20 minuten

Zelfmoordaanslagen

Voor god en vaderland

Historisch is het uniek dat burgers zichzelf ombrengen om daarbij andere burgers te doden. Wie zijn de Palestijnse zelfmoordactivisten, wat beweegt ze en wat beogen ze? Die vragen probeert de Israëlische schrijver Avishai Margalit te beantwoorden. Want zolang de zelfmoordaanslagen doorgaan zal er tussen Israël en Palestina geen vrede worden gesloten.

De Israëlische regering neemt in haar telling van ‘vijandige terroristische aanslagen’ alle soorten acties mee, van bommen plaatsen tot stenen gooien. Sinds het uitbreken van de tweede intifada in september 2000 maken zelfmoordaanslagen niet meer dan een half procent van dat totaal uit. Dit minieme percentage veroorzaakt echter wel meer dan de helft van het totaal aan Israëli's dat sindsdien bij Palestijnse aanslagen is gedood. Voor Israëli's zijn de zelfmoordaanslagen van allesoverheersende betekenis. Vanaf de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993 tot begin augustus 2000 zijn er 198 zelfmoordaanslagen bekend. In 136 gevallen blies de aanvaller naast zichzelf ook anderen op. Vorig jaar werden verreweg de meeste aanslagen gepleegd, tot eind november zo'n honderd. Angst is niet het enige gevolg, de zelfmoordaanslagen vervullen de meeste Israëli's ook met ontzetting en walging.

In dit conflict wordt praktisch alles wat je zegt aangevochten. In de islamitische wet zijn zelfmoord en het doden van onschuldigen expliciet verboden. Moslims vermijden het consequent om mensen die zichzelf opblazen 'zelfmoordactivisten' te noemen. Voor hen zijn het shuhada (enkelvoud: shahid) oftewel martelaren. Palestijnen zullen ook niet snel over 'Israëlische burgers' spreken, want dat zou inhouden dat de slachtoffers onschuldig zijn. En zelfs Israëlische dissidenten zijn in hun ogen niet onschuldig. Woordvoerders van Hamas rechtvaardigen het doden van burgers als verdedigingsmiddel, hun enige wapen om Palestijnse vrouwen en kinderen te beschermen. “Als we dit niet zouden doen,” lieten leiders van Hamas in november 2002 weten, “zouden wij terug zijn in de eerste week van de intifada toen de Israëli's ons straffeloos konden vermoorden.”

In juli 2002 gaf Amnesty International in een rapport een overzicht van de argumenten die de Palestijnen aanvoeren voor doelgerichte acties tegen burgers. Volgens de Palestijnen "voeren zij oorlog tegen een bezettingsmacht en daarin zouden volgens de religie en volgens internationaal recht alle middelen geoorloofd zijn; zijn dit acties ter vergelding van het doden door Israël van leden van gewapende groepen en Palestijnen in het algemeen; hebben alleen acties tegen burgers enige uitwerking op een machtige tegenstander; zijn Israëli's in het algemeen en kolonisten in het bijzonder geen burgers."

Amnesty vindt deze argumentatie onaanvaardbaar. Zij vindt de Israëlische schendingen van de mensenrechten zo ernstig dat een groot aantal "voldoet aan de onder internationaal recht geldende definitie van misdrijven tegen de menselijkheid". Maar zij vindt ook dat "het doelbewust doden van Israëlische burgers door gewapende Palestijnse groepen onder misdrijven tegen de menselijkheid valt".

Het taboe dat in de negentiende eeuw nog rustte op doelgerichte acties tegen burgers is in de twintigste eeuw behoorlijk uitgehold. In de Eerste Wereldoorlog was nog slechts 5 procent van de slachtoffers burger. In de Tweede Wereldoorlog was dat al 50 procent en in de Vietnamoorlog 90 procent. Gelukkig pleit Amnesty International voor herinvoering van zo'n verbod op doelgerichte acties tegen burgers. In haar rapport maakt zij terecht geen enkel moreel onderscheid tussen degenen die bij het doden van burgers ook zichzelf van het leven beroven en degenen die dat niet doen.

