8 minuten

Vakbondswerk onder migranten in Spanje en Frankrijk

Overal in Europa plukken immigranten de tomaten in de kassen en steken de asperges op de velden. Vaak voor een hongerloontje en in omstandigheden die bijna 19e-eeuws aandoen. Moeizaam komt het vakbondswerk onder deze groep op gang. Een verslag van de situatie in twee Europese tuinbouwgebieden.

Veertig jaar geleden was het stadje El Ejido in de Spaanse provincie Almeria één van Spanje's armste plaatsen; een groot deel van de inwoners zag zich gedwongen te emigreren om elders een bestaan op te bouwen. Vandaag de dag is El Ejido de op drie na rijkste stad in Spanje en bestaat een groot deel van de bevolking in de omgeving uit arme immigranten. Zonder hen is dit economische wonder ondenkbaar. Tienduizenden legale en illegale migranten werken voor korte periodes in de plastic kassenzee in Almeria, waar per jaar zo'n drie miljoen ton groente wordt geproduceerd voor heel Europa – met name Duitsland, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Het werk is slechtbetaald en zwaar: de temperatuur in de kassen kan oplopen tot 50°C en er is geen bescherming tegen het veelvuldige contact met pesticiden. Een arbeidscontract komt er zelden aan te pas; de migranten krijgen tussen de 20 tot 35 euro per dag. Geen wonder dat ook hun huisvesting miserabel is: ze wonen in oude verlaten boerderijen of in zelfgemaakte hutten van hout en plastic.

Almeria is een van de belangrijkste plekken waar illegale migranten Europa binnenkomen. Het is slechts enkele kilometers van de Marokkaanse kust verwijderd. Wie het lukt de Middellandse zee over te steken en bereid is de slechte arbeidsvoorwaarden te accepteren, heeft een goede kans werk te vinden in het gigantische kassengebied, dat 35.000 hectare beslaat en waarschijnlijk de grootste concentratie van groenteproductie 'onder plastic' ter wereld is. De meeste migranten zien de regio als een springplank en verlaten het gebied zodra ze een werkvergunning bemachtigd hebben. Hun plaats wordt onmiddellijk door nieuwkomers ingenomen.

De Spaanse bevolking heeft over het algemeen weinig op met de migranten. Na de moord op een jonge vrouw kwamen in 2000 de onlustgevoelens tot uitbarsting. Inwoners van El Ejido trokken er met stokken en stenen op uit. Ze sloegen winkels kapot en vielen Marokkaanse migranten aan. Er vielen gewonden en sommige illegale immigranten zijn sindsdien niet meer gezien. Niemand weet waar ze zijn of wat er met hen is gebeurd. Dergelijke aanvallen komen – zij het niet meer op zo grote schaal – nog steeds met enige regelmaat voor. Afrikaanse migranten wordt de toegang tot winkels, bars en restaurants ontzegd of moeten dubbele prijzen betalen. Van de plaatselijke politie hoeven ze geen steun te verwachten, die greep niet in tijdens de rellen en treedt  intimiderend op tegenover migranten.

De tuinders zijn aangewezen op de goedkope arbeid, omdat zij de groente alleen tegen zeer lage prijzen kunnen verkopen. Ze zijn uitgeleverd aan supermarktketens die een bijna onbeperkte macht hebben: in veel landen controleren zij gezamenlijk ruim 80% van de markt. De leveranciers zijn de dupe van de prijzenoorlog die zij met andere supermarkten voeren in de strijd om de klant. Boeren en tuinders moeten snel en prompt op orders reageren – anders gaat de supermarkt naar een ander. Hierdoor hebben ze vaak onverwacht extra mensen nodig, soms maar voor een paar uur. Dit maakt het aanstellen van vast personeel onmogelijk. De tuinders kunnen alleen overleven door geld te sparen op het enige terrein waarover ze controle hebben: de lonen.

