10 minuten

Waar kunnen we landen?

De politiek van Bruno Latour voor het Antropoceen

Welke politiek moeten we bedrijven nu de aarde ons ingrijpen in klimaat en leefomgeving beantwoordt met een stijgende zeespiegel en orkanen? De Franse filosoof Bruno Latour betoogt dat het Antropoceen, het tijdperk waarin de mens grote invloed heeft op haar natuurlijke omgeving, rammelt aan de fundamenten van ons politiek bestel. De politieke praktijk en programma’s vragen om nieuwe woorden, ver voorbij de huidige tegenstellingen zoals ‘links’ versus ‘rechts’ en ‘volk’ versus ‘elite’.

Droogte, warmterecords, scheurende dijken: het Antropoceen - het tijdperk waarin geologische en klimatologische processen door de mens medebepaald worden - is in de zomer van 2018 allang geen abstractie meer. De verandering van ons klimaat heeft merkbare gevolgen voor ons leven en dwingt ons na te denken over een nieuwe omgang met onze omgeving, brandstoffen, techniek, nationale soevereiniteit, kortom onze rol op deze aarde. De Franse antropoloog, socioloog en filosoof Bruno Latour (1947) onderzoekt in zijn werk de conclusies die in deze context getrokken moeten worden voor een progressieve, linkse en groene politiek - al begint Latour juist bij het bevragen van die schijnbaar vanzelfsprekende termen. Ook in Nederland wekt Latour steeds meer belangstelling. Zo verschenen onlangs in het Nederlands Wij zijn nooit modern geweest, wellicht Latours bekendste werk, en het recente Oog in oog met Gaia. Latour, die vooral naam heeft gemaakt met zijn analyses van het wetenschappelijke bedrijf, is tevens een scherpzinnig politiek denker. In Wij zijn nooit modern geweest stelt hij een ‘parlement der dingen voor’: als technologie, wetenschap, maar ook onze leefomgeving, een belangrijk aandeel hebben in hoe wij onze samenleving en onszelf vorm geven, moeten die dan niet ook expliciet als politieke stem erkend en gehoord worden?

Zijn recente werk Oog en oog met Gaia en zijn jongste Où atterrir? (Waar kunnen we landen, Nederlandse vertaling verscheen in november 2018) staan in het teken van de politieke betekenis van het Antropoceen: het tijdperk waarin geologische en klimatologische processen door de mens medebepaald worden. Hierin stelt Latour zich de fundamentele vraag: welke politiek te voeren als de aarde niet langer passief en inert is, dus niet langer domweg de voorraadschuur van fossiele brandstoffen, maar ‘opstandig’? Dat wil zeggen: welke politiek moeten we voeren als de aarde ons ingrijpen in klimaat en leefomgeving beantwoordt met een stijgende zeespiegel, orkanen en verwoestijning? Als de klimaatverandering ingrijpende gevolgen heeft voor onze samenlevingen, binnen en buiten de grenzen van de natiestaat, is het dan niet tijd voor een geheel nieuwe politiek, of op zijn minst een geheel nieuw politiek idioom? Latour laat zien dat het Antropoceen rammelt aan de fundamenten van ons moderne politieke bestel, zeker ook aan dat van een politiek die zichzelf progressief en ecologisch noemt. In een tijd waarin het lijkt alsof de film van de afgelopen twee eeuwen in sneltreinvaart achteruit wordt gespeeld - waarin nationalisten en globalisten tegenover elkaar staan en het publieke debat doortrokken is van de hang naar identiteit en (culturele, nationale en zelfs etnische) ‘heelheid’- zijn Latours aansporingen én handreikingen om uit de impasses, clichés, drog- en cirkelredeneringen van het huidige debat te komen van vitaal belang. Hoe kan Latours visie op de wereld vertaald worden naar nieuwe groene en linkse politieke ideeën?

Afscheid van hedendaagse tegenstellingen

Allereerst onderstreept Latour dat we de termen waarmee het huidige politieke debat gevoerd wordt, niet zomaar moeten overnemen. Dit debat, niet in de laatste plaats in Nederland, wordt beheerst door tegenstellingen - ‘volk’ versus ‘elite’; ‘nationale soevereiniteit’ versus ‘globalisering’, ‘identiteit’ versus ‘ontworteling’ - die voortkomen uit een tijdperk en een wereld die inmiddels achterhaald zijn door de ecologische en klimatologische werkelijkheid.  Je identiteit ontlenen aan de Nederlandse poldergrond en haar geschiedenis betekent niet zo veel meer als die grond door de zee opgeslokt dreigt te worden; als die niet meer bebouwbaar is door opwarming; als rivieren stijgen of als soorten en gewassen verdwijnen. Het Antropoceen dwingt ons het lokale opnieuw te zien, en wel in zijn verbondenheid met het globale: de investeringen die wij hier doen in onze industrie, leiden tot droogte, schaarste en vluchtelingenstromen elders. Het dwingt ons, volgens Latour, tot een politiek die ons laat ‘aarden’: die ons laat inzien dat de veranderingsprocessen van de aarde, die wij zelf hebben veroorzaakt, ons verbinden. Als we in de oude categorieën blijven denken, leidt dat simpelweg tot ons catastrofale einde. 

