6 minuten

Shell wil wel

Vervuiler vraagt om milieubeleid

Door Milieudefensie wordt Shell aan de schandpaal genageld voor milieuvervuiling. Ondertussen smeken Shell-topmannen de politiek om een harder milieubeleid. Wat wil Shell? Interview met energiedeskundige Aad Correljé.

“Gebruik je winst om je rotzooi op te ruimen”, kopten de paginagrote advertenties van Milieudefensie in de landelijke dagbladen aan het adres van Shell op 1 februari. Elk jaar komt Milieudefensie met een rapport over de door Shell aangerichte milieuschade op de dag dat het bedrijf zijn resultaten over het afgelopen jaar bekendmaakt. Niets meer dan een ‘treitercampagne’, volgens de gratis treinkrant De Pers. De reactie namens het concern was laconiek: lokale milieuproblemen verdienen een lokale aanpak en Milieudefensie is zelf niet ingegaan op de uitnodiging een constructieve bijdrage te leveren aan die lokale aanpak. Voormalig EU-Commissaris Bolkestein sprong in de bres voor zijn oude werkgever en wees in de Volkskrant alle beschuldigingen van de hand: “Milieudefensie zoekt niet de dialoog maar de confrontatie en mist inzicht in de complexiteit van de olie-industrie”, liet hij weten. Shell en Milieudefensie zijn duidelijk geen partners bij de bestrijding van milieuvervuiling.

Toch riep Shell-voorman Jeroen van der Veer in een open brief die eind januari gepubliceerd werd in Financial Times en in NRC Handelsblad de overheid op nu eens te komen met regels voor beperking van de CO2-uitstoot. “Om de markt zijn werk te laten doen, hebben we – paradoxaal genoeg – meer regelgeving nodig”, schreef Van der Veer. Volgens de topman hebben ambitieuze normstellingen, zoals het EU-plan om de CO2 uitstoot met 20 procent te verminderen, zonder dwingende kaders weinig betekenis. “Als die overheden zich niet van hun taken kwijten, mag de samenleving niet verwachten dat het bedrijfsleven het in zijn eentje kan klaren”, schreef Van der Veer. Eerder ondertekende Shell-topman Rein Willems een oproep aan het kabinet om meer prioriteit te geven aan de “bescherming van ons leefmilieu”. Op die oproep en op die van Van der Veer kwam veel kritiek: het bedrijfsleven zou zelf niet genoeg doen om het milieuprobleem aan te pakken.

Niettemin verdienen deze oproepen een nadere beschouwing. Al was het maar omdat ook in de VS grote concerns als BP, General Electric en DuPont hebben gepleit voor het beperken van de CO2-uitstoot. “Er moeten verplichtingen komen zodat er geen twijfel kan bestaan over wat er moet gebeuren, de markt wil weten waar het aan toe is”, stellen zij in een open brief aan de regering-Bush. De vraag naar de waarde van de oproep van de Shell-topmannen en die naar de integriteit van het bedrijf, leggen we voor aan energiedeskundige Aad Correljé, econoom en politicoloog, verbonden aan de Technische Universiteit Delft en het instituut Clingendael. Om te beginnen willen we weten wat de internationale positie is van Shell.

De ontwikkelingen op de energiemarkt zijn heftig met een toenemende vraag naar olie en een mogelijke stagnatie van de productie, stijgende productiekosten, nationalisaties in Venezuela en Bolivia en milieuconflicten zoals in Nigeria. Hoe staat Shell daarin?
Aad Correljé: “Er zijn nog maar een paar grote multinationale oliemaatschappijen over en Shell is daar één van. Deze bedrijven zijn van oudsher de gebeten hond bij geopolitieke en milieuconflicten. Toch zijn zij ook kameleons, ze kijken de veranderende situatie aan en schikken zich dan snel naar de nieuwe politieke verhoudingen. Dat deden ze in het verleden tijdens de dekolonisatie, later ook in de jaren zeventig en ook nu weer in Latijns-Amerika, in Rusland en in het Midden-Oosten. Shell is een pragmatisch bedrijf. Kijk hoe ze met Sakhalin in Rusland zijn omgegaan. Omdat ze zoveel geïnvesteerd hadden in het project, was weglopen geen optie. Door de verkoop van het meerderheidsbelang in het Sakhalin-project lijkt nu een stabiele samenwerking met de Russen mogelijk.

