15 minuten

Van Koude Oorlog naar humanitaire interventie

GroenLinks heeft vanaf het begin hevig gedebatteerd over buitenlandse interventie. In het begin  volgde de partij het denken uit de Koude Oorlog, maar stap voor stap werd dat ingeruild voor een visie die interventie om humanitaire reden omhelst. Verslag van een ontwikkelingsgang.

Een jaar na het einde van de Koude oorlog werd GroenLinks officieel opgericht, maar in het voorjaar van 1989, toen GroenLinks daadwerkelijk tot stand kwam, stond de Berlijnse muur er nog. De Koude Oorlog speelde dan ook aanvankelijk een dominante rol in het denken over vrede en veiligheid binnen GroenLinks. In feite bestond er tot 1990 een bevroren wereld, met bevroren conflicten, waarbij ingrijpen ondenkbaar was. Zou het Westen ingrijpen, dan zouden de Russen immers hun nucleaire arsenaal in stelling brengen en vice versa. Vandaar dat de frustraties hoog waren toen bijvoorbeeld in 1968 in Praag de Tsjechen, toen nog de Tsjecho-Slowaken, in opstand kwamen tegen de Russen. Iedereen wilde hen wel steunen, maar omdat het aan de andere kant van het IJzeren Gordijn gebeurde, was ingrijpen ondenkbaar. Datzelfde gold voor de oorlog tussen Irak en Iran van 1980 tot 1988 waarin naar schatting twee miljoen doden vielen. Het Westen steunde het Irak van Saddam, omdat het Iran van Khomeini nog minder werd vertrouwd. De Navo in het Westen en het Warschaupact in het Oosten hielden elkaar in een houdgreep, niet in de laatste plaats door hun kernwapens. Die kernwapenstrategie was een belangrijke reden voor het anti-Navo standpunt van de PSP, de CPN en de PPR. Niet lang na de grote kernwapendemonstraties in de jaren tachtig werd GroenLinks geboren. In de partijen die GroenLinks vormden dacht men al circa dertig jaar als volgt: de Navo is niet onze Navo. Kernwapens willen we niet. Ingrijpen wilden we af en toe misschien wel, maar dat kon niet.

Omslag

In 1990 begint de wereld te ontdooien en dat krijgt een grote invloed op het denken van GroenLinks. Al meteen in augustus 1990 is er de inval van Irak in Koeweit: de eerste Golfoorlog is een feit. Een paar maanden later vallen Westerse troepen, onder VN-mandaat en gesteund door onder ander Egypte,  Irak aan in Koeweit. Tegen die operatie was GroenLinks fel gekant. Ik ben zelf nog, ik durf het amper te bekennen, voorzitter van het anti-golfoorlogcomité geweest. De algemene gedachte was dat die oorlog werd gevoerd om de oliebelangen van Amerika veilig te stellen, niet vanwege mensenrechten. Eerlijk gezegd denk ik dat deze oorlog nog te vroeg kwam voor GroenLinks om toen al een nieuw standpunt over ingrijpen en humanitaire interventie te hebben.

Maar de eerste echte omslag kwam redelijk snel daarna. Na de bevrijding van Koeweit begon het optreden van Saddam Hussein steeds problematischer te worden. De in Noord-Irak levende Koerden steunden de inval in Koeweit en werden nu door Saddam bedreigd. Toen deed het Westen iets nieuws: het stelde een no-fly zone in. Het was een van de lange tijd ongebruikte instrumenten die na de Koude Oorlog opeens beschikbaar kwamen voor de internationale gemeenschap. De Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië garandeerden dat er vanaf een bepaalde hoogte- en breedtegraad niet gevlogen mocht worden, zodat de Koerden daar niet gebombardeerd konden worden. Met militaire middelen werd een soort bestand afgedwongen: Saddam werd op afstand gehouden. Het nog maar net opgerichte GroenLinks, dat van oudsher weinig op had met militair optreden, dat tegen de Navo was, moest een besluit nemen. En ondanks enige twijfel, werd besloten om die militair afgedwongen no-fly zone te steunen. De redenen waren humanitair: de Koerden vroegen er om en het gevaar dat ze door Saddam zouden worden uitgeroeid, was niet denkbeeldig. Dat was voorjaar 1991.