Wat ik hier wil nagaan is wat zelfmoordaanslagen nu precies inhouden, wat degenen die ze uitvoeren beweegt en wat de politieke consequenties ervan zijn. Want het mag duidelijk zijn dat er tussen Israël en Palestina geen vrede wordt gesloten zolang de zelfmoordaanslagen doorgaan. Of die vrede wel wordt gesloten als de aanslagen ophouden, weten we niet, maar dan zou er ten minste een kans zijn.

Kamikaze

In het Midden-Oosten werden zelfmoordaanslagen voor het eerst ingezet door Hezbollah in Libanon. Tussen november 1982 (toen een gebouw in Tyre door een zelfmoordaanslag werd verwoest en 76 leden van de Israëlische veiligheidsdienst werden gedood) en 1999 (het jaar dat de Israëli's zich terugtrokken uit Libanon), voerde Hezbollah 51 zelfmoordacties uit. In oktober 1983 volstonden twee zelfmoordexplosies, waarbij respectievelijk 241 Amerikaanse militairen en 58 Franse parachutisten de dood vonden, om de Amerikanen en de Fransen uit Libanon te verdrijven. De eerste Palestijnse zelfmoordaanslag vond pas tien jaar later plaats.

In andere delen van de wereld waren soldaten van het ene leger wel eens bereid tot zelfmoordacties gericht tegen een ander leger: de Japanse kamikaze of de Iraanse basaji. In Sri Lanka hebben enkele Tamil-tijgers zichzelf opgeblazen bij aanslagen op politici en op militaire installaties. Daarbij toonden zij geen enkel respect voor het leven van burgers die toevallig in de buurt waren. Maar alleen in de Palestijnse kwestie melden zich geregeld burgers van de ene gemeenschap als vrijwilliger voor zelfmoordaanslagen tegen burgers van de andere gemeenschap. Zij zijn weliswaar door Hamas of de Islamitische Jihad geselecteerd om zelfmoordacties uit te voeren, maar meestal behoren de vrijwilligers niet tot de actieve kern van deze organisaties.

Het enige dat de Palestijnse zelfmoordactivisten gemeen hebben, is dat zij allemaal moslim zijn. Er waren nooit christenen bij betrokken. Hamas en de Islamitische Jihad beschouwen zelfmoordaanslagen als een religieuze plicht. Deze twee islamitische organisaties hadden jarenlang het alleenrecht op de bomaanslagen. Zij wilden niets te maken hebben met christenen en zij stonden lange tijd vijandig tegenover de Palestijnse nationalisten van Arafats Fatah-beweging. Aan hun monopolie kwam echter een einde toen de nationalisten van de Al Aqsa-martelarenbrigades mee gingen doen. Deze brigades zijn aangesloten bij Fatah en in het verleden stond voor hen altijd het nationalisme centraal en niet de islam. Het is onduidelijk of de missies die onder hun auspiciën worden uitgevoerd, nu ook als religieuze daden van martelaarschap worden beschouwd.

Uit verklaringen van politieke islamisten over de strijd tegen Israël komen twee elementen naar voren. Het eerste is de jihad: voor zelfmoordactivisten is dit geen gewone oorlog tegen de wrede bezetting van Palestijns gebied, maar een heilige oorlog ter verdediging van de islam zelf. Het andere element is martelaarschap: wie zijn leven geeft in de heilige oorlog is een martelaar. Uit de vele verklaringen van de zelfmoordactivisten zelf, lijkt het idee van de martelaar, de shahid, meer tot de verbeelding te spreken dan het idee van de jihad. Met de jihad krijgt de strijd wel een islamitische inhoud, maar het beeld van de shahid lijkt toch krachtiger.

