7 minuten

Stemmen aan de rand

Electorale gevolgen van krimp

Krimp roept emoties op: het veroorzaakt gevoelens van wrok en achtergesteld zijn. In het stemhokje leidt dat tot hoge scores voor protestpartijen. De gangbare reflex in het egalitaire Nederland is om het protest serieus te nemen en weer geld uit te delen aan de ‘zwakkere’ gebieden. Er moet echter niet worden geïnvesteerd in krimpgebieden, maar in de duurzame en dynamische metropool.

De tegenstelling tussen groei en krimp is ook een electorale. Steeds meer zien we een tweedeling tussen een open, vrijzinnige, nieuwsgierige stroming die gericht is op vooruitgang, tegenover een monoculturele, conservatieve, rancuneuze en meer gesloten cultuur die gericht is op behoud. Partijen als PvdA en VVD werden tijdens de Europese verkiezingen aan twee kanten leeggezogen; op de ene plek door GroenLinks en D66, elders door SP en PVV. De eerste stroming bevindt zich vooral in groeiende, de tweede in stagnerende gebieden. Je zou kunnen zeggen: de bekrompenheid bevindt zich in de krimpgebieden. Proteststemmers op SP en PVV wonen vooral aan de randen van de steden, de randen van de Randstad en de randen van het land. De scores van deze twee partijen vallen hier vaak samen, zoals in Heerlen waar de SP in 2006 31,7% behaalde en de PVV in 2009 26,3%. Het gaat om krimpende plattelandsregio’s, zoals Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en Oost-Groningen en om steden en regio’s waar hele industrietakken zijn verdwenen of getransformeerd, zoals Rotterdam, Heerlen, Oss, Vlissingen, West-Brabant, Delfzijl en de Zaanstreek. Maar ook naoorlogse steden en woonwijken die een proces van sociale daling meemaken en op de nominatie staan om te gaan krimpen, zoals Almere, Hellevoetsluis en Spijkenisse.

Gemopper

In deze gebieden woont vooral de lagere middenklasse; de kinderen krijgen er een slechtere opleiding dan hun ouders, de huizenprijzen dalen en elke dag staat men in de frustrerende file naar ver weg gelegen werkplekken. Nergens daalde de VVD, groeipartij bij uitstek, zo hard ten voordele van de PVV, als in deze ‘groeikernen’.

Opvallend is dat de proteststemmen vaak komen van perifere plekken waar de overheid in het verleden bewust ontwikkeling op gang probeerde te brengen. De verwachtingen waren destijds tot in de hemel gestegen en welvaart en groei zouden elke uithoek van het land bereiken. Het motto van Den Uyl was ‘spreiding van kennis, inkomen en macht’. Tot ergens in de jaren zeventig kon de overheid daadwerkelijk sturing geven aan dergelijke economische en geografische processen. Maar daarna raakte de sturing in het slop, door wereldwijde economische veranderingen, door links onvermogen en hernieuwde rechtse wilsvorming. Er volgde een economische transformatie naar een postindustriële maatschappij. De industrie trok weg naar lagelonenlanden en kennis, innovatie, toerisme, financiën en andere diensten werden belangrijker. De werkgelegenheid in perifere steden als Emmen en Delfzijl en groeikernen als Almere en Lelystad kwam maar moeizaam op gang. Oudere industriesteden, waar sectoren als scheepsbouw, mijnen en textiel onderuit gingen, kregen het moeilijk en konden de slag naar de nieuwe economie niet maken. Werknemers verdwenen massaal in de WAO. De verplaatsing van rijksdiensten (KPN naar Groningen, CBS naar Heerlen) bracht ook geen verbetering en leidde tot inefficiëntie. De resultaten van de spreiding vielen tegen, de belofte van sociale stijging werd gebroken, en de bevolking raakte gefrustreerd. Mensen voelen zich overvallen door processen als globalisering, migratie, Europese eenwording, urbanisatie en de diplomademocratie. Gedreven door gevoelens van wrok stemt men op partijen als SP en PVV. Niet voor niets pretenderen zij te doen wat de PvdA op deze plekken heeft beloofd. De frustratie neemt nog verder toe wanneer door krimp en vergrijzing allerlei voorzieningen verdwijnen en de levendigheid afneemt. Vervolgens rekent men op de overheid, die te hoge verwachtingen heeft gewekt. De beloften van gelijkheid, maakbaarheid, sociale stijging en spreiding waren echter niet realistisch en veroorzaken nu het protest. Waar elders in de wereld ambitieuze mensen, rijk en arm, naar de steden trekken, ontstaat er in Nederland gemopper en stagnatie en verwacht men voor elke verandering ‘compensatie’. Terwijl het ook anders had kunnen lopen. Met een meer dynamische en emanciperende arbeidsmarkt, een actiever sociaal stelsel en minder beloften, hadden mogelijk duizenden ontslagen mensen een nieuw leven kunnen beginnen in de Randstad. Wie weet kende Amsterdam dan naast Chinatown ook wel een ‘Limbotown’. En stonden er in Heerlen nu blinkende migrantenvilla’s, zoals we die ook in Marokkaanse dorpen zien, in plaats van verpauperde WAO wijken waar men mopperend de verandering gadeslaat.