Dan ontstaat er een tweede conflict. Dit heeft naar mijn mening uiteindelijk geleid tot een fundamentele verandering in het denken van GroenLinks. We schrijven juni 1991 en Joegoslavië begint uit elkaar te vallen: Slovenië en Kroatië verklaren zich onafhankelijk, waarna er in het najaar oorlog uitbreekt tussen Servië en Kroatië. De stad Vukovar wordt met de grond gelijk gemaakt door de Serven. De beelden gingen de hele wereld over: voor de ogen van Europa werd een hele stad aan puin geschoten, met duizenden slachtoffers als gevolg. De Europese Unie wist niet wat te doen, de hele wereld wist eigenlijk niet wat te doen. Ook GroenLinks wist niet goed wat ze met de situatie aanmoest: moet er ingegrepen worden? Zo ja, hoe? Onder wiens vlag moet dat dan gebeuren? Uiteindelijk werd er niet ingegrepen.

Twee maanden later, in december 1991, stelde GroenLinks haar eerste beginselprogramma vast. De buitenlandparagraaf onder het kopje ‘Vrede en veiligheid’ is een tamelijk onschuldig pleidooi voor een geweldloze vredespolitiek en, en dat is opvallender, voor steun aan veel pan-Europese niet-militaire organisaties zoals de OVSE, de organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de Raad van Europa en de VN. Op die organisaties vestigde GroenLinks zijn hoop als het gaat om gewapende conflicten. Er lagen nog andere voorstellen op tafel, maar het congres was zeer rumoerig en kwam er niet uit; na twee dagen vergaderen werd uiteindelijk besloten om uitspraken over vrede en veiligheid uit te stellen. De partij gunde zichzelf nog een jaar tijd om naar een compromis te zoeken tussen de radicale en pragmatische voorstellen over vrede en veiligheid. In oktober 1992 worden een aantal stellingen toegevoegd die een eerste doorbraak laten zien in wat GroenLinks nu wel of niet bereid is te accepteren. Er wordt gesteld dat het bewaken van de vrede, peacekeeping, na een conflict acceptabel is wanneer het onder VN-vlag gebeurt. Voor het eerst wordt hier geaccepteerd dat er soms militaire middelen nodig zijn om de vrede te handhaven na afloop van een conflict, of voordat een conflict losbarst. Peacekeeping mag. En ook peace-enforcing, dat wil zeggen dat je gewapenderwijs vrede afdwingt, mag ook onder bepaalde omstandigheden. Met name het voorkomen van genocide wordt als een voorwaarde genoemd. Twee jaar na het ontstaan van GroenLinks werd erkend dat een totaal geweldloze vredespolitiek wel wenselijk is, maar niet altijd haalbaar. De Navo wordt in dezelfde uitspraak nog altijd niet geaccepteerd: die moet worden opgeheven. Eigenlijk is hier sprake van een vreemde contradictie, want de Navo is de enige organisatie die een opdracht van de VN tot peacekeeping zou kunnen uitvoeren. Hier klonk nog een echo uit het verleden.

Zeer opvallend is ook dat er een vernieuwende visie gegeven wordt op de rol van het leger, in een tijd dat Nederland nog een dienstplichtig leger heeft. Dat wordt na de Koude Oorlog overbodig geacht. We moeten de dienstplicht afschaffen en omschakelen naar een klein, professioneel leger met als belangrijkste taak optreden in vredesmissies, aldus de tekst uit 1992. Achteraf gezien toont GroenLinks hier een vooruitziende blik op de ontwikkeling van conflicten en de rol van legers.

Deze uitspraken worden aangenomen met meerderheden van 60 procent voor, 40 procent tegen. Er is nog altijd veel verzet tegen de erkenning dat militair optreden soms noodzakelijk is.

Dit nooit meer

Intussen gaat het conflict in Joegoslavië door. Dat concentreert zich dan niet meer in Kroatië, maar is verschoven naar Bosnië-Herzegovina, waar tussen 1992 tot 1995 een burgeroorlog woedt. Naar schatting komen daarbij tweehonderdduizend mensen om het leven. De Bosnische Serviërs jagen de Moslims en de Kroaten weg en die doen, als ze de kans krijgen, hetzelfde in gebieden waar de Bosnische Serviërs de meerderheid vormen. Etnische zuivering is het woord van die dagen. Er kwamen beelden van kampen: vermagerde gevangenen die tegen prikkeldraad aanstonden. De herinnering aan de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog werd door die beelden gewekt. En dan waren er de beschietingen van Sarajevo: de hoofdstad van Bosnië ligt in een dal en werd vanuit de heuvels beschoten door sluipschutters en door grof geschut. Mensen konden hun eigen straat niet meer oversteken zonder gevaar voor eigen leven. Die beelden werden ons bijna dagelijks voorgeschoteld en velen zullen ze ook vandaag nog op hun netvlies hebben staan. Niemand wist wat er aan gedaan moeste worden. De Europese Unie was totaal verdeeld: Duitsland wilde één ding, Frankrijk wilde een ander, Groot-Brittannië wilde weer wat anders, maar er gebeurde niets en de oorlog ging maar door. Uiteindelijk hebben de Verenigde Staten in 1995 ingegrepen: ze bombardeerden de stellingen rond Sarajevo, waardoor de Bosnische Serviërs zich terugtrokken.