Vrouwen

Hoewel het taalgebruik van de daders en hun organisaties altijd uitgesproken islamitisch is, zijn de motieven van de daders niet zo eenduidig, en sommigen geven ook meerdere motieven voor hun daad. Mahmoud Ahmed Marmash, een 21-jarige jongeman uit Tulkarm, blies zichzelf in mei 2001 op in Netanja, vlak bij Tel Aviv. Op een videoband die werd opgenomen voordat hij zijn missie ging volbrengen, zei hij: “Ik wil vergelding voor al het vergoten Palestijnse bloed, vooral van vrouwen, ouderen en kinderen en vooral voor het bloed van de baby Iman Hejjo. De dood van dit kleine meisje heeft mij tot in het diepst van mijn hart geraakt… Ik draag mijn nederige daad op aan alle islamitische gelovigen die de martelaren bewonderen en voor hen werken.”

Aan zijn familie schreef hij: "De rechtvaardigheid van God zal alleen heersen in de jihad, in bloed en in lijken." Zulke verwijzingen naar de jihad komen minder vaak voor dan verwijzingen naar vergelding. Na gesprekken met vele Israëli's en Palestijnen die goed bekend zijn met zelfmoordactivisten en na het lezen en bekijken van een groot aantal verklaringen van zelfmoordactivisten, is mijn stellige overtuiging dat het belangrijkste motief voor de meeste van hen vergelding is voor acties van Israëli's – een vergelding die in de islamitische wereld bekendheid en aanzien zal genieten.

De activisten zijn niet over één kam te scheren. In het begin toen Hamas en haar militaire tak, de Izz al-Din al-Qassam-brigade, en de Palestijnse Islamitische Jihad nog voor praktisch alle zelfmoordaanslagen verantwoordelijk waren, werden deze allemaal door jonge ongehuwde mannen uitgevoerd. Maar sinds december 2001 toen de martelarenbrigades van Al Aqsa mee gingen doen, vinden we onder de activisten zowel mannen als vrouwen, dorpsbewoners en stedelingen, alleenstaanden en mensen die getrouwd zijn. De daders zijn jong en minder jong, hoogopgeleid en ongeschoold, afkomstig uit arme families en uit betrekkelijk welgestelde families. Maar de meeste activisten zijn nog steeds ongehuwde mannen tussen zeventien en achtentwintig jaar en meer dan de helft van hen komt uit vluchtelingenkampen, waar de haat tegen Israël het grootst is. Uit wat je over hen leest in de pers en hoort van mensen die hen kennen, gaat het hier psychologisch gezien niet om typische 'mensen met zelfmoordneigingen'. Ze zijn niet depressief, impulsief, eenzaam of hulpeloos en hebben geen achtergrond van persoonlijke problemen. Ook worden zij niet door economische wanhoop gedreven. Uit een onderzoek door het Israëlische leger naar de achtergronden van acht zelfmoordactivisten afkomstig uit de Gazastrook bleek dat zij allemaal in redelijk goede doen waren. Ik ben nooit publieke of persoonlijke verklaringen van zelfmoordactivisten tegengekomen waarin de eigen economische situatie of die van Palestijnen in het algemeen als reden voor hun actie wordt genoemd. Er wordt vaak gezegd dat de daders worden gedreven door hun eigen gevoelens van wanhoop en uitzichtloosheid over de situatie van de Palestijnen, maar dit is nog maar de vraag. De Palestijnse gemeenschap bevindt zich weliswaar in een hopeloze situatie, maar daarmee is elke persoon afzonderlijk nog niet wanhopig – net zomin als het feit dat de Verenigde Staten rijk zijn betekent dat elke Amerikaan rijk is. De wanhoop onder de Palestijnen verklaart wel de steun aan de zelfmoordaanslagen, maar niet de keuze van elk afzonderlijk persoon om zelfmoord te plegen door middel van een bom.

