4 minuten

Waterschappen

If it ain’t broke, don’t fix it

“Regeren is vooruitzien”, luidt een versleten cliché. Maar in de praktijk is regeren is meestal een antwoord verzinnen op de problemen van gisteren en daarover morgen beslissen.

Neem als voorbeeld de Amsterdamse stadsdelen: nog niet koud zijn ze met een beroep op bestuurskracht samengevoegd tot zeven grootschalige eenheden (gemiddeld meer dan 100.000 inwoners), of ze mogen van de regering niet meer. Terugdringen van bestuurlijke drukte heet dat. Geen stadsdeelraden meer en naar alle waarschijnlijkheid een stelsel van zeven stadsdeelkantoren, en elke wethouder van de centrale stad krijgt ook een stadsdeel in zijn/haar portefeuille. Daar is op zich zelf niet zoveel tegen, maar het was veel interessanter geweest als de eerder bestaande 15 stadsdeelkantoren voor de uitvoering van beleid en dienstverlening aan de burger op kleinere schaal beschikbaar waren gebleven. Anders gezegd: als voorzien was dat de stadsdeelraden opgeheven zouden worden was die opschaling naar zeven stadsdelen (met alle reorganisatiekosten van dien) waarschijnlijk achterwege gebleven.

In het kader van diezelfde terugdringing van bestuurlijke drukte staat het voorbestaan van de waterschappen op de tocht. In het regeerakkoord was al bedacht dat de gemeenteraden de bestuurders van de waterschappen moesten gaan kiezen. Maar in de Tweede Kamer tekent zich een meerderheid af voor het afschaffen van de waterschappen. Belangrijkste reden: een besparing van maar liefst 500 miljoen euro. Het grappige van bezuinigingen is vaak dat bij het schrappen van de kosten van een taak niet beseft wordt dat die taak in de meeste gevallen op een andere manier moet worden uitgevoerd en dan ook geld kost. Zo ook hier: bescherming tegen overstromingen en de zorg voor schoon en voldoende water zullen hoe dan ook nodig zijn, of dat nu door waterschappen of door provincies gebeurt. Per saldo is uitgerekend dat daardoor die bezuiniging niet veel meer zal bedragen dan 80 miljoen.

Maar veel belangrijker is om even te bedenken welke schoenen je bezig bent weg te gooien en wat je ervoor terug krijgt.

De waterschappen staan, met de meenten en marken (de zg. gemene gronden) en de gilden (de bescherming en ontwikkeling van beroepsgroepen), aan de wieg van de bestuurlijke en maatschappelijke inrichting van Nederland. Ze vormen een typisch voorbeeld van de commons: geen enkele individuele boer kon afwatering en bescherming tegen wateroverlast regelen, en dus moesten ze het samen doen. Kanalen graven, dijken leggen, windmolens bouwen, sluizen aanleggen, doe je met zijn allen. En zo zijn de waterschappen ontstaan, zo’n 900 jaar geleden. Een bestuursvorm gebaseerd op mensen die een direct belang hebben bij het beheersen van het water, die hun gebied door en door kennen, die weten waar de zwakke plekken zitten, een vorm die model staat voor wat we later ‘polderen’ zijn gaan noemen, misschien wel Nederlands bekendste exportproduct.

Het is een bestuursvorm met eigen belastingsheffing voor één specifiek doel: waterveiligheid. Dat dat geen overbodige luxe is, is onlangs weer gebleken, toen in het Noorden de dijken dreigden te bezwijken, en de waterschappen daar vrijwel direct de maatregelen konden treffen om een dergelijke ramp te keren. In de wereld wordt, met het oog op de gevolgen van de dreigende klimaatverandering, gekeken naar het voorbeeld van de waterschappen in Nederland (en her en der ook al lang toegepast), Nederlandse deskundigen zijn overal op de wereld te vinden om op grond van de ervaringen in Nederland andere landen bij te staan op het gebied van waterbescherming en –beheer. Die schoenen zijn helemaal niet oud, iedereen wil ze dragen!

Dus gauw gekeken wat GroenLinks eigenlijk vindt: “De provincies en waterschappen kunnen worden samengevoegd tot een krachtig middenbestuur, dat bestaat uit maximaal zeven landsdelen”.

Tja, dat is nou jammer. Op zo’n moment zou je kunnen nadenken over een bestuursvorm, die zich bij uitstek leent voor een broodnodige vernieuwing in de richting van een moderne common, een vorm waarin belanghebbenden nieuwe vormen van directe zeggenschap en samenwerking aangaan om zich te organiseren op een groot gemeenschappelijk belang. Maar nee, er wordt toevlucht gezocht in die bezwerende non-taal die ontstaat als bestuurlijk denken losgezongen wordt van politieke en maatschappelijke visies. Een krachtig middenbestuur: ooit iemand horen pleiten voor een zwak middenbestuur?

In een tijd waarin op vele gebieden wordt gezocht naar nieuwe verhoudingen tussen burgers en overheid, waarin de overheid kleiner wil zijn, waarin allerlei vormen ontstaan van directe zeggenschap van burgers over zaken die hen rechtstreeks aangaan en waarin begrippen als ‘coöperatie’ en ‘onderlinge’ nieuwe betekenis krijgen, komt GroenLinks met oudbakken antwoorden op vermeende problemen. De Engelsen zeggen: ‘if it ain’t broke, don’t fix it’.

Ik zou zeggen: als het werkt, maak het dan toekomstbestendig. Inderdaad: dat is vooruitzien.

Gerelateerde artikelen