Het algemene gevoel na deze drie jaar was: Dit nooit meer! Het kan niet zo zijn dat we in een vreedzaam Europa leven na de val van de Muur en dat op de deurmat van Europa mensen elkaar afmaken, dat er concentratiekampen zijn zoals vijftig jaar geleden: dat mogen we nooit meer accepteren.

Dat gevoel werd nog versterkt door de gebeurtenissen in de zomer van 1995 in Srebrenica. Het kampement van de VN waar veel Bosnische mannen, vrouwen en kinderen hun toevlucht hadden gezocht. De VN-troepen – op dat moment Nederlandse soldaten – waren klein in aantal, maar wekten desondanks de indruk dat ze de mensen in dat kamp zouden beschermen. Toen rukten de Bosnische Serviërs onder leiding van generaal Mladic naar Srebrenica op; de Nederlandse troepen vroegen om luchtsteun om die troepen te bombarderen, maar kregen die niet en uiteindelijk werden mannen en vrouwen gescheiden en werden 8000 mannen en jongens koelbloedig vermoord. In dezelfde tijd speelde zich in Afrika eveneens een drama af. In 1994 breekt in Rwanda een buitengewoon bloedige burgeroorlog uit tussen de Tutsi’s en de Hutu’s. In een paar maanden tijd worden achthonderdduizend mensen omgebracht. Aanwezige VN soldaten staan machteloos en vluchten.  In korte tijd werden in de wereld enorme aantallen mensen omgebracht terwijl de internationale gemeenschap werkeloos toekeek. Dit heeft grote invloed gehad op de standpunten van GroenLinks, net als op andere partijen en internationale organisaties.

In 1999 wordt dit zichtbaar. Sinds een paar jaar wordt er niet meer gevochten in Bosnië, maar dan laait het conflict weer op in Kosovo. Serven proberen de Kosovaren, een overwegend Albanese meerderheid in het zuiden van Servië, massaal te verdrijven. Ze schrikken daarbij niet terug voor moordpartijen. Er vielen ongeveer tienduizend doden. Er kwamen beelden van chaotische taferelen aan de Kosovaars-Macedonische grens, waar honderdduizend Kosovaren door de Serven uit hun eigen land verdreven worden. Er onstaat een enorme discussie in de VN, maar de VN is verlamd: de Russen en Chinezen (niet toevallig de tegenstanders uit de tijd van de Koude Oorlog) zijn tegen en er is dus ook geen VN-uitspraak die ingrijpen legitimeert. Maar dan begint het kwade geweten van Europa en de wereld op te spelen. De Navo wil ook zonder VN-mandaat ingrijpen. Na Bosnië en Rwanda kunnen we niet accepteren dat er opnieuw tienduizenden doden vallen terwijl we dat zouden kunnen voorkomen. In maart en juni wordt eerst Kosovo gebombardeerd, en later ook delen van Servië, om de Serven te dwingen de verdrijving van de Kosovaren te stoppen.

Binnen GroenLinks leidt dit tot een buitengewoon heftig debat. De ene helft zegt: “ja, na Bosnië en Rwanda moeten we deze keer wel ingrijpen” en de andere helft zegt “er ligt geen VN mandaat en we vertrouwen de Navo niet. Bovendien gaat er zoveel meer kapot dan alleen militaire Servische doelen: dit kunnen we niet voor onze rekening nemen.” Uiteindelijk kiest de meerderheid van GroenLinks ervoor om de bombardementen toch te steunen. De Duitse Groenen voeren op dat moment precies hetzelfde debat. Joska Fischer, dan zo’n half jaar minister van Buitenlandse zaken, moet de verantwoordelijkheid nemen: Fischer is voor Duitse steun aan de Navoactie. Daarop wordt hij heftig aangevallen in zijn eigen partij, waarbij Fischer door zijn eigen partijgenoten met verf wordt bekogeld. Maar Fischer houdt voet bij stuk en Duitsland doet mee aan de operatie. En ook Nederland doet mee, mét steun van GroenLinks. Het is de eerste militaire interventie, én het eerste Navo-optreden dat GroenLinks steunt.

