8 minuten

Reactie: Is God wel verdwenen uit Jorwerd?

Op negen oktober reageerden Sophie in ’t Veld en André Rouvoet op de toespraak van Femke Halsema. Rouvoets bijdrage verscheen in de Volkskrant. Hier de reactie van In ’t Veld.

Met het ontstaan van de natiestaten werd de scheiding tussen kerk en staat een feit, en in de jaren zestig hebben we ons definitief bevrijd van de verstikkende bemoeizucht van de kerk. Sindsdien leven we in een moderne, seculiere samenleving, waar religie een strikt particuliere aangelegenheid is. God is verdwenen uit Jorwerd. Kwestie gesloten. Of toch niet?

Met het vraagstuk van de integratie van allochtone Nederlanders is de discussie over vrijheid van godsdienst en de verhouding tussen godsdienstvrijheid en andere grondrechten weer terug van weggeweest.

Femke Halsema stelde terecht in haar lezing op negen oktober dat we kritisch moeten zijn op discriminatie en onderdrukking met de islam als voorwendsel. Omdat moslims als bevolkingsgroep een gediscrimineerde minderheid zijn, hebben we te lang de ogen gesloten voor het feit dat conservatieve moslims op hun beurt vrouwen en homo’s discrimineren, met verwijzing naar hun godsdienst.

André Rouvoet brengt daar tegenin dat de overheid zich niet met interne aangelegenheden van geloofsgemeenschappen moet bemoeien. Dat is volgens hem een schending van de vrijheid van godsdienst.

Bekaaid

Voor mij als liberaal is vrijheid van godsdienst een van de kernvrijheden van onze democratie. In vroeger eeuwen werden mensen automatisch geacht de religie van de heerser van het moment aan te hangen, en velen werden vervolgd om hun geloof. Dat is gelukkig niet meer het geval. Een strikte scheiding van kerk en staat is dan ook een absolute voorwaarde voor daadwerkelijke godsdienstvrijheid.

Godsdienstvrijheid is een individueel recht. Het is het recht om te geloven wat men wil, het geloof publiekelijk te belijden, zich in een gemeenschap te organiseren en eigen leefregels op te stellen. Maar ook het recht van godsdienst te veranderen, een godsdienst af te vallen of juist toe te treden.

Vrijheid van godsdienst betekent niet automatisch respect voor, en aanvaarding van alle opvattingen en regels van godsdienst. Niet alle kritiek op godsdienst is een aantasting van de vrijheid van godsdienst. En critici van godsdienst zijn niet per definitie antiklerikaal.

Niet-gelovigen komen er in de discussie bekaaid vanaf. Ze zijn nauwelijks georganiseerd en hebben nauwelijks een stem in het publieke debat. Misschien moeten we liever spreken van vrijheid van levensbeschouwing dan van godsdienstvrijheid. Als erkenning van het bestaan van grote aantallen niet-gelovigen. Vrijheid van godsdienst betekent immers ook vrijwaring van godsdienst (freedom of/from religion).

Europa wordt meestal beschouwd als het meest geseculariseerde continent ter wereld. Maar in weinig EU-lidstaten is er een volkomen scheiding tussen kerk en staat. De oude verstrengeling van kerkelijk en wereldlijk gezag is in veel landen tot op heden nog voelbaar. Zo is in Groot-Brittannië het staatshoofd tevens hoofd van de kerk en hebben prelaten zitting in het Parlement, hoewel de samenleving zeer seculier is. Aan de andere kant van het spectrum staat Frankrijk, met een zeer strikte scheiding tussen kerk en staat. In de meeste lidstaten hebben kerken een ferme grip op het onderwijs, de zorg- en medische sector, en op de media. Veel landen kennen bijvoorbeeld een systeem van onderwijs op confessionele grondslag. In veel gevallen heeft de katholieke kerk via concordaten officieel zeggenschap over het onderwijs. In Italië leidde de verplichte aanwezigheid van crucifixen in openbare scholen tot een rechtszaak. Maar ook de zorg- en medische sector zijn vaak in handen van religieuze organisaties. Zo is in Duitsland de zieken- en ouderzorg vrijwel volledig in handen van een katholieke en een protestantse organisatie, gezamenlijk de tweede werkgever van Duitsland. Kerken hebben radio- en tv-zendtijd voor het verspreiden van hun boodschap, maar in sommige landen zijn ook kranten voor een groot deel in handen van de (katholieke) kerk. In al deze sectoren hebben religies dus direct en indirect veel invloed.