SOC

Vlak na de rellen organiseerden de migranten in El Ejido een algemene staking die het werk voor meerdere dagen lam legde: de bedrijfsleiders en lokale bestuurders zagen zich gedwongen een overeenkomst af te sluiten, waarin zij toezegden huisvesting en arbeidsomstandigheden te verbeteren. Deze overeenkomst is echter nooit gerespecteerd en algemeen worden de rellen nu gezien als een overwinning voor de reactionaire en racistische krachten in de provincie. Dit was aanleiding voor de SOC, Sindicato de Obreros del Campo, de migranten steun aan te bieden. De kleine vakbond werd 30 jaar geleden opgericht om de rechten van arme Spaanse dagloners in Andalousië – de streek waarin de provincie Almeria ligt – te verbeteren, daarbij gebruik makend van de ervaringen in het illegale verzet tijdens het op dat moment zojuist beëindigde regime van generaal Franco.

Het organiseren van de migranten is extreem moeilijk: ze komen uit verschillende landen, er is sprake van onderlinge concurrentie en iedereen vertrekt zodra hij maar kan. De arbeiders zonder papieren vrezen arrestatie en uitzetting. Ook is er gebrek aan ontmoetingsruimtes: men leeft tussen de kassen verspreid over een groot gebied, ver van de stad met zijn moderne communicatiemiddelen.

De SOC heeft drie vaste stafleden aangesteld in Almeria, twee van Marokkaanse en één van Senegalese afkomst, om de organisatie enige continuïteit te geven. Alle drie hebben zelf jarenlang in de kassen gewerkt en kennen de situatie van binnenuit. Ze protesteren wanneer er problemen op de werkvloer zijn, helpen de onverzekerde arbeiders wanneer ze ziek worden door de pesticiden en vullen papieren in zoals verzoeken tot legalisering en werkvergunningen. Ook doen ze aangifte wanneer er sprake is van fysiek geweld tegen immigranten en staan ze hen juridisch bij. 

Terwijl de grote vakbonden in Spanje – die zich niet bezighouden met de rechten van migranten op de werkvloer – financiële steun krijgen van de regering, wordt de SOC gemarginaliseerd en tegengewerkt door de lokale autoriteiten. Medewerkers worden regelmatig bedreigd. Desondanks breidt de SOC zijn werk in Almeria uit. Twee nieuwe vakbondscentra zijn geopend in El Ejido en San Isidro, waardoor ook  arbeiders ver van de stad in staat gesteld worden elkaar te ontmoeten en acties te organiseren. 

Bouches-du-Rhône

De groente- en fruitproductie in Zuid-Frankrijk is in grote mate vergelijkbaar met die in Almeria. Het grote verschil is dat de meeste migranten over de juiste papieren beschikken en een contract voor circa 8 maanden per jaar hebben. Zij komen voornamelijk uit Marokko en kunnen gedurende 25 jaar elk jaar een contract krijgen, maar geen verblijfsvergunning. Hoewel ze in Frankrijk sociale lasten betalen, zijn de pensioenen en uitkeringen die ze ontvangen gebaseerd op de Marokkaanse standaard, die ruim vijf keer lager is dan de Franse. In andere Europese landen bestaan vergelijkbare contracten die overduidelijk bedoeld zijn om permanente vestiging te voorkomen.

Omdat de werkgevers kunnen kiezen wie ze aanstellen, is er weinig protest tegen misstanden zoals onbetaalde overuren, slechte accommodatie en werkomstandigheden. De manier waarop de contractarbeiders behandeld worden, verschilt nauwelijks van die van illegale werknemers. Wie klaagt, verspeelt zijn kans om het volgend jaar weer een contract te krijgen.