Na elf september

De veranderingen in de wereld gaan door en GroenLinks verandert mee. Na de aanslag op de Twin Towers in  2001, besluiten de Verenigde Staten om Afghanistan binnen te vallen, dat al jarenlang fungeert als een vrijhaven van waaruit Al Qaida opereert en waar de Taliban al jarenlang een schrikbewind voeren.

De eerste twee weken van de Amerikaanse operatie in Afghanistan worden door GroenLinks gesteund vanwege terrorisme en vanwege de Taliban, die vooral vrouwen zwaar onderdrukken. Maar dan ontstaat er al snel een debat. Zoals wel vaker bij GroenLinks verloopt het debat in golfbewegingen: na Kosovo in 1999 laait toch de twijfel weer op, ook omdat, zoals in elk gewapend conflict, de eerste burgerslachtoffers vallen: er vallen doden bij aanvallen van de Amerikanen en er worden doelen getroffen die niet getroffen hadden mogen worden. Er komen steeds meer berichten dat er in Noord-Afghanistan gruwelijkheden plaatsvinden onder de mantel van die interventie. En dan, op de dag dat Kabul bevrijd wordt, trekt GroenLinks zijn steun in. Achteraf was dat geen handig moment. Net op het moment dat de missie succesvol is, het land is bevrijd van de Taliban en Bin Laden het land heeft verlaten, weet GroenLinks het even niet meer. De partij wordt verscheurd door enerzijds de wens een einde te maken aan het bewind van de Taliban en anderzijds de ontzetting over de collateral damage, de burgerslachtoffers die bij dat ingrijpen vallen.

In 2003 vallen de Verenigde Staten, gesteund door Groot-Brittannië en een deel van de Europese Unie, Irak aan. Europa is verdeeld, vooral over de vraag of Saddam Hussein inderdaad  massavernietigingswapens heeft ontwikkeld, het officiële argument voor ingrijpen. Ook GroenLinks heeft er zware twijfels bij en is tegen de inval, net als vrijwel alle Groene partijen in Europa. Achteraf blijken alle zogenaamde bewijzen gefingeerd te zijn. Nederland doet mee, maar dat heeft eigenlijk tot weinig discussie geleid. Voor GroenLinks is het relatief gemakkelijk om nee te zeggen tegen deze oorlog, al zijn er ook mensen die zich afvragen hoe je dan wel van Saddam af moet komen? Want het is bekend dat er gemiddeld elk jaar onder Saddam zo’n twintigduizend doden vallen: mensen worden gemarteld, verdwijnen en worden gexeëcuteerd en dat al jarenlang. Maar uiteindelijk is iedereen het erover eens dat een oorlog, zeker zonder VN-mandaat, hiervoor geen oplossing is.

In 2008 neemt GroenLinks een nieuw beginselprogramma aan. Dat is een stuk korter als het gaat om vrede en veiligheid. Het is waarschijnlijk een weerspiegeling van het feit dat er op dat moment minder geworsteld werd binnen GroenLinks. De OVSE wordt niet meer genoemd; de gedachte dat die de Navo zou kunnen vervangen is verlaten. Ook over de Navo zelf wordt met geen woord meer gerept, ondanks pogingen om er wel iets over te zeggen. De gedachte overweegt: de Navo is er nu eenmaal, al vinden we dat niet altijd leuk. In Kosovo waren we wel blij dat er een bondgenootschap was dat de bombardementen kon uitvoeren die ook wij wilden. Dus de Navo laten we maar even links liggen. Blijft over de VN. Dat is nog altijd de organisatie die wat betreft GroenLinks in zaken van vrede en veiligheid gezaghebbend is. De voorwaarden voor militaire interventies zijn niet veranderd: die zijn acceptabel als er genocide dreigt en als alle niet-militaire middelen zijn uitgeput of niet effectief zijn gebleken.

In twintig jaar tijd heeft GroenLinks leren accepteren dat militaire interventies onder bepaalde voorwaarden soms noodzakelijk zijn, maar we blijven ons daar toch een beetje ongemakkelijk bij voelen. Als we eens ja hebben gezegd bestaat bij het volgende conflict altijd de neiging om nee te zeggen of zeer sceptisch te zijn. Wel is het debat in de loop der tijd minder ideologisch geworden en pragmatischer: helpt het, is het redelijk, is alles geprobeerd? Recentelijk hebben we dat weer meegemaakt in het debat over Kunduz en Libië.