Jaloezie

Tegenover de krimp staan ook gebieden waar groei plaatsvindt. De vooruitgang manifesteert zich vooral rond Amsterdam en Utrecht, dé brandpunten van kennis, innovatief ondernemerschap, tolerantie, handelsgeest, nieuwsgierigheid en kosmopolitisme. Er loopt een ‘green belt’ van Alkmaar naar Nijmegen, een groen woongebied met succesvolle steden en veel GroenLinks stemmers. VVD en D66 doen het hier eveneens goed. Ook minder welvarende lager opgeleide mensen stemmen in dergelijke steden eerder optimistisch progressief dan in stagnerende gebieden. Het is de hoop versus de angst. Ofwel: mensen kunnen beter in een groeigebied wonen. In een gebied met een hoge dichtheid en een sterke functiemix is de sociale mobiliteit groter. Er zijn meer kansen qua werk, ondernemerschap en intellectuele ontwikkeling en men is weerbaarder bij verandering. Voor laagopgeleiden is er altijd wel weer nieuw werk in de diensteneconomie, terwijl zij in de periferie afhankelijk waren van één baan voor het leven, die verdween. Een sterke Randstad kan bovendien de concurrentie aan in een wereld waarin het steeds meer draait om megasteden en stedelijke regio’s. Nederland zal zich dan ook moeten richten op metropoolvorming, waarbij Amsterdam met kop en schouders boven de rest uitsteekt en het centrum is van een bloeiende stedelijke regio. Dit zal leiden tot jaloezie elders. Zo zien we dat de rest van het land weinig geneigd is nog een cent te betalen voor het debacle van de Noord-Zuidlijn, terwijl die lijn wel naar die ene vierkante kilometer loopt (de Zuidas) waar ons nationale geld wordt verdient. Juist in de groeigebieden moet geïnvesteerd worden om de groei goed te faciliteren, zoals ook Maarten van Poelgeest, GroenLinks-wethouder in Amsterdam, eerder in De Helling betoogde. Het is ook van belang te investeren in de randgebieden bij steden en ze bij de groei-as te betrekken. Voorkomen moet worden dat ze verder afglijden. Regel dus snel een metro naar Almere, liever dan een buurtbus naar het leeglopende Groningse Ganzedijk. Ontwikkel kwaliteit en bereikbaarheid, zodat mensen niet weer verder trekken. Want er tekent zich al weer een nieuwe ring van suburbs af, die de probleemwijken van de toekomst zullen worden. Dan gaat het om plaatsen als Kampen, Tiel, Geldermalsen en Nijkerk.

Een nieuwe ronde van spreiding en investeringen in de krimpgebieden moet al helemaal voorkomen worden. Dat zal alleen maar leiden tot nieuwe krimp en teleurstelling in de toekomst en verzwakt het land. Het is bouwen voor de leegstand. Binnen de regio’s moet men zich slechts richten op de meest dynamische, aantrekkelijke en bereikbare stad. Groningen, Breda en Maastricht kunnen nog wel groeien.

Laat groei plaatsvinden op de meest logische plek, niet om ergens tegen beter weten in werkgelegenheid te brengen. Veel perifere steden zijn er ook niet mooier op geworden in hun drang naar vooruitgang. Elke keer verzint een stad als Den Helder weer een nieuw prestigeproject om zichzelf ‘op de kaart te zetten’, en elke keer wordt men teleurgesteld, want het zit er gewoon niet in. Intussen raakt de bevolking steeds gefrustreerder. Ook hier scoorde de PVV en werd TON tweede partij in de raad. Veel beter zou zijn te richten op kleinschalige kwaliteit. Breek flats af, bouw streekgebonden huizen terug en benut de mooie locatie. Beperkte investeringen in krimpgebieden moeten zich slechts richten op kwalitatieve afbouw, niet meer op groei. Nu concurreren gemeenten elkaar nog kapot. Overal wil men ‘randstedelingen’ trekken; alsof het gaat om een onuitputtelijke stroom mensen uit een poel van verderf. Tekenend is de mislukte ‘Blauwe Stad’ in Oost-Groningen. Waarom zou je aan een kunstmatig meer in de Groningse klei gaat zitten, als op een kwartier fietsen van het Amsterdamse centraal station het mooiste authentieke waterland van Nederland ligt? Nederland moet de Randstad en dan vooral Amsterdam op waarde schatten en durven te versterken, ook als dat ten koste gaat van de rest. Met kwalitatieve verdichting, verbeteringen in de infrastructuur en een mobiele arbeidsmarkt. Met een veelzijdig cultureel leven en grote diversiteit aan woonmilieu’s. Kies voor een mooie, duurzame, dynamische en groene metropool. Dat is veel beter dan investeren in de krimp, want elke nieuwbouw in de periferie zal leiden tot nieuwe gekrompen steden met bekrompen proteststemmers.

Gerelateerde artikelen