Europeanen staan weliswaar wantrouwend tegenover politieke leiders die al te publiekelijk gelovig zijn (terwijl ironisch genoeg in de VS een atheïstische president vrijwel ondenkbaar is), toch hebben kerken een grotere invloed op de politiek dan veel mensen zich realiseren. Het Vaticaan heeft een speciale positie, door de sterk gecentraliseerde, hiërarchische organisatie, en de status van land. In het protestantse Nederland, met een paar verlicht katholieke regio’s, wordt vaak ernstig onderschat hoe machtig het Vaticaan nog steeds is.

Met de status van waarnemer is het Vaticaan zeer invloedrijk binnen de Verenigde Naties. In sommige gevallen deelt het Vaticaan een zeer conservatieve agenda met de Organisatie van Islamitische Staten.

In de Raad van Europa manifesteren religies zich ook steeds meer. Zo hield de Orthodox Christelijk Patriarch een homofoob betoog voor de parlementaire assemblee, en leidde een hevige lobby van de pro-life-beweging er onlangs tot een standpunt ter beperking van contraceptie en abortus, ten faveure van religieuze overwegingen.

Ook binnen de EU neemt de politieke invloed van religies toe, ondanks het feit dat de EU als volstrekt seculier project is opgezet. De EU heeft een officiële ambassadeur bij het Vaticaan. In het Verdrag van Lissabon is artikel 17 opgenomen over de dialoog van de EU-instellingen met kerken (en niet-confessionele organisaties, maar die worden door de EU grotendeels genegeerd). Dit wordt aangegrepen voor een jaarlijkse ‘top’ van religieuze leiders met de leiders van de Europese Commissie, Raad en Parlement. De Voorzitter van de Europese Commissie Barroso, heeft een speciaal topambtenaar in dienst voor relaties met kerken. De Katholieke Conferentie van Bisschoppen is een van de machtigste lobbyorganisaties in Brussel, door het Europees Parlement uitgezonderd van de verplichting zich in te schrijven in het lobbyistenregister. Daarnaast heeft het Vaticaan ook via de kansel invloed op katholieke politici, zonodig door te dreigen met excommunicatie als zij standpunten innemen die niet stroken met de doctrine van deze kerk.

Ook andere religies hebben vertegenwoordigers in Brussel, maar zij zijn minder invloedrijk. Hun gezamenlijke invloed kan echter niet worden onderschat. Religie is steeds meer aanwezig in de Europese politiek. Het gaat dan vooral om uiterst conservatieve krachten, want seculiere bewegingen en progressieve religieuze lobby’s worden nauwelijks gehoord. Er ontstaat een Europese pendant van de ‘Religious Right’ in de Verenigde Staten.

Uitstoting

Steeds vaker wordt godsdienstvrijheid opgevat als het recht van een groep om zich te onttrekken aan de wet en de wettelijke grondrechten te omzeilen. Godsdienstvrijheid wordt dikwijls gebruikt als vrijbrief voor discriminatie en onderdrukking, vooral van vrouwen en homo’s, en voor het opleggen van een verwrongen moraal op het gebied van seksualiteit en voortplanting.