Het Antropoceen dwingt ons dan ook tot radicale keuzes. In de eerste plaats afscheid nemen van een wereldbeeld waarin evenwicht – beheerste groei, small is beautiful – überhaupt nog mogelijk is. Het eco-optimisme is volgens Latour niet minder regressief dan de (populistisch-)rechtse ontkenning van klimaatverandering. Beide zijn een symptoom van de ontkenning van de radicale verandering van toestand en betekenis van de ‘aarde’: de onbalans is permanent, zal alleen maar versnellen. Het is die verandering die een daadwerkelijk ‘groene’ politieke moet onderkennen. Klimaatverandering toont ons de grenzen van de globalisering, de onmogelijkheid van ongeremde groei en wereldwijde consumptie. Latour stelt dat het populisme en nationalistisch-rechts, al dan niet bewust, deze eindigheid op nogal perverse wijze tegelijkertijd erkennen en verdringen door te stellen: we willen de aarde niet langer delen. Voor populisten als Trump is de wereld de facto al opgegeven: de 1% leeft in ‘gekochte’ tijd – business as usual zolang het duurt -  op kosten van de overige 99%, en soupeert de aarde op. Vanuit dezelfde logica roepen populisten om het hardst dat wij ons moeten terugtrekken achter de dijken… totdat die het begeven. Trumps America first! betekent: ‘wij behoren niet tot dezelfde aarde’.  Idem, volgens Latour, wat Brexit en de Europese reactie op de vluchtelingencrisis betreft: het Westen doet, tegen beter weten in, alsof het op een parallelle aarde leeft, waar het zich aan de wereldomvattende veranderingen van ons tijdperk kan onttrekken. Trump en zijn Europese tegenhangers, in al hun cynisme en leugens, zijn wellicht hét symptoom van de onmacht - en onwil - van ons huidige politieke systeem. De onmacht om zich rekenschap te geven van het feit dat heel het politieke, sociaaleconomische en culturele begrippenapparaat en wereldbeeld dat de moderne politiek heeft bepaald, allang haar betekenis verloren hebben in het Antropoceen. Het gaat er niet langer om te redden wat er te redden valt, hetzij via ‘verantwoord’ consumeren, hetzij via isolationisme.

Sceptisch over ‘links’ versus ‘rechts’

Van Latour mogen we daarnaast gerust uiterst sceptisch zijn wat betreft de comeback van de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ de afgelopen jaren. Die tegenstelling is de context van het Antropoceen een fikse stap terug, een bliksemafleider voor het enige werkelijk politiek vraagstuk van deze eeuw: de ingrijpende verandering in klimaat en leefomgeving. Niet voor niets is één van de succesvolste frames van het populisme dat het klimaat een ‘links’ vraagstuk zou zijn of, zoals Trump het noemt, een Chinese hoax om westerse economieën dwars te zitten. Voor Latour is dit niets meer dan het vastklampen aan categorieën die er in werkelijkheid niet meer toe doen. Een politiek die het Antropoceen serieus neemt, zou volgens Latour buiten dit frame moeten stappen; niet zozeer vanuit een utopische middenweg tussen markt en territorium, maar om een nieuwe politieke ruimte te creëren met nieuwe mogelijkheden. De fundamentele vraag voor de politiek van de 21e eeuw is dan ook: waar kunnen we landen?