Hussein al-Tawil is lid van de Volkspartij, de voormalige Communistische Partij, op de Westelijke Jordaanoever. In maart 2001 blies zijn zoon Dia zichzelf op bij een Hamas-actie in Jeruzalem. Amira Hass, een Israëlische journaliste voor het Israëlische dagblad Ha'aretz en goed op de hoogte van het leven in de bezette gebieden, sprak met vrienden van de vader, voormalige communisten, en met een aantal vrienden van de zoon, leden van de Hamas-groep op de Beir-Zeit Universiteit. De twee groepen hebben geen contact met elkaar. Volgens de vrienden van de vader is Dia door Hamas 'gehersenspoeld', tot groot verdriet van zijn vader die veel van zijn zoon hield en er alles voor over had om hem aan de universiteit bouwkunde te laten studeren. Voor Dia's vrienden van Hamas, die op zijn begrafenis hebben gezongen, is hij een heldhaftige martelaar voor de islamitische zaak.

Toewijding

Hun reactie lijkt veel op die van Raania, de vrouw van de Hamas-militant Ali Julani, moeder van drie kinderen en weer zwanger. Haar man nam deel in een no-escape-aanslag in Tel Aviv. "Ik ben ontzettend trots op hem. Ik ben nog trotser voor mijn kinderen, hun vader was een held. Ik zou de Israëli's willen zeggen dat ik mijn man steun en dat ik alle mensen zoals hij steun." Was zij niet boos op hem dat hij zijn kinderen vaderloos had achtergelaten? "Hij heeft ons in de genade van God achtergelaten. Hij is zelf als wees opgegroeid en zo zullen zijn kinderen ook opgroeien."

Zo schijnt het met de meeste families te zijn: zij zijn trots op hun verwanten die shuhada zijn geworden. Volgens een koranvers dat vaak door familie en vrienden wordt aangehaald, gaat de shahid niet dood. Maar om shahid te worden, moeten je motieven wel zuiver zijn (niyya), je moet naar Gods wil handelen en niet uit eigenbelang, dat is cruciaal. Religieus gezien gelden persoonlijke omstandigheden of eigen glorie niet als zuivere motieven. Meestal wil de familie van de shahid de zelfmoord dan ook graag in een zo fraai mogelijk daglicht plaatsen. De islam schrijft voor dat de families van shuhada eer en bewondering ten deel moeten vallen en onder religieuze en traditionalistische Palestijnen neemt hun status dan ook toe. Bovendien ontvangen zij een aanzienlijke financiële compensatie, veelal van de Golfstaten en met name van Saoedi-Arabië, maar ook uit een speciaal door Saddam Hoessein in het leven geroepen fonds. Voor zover mij bekend gelooft echter niemand die de geschiedenis van de shuhada gevolgd heeft dat zij vanwege het geld door hun familie worden gesteund, al helpt dat wel.

Volgens verklaringen van Hamas en de Islamitische Jihad zijn zelfmoordactivisten bereid hun leven te geven als daad van ultieme toewijding in een heilige 'verdedigingsoorlog'. De jihad kent twee betekenissen: een heilige oorlog ter verbreiding van de islam en een heilige oorlog om grondgebied dat wordt gezien als het domein van de islam verdedigen tegen indringers. Vanuit een radicaal islamitisch standpunt is Israël als joodse staat op zichzelf al een schending van het domein van de islam. Erger nog, volgens het programma van Hamas is Israël een staat van ketters die is gevestigd op land dat door God is toegewezen aan de islam (waqf). Het bestrijden van Israël is een van de meest dringende taken van de defensieve jihad. Deze plicht gaat boven alle andere verplichtingen en moet door elke moslim, man of vrouw, worden vervuld. Het idee van defensieve jihad kan eenvoudig worden opgevat als het uitvoeren van de nationale doelstelling om "het land te bevrijden" van de indringers.