R2P

Wat mij betreft vloeit de steun aan de missie in Kunduz op een logische wijze voort uit de ontwikkeling van het denken van GroenLinks over vrede en veiligheid. Het past in de aanvaarding van peacekeeping in 1991. Het trainen van politie is in meerdere documenten uit 2007, 2008 en 2010 genoemd als een voorbeeld voor een soort alternatief voor militair ingrijpen. Dat het een moeilijk dossier zou worden, was wel duidelijk. Het was een loffelijk streven van de fractie om te eisen dat de door Nederland opgeleide politieagenten nooit en te nimmer militair zouden worden ingezet, maar je kon op je vingers natellen dat dat wel eens heel erg lastig zou gaan worden. Mocht blijken dat dit toch gebeurd en er toch politieagenten militair worden ingezet, dan kan GroenLinks niet anders dan haar steun aan de missie intrekken. De Kunduz missie is een beetje teveel een GroenLinks missie geworden, terwijl het natuurlijk een regeringsmissie is, die GroenLinks moet controleren. Als je teveel op de stoel van de uitvoerende macht gaat zitten, loop je het gevaar dat je zelf wordt aangesproken op alles wat er daarna mis gaat.

Het optreden van de fractie met betrekking tot Libië heeft me enigszins verbaasd. Ik vond dat GroenLinks terecht de resolutie van de Veiligheidsraad met instemming begroette, en ook het gewapend optreden dat daarmee gelegitimeerd werd, omdat Khadafi op dat moment in Benghazi – dat zal  niemand betwijfelen –  op het punt stond om tienduizenden mensen om te brengen. Hij beschreef zijn eigen burgers als honden en ratten, die moesten worden uitgeroeid. Wat mij betreft werd er terecht ingegrepen, zeker omdat er een VN-mandaat lag, de Arabische Liga voor was en de Libische oppositie erom smeekte. Maar GroenLinks trok vervolgens haar steun weer in toen de missie werd overgenomen door de Navo en dat is wat mij betreft een beetje wankelmoedig: eerst ja zeggen, dan nee, omdat de Navo er niet helemaal één standpunt op nahield. Dan had je in het begin ook niet moeten steunen, want toen was er een losse coalitie, waarin de Fransen iets anders wilden dan de Amerikanen en de Turken. Natuurlijk had niemand echt een helder beeld van wat er na het ingrijpen moest gebeuren. Maar is dat nou een reden om de steun terug te trekken? En dan wel te accepteren dat er moordpartijen plaatsvinden, alleen misschien elders, in Misarata? Bij Libië weten we natuurlijk dat het niet van de GroenLinks stem afhangt, dat maakt het gemakkelijker dan Kunduz. Maar in mijn ogen past ook de interventie in Libië in de ontwikkeling van het denken van GroenLinks.

Het denken van GroenLinks is voor een groot deel terug te vinden in de filosofie van die de VN de laatste jaren heeft ontworpen en die bekend staat als de Responsibility to Protect (R2P). De Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de VN hebben ermee ingestemd. En ook daar speelde Rwanda en Joegoslavië een belangrijke rol. In het kort zegt men: ja, er zijn situaties denkbaar waarin de internationale gemeenschap de plicht heeft om burgers te beschermen als hun eigen overheid dat niet meer kan. Daar zijn alle voorwaarden bijgezet om te voorkomen dat iedereen die triggerhappy is die filosofie snel kan gebruiken om maar overal in te grijpen. Dat is een radicale breuk met het denken over soevereiniteit waarbij de  internationale gemeenschap zich niet binnen de grenzen van een land mag begeven. R2P beantwoordt aan het sterke gevoel van verantwoordelijkheid dat ook binnen GroenLinks wordt gevoeld, dat je niet langs de kant kan blijven staan als er verschrikkelijke dingen gebeuren of op het punt staan te gebeuren. Het zou goed zijn voor GroenLinks om zich te profileren als een partij die zich beroept op de Responsibility to Protect.

Militaire interventies zijn binnen GroenLinks nog altijd omstreden en misschien is dat ook helemaal niet slecht. Ik zou mezelf niet prettig voelen in een partij die heel automatisch zegt: natuurlijk, schiet ze allemaal maar neer. Wel denk ik dat het een positieve ontwikkeling is dat GroenLinks meer pragmatisch van geval tot geval bekijkt of men bereid is het gebruik van militaire middelen toe te staan.

Dit is de licht bewerkte tekst van een lezing van Joost Lagendijk in maart 2011 voor de GroenLinks academie.

Gerelateerde artikelen