Nieuwe woorden voor politieke programma’s

Latour roept daartoe eerst op om te zoeken naar nieuwe woorden voor het politieke debat en politieke programma’s. Allereerst zouden we het Antropoceen moeten durven beschrijven: in welke, historisch ongehoorde nieuwe context bedrijven we eigenlijk politiek? Hoezeer heeft de ontdekking van klimaatverandering de verhouding tussen wetenschap en politiek veranderd? Wat betekenen begrippen als natiestaat en identiteit nog wanneer we niet langer vaste grond onder onze voeten hebben? We zullen de grondbegrippen van ons politiek denken, de personages die het politieke toneel bevolken, moeten herschrijven. Niet de polis, de menselijke samenleving, bepaalt voortaan de grenzen van de politiek, maar de beweeglijke, opstandige aarde. Gaia noemt Latour haar. Het Antropoceen vraagt om een politiek buiten de polis, die bestaande hiërarchieën tussen mensen en andere levensvormen opnieuw denkt; die zich afspeelt buiten marktplaats en vergaderzaal en staat (een politiek die daadwerkelijk geo-politiek is). Zo vraagt het Antropoceen ook om een politiek die afscheid neemt van de moderne fantasie van de toekomst. Of dit nu het socialistische morgenrood is, of de techno-utopieën van Silicon Valley, we moeten de tijd van de politiek anders begrijpen dan als vooruitgang, groei, modernisering. We kunnen tijd ook anders opvatten dan als de race naar een einddoel, als eindeloze groei. Het tijdbegrip in de politiek zal zich moeten aanpassen aan dat van de aarde zelf (tijd kan zodoende begrepen worden als longue dure, als cyclisch of als woekering). Het Antropoceen dwingt ons er eveneens toe afscheid te nemen van de eis tot (almaar meer) produceren. Latour vraag zich af: wat als ‘opwekken’ onze kernactiviteit zou zijn (zoals je stroom opwekt uit wind of zon)? ‘Produceren’ veronderstelt dat we de aarde en andere levende wezens simpelweg als middel zien, als resource voor ons eigen gewin. ‘Opwekken’ veronderstelt juist een fundamenteel andere houding die de eigenheid en eindigheid van onze omgeving respecteert. Het Antropoceen kan dan ook niet langer bevolkt worden door de homo economicus van het marktdenken – ook niet in zijn softe versie van de groene consument - die zich beweegt in een wereld die tot louter markt verworden is, gedreven door eigenbelang en het rendement op korte termijn.  De kern van Latours betoog is dat het uitblijven van een antwoord op de onomkeerbaarheid van het Antropoceen in de eerste plaats een ‘epistemologisch’ probleem is: vooralsnog ontbreken de politiek-filosofische, maatschappelijke en zelfs antropologische begrippen om de omwenteling die zich onder onze neus voltrekt in onze leefomgeving te duiden – en ernaar te handelen. Grenzen stellen aan groei, energietransitie: vanuit Latour gedacht zijn het sympathieke, maar ontoereikende gestes. Latour wil stof tot verder denken aanreiken: hoe geven we een politiek vorm waarin beslissingen met anderen ver buiten de grenzen van de natiestaat genomen worden? Hoe nemen we in de praktijk afscheid van droombeelden van vooruitgang, groei, toekomst? Hoe kunnen we ophouden de markt te willen beteugelen, maar haar verlaten?  Het nieuwe politieke idioom van het Antropoceen moet in staat zijn de fundamentele verbondenheid - en de complexiteit van die verknooptheid - van mens en aarde te bevatten. Dit betekent radicaal afscheid nemen van een politiek die zich beweegt binnen de kaders van de identiteit, individualisme, eigenbelang en rendement.

Dramatische effecten

Latour pleit vervolgens voor een vorm van culturele en ecologische diplomatie die rekenschap geeft van het feit dat besluiten die hier genomen worden vaak dramatische effecten hebben in omgevingen die wij ons moeilijk kunnen voorstellen. Vooralsnog vestigt Latour daarvoor zijn hoop op Europa. Juist omdat Europa haar moderniteit de voorbije eeuwen aan de wereld heeft opgedrongen, kan en moet zij het voorbeeld vormen van de-globalisering en de-modernisering. Juist omdat Europa een anachronisme is dat allang door haar eigen succes is ingehaald (de VS en China hebben het standaard van modernisering en imperialisme al enige decennia geleden van Europa overgenomen), kan het de sprong in de nieuwe politiek van het Antropoceen wagen. Zoals Latour laat zien: het fundament van Europa is letterlijk de aarde, de Gemeenschap van Kolen en Staal. Het gaat erom een dergelijke politiek ‘van onderop’ opnieuw uit te vinden, deze keer niet afhankelijk van fossiele brandstof… Na de stuiptrekkingen die Brexit en het populisme zijn - de nostalgie naar vergane glorie - zou Europa moeten tonen wat het betekent om de aarde te bewonen na de moderniteit, na de economische en politieke globalisering. Het Europa van Latour is dan ook allesbehalve de moloch die populisten graag voorschotelen, maar een complexe biotoop, een weefwerk, en soms een houtje-touwtje constructie voorbij de grenzen van de natiestaat, maar zich tegelijkertijd rekenschap gevend van de veelvoud aan geografische en culturele verschillen.  Het is bij uitstek in dit Europa dat Latour’s nieuwe politiek moet kunnen ‘landen’.

Literatuur

  • Crutzen, P et al, ‘The Anthropocene: Are Humans Now Overwhelming the Great Forces of Nature’
  • Ten Bos, R, Dwalen in het Antropoceen, Amsterdam: Boom, 2017.
  • Bruno Latour. 2016. Wij zijn nooit modern geweest. Amsterdam: Boom (oorspronkelijke uitgave 1991) en Bruno Latour. 2017. Oog en oog met Gaïa. Amsterdam: Octavo (oorspronkelijke uitgave 2015).
  • Bruno Latour. 2017. Où atterrir? Comment s’orienter en politique. Paris: La Découverte. De Engelse vertaling verschijnt binnenkort bij Polity Press onder de titel Down to Earth.  
  • De Nederlandse vertaling van Rokus Hofstede verschijnt in november onder de titel Hoe kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het nieuwe klimaatregime.
  • Wolfgang Streeck. Gekochte tijd: de uitgestelde crisis van het democratisch kapitalisme. Amsterdam: Leesmagazijn, 2015.     

 
Dit artikel staat in het winternummer van tijdschrift de Helling. Altijd de nieuwste artikelen lezen? Sluit een abonnement af.

Gerelateerde artikelen