Zoals ik al eerder zei, lijkt het hoofdmotief voor de zelfmoordactivisten het verlangen naar spectaculaire vergelding. De wetenschap dat de vergelding in eigen kring zal worden geroemd en geprezen, is daarbij ook van belang. In veel gevallen zeggen de daders dat zij wraak nemen voor de dood van iemand uit hun eigen omgeving, een familielid of vriend. Jihad Titi, een man van in de twintig, afkomstig uit het vluchtelingenkamp Balata vlak bij Nablus, raapte in mei 2002 de scherven bijeen van de granaat waardoor zijn neef werd gedood, een Fatah-leider in het kamp dat door het Israëlische leger werd aangevallen. Titi stopte de scherven in de explosieven waarmee hij zichzelf opblies en daarmee een oudere vrouw met haar kleindochter doodde. In de vroege ochtend van 27 november 2001 blies Tyseer al-Ajrami, ook een twintiger, zichzelf op en doodde een Israëlische politieman in een gebouw dat dienst deed als ontmoetingsplaats voor Palestijnse arbeiders. Ajrami was afkomstig uit het vluchtelingenkamp Gabalia in de Gazastrook. Hij was getrouwd en had drie kinderen. In zijn testament legde hij zijn daad onder meer uit als vergelding voor de dood van vijf kinderen in Khan Yunis een week eerder.

Maagden

Daders noemen eigenlijk bijna altijd een specifieke gebeurtenis of een bepaald incident waarvoor zij wraak nemen. Zo verloor de studente Engelse letterkunde Darin abu-Isa, die zichzelf in maart 2002 opblies, eerder in deze intifada haar man en haar broer. Volgens haar familie heeft zij het gedaan om hun dood te wreken.

De activisten nemen niet alleen wraak door joden te doden, maar ook door hen angst in te boezemen. Anwar Aziz, die zichzelf in 1993 opblies in een ambulance in Gaza, zei ooit: "De strijd voor de islam wordt niet met het geweer gewonnen, maar door angst te zaaien in de harten van de vijand." De Pakistaanse schrijver en moslim Nasra Hassan kreeg van een ronselaar te horen dat angst zaaien even belangrijk is als het doden van mensen. De drang naar vergelding verklaart op zichzelf echter nog niet waarom mensen zich lenen voor zelfmoordaanslagen. Tenslotte zijn er andere, conventionelere, manieren om wraak te nemen waarbij je niet zelf het leven hoeft te laten. Maar zoals ik het begrijp, zit er aan wraak door middel van een zelfmoordaanslag een meerwaarde: je maakt jezelf tot slachtoffer van je eigen daad en daarmee maak je je kwelgeesten te schande. Door zelf het ultieme slachtoffer te worden, probeert men bij zelfmoordaanslagen, anders dan bij gewone aanslagen, op een perverse manier aanspraak te maken op morele verhevenheid.

In de huidige intifada wordt veel minder tijd besteed aan de instructie van vrijwilligers dan vroeger. Tabet Mardawi, een ronselaar voor Hamas, zegt dat zij tegenwoordig nooit gebrek aan vrijwilligers hebben. "Wij hoeven hen geen maagden meer in het vooruitzicht te stellen die in het paradijs op hen wachten." Over dat beloofde paradijs zei een sceptische jongeman in Gaza tegen Amira Hass: "Als dat waar was, waarom staan al die islamitische hotemetoten dan zelf niet te dringen om eraan te gaan en sturen ze niet hun eigen kinderen op deze missies?" Niet dat ik denk dat die ronselaars per se allemaal manipulatieve cynici zijn die dolende jongeren misleiden tot iets waarin ze zelf niet echt geloven. Wat hun islamitische geloof ook is of wat zij ook bereid zijn te geloven, zij moeten echt veel meer motieven hebben om zo tekeer te gaan tegen de gehate Israëli's die hun land bezet houden.

