouch werd enerzijds geprezen en bewonderd en anderzijds voor verrader van de oemma uitgemaakt. Vanuit zijn opvattingen als moslim en sociaaldemocraat brak hij een taboe en creëerde hij ruimte voor al die jongeren die een valse keuze werd voorgehouden. Maak je eigen keuzen, wij zorgen dat je daarvoor de ruimte krijgt.

Dat lijkt me de centrale boodschap. Nu nog een actieve agenda om die sterker neer te zetten.

Enkele suggesties? Laten we om te beginnen samen zorgen dat als er dan een specifiek contactorgaan moet zijn, daarin de diversiteit onder moslims in Nederland tot uitdrukking komt. Laten we gezamenlijk een agenda ontwikkelen om de positie van meisjes en vrouwen te versterken. Neem de problematiek van huwelijksdwang. Van der Laan en Albayrak legden een jaar geleden een reeks voorstellen aan de Kamer voor om huwelijksdwang langs verschillende wegen te voorkomen. Laat we als PvdA en GroenLinks samen deze voorstellen, die nu al een jaar stil liggen, weer oppakken. Inclusief een initiatiefwet om te komen tot een verbod op huwelijksdwang, een verbod op neef-nichthuwelijken. En een verbod op herhaalde importhuwelijken. Dit thema is van ons.

Gerelateerde artikelen