Desondanks heeft een groeiend aantal contractarbeiders de laatste jaren een proces aangespannen tegen hun werkgevers met hulp van CODETRAS, Collectif de défense des travailleurs étrangers dans l'agriculture des Bouches-du-Rhône, een uniek netwerk van vakbonden, een progressieve boerenbond, mensenrechtenorganisaties en advocaten. CODETRAS is erin geslaagd de aandacht van de lokale en nationale media te krijgen. In de zomer van 2005 werden voor het eerst successen geboekt toen één van Frankrijks grootste perziktelers na een staking gedwongen werd achterstallige lonen te betalen. Op dit moment lopen er meer dan 100 rechtszaken. Via legale actie probeert CODETRAS aan te tonen dat het werk niet als seizoensarbeid beschouwd kan worden en dat de tijdelijke contracten daarom onrechtmatig zijn. Tegelijk stelt men dat het huidige systeem gelijk staat aan een moderne vorm van slavernij.

Anders dan in Almeria is in het Rhônegebied geen sprake van zelforganisatie van de migranten. Maar dat zou weleens kunnen veranderen, nu onlangs een gerechtelijke uitspraak heeft geleid tot de verstrekking van een verblijfsvergunning aan een Marokkaanse contractarbeider. In de hoop op een precedentwerking stonden er deze zomer al rijen migranten voor Franse rechtswinkels. CODETRAS is druk bezig met het organiseren van de noodzakelijke steun.

Tegenstellingen 

De scherpe immigratiepolitiek zorgt er, samen met de ineffectieve politiecontrole aan de grenzen en het openstellen van de markt voor beperkte aantallen arbeidsmigranten, voor dat de noodzakelijke mix beschikbaar is van illegale en legale arbeiders die bereid zijn te werken onder miserabele omstandigheden. Zonder hen kan het huidige productiesysteem in de tuinbouw niet functioneren. De concurrentie is moordend en leidt tot een concentratie van industriële landbouw in slechts enkele en steeds minder Europese regio's. In de toekomst zullen gebieden als Almeria ook nog eens moeten concurreren met producten uit Noord-Afrika. In de regio van de Bouche-du-Rhône is 40% van de tuinders de laatste tien jaar failliet gegaan.

Zelfs als het organisaties als de SOC en CODETRAS lukt de arbeids- en woonomstandigheden van de migranten te verbeteren, dan nog moet je grote vraagtekens zetten bij deze wijze van produceren. Het is slecht voor de boeren en het milieu, en het geproduceerde voedsel is van slechte kwaliteit. Veel consumenten kopen eenvoudigweg de goedkoopste paprika's en tomaten – liefst het hele jaar door – en zijn zich niet bewust van de sociale omstandigheden waarin hun groente en fruit worden geproduceerd. Kleine boeren in zowel Europa als de herkomstlanden van de migranten gaan failliet en met hen verdwijnen traditionele groente- en fruitrassen van hoge kwaliteit. Een kleinschaliger vorm van landbouw zou meer kwaliteit leveren, de arbeidsintensieve productiesystemen verminderen en daarmee de inzet van slechtbetaalde, rechteloze migranten overbodig maken.

De huidige praktijk is echter een andere. Patrick Taran, migratiespecialist van de ILO, de International Labour Office spreekt van “de welwillende tolerantie van sommige staten ten aanzien van slechte werkcondities en ongereguleerde situaties die illegale arbeid aantrekken. In sommige landen lijkt deze tolerantie onderdeel van het officiëele beleid, met de bedoeling in de marges van de legaliteit economische activiteit toe te staan die voor werk en exportproducten zorgen.”

Een dergelijke situatie heeft niet alleen gevolgen voor arbeidsmigranten. Er dreigt een nieuwe klasse van tijdelijke werknemers te ontstaan, bestaande uit migranten en autochtone inwoners die elkaar afwisselen in een soort permanente molen die draait om het overleven. En dat niet alleen in de land- en tuinbouw, maar in vele andere economische sectoren.

Literatuur:

- Z.B. El Ejido. Anatomie eines Pogroms. Bericht einer Delegation, Europees Burgerforum, Basel 2000 (ook in het Frans verkrijgbaar).
- Le goût amer de nos fruits et légumes, Europees Burgerforum / l’Association pour un nouveau développement, Limans/Basel/Corenc 2002 (ook in het Duits verkrijgbaar).

Gerelateerde artikelen