Voordat zelfmoordactivisten op missie worden gestuurd, wordt er altijd een video-opname gemaakt. Daarin lezen de toekomstige shuhada een verklaring voor waarin zij aangeven waarom zij zichzelf willen opofferen. Aan de sjaal om hun hoofd is meestal de organisatie ter herkennen die hen stuurt en op de achtergrond zie je vaak ook iets wat naar de organisatie verwijst, bijvoorbeeld een afbeelding van de Al Aqsa-moskee, een koran en soms een kalasjnikov. De video kan de vorm hebben van een interview waarbij een gemaskerd lid van de organisatie vragen stelt aan de shahid in spe. Uit enkele publicaties weten we dat de vrijwilligers voordat zij zich op weg begeven, hun video keer op keer bekijken, en ook die van eerdere shuhada. "Die video's helpen hem de dood onder ogen te zien en er niet bang voor te zijn", aldus een ronselaar tegen Nasra Hassan. "Hij raakt tot in zijn diepste wezen vertrouwd met wat hij straks gaat doen. Als het zover is, kan hij de dood als een goede vriend in z'n armen sluiten."

Op de dag van de zelfmoordactie gaat de video naar televisiestations om te worden uitgezonden zodra de organisatie de verantwoordelijkheid voor de aanslag opeist. Er worden posters en zelfs kalenders verspreid met de 'martelaar van de maand'. De shahid wordt vaak omgeven door groene vogels, een verwijzing naar een uitspraak van Mohammed dat groene vogels de martelaar naar Allah zullen begeleiden.

Zowel Hamas als de Islamitische Jihad willen graag doen geloven dat heel Palestina, waaronder heel Israël valt, een goddelijk geschenk aan de islam is geweest en dat er over deze heilige gift niet kan worden onderhandeld. Het feit dat de zelfmoordaanslagen ook in Israël gebeuren, in plaats van deze tot de bezette gebieden te beperken, is een duidelijk teken dat er voor de twee islamitische organisaties geen onderscheid bestaat tussen de staat Israël van vóór 1967 en de toen veroverde gebieden. Het hele gebied is van de Palestijnen. In 1988 aanvaardde Arafats Fatah dat onderscheid wel en vervolgens werd het in de Oslo-akkoorden van 1993 opgenomen. Toen Fatah, die vanaf haar oprichting altijd een seculiere, nationale beweging was geweest, zich eind 2001 aansloot bij de islamisten en ook zelfmoordactivisten Israël zelf in ging sturen, rees de vraag of de Fatah-leiders daarmee ook het onderscheid opgaven tussen het gebied van vóór 1967 en de door Israël in de zesdaagse oorlog veroverde gebieden.

Arafat

Daarmee is twijfel gezaaid over wat de Palestijnen met 'bezetting' bedoelen in hun steeds terugkerende eis “dat er een einde moet komen aan de bezetting”. In de interpretatie van Hamas en andere islamitische groepen is de gehele staat Israël bezet gebied en moet daarom Israël van de kaart geveegd worden. Dus terwijl veel Palestijnen waarschijnlijk een aparte eigen staat naast Israël zouden toejuichen, lijkt het er op dat het religieuze geloof in de jihad de weg geopend heeft voor een handjevol nationalisten – militanten die helemaal geen politieke oplossing voorstaan – om steun te krijgen voor de overtuiging dat heel Palestina bezet gebied is. In dat geval betekent een ‘einde aan de bezetting’ het einde van Israël.

In dit verband is het belangrijk te weten welke plaats degenen die de zelfmoordaanslagen voorbereiden, innemen binnen hun organisatie en van wie zij hun bevelen krijgen. Dit geldt met name voor de twee organisaties die banden hebben met Arafat, de Al Aqsa-martelarenbrigades en de Tanzim. Als leiders, met name Arafat, vinden dat het afgelopen moet zijn met de zelfmoordaanslagen, wordt er dan naar hen geluisterd? December 2001 riep Arafat in een toespraak op een einde te maken aan de terreur. Dat had hij daarvoor ook al een paar keer gedaan, maar dat leek nooit erg serieus. Bij deze gelegenheid leek hij het echter wel te menen. In de nasleep van 11 september wilde Arafat volgens velen hoe dan ook niet dezelfde fout maken als destijds bij de Golfoorlog toen hij de zijde van Saddam Hoessein koos. Toen Colin Powell zich in een speech uitsprak voor de toekomstige vestiging van een Palestijnse staat, werd dit als een overwinning voor Arafat uitgelegd, in ieder geval door zijn aanhang. Uit welingelichte Palestijnse en Israëlische bronnen heb ik vernomen dat in december 2001 Arafats aanhangers dachten dat hij echt wilde proberen de controle terug te krijgen en een einde wilde maken aan de zelfmoordaanslagen. Kringen rond Arafat meenden ook dat dit duidelijk was voor de Amerikanen en de Israëli's.