Multinationale bedrijven als Shell, BP en Exxon-Mobile beheersen nog maar 20 procent van de wereldoliereserves. De rest is in de handen van nationale oliemaatschappijen. In olie- en gasrijke landen als Iran, Venezuela en Rusland maken staatsoliemaatschappijen de dienst uit. Het is begrijpelijk dat landen de controle over de eigen voorraden willen. Dat gebeurt in Nederland ook. In het verleden hadden staatsoliemaatschappijen geen toegang tot geavanceerde productie-know how, daarom werkten ze samen met bedrijven als Shell. Tegenwoordig is er meer kennis buiten de grote oliemaatschappijen om beschikbaar. Op zoek naar een andere rol in de olieindustrie richt Shell zijn pijlen nu op moeilijk winbare olievoorraden in de wereld zoals bijvoorbeeld de teerzanden in Canada en de olie- en gasvoorraden in diepe zeeën. Daarvoor zijn nieuwe technologieën nodig en dat vergt grote investeringen die alleen grote oliemaatschappijen als Shell op kunnen brengen.

Op de korte termijn verwacht Shell geen problemen met de olieproductie. Maar de energievraag zal blijven stijgen, ook vanuit India en China. Daarom is de strategie van Shell gericht op die grootschalige en technologisch hoogwaardige projecten. En durft Shell ook politieke risico’s te nemen, door nu bijvoorbeeld in Iran onderzoek te gaan doen naar winning van gas uit de zeebodem. Anderzijds investeert Shell ook in duurzame energie. Maar voor de echte omslag naar duurzame energievoorziening is Shell afhankelijk van maatschappelijk en politiek draagvlak.”

Shell heeft toegang tot de macht in Nederland. Als Shell die strengere milieuregels echt had gewild, dan waren ze er nu toch al. Moet Shell niet meer eigen verantwoordelijkheid nemen?
“We moeten het denken in nationale termen loslaten, want Shell is geen Nederlands bedrijf, het concurreert in een volledig internationale markt. De Nederlandse overheid zou het voortouw kunnen nemen. Als Jeroen van der Veer een dergelijke oproep doet, dan dient de overheid dat serieus te nemen en moet de politiek het durven oppakken. Natuurlijk heeft Shell een stevige lobby. Hun mensen zitten in de innovatieplatforms en de adviesraden. Maar nu is de politiek aan zet. De politiek moet burgers mobiliseren en piketpaaltjes slaan voor de industrie. Alleen roepen dat de vervuiler moet betalen is niet voldoende. Net als bijvoorbeeld bij de ruimtelijke ordening en sociaal-economische verhoudingen moet de overheid kaders durven stellen. Milieubewustzijn moet als publieke waarde worden uitgedragen. Het gaat om bewustzijnsverandering. Vervolgens zal de energiesector zich dan wel aanpassen.

Maar je kunt niet verwachten dat Shell uit zichzelf voor de troepen uit gaat lopen. Jeroen van der Veer moet aandeelhouders tevreden stellen, kan consumenten niet te hoge prijzen rekenen en Shell internationaal laten concurreren met de andere oliemaatschappijen. Dáár wordt Shell immers mee vergeleken. Overheden moeten daarom een dergelijk signaal van Shell wel degelijk serieus nemen. Om de ontwikkeling van nieuwe technologieën mogelijk te maken, moeten mensen gaan accepteren dat ze misschien meer moeten gaan betalen voor energie. Daar heeft Shell de overheid bij nodig. Maar niet alleen de Nederlandse overheid. Regelgeving moet op supranationaal niveau plaatsvinden.”

Heeft zo’n rapport en campagne van Milieudefensie wel zin? Schiet Milieudefensie niet haar doel voorbij?
“Shell moet daar tegen kunnen. Een organisatie als Milieudefensie is de luis in de pels van de oliemaatschappijen en de overheid. De campagne van Milieudefensie is misschien voorspelbaar, maar er wordt een groep mee bereikt die zich door die stijl aangesproken voelt. Binnen de milieubeweging heb je verschillende organisaties die allemaal hun eigen rol spelen. Die hanteren andere stijlen, maar ook de achterbannen van Natuurmonumenten en bijvoorbeeld de ANWB moeten bereikt worden. De film van Al Gore bleek ook effectief in dit opzicht. Maar er is een missing link: de beleidsmakers en de overheid worden er niet mee bereikt. De overheid moet uiteindelijk de voor iedereen geldende kaders durven stellen. Dat kun je niet afschuiven op het bedrijfsleven.”

Met dank aan Nienke Poortvliet.

Gerelateerde artikelen