De clash tussen godsdienstige voorschriften en seculiere wetten doet zich vrij eenzijdig voor op het terrein van seksualiteit en voortplanting. Er zijn zelden fundamentele conflicten over, pakweg, transportbeleid of industriebeleid. Het gaat over vrouwenrechten, homorechten, en reproductieve rechten en gezondheidszorg (als anticonceptie, abortus, condooms, IVF). Katholieken, protestanten, moslims en joden hebben allemaal gelijksoortige methoden om vrouwen drastisch te beperken in hun bewegingsvrijheid, vaak door sociale druk en een opvoeding waar kinderen met de paplepel krijgen ingegoten dat vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen, en dat het individu ondergeschikt is aan de gemeenschap. En uiteraard is de ondergeschiktheid van de vrouw ‘eigen vrije keuze’. Uit eigen vrije keuze maken ze zich ondergeschikt, zien af van hun rechten, onderwerpen zich aan strenge leef- en kledingregels, gericht op het bewaren van de kuisheid van de vrouw. Maar hoe vrij is de keuze als men van jongs af aan leert dat vrouwen ondergeschikt en homo’s zondig zijn? Hoe vrij is de keuze als de prijs voor het negeren van de regels hoog is, zoals uitstoting of zelfs eerwraak? De ultieme onderdrukking, genitale verminking van meisjes, wordt mede in stand gehouden door vrouwen. Niet ‘vrijwillig’, maar omdat uitstoting uit de gemeenschap nog erger is.

Vrijheid van religie kan ook botsen met vrijheid van meningsuiting. In Nederland bestaat nog steeds een wet op godslastering, hoewel nauwelijks in gebruik. Maar in Ierland werd vorig jaar een nieuwe wet ingevoerd, die hoge boetes of zelfs gevangenisstraf kan opleggen bij godslastering. In een subcommissie van de VN werd een resolutie aangenomen, op initiatief van de OIS, waarin de Lidstaten worden opgeroepen godslastering strafbaar te stellen.

Het dilemma is wat zwaarder weegt bij een botsing van grondrechten, of van een hiërarchie van grondrechten als religieuze geboden en wettelijke grondrechten elkaar uitsluiten.

Het is goed ons te realiseren dat grondrechten zijn bedoeld om de zwakkere te beschermen tegen de sterkere partij. Grondrechten zijn niet bedoeld om de sterkere partij meer middelen te geven om de zwakkere te onderdrukken of beperken. Vrijheid van godsdienst was bedoeld om het individu te beschermen tegen onderdrukking en dwang van een (religieuze meerderheid). Vrijheid van godsdienst is nadrukkelijk niet het collectieve recht van religieuze groeperingen op een uitzonderingspositie ten opzichte van wetten. Religies bepalen ook niet waar de grenzen van de grondrechten liggen.

Daar waar het gaat om publieke taken, of waar publieke middelen worden ingezet, zoals in sectoren als het onderwijs, de rechtspraak, de zorg of publieke omroep, moeten de wet en grondwettelijke bepalingen onverkort worden toegepast.

Grondrechten zijn de fundering van onze democratie. Het is geen toeval dat het gelijkheidsbeginsel vooraan in de Grondwet staat. Alle burgers moeten daadwerkelijk en volledig aanspraak kunnen maken op hun grondrechten. Daarvoor is de minimalistische, passieve aanpak waarbij grondrechten hooguit een juridisch begrip zijn die voor de rechter verdedigd kunnen worden, volstrekt onvoldoende. Gezien de aanzienlijke politieke invloed en macht van religies, en hun invloed op het persoonlijk leven van mensen, moeten in geval van conflict tussen grondrechten en godsdienstvrijheid, de belangen van de zwakkere partij beschermd worden tegen de sterkere. Niet alleen passief in de rechtbank, maar ook actief in beleid.

God heeft nog een pied à terre in Jorwerd, maar ook een herenhuis in Brussel en een paar luxe appartementen in New York, Genève en Straatsburg.

Gerelateerde artikelen