Drie weken bleef het rustig. Toen gaf Sharon opdracht tot het "doelgericht doden" van Arafats populaire rechterhand: Raad Karmi, en in reactie daarop barstten overal in Israël en Gaza Palestijnse protesten los. De activisten van Arafat raakten steeds meer overtuigd van de onmogelijkheid om ook maar enige overeenstemming met Sharon te bereiken. De enig overgebleven strijd was het overnemen van de Hamas-strategie van zelfmoordaanslagen. Volgens mijn Palestijnse bronnen was dát het moment dat de Arafat-getrouwen het dodelijke spel van zelfmoordaanslagen in Israël zelf zijn gaan meespelen. Arafat is daarin, zeggen zij, waarschijnlijk meegegaan om de controle over de Palestijnse Autoriteit niet te verliezen. Maar tegelijkertijd lijkt hij zo wel de controle over de Al Aqsa-brigades te zijn kwijtgeraakt. In een onlangs verschenen rapport verwijt Human Rights Watch de Palestijnse Autoriteit dat zij niets heeft gedaan om een einde te maken aan de zelfmoordaanslagen toen het nog kon, namelijk voordat haar veiligheidsapparaat in 2002 door Israël werd verwoest.

In 2002 vond ook een debat plaats tussen sjeik Tantawi, een mullah uit Caïro die de meeste Palestijnen als de hoogste religieuze autoriteit beschouwen, en sjeik Yassin, geestelijk en politiek grondlegger en leider van Hamas. Sjeik Tantawi wierp in het openbaar de kwestie op van vrouwelijke zelfmoordactivisten nadat Arafats organisatie die was gaan inzetten. Hij vond dat vrouwen mochten deelnemen aan zelfmoordacties want om shuhada te worden mochten zij, als dat nodig was, hun plicht als echtgenote en moeder verzaken en hoefden zij ook de voorgeschreven zedigheid niet in acht te nemen. Sjeik Yassin sprak de mullah niet op religieuze gronden tegen, maar vond niettemin dat vrouwen niet mee hoefden te doen omdat er al meer dan genoeg mannelijke vrijwilligers waren. De Palestijnen die ik heb gesproken, meenden dat Yassin niet alleen bezorgd was dat Hamas het bijna-monopolie op zelfmoordaanslagen zou verliezen als Fatah daar ook aan mee ging doen, maar dat hij ook bang was dat de zelfmoordacties uit de hand zouden lopen en geen duidelijk politiek doel meer zouden dienen. Dus niet alleen Arafat maar ook Hamas moet zijn mensen die de zelfmoordactivisten daadwerkelijk inzetten, onder controle zien te houden.

Centrumlinks

Als het vooral om vergelding gaat, hebben de zelfmoordaanslagen Israël inderdaad een grote slag toegebracht. Niet alleen door de vele burgerslachtoffers, maar meer nog door de wrede wraakacties van Israëls leiders. Onder het toeziend oog van de internationale media worden drie miljoen mensen belegerd en worden herhaaldelijk voor onbepaalde tijd uitgaansverboden ingesteld, waardoor Israël nu waarschijnlijk het meest gehate land ter wereld is. Dit is een hele slechte zaak voor Israël want het verschil tussen gehaat worden en je legitimiteit kwijtraken, is gevaarlijk klein. Bovendien worden over de hele wereld de zelfmoordaanslagen vaak meer gezien als teken van wanhoop van de Palestijnen dan als terreurdaden.

Terwijl Israël volhoudt bezig te zijn met de ontmanteling van de "terroristische infrastructuur", wordt in werkelijkheid de infrastructuur van de hele Palestijnse samenleving vernietigd, niet alleen veiligheidsdiensten en civiele diensten, maar nog veel meer. Veel Israëlische tegenmaatregelen zijn niet alleen wreed, maar ook irrationeel.

Maar ook al is het overduidelijk dat de Israëlische politiek tegen de Palestijnen heel slecht en irrationeel is, het is allesbehalve duidelijk hoe er dan wel rationeel en effectief en ook moreel verantwoord tegen de zelfmoordaanslagen kan worden opgetreden. Om die reden bevindt gematigd links in Israël zich in een zeer moeilijke positie. Het publiek is bang en wanhopig en heeft geen enkele boodschap aan moralistische commentaren. Men wil strategische oplossingen om een einde te maken aan de zelfmoordterreur.

Voor de mensen van centrumlinks in Israël, de enige groep die een Palestijnse staat naast Israël kan bewerkstelligen, stonden altijd twee dingen vast. Ten eerste: het sinds 1967 bezet houden van gebieden is moreel en sociaal gezien een ramp voor Israël, laat staan voor de Palestijnen, en daar moet een einde aan komen. Ten tweede: zou Israël zich terugtrekken tot aan de grenzen van vóór 1967, dan komt er een einde aan het conflict. De tweede intifada heeft steeds meer Israëli's, ook van rechts, er van overtuigd dat de eerste bewering klopt en dat de bezetting moet ophouden. Aan de andere kant zijn door de zelfmoordaanslagen steeds meer Israëli's, ook van centrumlinks, er van overtuigd geraakt dat er met het opheffen van de bezettingen geen eind aan het conflict komt, noch – en dat is veel belangrijker – een eind aan de terreur. Als je met een vijandige organisatie onderhandelt, moet je er van op aan kunnen dat die om het leven van haar eigen mensen geeft. De Israëli's krijgen met de zelfmoordaanslagen de boodschap dat de wrok van de Palestijnen, of in elk geval van een groot aantal van hen, niet door joden kan worden verzacht en dat aan hun eisen niet kan worden voldaan. Dát is de boodschap die Hamas wil uitzenden; maar een nationale beweging als Fatah gooit met zo'n boodschap aan de Israëli's absoluut haar eigen glazen in, tenminste als zij politiek nog iets wil bereiken.

Voor zowel de Israëli's als de Palestijnen is het een uitgemaakte zaak dat de oorlog tegen Irak er komt. De grootste angst van de Palestijnen is – zoals Arafat onlangs openlijk liet weten – dat Israël het rookgordijn en de verwarring van een oorlog zal gebruiken om zoveel mogelijk Palestijnen van de Westoever te verdrijven, misschien naar Jordanië. Die angst is geenszins irrationeel, zeker nu er geen ministers van de Arbeiderspartij meer in de regering zitten en Sharon een rechts kabinet leidt. Mochten er juichende Palestijnen worden gezien bij Irakese raketaanvallen op Israël en wordt er rond die tijd juist een zelfmoordaanslag gepleegd waarbij veel slachtoffers vallen, dan acht ik Sharon best in staat om die gelegenheid aan te grijpen om grote aantallen Palestijnen te deporteren. Intussen zal Israël, zolang de Palestijnen doorgaan met hun gewapende strijd tegen vooral burgers, hen het leven zuur blijven maken, nog meer dan nu al het geval is. Meer dan 100.000 Palestijnen zijn er sinds de tweede intifada al naar Jordanië vertrokken. Als het aan Sharon ligt, worden dat er nog veel meer.

Gerelateerde artikelen